EUROPA: EENSGEZIND IN VERDEELDHEID

zondag 2 december 2018
Bij de recente herdenking in Parijs van de wapenstilstand van 11 november 1918 die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, werden de honneurs waargenomen door de premier van een land dat, al denken de bewoners van niet, er in belangrijke mate verantwoordelijk voor was. Acte de présence gaf de premier van een ander land, dat die oorlog verloor en waarvan de bewoners - verongelijkt - niet herdenken, aangezien ze het onterecht vinden dat zij alleen de schuld krijgen. Bovendien: niemand herdenkt een verloren oorlog, zeker niet als je er over nog éen beschikt die je echt voor 100 procent op je geweten hebt. De premier van weer een ander land, dat in die oorlog een hoofdrol speelde, éen die nobeler was dan die van bijna alle andere, ontbrak. Ze herdacht wel, maar thuis, in spendid isolation. Een lid van haar Gemenebest zette de zwart-witbeelden van de oorlogsgruwelen om in kleur, zodat er geen twijfel over kon bestaan wie er het meest geleden had. Een vierde aanwezige, wiens land een half jaar voor de wapenstilstand een vernederende vrede sloot zodat hij nu zelf aan de macht is, arriveerde zoals gewoonlijk te laat, als de intrigant die hij nu eenmaal is, met licht sluipende pas en een verbeten grimas op het lower class gelaat. Een vijfde hoofdrolspeler, van een land dat een andere vrede tekende, en bovendien drie jaar na de rest, verscheen met tegenzin, deed dat als enige gemobiliseerd, wat al even typerend was, want zo trad hij, net zo nipt als tijdens de oorlog op als Deus ex machina, nu eens niet enkel te begrijpen op de gebruikelijke wijze, maar tevens op te vatten als God uit een auto.

Voor wie ze wilde zien, waren er die dag symbolen in overvloed. En er was meer. Niet alleen stonden de regeringsleiders er niet allemaal, onder degenen die er wel stonden werden de meningsverschillen enkel tijdelijk met de mantel der liefde bedekt en niet eens door iedereen. Om Macron te paaien, was Merkel bereid het over een Europees leger te hebben, maar waar het financiën en economie betrof, gaf ze geen krimp. Duitsland eist begrotingsdiscipline. Van vluchtelingen werd door niemand gerept, al had Mattarella dat misschien wel op prijs gesteld. Macron is vast van plan Europa als reddingsboei te gebruiken, net als al zijn voorgangers. Trump haat Europa, omdat het voor alles staat wat hij in zijn eigen land verafschuwt. Het afwezige Verenigd Koninkrijk bleek, toen een paar dagen na remembrance day het Brexit-akoord werd gepresenteerd, verdeelder dan ooit, iets waar door heel wat Europeanen over werd gegnuifd. Domoren. Rutte, die per ongeluk een hand kreeg van Trump, is erg voor Europa, maar om te voorkomen dat u er anders over denkt, heeft hij het referendum met behulp van jonkvrouw Ollongren in een handomdraai afgeschaft. Je kunt niet weten.

Alom wordt dan ook gewezen op de overeenkomsten die er zouden zijn tussen onze tijd en de periode rond en na de Eerste Wereldoorlog. Maar het is met sommige historici en de periode die ze onderzoeken als met de eerstejaars student geneeskunde, die elke ziekte denkt te hebben die tijdens de colleges wordt behandeld. In werkelijkheid blijkt dat zelden het geval, al heb je natuurlijk zo een griepje. Niet alleen wordt er in Europa nu nergens oorlog gevoerd, er is ook niemand die er éen verloren heeft. Er worden geen politici vermoord. Er zijn geen politieke partijen waarvan de leden elkaar op straat naar het leven staan. Er zijn geen pogroms of revoltes. Als u uw salaris krijgt, hoeft u het niet direct uit te geven omdat het over een uur de helft van zijn waarde verloren heeft. De democratie lijkt in het westen zo ingeburgerd, dat een omvangrijk deel van de bevolking niet eens meer stemt. En waar de democratie in het oosten problematisch is, was dat in het oosten altijd al zo. Op de Balkan en in Turkije was het - vergeeft u me de losse formulering - altijd al een bende. Europa voert zijn oorlogen op veilige afstand en dan vooral om de grote bondgenoot te plezieren, zelfs als we eigenlijk allemaal wel weten dat het onzin is. En dan kan het geen kwaad. Daar maakt niemand zich druk over, behalve misschien wat allochtone minderheden die er zelf vandaan komen, of van wie de ouders in landen in de buurt werden geboren.

Toch is er wel degelijk sprake van onrustbarende zaken, al lijken die nauwelijks op wat er rond de Eerste Wereldoorlog gaande was of tijdens de dertig jaar erna. Een overeenkomst is misschien nog dat Duitsland het voorlopig druk heeft met zichzelf. Dat was per slot van rekening in het interbellum ook al zo. Mevrouw Merkel mag dan wel bang zijn voor honden en er uitzien als de vrouw van de bakker in de regen zonder paraplu, met dat wat eendere gezicht van haar heeft ze wel twee bommen onder de natie gelegd, zodat daar niemand meer naar buiten kijkt en alleen nog maar naar het tikken luistert. Binnenkort is het weer oudejaarsavond in Keulen. Eerst besloot ze haar land in éen keer groen te maken, zonder zelfs maar aan Das Auto te denken. Daarna vond ze het niet nodig haar landgenoten te vragen wat ze ervan vonden, als ze een miljoen vreemdelingen binnen liet. Het zal wel toeval zijn dat ze nu op weg is naar de uitgang. Op een leidende rol van Duitsland hoeven we voorlopig niet meer te rekenen. De rest is anders.

De komst van Europa heeft de breuklijnen die er altijd al waren, maar zonder dat veel mensen het merken, tot ons aller eigendom gemaakt. De media versterken die indruk en doen u de feiten aan den lijve voelen. Als Italië weer eens besluit 40 miljard euro meer uit te geven dan het heeft, iets wat voorheen vaker gebeurde zonder dat het opzien baarde, kunt u het niet alleen op uw televisie zien, het is bovendien denkbaar dat u de gevolgen ervan op termijn in uw portemonnee voelt. De vluchtelingen die u vroeger nooit zag verdrinken, doen dat nu voor het oog van de camera. En u kunt ze redden. Maar als u daartoe mocht besluiten, bent u voorlopig nog niet klaar.
Ook de diverse ideologische geschillen, dezelfde die van oudsher bestonden, zijn zodoende tot een interne kwestie geworden. Diezelfde verschillen van mening blijken langs precies dezelfde lijnen op precies dezelfde manier gezien te worden, met precies dezelfde gevolgen. Dat is oud. Maar het gevolg ervan is nieuw. Misschien is het mede gebeurd onder druk van al die elementen van buitenaf, dat het politieke landschap in veel Europese landen inmiddels aan het versplinteren is. En dat die versplintering leidt tot extremere standpunten dan voorheen en een grotere politieke vluchtigheid, waarbij opvattingen en ideeën sneller verouderen dan voorheen en de aanhang ervan vatbaarder is voor partijen die gehoor geven aan de lokroep ervan. Misschien gebeurt dat ook omdat de bevolkingssamenstelling aan het veranderen is en er groepen zijn bijgekomen die van huis uit vertrouwd zijn met extreme standpunten. En omdat jongeren in het algemeen geen kwaad zien in extreme opvattingen, omdat ze niet over geschiedenis beschikken, éen die illustreert hoe gevaarlijk ze zijn. De schreeuw om de bevestiging van de identiteit is er een onderdeel van. In de Verenigde Staten is patriottisme eerder een oproep aan de landgenoten die overal vandaan komen behalve uit Amerika, dan dat het een werkelijk gevoelde kwestie is. Daarom zwaaiden Amerikanen ten tijde van nine eleven zo nadrukkelijk met hun vlag. Ik sta aan de goede kant. Ook in sommige Europese landen met een steeds heterogener samengestelde bevolking is de liefde voor het vaderland bezig een kwestieuze zaak te worden. Het gevolg is wel dat aan het politieke midden door de extreme uiteinden steeds harder wordt getrokken, waarmee het oude midden niet langer het nieuwe midden is. Wat sommige politici uit dat midden nu zeggen, zou 20 jaar geleden ondenkbaar zijn geweest, maar ze hebben geen keus, want ze verwoorden wat steeds meer mensen denken.

De geschillen zetten nu geen landen meer tegenover elkaar, of niet alleen meer, maar bevolkingsgroepen binnen die landen, soms in verrassende combinaties. Wat vindt Jeremy Corbyn eigenlijk van Europa? Van de daarmee gepaard gaande, steeds scherper wordende tegenstelling, die er vooral éen lijkt tussen stad en platteland en waarvan de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk – o ironie - wel eens zouden kunnen tonen wat Europa in de toekomst nog te wachten staat, zijn nu nog enkel de vage omtrekken waarneembaar. Soms als komedie. Het zal toch niet waar zijn dat Zwarte Piet bij ons, de Franse gele hesjes, en de verdeelde Britten alleen maar een voorproefje zijn van wat ons nog te wachten staat? Zou de Zwarte Piet-aanhang blij geweest zijn met de steun der voetbal-hooligans? Of waren ze bien etonnés de se trouver etcetera? Waar Karl Marx vond dat alle proletariërs zich moesten verenigen, komen de proletariërs nu tegenover andere proletariërs in andere landen te staan, maar met soortgelijke opvattingen, zodat ze de strijd aanbinden met hun eigen politieke elite. Die raadt ze vooral aan gezonder te gaan leven, minder vet te eten en te stoppen met roken. En geen vuurwerk meer af te steken uiteraard. Zelf deden ze dat allemaal toch al niet. Iemand iets afraden wat je zelf niet doet, is gemakkelijk.

De politieke versplintering, die is in zekere zin een nieuw verschijnsel, als we tenminste niet verder terugkijken dan 100 jaar. In alle landen slinkt het politieke midden en hoe minder welvaart er is, hoe harder het slinkt. Wij hebben geluk. Rechts Italië verdoemt de uit het noorden afkomstige financiële dwang die het noodzaakt tot een voortdurende bezuinigings-operatie, maar profiteert van de hardheid van de euro, die is gebaseerd op de noordelijke economische kracht. Het verklaart de decennialang heersende hypocrisie van Italiaans links (wij zijn braaf, maar niet heus), iets wat huidig rechts Italië heeft afgeschud. Nu zegt het hardop wat er al decennia in stilte gebruikelijk was. Links Frankrijk, dat van Mélanchon, denkt er net zo over. Het gedachtengoed van het Frankrijk der dames Le Pen wijkt op dat punt nauwelijks af. De extremen raken elkaar. Rechts Nederland moet niets hebben van de financiële hulp aan het zuiden, iets wat op niet eens meer zo steelse wijze nu toch gebeurt. De beschaafdere grote Nederlandse en Duitse partijen beschouwen die financiële politiek als een harde, maar bittere noodzaak, terwijl Draghi's quantitave easing de Nederlandse pensioenen aantast. Zo staan niet alleen de Nederlandse en Italiaanse gepensioneerden tegenover elkaar, maar binnen de landen zelf de gepensioneerden tegenover de toonaangevende partijen. Zolang ze nog toonaangevend zijn.
De immigratiepolitiek is alleen in naam een splijtzwam tussen oost en west, want in Oost-Europa moet werkelijk niemand iets hebben van de opvattingen der EU op dat punt. Die helpen enkel Poetin, die voor allerlei dubieuze groepen in diverse landen steeds comfortabeler als model fungeert en niet alleen in het oosten. Poetin heeft te gemakkelijk scoren. Hij zegt al die dingen die grote groepen binnen Europese landen zelf ook denken. Assad was in Syrië het minste kwaad. Het was dom om tegen hem ten strijde te trekken. Maar binnen de West-Europese landen onderling is de eindeloze migratie een echt probleem. Het slachtoffer van die migratie, die voor veel Nederlanders al werd ingezet met de komst der Marokkanen en Turken, niet die van de zogenaamde gastarbeider, maar die op stille en tersluikse wijze in de jaren daarna, is de klasse die er temidden van kwam te wonen.
In Nederland is GroenLinks, met steun van een paar andere partijen, sterk genoeg om de klimaatpolitiek op de agenda te zetten, zodanig zelfs dat het aan het dwaze grenst, maar ze is er niet toe in staat te voorkomen dat de enorme ermee gepaard gaande kosten vooral op de gewone Nederlander zullen worden afgewenteld, terwijl in Polen de kolen-centrales doorroken. De rekening gaat naar dezelfde klasse die al het slachtoffer was van de migratie. Eigenlijk bestaat er nergens meer eensgezindheid over, al wordt dat vaak met de mantel van het stilzwijgen bedekt. Zwarte Piet is misschien alleen maar een teken aan de wand voor de verbittering die er kan optreden tussen bevolkingsgroepen. In al die zaken speelt steeds het conflict tussen stad en platteland, tussen degenen die profiteren of er geen last van hebben, en de rest, die stilstaat en de goede voornemens mag betalen. Waar kennen we dat van? Of hebt u misschien onlangs nog naar de Amerikaanse verkiezingen gekeken? Of denkt u dat het in het Verenigd Koninkrijk over iets anders gaat? Het homohuwelijk, de kinderadoptie door homoseksuelen, het gendergedoe in het algemeen, het gehamer op het alom aanwezige racisme, de kosten voor de klimaatpolitiek, het zijn kwesties die binnen Europa tot verdeeldheid leiden, maar ook binnen landen zelf, waar een behoudender deel er weinig van moet hebben, al laat het zulke kwesties in stilte passeren. Waarom zou je je druk maken over genderneutrale toiletten als mensen dat nou per se willen?

Wat te doen? Misschien zou het goed zijn als Europa een toontje lager zong en wat minder triomfantelijk deed over de Brexit. Was het de bedoeling om zo eventuele volgende kandidaten af te schrikken? Ik denk dat er, als er ooit nog een verschijnt, geen verdrag meer zal zijn. Dan steekt het land de middelvinger op. Misschien doet het Verenigd Koninkrijk dat straks al. Europa is wel degelijk de moeite waard en dat vindt elk verstandig mens. Toon de aantrekkelijkheid ervan. Stop met vluchtelingen importeren die helemaal geen vluchtelingen zijn. Ze ondergraven de welvaart en de culturele homogeniteit. Ruwweg de helft ervan is straks afhankelijk van een uitkering. Bij de uittreding uit de EU van het Verenigd Koninkrijk was voor de aanhang ervan de toevloed van migranten het belangrijkste argument. In veel Europese landen is een groot deel van de criminaliteit, vooral het gewone alledaagse deel, dat waar de burgers het meeste last van hebben, allochtone criminaliteit. Zet illegalen echt het land uit, ook als het kapitalen kost. Wees harder tegen de criminaliteit in de Europese landen, pak Malta en Roemenië keihard aan, in plaats van zalvende praatjes te houden. Voer rekeningrijden in, maar schaf de wegenbelasting af. En voer die niet via een omweg weer in. Financier een goede pensioenvoorziening, ook voor ZZP’ ers en eis van werkgevers dat ze daarin bijdragen. Maak een eind aan massale en dubieuze arbeidsmigratie. Aanspraak maken op een uitkeringssysteem zou alleen beschikbaar moeten zijn voor inwoners van landen die er zelf een identiek systeem op na houden. Ontwikkel van bovenaf een financieel beleid dat landen als Spanje, Frankrijk en Italië helpt, maar probeer het op zodanige wijze te doen dat gewone mensen in de noordelijke Europese landen er niet onder lijden. Dat is pas echt een uitdaging. Negeer de grote Nederlandse banken, maak van ABN-Amro een nationale bank, eentje die alleen een spaarbank is, eentje die zodoende niet kan omvallen. Als u uw geld wilt steken in een bank die wel kan omvallen, is dat uw eigen zaak. Verbied private equity met geleend geld bedrijven en instellingen te kopen of te beleggen in huizen en de rente af te trekken. Wantrouw Russische en Chinese bedrijven en laat ze niet toe op gevoelige terreinen als informatica en telecom. Neem onderwijs en defensie serieus. Doe als Frankrijk: vertienvoudig de kosten voor buiten-Europese studenten. Maak het voor niet-Nederlandse studenten onmogelijk een Nederlandse studiebeurs aan te vragen. Het huidige stelsel gaat Nederland in de toekomst miljarden kosten. En stop de ongebreidelde groei van Europa. Roemenië en Bulgarije waren ernstige fouten. De Balkanlanden horen niet thuis in Europa. Turkije zou een drama zijn. Heb de moed Europa eens te verdedigen, in plaats van te voorkomen dat mensen laten horen dat ze ertegen zijn. En anders kunt u natuurlijk altijd nog emigreren naar de Verenigde Staten, om zich tot aan de tanden gewapend terug te trekken in een gated community.

DE VELE VERLEIDINGEN VAN EUROPA

zondag 13 mei 2018
Of het Rusland is, China, India of Turkije, het gaat de autoritaire wereldleiders met een grote bek voor de wind; en net als bedrijven die goed lopen, zijn ze bezig uit te breiden en openen ze met regelmaat een nieuw filiaal, soms zelfs in uw eigen buurt: in Hongarije, in Polen en binnenkort zoals het er nu naar uitziet ook in Italië, wat prettig is voor degenen die daarvan gediend zijn. En, geeft u toe: zo’n bedrijf heeft ook zijn goede kanten. Democratie is per slot van rekening een lastige zaak. Wie hunkert er niet af en toe naar een streng, maar rechtvaardig tiran? Wij kregen de immer schaterende Mark Rutte, de man zonder eigenschappen, van wie u nog nooit iets origineels hebt gehoord, ideaal kortom voor het leiderschap van een democratische staat. Maar terwijl de hele wereld staat te trappelen om hierheen te komen, desnoods zwemmend, en terwijl het steeds zichtbaarder wordt dat temidden van al die ontaarde werelddelen Europa het paradijs op aarde is, in een oceaan van onpeilbare, inktzwarte diepte een luxe eiland, waarvoor de prijs om er te verblijven niet hoog genoeg kan zijn, verklaart Mark Rutte dat hij voor Europa geen cent extra wil betalen. Die Mark.

Is er verband tussen het schijnbare gemak waarmee autoritaire regeringsleiders zich weten te handhaven, en Mark Rutte, die op hoge toon weigert éen cent meer aan Europa uit te geven? Natuurlijk. Waar Poetin en Xi grof geld gooien naar hun elites - of die in de gelegenheid stellen zich samen met hen te verrijken, wat op hetzelfde neerkomt - om er vervolgens de rest van de bevolking met harde hand onder te kunnen houden, of er met een half oog op toe te zien dat er een enigszins behoorlijk behoorlijk bestaanspeil voor intact blijft, kunnen in het westen alle bevolkingsgroepen zeggen wat ze denken, geluid dat kosteloos door de media wordt versterkt. En zo ontstaat er bij de gratie van dat alles een soort publieke moraal waaraan in naam, of echt, gehoor dient te worden gegeven, ook al is dat lang niet altijd terecht. Poetin en Xi, om bij de twee grootste criminelen te blijven, behandelen hun land zoals veroveraars in de loop der geschiedenis altijd al deden, zoals Alexander de Grote omging met het door hem veroverde deel van de wereld en Nederland trouwens met wat nu Indonesië heet, namelijk door de bovenlaag der bevolking te corrumperen. Maar zelfs uw westerse dienaar die hier schrijft, Europeaan in hart en nieren, die Poetin verafschuwt en vindt dat China ten onrechte wordt behandeld als een normale westerse democratie, moet erkennen dat hij al vanaf het allereerste moment vond dat Poetin, waar het om Syrië ging, gelijk had. En Orban toen hij zijn hek opzette ook. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel Nederlanders dat met me eens zijn. Dat wij dag in dag uit kennis kunnen nemen van elke ramp, wil niet zeggen dat we er verantwoordelijkheid voor hoeven te dragen en al helemaal niet dat wij ervoor moeten betalen, wat GroenLinks ook vindt. In de politiek is het geweten zelden het verstandigste beleidsinstrument. Wie ergens ingrijpt, die moet ook de verantwoordelijkheid daarvoor dragen en opdraaien voor de consequenties van zijn handelen. En wie daarvoor wil betalen, moet beseffen dat het ten koste gaat van de welvaart van de eigen bevolking, maar vooral van het kwetsbaarste deel ervan. GroenLinks is niet van dat deel, ook al doet de partij alsof dat wel zo is. GroenLinks is een partij voor de elite, voor al diegenen die erop kunnen stemmen zonder dat het hun een cent kost.

Revoluties geraken, al starten ze nog zo sympathiek, uiteindelijk vaak in handen van de heffe des volks, van het tuig, van degenen die het verst willen gaan in het bereiken van hun doel, meestal een doel dat zich alleen nog per ongeluk in de buurt van de oorspronkelijke versie bevindt, en dat gebeurt des te sneller naarmate die heffe des volks een groter deel der bevolking vormt. Hoe dommer, hoe extremer de opvattingen. Dat was in Europa ook wel eens zo, maar indien er een burgerklasse weerstand bood, kwam het daarna toch nog goed, al duurde het soms even, in de oorspronkelijke Franse versie een paar jaar, in de Russische inmiddels meer dan een eeuw. In het midden-oosten is die burgerklasse veel kleiner. Zes jaar geleden al, toen de Syrische strijd nog jong was en ik, net als velen ten onrechte de nederlaag van Assad voorzag, ried ik de Europese politici Macchiavelli aan: Eindspel. Dat Amerika en Europa nu geen rol spelen in de diplomatie waar het Assad betreft, is begrijpelijk. Alleen een onnozele hals gelooft nog dat na het verdwijnen van Assad de toestand van Syrië erop vooruit zou gaan. Die lijkt al lange tijd het mindere kwaad. Dat Erdogan bereid was IS te ondersteunen, zou Europese politici aan het denken moeten zetten. Indien je als westerling moet kiezen tussen sjiieten, soennieten of alevieten, dan is hij niet goed bij zijn hoofd als hij kiest voor de eerste twee.

Ik geloof dat ook in Europa de middenklasse slinkende is, in het ene land sneller dan het andere. Sociale voorzieningen zijn steeds lastiger te financieren, een steeds groter deel van de jongeren wordt niet langer door het onderwijs bereikt, een deel van de bevolking keert zich af van de politiek. De culturele homogeniteit is aan slijtage onderhevig, terwijl de vrijheid van meningsuiting onder druk staat. Een eigen huis kunnen veel Nederlanders in de toekomst wel vergeten, terwijl een dubbele baan een verplichting wordt. Een Ministerie van Volkshuisvesting bestaat niet meer, terwijl het harder nodig is dan ooit. D66, een in naam linkse partij, populair bij jongeren, draagt beleggingsmaatschappijen die zich op de woningmarkt begeven net zo’n warm hart toe als een rechtse partij doet en gunt ze alles wat ze willen. Het leidt ertoe dat er geleidelijk een klasse ontstaat, die op geen enkele wijze meer kan ontsnappen aan de ellende waar ze in verkeert. Nederland loopt in Europa voorop als het erom gaat zo'n klasse op te bouwen, éen die over dertig jaar niets heeft. In de zuidelijke landen is de werkeloosheid enorm en dat is altijd zo geweest, maar in het verleden hadden we met die landen niets te maken. Ondertussen sticht een Amerikaanse president verwarring. De pers kan zijn leugens tellen: het maakt niets uit. Toch zou dat Europa aan het denken moeten zetten, want als het gaat om de uitholling van de middenklasse gaat Amerika ons voor. In Italië zal er dankzij een monsterverbond een rechtse regering ontstaan die kritischer is jegens Europa en meer op heeft met Poetin. In Hongarije is daar Orban, in Polen Kaczyński. En is het denkbaar dat Jeremy Corbyn, die Britse Lenin, in de toekomst aan de macht komt? In Frankrijk hadden Mélanchon en Le Pen samen bijna de helft van de stemmen, maar kwam er een regering die door velen voor rechts werd aangezien. Is er daar in de toekomst ook een monsterverbond denkbaar? Europa lijkt uit de Brexit geen enkele conclusie te willen trekken en is op termijn zelfs bereid landen als Servië en Albanië tot de EU toe te laten, wat de burger er ook van vindt. Ik ben geneigd te denken dat, naarmate de Europese Unie de bevolking van haar landen meer negeert, stemmingen in de toekomst steeds vaker extreme resultaten zullen opleveren, omdat er een steeds groter deel van het kiezerspubliek gevoelig wordt voor de verleiding der extremen. In veel Europese landen bestaan er inmiddels partijen die als extreem-rechts kunnen worden omschreven, terwijl er eveneens in al die landen een niet onaanzienlijke groep aanwezig is van wie de ouders afkomstig zijn uit Turkije of Noord-Afrika en die niet vreemd opkijkt van een autoritair bewind. In de uithoeken van Europa, maar toch, in Europa, vreet de criminaliteit zich onverdroten naar binnen. Zowel in Slovenië als op Malta werd een journalist vermoord. In beide gevallen lijken politici daarbij betrokken. Cyprus is in wezen een crimineel eiland, waar de Russische maffia zich alles kan permitteren. In Italië is de corruptie alom aanwezig. Zo heel ver weg is dat allemaal niet.

Waar Poetin zonder dat er een publieke haan naar kraait kapitalen kan steken in de oorlog met Oekraïne en Syrië, ontstaat er in Nederland rumoer als er meer geld aan Europa wordt besteed dan was afgesproken. En toch zit er niets anders op. Veel economen weten dat al lang, want voor landen als Griekenland en Italië moet een oplossing worden gezocht. Dat ze daarmee worden beloond voor in het verleden gepleegd bedrog en soms trouwens ook voor wat ze dit moment misdrijven, is waar, maar de partners daarin waren onze financiële instellingen. Al decennia functioneert het financiële beleid van de ECB als een regelrechte splijtzwam, in eerste instantie tot woede van mediterrane landen die werden gedwongen hun begroting op orde te brengen en te bezuinigen - zonder dat ze het echt deden - de laatste jaren tot ergernis van Noord-Europese staten die het steeds moeilijker hadden pensioenen en verzekeringen intact te houden. Dat weet Mark Rutte natuurlijk allemaal ook wel. Zijn weigering begint langzamerhand te lijken op een soort rituele dans: meer dan mijn best doen kan ik niet. In werkelijkheid zou het hem en de Nederlandse politiek in het algemeen sieren als ze eens een keer lieten weten zelf ook echt in Europa te geloven. Veel Nederlandse politici steunden de Britten die zich tegen de Brexit verzetten, maar zelf hebben ze niet de moed zo'n keus aan de eigen bevolking over te laten. Ik ben ervan overtuigd dat veel Nederlanders met betrekking tot Europa precies dezelfde ergernis hebben als uw dienaar hier. Ik geloof in Europa en de meeste Nederlanders doen dat volgens mij ook. Maar waar komt die onbedwingbare neiging vandaan steeds maar groter te willen worden? Waarom zou je in godsnaam landen als Servië en Albanië willen opnemen in de EU? Door in Nederland massaal Turken toe te laten, zijn de geschillen die Turken met elkaar hebben, plotseling ook onderdeel geworden van ons politieke landschap. En met Servië erbij zou iets soortgelijks gaan gebeuren. Nu al is zichtbaar dat er in Europa een heel stel landen bestaat dat jegens Poetin heel wat milder is dan andere. Met Servië in de EU zou hij dolblij zijn. Nu in Duitsland de SDP is toegetreden tot de regering, en in Frankrijk Macron onomstreden is geworden, is er plotseling in Europa veel mogelijk. Het zal er ongetwijfeld toe leiden dat er op financieel gebied zal worden gestreefd naar meer macht voor de Europese instellingen. Linkse partijen in Duitsland en Frankrijk zullen pogen het contact met de basis te herstellen, want zo noemen ze dat. Eigenlijk is het dat wat Corbyn ook wil: een echte linkse politiek. De huidige Nederlandse situatie is in werkelijkheid precair. Het wegwerken van de door onze aardgasbel aangebrachte schade gaat miljarden kosten, terwijl Nederland zich tegelijkertijd heeft geworpen op een nog vele miljarden meer vretende klimaatpolitiek. In Nederland is een kleine groep erin geslaagd zich daarvan meester te maken, in wat eigenlijk een ware vorm van hysterie is.

Zou Europa de moed kunnen opbrengen een halt toe te roepen aan enerzijds de uitbreiding van de EU met allerlei dubieuze, semi-criminele naties, anderzijds aan de eindeloze vluchtelingenstroom, en om al doende de door onnozele idealisten gerunde organisaties - die daar op clandestiene wijze aan meewerken, terwijl ze ons brutaalweg laten betalen voor de consequenties - keihard aan te pakken? Zou Europa het wagen de banken die mede verantwoordelijk zijn voor de Griekse en Italiaanse schulden net zo te raken als in de VS onder Obama gebeurde? Zouden de Europese politici de verleiding van het grote geld kunnen weerstaan? En zou Europa daarna tegen zijn eigen burgers kunnen zeggen: wij moeten nu echt orde op zaken stellen, want anders hoeft het niet meer en gaan we met ons allen ten onder? Wij beloven u dat wij u serieus gaan nemen als u het ons ook doet. Wij gaan in plaats van de vluchtelingen Griekenland en Italië redden? En dat gaat meer kosten dan die vluchtelingen, een paar honderd miljard of zo? Nee, u hebt gelijk. Er is weinig wat op zoveel moed wijst. Niet van Europa en niet van onze eigen politici. Die zijn al bezig hun loopgraven te betrekken, iets waar de benoeming van Selmayr in Brussel en de afschaffing van het referendum in Den Haag op wijst. Wij hebben schijt aan u, echt totale schijt, maar we zijn ook als de dood voor wat u misschien allemaal wilt. Want daar geloven wijzelf ook niet in.

HET VERDRIET VAN RECHTS FRANKRIJK

dinsdag 25 april 2017
Frankrijk gaat me aan het hart. Het is een beschaafd land, waar ik graag kom. Het doet me goed te zien dat er nog dorpen zijn met een gemeentehuis, een postkantoor en een restaurant waar je meestal heel behoorlijk eet. Op het marktplein ligt er in de schaduw van de kerk minstens éen terrasje waar je gemoedelijk te woord wordt gestaan. Het is er allemaal nog gewoon, al is het geen vanzelfsprekendheid meer. Fuck New York, die stad zonder hart in een land zonder historie. Leve Europa! Maar Frankrijk betaalt een hoge prijs voor zijn ouderwetsheid en verkeert in grote moeilijkheden. De werkeloosheid is enorm, de armoede omvangrijk, het land heeft het grootste aantal Noord-Afrikanen van Europa in huis. Een te groot deel ervan zorgt voor problemen, ook gewoon - maar niet alleen - omdat het te vaak kutvolk is, net als die van ons. Ik dacht: ik zeg u gelijk wat ik vind. De politieke tegenstellingen zijn er scherper dan in Nederland. Links en rechts stellen nog wat voor - ook al lijkt het daar nu niet meer op - en de lieve Heer doet ook nog mee. Van homo’s houden Fransen niet, zelfs als ze zeggen van wel. Frankrijk is een republiek met monarchistische trekjes. Het is gek op straatrumoer, monumenten en op grote mannen; het éen gaat niet zonder de andere twee. Afgezien van sommige stedelijke centra waar het aardig bloeit, is er veel mis. Heel wat van de oude industrie is verdwenen zonder dat er iets nieuws voor in de plaats is gekomen. Grote delen van het platteland lopen leeg. Net als in Italië slaan veel jongeren op de vlucht omdat ze er niet in slagen een menswaardig bestaan op te bouwen. De staatsschuld is enorm: 96 procent van het BNP, te weten 2147 miljard. Een behoorlijk stokbrood kost moeite. Inmiddels ergert u zich: want dat wist u natuurlijk allemaal al lang. Hoor ik u geeuwen?

De presidentsverkiezingen van 2017 lijken, nu ik dit kort na de eerste ronde schrijf, voor Fransen in veel opzichten uniek: ze zijn net een zevenklapper. Na elke verrassing kwam er een nieuwe tevoorschijn. Alleen de allerlaatste, de klap op de vuurpijl, die ontbrak. Misschien komt hij nog en daarom schrijf ik dit. Er was een zittende president die zich niet kandidaat stelde, Hollande, een oud-president die zich in de strijd wierp en al in de voorronde verloor, Sarkozy, net zoals nota bene op links een nog kort tevoren zittende premier, Valls, er was een kansrijke rechtse kandidaat tegen wie een gerechtelijke procedure werd gestart, Fillon, en er verscheen een kansloos geachte kandidaat zonder partij, die uiteindelijk nog won ook - allemaal premières - waarna hij om half twaalf 's avonds ging eten in La Rotonde in Montparnasse. Iets soortgelijks zien we Mark Rutte niet doen. Het zou trouwens niet kunnen. Overigens: Montparnasse lijkt me Emmanuel Macrons natuurlijke habitat. Sarkozy ging eten bij Le Fouchet's, in zijn habitat, aan Champs-Élysées. Er is wel vooruitgang, want het scheelt minstens de helft van de prijs, al merkte in Le Monde toch iemand op dat het misschien niet de beste manier was om kiezers op te roepen voor de tweede ronde. Nog meer venijn: Tim Judah schreef voor de New York Review dat Macrons initialen gelijk zijn aan die van zijn beweging, En Marche: EM. En dan vermeld ik als terzijde nog hoe NRC u – lang geleden, in april 2016 - voorstelde aan de burgemeester van Bordeaux, en wel als de volgende president van Frankrijk. Ik hoor u denken, uuh, ah... oh ja, Juppé. Zeker, die verloor ook van Fillon. Nog een ex-premier. Mij viel op dat Macron in zijn overwinningstoespraak geen woord besteedde aan de vele verliezers. Er zijn nog een paar zaken. Maar zelden kreeg de winnende kandidaat van de eerste ronde met 23.86 procent zo weinig stemmers achter zich - jawel, Chirac - nooit eerder kreeg een extreem linkse partij zoveel steun dat hij niet alleen de klassiek linkse, maar bijna ook de klassiek rechtse partij versloeg. Ik vind het allemaal onheilspellend. 42 april, zei iemand en werd er populair mee. Want 42 is twee maal 21, en 21 april van het jaar 2002 was de dag dat Jospin ten onder ging en er in heel Frankrijk demonstraties waren tegen de voor velen nog schokkende overwinning van Le Pen senior. Jospin nam dezelfde dag afscheid van de politiek, iets wat - zo schreef Le Monde vandaag fijntjes - deze keer niemand deed.

En nu? Stelt u zich eens voor, het is weer 23 april: u woont ergens in een gehucht, u weet wel, la France profonde, u bent een extreem-rechtse Franse kiezer, zo éen die schoon genoeg van heeft van al die Arabieren en van de politieke elite - en u wilt dat Le Pen de verkiezingen wint. Dan weet u al dat het vermoedelijk niet zal gaan gebeuren. Wie er ook in een tweede ronde tegenover Le Pen komt te staan, krijgt de linkse stem en een deel van rechts en dus de meerderheid. Wat gaat u doen? Als u in de eerste ronde op Le Pen stemt, komt die in de tweede tegenover de gedoodverfde nummer 2 te staan, Macron. Die was - ik herinner u er maar even aan - onder Hollande Minister van Economie en wordt door de meeste rechtse Franse stemmers beschouwd als Hollande bis. Ik vermoed trouwens dat hij ook echt Hollande bis is. Fillon noemde hem Emmanuel Hollande, wat voor de notariszoon een uitzonderlijke geestigheid was, volgens mij de enige in zijn hele campagne. Kijk naar wie er inmiddels op Macrons zegekar zijn geklommen. Onlangs werd hij zelfs door Obama gebeld. Volgens mij zijn er geen simpele oplossingen, voor niemand, ook niet voor Macron. Zelf denk ik dat hij een soort Jesse Klaver is. En nee, dat is geen compliment. Afgezien daarvan is Jesse Klaver een leeghoofd zonder serieuze scholing en heeft Macron in elk geval een degelijke opleiding achter de rug waartoe Jesse Klaver niet eens zou zijn toegelaten. Hoe dan ook: wat had u gedaan? Ik zou zeggen: op Fillon stemmen, in de hoop dat u die zodoende in plaats van Macron tegenover Le Pen zet in de tweede ronde. Het is dan wel voor u te hopen dat er genoeg mensen overblijven om Le Pen op de eerste plaats te zetten. In zo'n geval is er in elk geval nog een rechtse president. Zuiver getalsmatig zou dat vermoedelijk ook correct de Franse verhoudingen weerspiegelen, waar rechts nu eenmaal over een ruime meerderheid beschikt. In een redactioneel commentaar in de rechtse krant Le Figaro riep Du Limbert de dag van de verkiezingen de kiezers om die reden op voor Fillon te stemmen. Ik vermoed toch dat er heel wat kiezers zijn geweest die zo'n aanmoediging niet nodig hadden. Ik vraag me af of dat het éen van de redenen was dat Fillon toch nog zo ver kwam, en Le Pen minder ver dan ze zelf had gehoopt. En zo schuimde Le Figaro de dag na de verkiezingen zowat van woede. Want terwijl rechts in Frankrijk de meerderheid heeft en eigenlijk niet kon verliezen, gaat het nu Macron krijgen. Die is er zelf van overtuigd dat hij de tweede ronde gaat winnen en zijn aanhang denkt het ook. De politieke overval van de eeuw, schreef de hoofdredacteur van Le Figaro nu, de Minister van Gezondheid Touraine citerend. Waar in 2002 na de eerste ronde Jospin verdween, er geen linkse kandidaat overbleef, en links op Chirac moest stemmen om Le Pen weg te houden, is het nu andersom.

Maar helemaal vergelijkbaar is de situatie niet. 42 april! Van de beide partijen die Frankrijk de laatste decennia hebben geregeerd, is er geen over, al zullen veel rechtse kiezers daar dus anders over denken, want aan te nemen valt dat ze Macron als een links politicus zullen beschouwen. Een aanzienlijk deel van rechts haat alles waar Macron voor staat. In haar afkeer van de klassieke politieke partijen en haar economische voorkeuren moest Marine le Pen tot nu toe concurreren met de man die in 2002 onder Jospin nog socialistisch Minister van Onderwijs was, maar nu een extreem-linkse renegaat, Mélanchon - de bezem door de politieke kaste - maar die is weg, al wilde hij het zelf lang niet geloven. In haar politiek met betrekking tot de immigratie had Le Pen Fillon als concurrent. Die is ook weg. Hoeveel zullen er zijn die thuisblijven? En hoeveel zijn er eigenlijk gewoon boos? Net zo boos als al diegenen die de keus kregen tussen Clinton en een idioot? Heb je net massaal rechts gestemd, en wat krijg je? Denkt u net als Macron dat hij moeiteloos gaat winnen? Nipt misschien, in elk geval nipter dan hij denkt. Als hij wint.

FAREWELL MY LOVELY

zondag 26 juni 2016
We weten het allemaal: Engeland is een miserabel land. Het is een soort spons, een drassige van het continent losgeraakte kluit grond die, eenmaal per ongeluk door zeewater omgeven, op drift is geraakt. De bewoners lijden aan hoogmoedswaanzin. Terwijl ze over de wateren wegdrijven en worden meegevoerd door de stroom, denken ze te navigeren als Nelson en spreken ze van splendid isolation. Weet u nog? Het bericht in de Times: zware mist, continent geïsoleerd? Maar om er fatsoenlijk te eten, moet je lang zoeken. En als het je lukt, betaal je een fortuin. Zelfs de frieten zijn niet te vreten. Goeie koffie kun je er niet krijgen. Ook de mooie Engelse vrouwen beschikken over een te nadrukkelijk beendergestel en ze zien er altijd uit alsof ze het koud hebben. De mannen hebben allemaal een roodaangelopen hoofd, ze zijn van - en rijden aan - de verkeerde kant, of houden er perverse afwijkingen op na en lelijk en gokverslaafd zijn ze ook nog. Ze zuipen teveel. De meeste dieren hebben het er beter dan de mensen. Met hun Gemenebest pogen ze wanhopig de schijn op te houden.

En toch... en toch... Mocht Duitsland ooit weer een oorlog beginnen, dan geeft Frankrijk zich direct over, sluit Italië zich bij Duitsland aan, en kun je als vanouds maar het best naar Engeland vertrekken. Zo is het nu eenmaal. Mijn vader deed het ooit, heel lang geleden, in mei 1940. En ik houd zodoende toch veel van Engeland en van de Engelsen. Het is het land van Orwell, van Dickens, van Shakespeare en van Sherlock Holmes, van de ironie, van al die wat stijf in de rij staande lieden met een paraplu, van de stiff upper lip. Marokkanen hebben ze er niet en andere Noord-Afrikanen evenmin. En het is ook het land van de BBC. Een nacht lang heb ik gekeken - god zegene de kabel - om te zien wat ik al wist dat er zou gebeuren. Sunderland! Want ik heb er geen seconde aan getwijfeld dat het Verenigd Koninkrijk ervoor zou kiezen de EU te verlaten, zelfs niet toen het Britse parlementslid Jo Cox werd vermoord en ik ben nog steeds verbaasd over al de kenners die iets anders voorspelden. Te bewijzen valt het niet, maar ik vermoed dat zonder die moord de steun voor het exitkamp nog wat groter zou zijn geweest. Maar ik was er al even zeer van overtuigd dat de uitslag in kwestie een erg tijdsgebonden evenement zou zijn geweest, domweg omdat de bevolkingssamenstelling van het Verenigd Koninkrijk dermate aan het veranderen is, dat zo'n uitslag in de nabije toekomst niet meer gehaald zou worden. Hoewel alom werd opgemerkt dat voorafgaand aan het referendum peilingen voor de uitslag welhaast onmogelijk waren, omdat vergelijkingsmateriaal nu eenmaal ontbrak, leek het eerdere Schotse referendum me een sterke aanwijzing. Mocht u na dit alles vermoeden dat ik de Britse uittrede toejuich, dan hebt u ongelijk. Ik vind het diep tragisch dat éen van de belangrijkste landen uit de EU is gestapt. Engeland lijkt het meest op Nederland, dat nu achterblijft met een ernstig verzwakt Duitsland en een groot aantal mediterrane landen dat er heel andere principes op na houdt dan wat wij oirbaar vinden. Ook het Verenigd Koninkrijk zelf komt erdoor in ernstige problemen, zij het vooral het Ierse deel, waar er een kans is dat het noorden opnieuw aansluiting zoekt bij de Ierse republiek, iets wat onvermijdelijk tot geweld zal leiden. Als Sturgeon voor Schotland een nieuw referendum wil, zal ze eerst moeten besluiten een eigen nationale bank op te zetten en een Schotse geldeenheid te kiezen, want Engeland zal - terecht - nooit toestaan dat Schotland het Engelse pond als zodanig gebruikt. Zou dat referendum er onverhoopt komen, dan heeft Europa er een nieuwe armoedzaaier bij. Schotland! In alle opzichten Engeland-light. De reactie van Europese politici op de uittrede is typerend voor de eigendunk en de arrogantie die er in Brussel bestaan, zoals de bestuurders eerder, in 2005, twee referenda negeerden en in 2008 trouwens nog éen. In plaats van diepgaand onderzoek te plegen naar het eigen gemoed, worden degenen die voor een Brexit hebben gekozen beschouwd als gedepriveerde, achtergebleven tokkies. Dat moeten er dan wel erg veel zijn. Volgende belangrijke etappe: Frankrijk. Ook daar wonen veel tokkies, nog veel meer dan in Engeland. En de woede is er na de moord op het politie-echtpaar in Magnanville tot grote hoogte gestegen. De laatste keer dat ik in Parijs was, zag ik er, vlak achter Gare du Nord, bij Stalingrad, in wat toch eigenlijk het centrum van de stad is, honderden zwarten die daar clandestien, in een soort bidonville, onder de metro hun heil hadden gezocht. Nooit eerder heb ik zoiets in Parijs gezien. Ik vond het een schokkende aanblik. En ik denk dat veel Parijzenaars dat ook vinden. Links heeft voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar geen serieuze kandidaat, zodat daar tegenover elkaar Marine Le Pen en een rechtse kandidaat zullen komen te staan. De vorige keren ging dat goed, maar dit is de derde keer dat het gebeurt. Wat denkt u?

23 JUNI 2016

woensdag 24 februari 2016
Zou u, indien u nu de kans kreeg deel te nemen aan een referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie, ja stemmen? Ik heb dat in het verleden met volle overtuiging gedaan, maar ben er niet zeker meer van. Ik was tegen de toetreding van een aantal Oost-Europese landen (maar niet van Polen en Hongarije), ik ben tegen de toetreding van Turkije, van Servië, van Montenegro, van Albanië, ik ben tegen de toelating van grote aantallen uit heel de wereld afkomstige migranten en ik betwijfel of de Brusselse bestuurders van hun stommiteiten hebben geleerd. Het lijkt er sterk op alsof de EU maar éen ding wil: steeds groter worden. Ik ben er bovendien tegen dat Mario Draghi met zijn eindeloze money-transfer onze pensioenen naar de gloria helpt. Ik ben tegen de vrijheden die allerlei dubieuze beleggingsmaatschappijen zich in Nederland en elders kunnen permitteren, vrucht trouwens van de Angelsaksische economische cultuur, want zo is het ook. De prijs die we voor Europa betalen is inmiddels erg hoog geworden. Maar - en zo liggen de feiten - over mijn standpunt te tobben hoef ik niet, want de gelegenheid te zeggen wat ik van Europa vind, zal ik nooit meer krijgen. De gewone burger die het zou willen, kan kiezen uit de hypocrisie van onze regering of de domheid van GeenStijl. Onze politici hadden zo weinig vertrouwen in de uitslag van een referendum over Europa, dat ze ons die kans nooit meer hebben gegeven. Dat is wel ironisch. Want ongetwijfeld zullen ze de Engelsen aanmoedigen ja te zeggen, maar hun eigen volk de kans te geven een keus te maken, zullen ze niet. Waarmee hun huichelachtigheid voor iedereen op pijnlijke wijze zichtbaar wordt. Het zijn werkelijk weerzinwekkende gluiperds. Op een moment dat ons land bezig is vol te stromen met Arabieren, zou zo'n referendum misschien ook niet zo'n goed idee zijn. Dat is waar. Want zeer veel Nederlanders zullen die stroom associëren met Europa, zoals zeer veel Engelsen dat ook zullen doen met hun toestroom uit de hele wereld. Het alternatief is de Geen Stijl-aanhang. Het zegt wel iets over het dubieuze intellectuele niveau ervan, dat ze als gelegenheid voor een referendum het verdrag met Oekraïne heeft aangegrepen. Het zijn idioten. Hoe dan ook: zie daar de keus die u hebt. Als u een nette burger bent, zoals uw dienaar, stemt u straks ja over het associatieverdrag en kunt u verder lijdzaam en zwijgend toezien hoe uw land naar de kloten wordt geholpen. Over de toekomstige uitslag van het Britse referendum kunnen we al vast éen uitspraak doen. De immense corpsbal die Boris Johnson is, gelooft blijkbaar dat het nee-kamp zal winnen, want anders had hij zich niet aan die zijde geschaard. Ik ben ervan overtuigd dat hij gelijk heeft. Ik ben er zo van overtuigd, dat ik denk dat de overwinning ervan niet eens nipt zal zijn, maar ruim, veel ruimer dan voorspeld. Schotland zou toch al binnen enkele jaren onafhankelijk geworden zijn, referendum of niet en de meeste Engelsen weten dat. Als Cameron in Europa wil blijven, zal hij aan zijn landgenoten moeten uitleggen hoe er een eind gaat komen aan de toevloed van buitenlanders. En dat zal hem niet meevallen. In Europa blijven, betekent onderworpen te zijn aan het grootste deel der Europese regelgeving, hoe dwaas die soms ook is. En het is dwaas economische immigranten dezelfde rechten te verschaffen als degenen die ze in generaties hebben opgebouwd. Dat is geen discriminatie, het is welbegrepen eigenbelang. Al Camerons medestanders zijn bovendien van het verkeerde soort, zoals ook de Nederlandse medestanders dat zijn. Het zijn de banken en de grote bedrijven, al diegenen die in het verleden hebben laten blijken dat ze schijt aan de burger hebben en die daar van de politiek hun zegen voor hebben gekregen. Het betekent dat Nederland gaat achterblijven met een Duitsland, waarvan de rol voorlopig is uitgespeeld, maar vooral met Frankrijk, Italië en Spanje, die dan eindelijk hun gang kunnen gaan en u beroven waar u bij staat.

KOFFIEDIK

zondag 26 april 2015
Voorspellingen zijn een hachelijke zaak, maar ik wil er hier, waar het geen kwaad kan, best een paar doen. Voor iemand die, zoals uw dienaar, nogal van zichzelf overtuigd is, is het een geschikt middel om te koop te lopen met zijn vooruitziende blik. Of om te demonstreren hoe 'n grote stommeling hij is natuurlijk, dat kan ook. Wel even geduld hebben. Tot nu toe heb ik het in de hierbij gaande pagina's naar mijn idee eigenlijk maar op éen punt mis gehad, namelijk in de mate waarin de Noord-Europese landen weerstand zouden bieden aan de mediterrane druk verstandige economische principes los te laten in ruil voor luchtkastelen. Daarbij dacht ik natuurlijk niet aan Nederland, dat zichzelf internationaal gezien al lang heeft afgeschaft, maar aan onze grote oostelijke buurman, waarvan de politieke rol min of meer lijkt uitgespeeld.

Welnu, voorspellen dus. Europa koerst gestaag in de richting van een toekomst met Griekenland, maar zonder Groot-Brittannië. De juistheid van het eerste deel van die voorspelling zult u vermoedelijk binnen twee maanden kunnen constateren, op die van de andere helft moet u wat langer wachten. Europa zal Griekenland niet laten gaan. In de huidige EU is de macht van de zuidelijke staten gegroeid; over de financiën wordt geregeerd door mensen die zijn opgegroeid met de economische opvattingen die daar gemeengoed zijn. Met zijn Outright Monetary Transactions en de miljarden waarmee hij zwakke economieën ondersteunt, heeft Draghi Duitsland en het Hof in Karlsruhe - en uiteraard ook Nederland - volkomen genegeerd. Een land als Italië is financieel minstens zo'n groot gevaar als Griekenland en zonder enige twijfel zou een exit van Griekenland alle aandacht onmiddellijk op de zuidelijke buurman richten. Alleen al daarom zou Italië alles doen om te voorkomen dat Griekenland uit de EU vertrekt. De EU kan zich het gezichtsverlies trouwens niet permitteren en de Grieken weten dat. Aan de val van onze Euro komt voorlopig geen eind en uw geld is buiten Europa straks niets meer waard. U kunt natuurlijk wel gewoon naar Griekenland op vakantie. De economische crisis duurt in Nederland veel langer dan u voor mogelijk had willen houden. Vooral de gewone Nederlandse burger zal daarvan het slachtoffer blijken, want de werkeloosheid gaat nog verder stijgen. Een volgend kabinet zal in elk geval bestaan uit VVD en CDA, vermoedelijk vergezeld van D'66 en de kleine christelijke partijen. Philips, dat zichzelf in de laatste jaren net zo grondig heeft opgeheven als de Nederlandse staat dat heeft gedaan ten opzichte van de EU, zal binnen enkele jaren worden overgenomen en op langere termijn grotendeels uit Nederland verdwijnen. V&D gaat binnen twee jaar toch failliet. 2 jaar lijkt me eigenlijk nog lang. De rente blijft laag, Nederlandse verzekeraars komen in grote moeilijkheden en zullen danig moeten afslanken. Binnen Air France-KLM zal het Nederlandse deel de komende jaren veel van zijn invloed verliezen en het belang van Schiphol zal op termijn navenant slinken. Wat zegt u, Ballast-Nedam? Oekraïne zal zich ermee moeten verzoenen dat het oostelijk deel in naam zelfstandig wordt, maar in feite een Russische corridor wordt naar de Krim. Poetin blijft nog vele jaren aan de macht. En het gewaagdste deel van de voorspellingen: in Engeland wint Cameron de verkiezingen. Referendum. Als Labour toch gaat regeren met de SNP, maar zonder Milliband, keren we terug naar de negentiende eeuw. Na een jaar valt het kabinet en komt Cameron weer aan de macht. Referendum. Schotland is binnen 10 jaar onafhankelijk. Hillary Clinton heeft geen schijn van kans president van de Verenigde Staten te worden. Eind 2016 zal een republikein tot president worden gekozen, naar ik vermoed Jeb Bush, al valt Rubio niet uit te sluiten.

100 JAAR LATER

donderdag 22 mei 2014
Het is - bijna honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog - een verwarrende ervaring Christopher Clarks Sleepwalkers te lezen of Margaret MacMillans The war that ended Peace. Clark stopt tussen twee rond Servië gecentreerde delen een enorm en uiterst gedetailleerd hoofdstuk over de Europese diplomatie in de laatste paar jaar voor de oorlog. Het einde van zijn boek wordt gevormd door de eerste salvo's aan het begin van de strijd, zodat België nog net een kleine heldenrol toebedeeld krijgt, maar de oorlog zelf geen enkele rol meer speelt. Zijn laatste, erg korte hoofdstuk heet, niet zonder ironie: Boots. De ondertitel: How Europe went to war in 1914, die klopt wel, beter misschien dan de titel zelf. Las ik pas niet iets over editorial overreach? MacMillans boek, dat ook al loopt tot aan het begin van de oorlog, maar dat in een soort flash forward begint met de verwoesting van Leuven door de Duitsers, lijkt me bedoeld voor een wat breder publiek en is heel wat klassieker van opzet. Het lijkt me veel Britser dan Clarks Sleepwalkers. Ze lijkt vooral de Duitsers en de dubbelmonarchie te beschuldigen. Met haar Leuvense verwoesting zet ze al direct de toon. Clarks naar mijn idee veel subtielere studie beschrijft op nauwkeurige wijze wat er op het politieke front aan de Eerste Wereldoorlog vooraf ging en is als zodanig een hoogst ouderwets boek, omdat gecompliceerde diplomatieke verwikkelingen er een grote rol in spelen, terwijl er tegelijkertijd veel aandacht wordt besteed aan de persoonlijkheid van de diplomaten en de diverse vorsten zelf. Dat is bij MacMillan eveneens het geval, al beziet ze de ontwikkelingen van veel grotere afstand en maakt ze het zich soms erg gemakkelijk. De Australiër Clark, die in Berlijn studeerde maar werkzaam is in Engeland, wijst geen schuldige aan, iets waar niet iedereen gelukkig mee lijkt. Een lezer op Amazon klaagde over het boek in een stuk waar weer honderden keren op werd gereageerd. Hij schreef dat het nauwkeurig uiteenzetten wat er is gebeurd, nog geen verklaring is. Deep historical background is just that... deep historical background. It doesn't explain HOW or WHY a particular event escalates from being a potentially resolvable diplomatic crisis into a war, it only describes the context in which this transformation occurs. En dat is natuurlijk waar. Tegelijkertijd moet je erkennen dat daar nu uitgerekend de zin der wetenschap ligt: zo nauwkeurig mogelijk laten zien wat er is gebeurd. De conclusies mag je zelf trekken. Voor wie al bijvoorbaat de schuld wilde leggen bij de Duitsers - omdat hij dat altijd al had gedacht - is het geen aangenaam boek. Want zo simpel liggen de zaken niet. Als je iemand wat wilt verwijten, komen de Fransen en de Russen eerder in aanmerking, al zwijgt Clark daar zelf over. En verwarrend is het ook nog om andere redenen. Het allereerste wat je eraan overhoudt is een diepe afkeer van Servië en van de Servische politiek, terwijl je als lezer even geleidelijk een al even diep medelijden bevangt met Oostenrijk-Hongarije. Die merkwaardige dubbelmonarchie is natuurlijk al decennialang aan een zekere revalutie onderhevig en voor Joseph Roth had ik al bewondering ver voordat hij 10 jaar geleden of zo in de mode begon te raken. En Roth lezen is een cursus Dubbelmonarchie. MacMillan is veel hardvochtiger over het ultimatum dat de dubbelmonarchie aan Servië stelde dan Clark. Ze meent dat geen zelfstandige staat de voorwaarden ervan kon accepteren. Volgens Clark echter was dat na de moord op Frans-Ferdinand in Sarajevo aan Servië gestelde ultimatum in werkelijkheid een bewijs van beschaving. Aan moderne vergelijkingen doet hij nauwelijks, maar hier doet hij het. Dat ultimatum, zo schrijft hij, is heel wat milder dan de verklaring van Rambouillet van februari-maart 1999, waarmee de NAVO eiste dat Servië-Joegoslavië zich hield aan de door haar opgelegde voorschriften met betrekking tot Kososvo. Want ook al maakt Clark er de lezer zelden op attent, dwars door alles heen loopt toch ook een heel ander sentiment, omdat onze eigen tijd soms zo opzichtig door dat verre verleden heen schijnt. Het begrip irredentisme komt zowel bij Clark als bij MacMillan veelvuldig voor. Het Servische wangedrag in de aangrenzende gebieden, de barbaarse wreedheid, het opruien van etnisch verwante groepen, het is allemaal iets wat iedereen zich nog kan herinneren van de tamelijk recente oorlog rond Kosovo, maar wat ook toen al plaatsvond. En dat uiteraard gepaard aan de wetenschap dat het land nu op de lijst staat om lid te worden van de EU. Iets waar ikzelf zeer tegen ben. Ook de wijze waarop andere Oost-Europese staten bevolkingsgroepen buiten hun grenzen mobiliseren in het eigen belang, met het risico er een burgeroorlog mee uit te lokken, is onmiddellijk herkenbaar voor iedereen die nu Rusland bezig ziet in Oekraïne. Oost-Europa is een woestenij en de Balkanwerkelijkheid is van nature explosief en voor de EU te ingewikkeld. De geschiedenis is er veel nabijer dan bij ons. Ook de ongehoord brutale wijze waarop Frankrijk er voorafgaand aan de oorlog in slaagt iedereen voor het eigen karretje van Elzas-Lotharingen te spannen, zal een ieder bekend voorkomen die de mening is toegedaan dat de EU te Frans, of gewoon te mediterraan, geaard is. Iemand als Poincaré komt er bij Clark erg slecht af. Zijn boek heeft geen boodschap, maar wie wil kan er genoeg uit leren. Timmermans en zijn Europese collega's hadden het misschien moeten lezen voordat ze naar Kiev vertrokken om daar in hun onnozelheid de val van de regering Janoekovitsj toe te juichen. Misschien had het Europa een burgeroorlog bespaard, al kan het ook zijn dat die toch al onvermijdelijk was.

DAG EUROPA!

vrijdag 4 april 2014
Denkt u ook dat Europa bij de komende verkiezingen een immense dreun zal gaan krijgen? Ik wel. Voor eens wil ik wel een paar voorspellingen doen. Ik denk dat Geert Wilders, Marine Le Pen en Nigel Farage flink zullen gaan winnen. En dat die klap niet nog veel groter uitvalt dan hij zal uitvallen, komt enkel door de onverschilligheid van hun aanhang. En ik vind ook nog dat Europa het aan zichzelf te wijten heeft. Als je niet de moed hebt serieuze keuzes aan je kiezers voor te leggen, als je je door je banken op grootscheepse wijze laat tillen, maar vervolgens alle kosten op de burger afwentelt, ook de kosten waar ze niet verantwoordelijk voor zijn, als je van hen een mate van tolerantie eist, die ze niet alleen niet wensen op te brengen, maar die niet eens realistisch is, als je alleen maar steeds groter wilt worden zonder dat dat wordt gedragen, terwijl velen - en dan vooral de zwaksten - er enkel hinder van ondervinden, dan verdien je niet beter. Het zou D'66 ernstig te denken moeten geven over de werkelijke gezindheid van het kiezerspubliek. Want die partij zal wel winnen, maar vooral omdat ze zowat een protestpartij is geworden voor al diegenen voor wie de VVD te rechts is.

ONS CAMIEL, HELP!

zondag 6 mei 2012
Zoals u wel weet ben ik CDA’ er in hart en nieren. Ik heb van huis uit een sterke hang naar het politieke midden en ben bovendien afkomstig van het platteland. Opgegroeid ben ik met de geur van mest. Ik was zelf op het congres in de Rijnhal niet voor en niet tegen de samenwerking met de PVV. Mij maakt het niet uit met wie we regeren, als we maar regeren. Ik hoor het u vragen: Nou en, wat heb ik daarmee te maken?

Dat zal ik u zeggen. Ik moet stemmen voor een nieuwe lijsttrekker. En ik weet het niet. Ik weet het echt niet. De kandidaten zijn fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, demissionair minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken, kamerlid Madeleine van Toorenburg, demissionair Staatssecretaris van Landbouw Henk Bleeker en de gewone leden Marcel Wintels, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Fontys Hogescholen en Harry Wesselink, uit Nijmegen.

Bleeker valt direct af. Eerlijk, helder, Henk! Hij wel. Zijn hoofd is te grof en zijn lippen zijn te dik. Als ik Henk zie, denk ik altijd dat hij net uit een restaurant komt waar hij te zwaar heeft getafeld, zijn handen niet van de bedienende meisjes heeft kunnen afhouden, of heeft geprobeerd af te dingen op de rekening, als hij al niet zonder te betalen is weggelopen. Net voordat hij de microfoon voor de mond gestoken krijgt, heeft hij in een hoekje nog even zacht staan boeren. Thuis laat hij zulke knetterende winden dat zijn pony’s ervoor op de loop gaan. Je hoeft niet raar te kijken als de partij met Henk nog een keer in een zedenkwestie belandt. Daarom heeft hij Jack de Vries vast ingeschakeld, de adviseur met de grote oren en de brede lach. Hebt u trouwens ooit iemand zo breed zien lachen? En hoewel ik zelf ook vind dat de prijs die je voor het mee regeren betaalt, niet hoog genoeg kan zijn: er zijn grenzen. Van Haersma Buma dan? Dubbele naam, uitgestreken hoofd, huichelaar van formaat, geboren gluiperd, nette, wat stijvere versie van Verhagen. Type ouderling dat de collectezak leegt. En dat is allemaal niet zo erg, sterker nog: dat kan heel nuttig zijn, want voor oprechtheid kopen we niets, maar de man heeft helaas geen spatje charisma. Als Van Haersma Buma begon te praten, stopte de kamer met luisteren en begon na een minuut iedereen te suffen. En dan is hij ook nog Fries. Liesbeth Spies dan? Iedereen zeurt maar over het boerkaverbod dat ze als minister verdedigde om, toen ze eenmaal demissionair was te laten weten dat ze het eigenlijk niks vond. Wat een onzin. Als CDA-lid heb je soms geen keus. Ik zeg zelf zo vaak dingen waar ik niet in geloof. Bovendien, laten we eerlijk zijn: wie draagt er in Nederland nou een boerka? En waarom zou je hem dan niet mogen verbieden? Of hem daarna weer toestaan? Nee, ze heeft twee studies gedaan, economie en rechten. En dat hebben we onlangs verboden. Waarom is Halbe Zijlstra eigenlijk geen kandidaat? Madeleine van Toorenburg dan? Interessant geval. Ze is blond, wat ikzelf erg fijn vind en ze ziet er voor een politica behoorlijk uit, zij het wel een beetje bitchy. Het eerste wat ze deed, voordat ze zich presenteerde, was naar de kapper gaan, waar ze met voorrang werd geholpen. Dat is dan weer minder. Ze liet weten: onze leden moeten iets te kiezen hebben. Het palet is bij deze aangevuld. Maar ze vond het grappig dat de koninklijke familie op 30 april met toiletpotten moest gooien. Ik was verbijsterd. Ik vond het Majesteitsschennis. Kortom: ga maar naar D’ 66! Marcel Wintels? Wintels leverde kritiek op degenen die voor de samenwerking met de PVV stemden, maar zelf stemde hij tijdens de vergadering niet mee. Tegen het Brabants Dagblad zei hij: Ik heb ook niet eens meer meegestemd. Ik stond helemaal achter in de zaal, het was natuurlijk ook een chaos. Zelf ga ik bij stemmingen ook altijd achterin de zaal staan, zodat ik goed kan zien wie er voor en wie er tegen stemt. En dan stem ik mee met de grootste groep. Zo zijn we als partij geworden wat we zijn en daar is niets op tegen. Maar Marcel werkte in de directies van allerlei hogescholen, is nu voorzitter van de Raad van Bestuur van Fontys Hogescholen, en redde als interim-bestuurder Amarantis, het onderwijsconglomeraat dat met een tekort van 92 miljoen vanwege speculaties failliet dreigde te gaan. Marcel heeft bij het Ministerie van Onderwijs 19 miljoen losgekregen, bij de VO-Raad 5 en bij de MBO-raad 3. En nu heeft ABN-Amro weer vertrouwen genoeg om de per 30 april opeisbare 50 miljoen om te zetten in “een toekomstig bestendige financiering.” Maar ROC Midden-Nederland weigerde al mee te betalen aan de redding van een concurrent en ook andere organisaties zien er een gevaarlijk precedent in. Ik ben van mening dat alle onderwijsbestuurders moeten worden gearresteerd en naar een veenkolonie gestuurd om turf te steken, inclusief Marcel Wintels. Harry Wesselink ten slotte? U kent hem mischien niet, maar Harry is berucht in de partij. Harry heeft rechten gestudeerd, maar kwam niet verder dan zijn kandidaats en hij was jarenlang leraar Maatschappijleer. Dat is het vak waarmee onze jongeren worden voorzien van munitie tegen onze normen en waarden. Hij heeft, zegt hijzelf, zijn handen niet vuil gemaakt aan de PVV. Harry liep op het CDA-congres rond in een t-shirt met de tekst: Mauro moet blijven. Aan De Volkskrant liet hij weten dat hij een “toeristisch recreatiebedrijf” runde en “een asielzoekerscentrum.” Harry is kortom een onbenul, en dat is niet erg, want die hebben we genoeg. Maar Harry is levensgevaarlijk. Hij zegt gewoon wat hij denkt. En dat kunnen we echt niet hebben.

En nu, wat moet ik nu? Ik weet het echt niet. Er zit maar éen ding op: in godsnaam: Camiel! Red ons! Ik zie je nog salueren! U kunt altijd op mij rekenen! zei je, met tranen in je ogen. Waar blijf je nou?

RED ONS NIET VAN GRIEKENLAND,
RED ONS VAN DE BANKEN!

zondag 15 mei 2011
Als een vertegenwoordiger van de partij waar ik nu al zo lang op stem, iets zegt over de economie, is dat per definitie dom, of gewoon naïef, daar ben ik nog niet over uit. Dan is hij de mening toegedaan dat privatisering en vrije markt de oplossing zijn voor alle problemen. Bedrijfsleidingen, industriëlen, banken, hedgefunds en beleggers waar ook ter wereld zijn het met hem eens. Doe je ooit met publiek geld gefinancierde nutsbedrijven weg aan wie er het meest voor betaalt, privatiseer je zorg en je woningbouwverenigingen en als het even kan ook nog het onderwijs. En wat ontstaan er dan? Nieuwe monopolies die de prijzen gaan bepalen van diensten en producten, en die moeten worden ingetoomd door de Autoriteit Financiële Markten. Wat gebeurt er met je land? Het wordt het duurste van Europa en het heeft geen enkele van de basisvoorzieningen die veel andere landen nog intact pogen te houden meer in eigen hand. Verneukt, bedrogen, opgelicht en bestolen door een managersklasse die zich tussen de burger en zijn instellingen heeft gewurmd, is iedereen er wel bij gevaren, behalve degene die alleen maar klant is en verder niets. En zo raakte de burger klem tussen de moloch der geprivatiseerde instellingen, de bedrijven, en zijn overheid die zich van dezelfde technieken bedient, en die zelf net zo wordt gewurgd door een plethora aan eisen van de burger die op de vlucht is voor alle drie.

Maar goed, wat zegt Laurens Jan Brinkhorst dan? Laurens Jan? Ja, dat kan ik ook niet helpen, al had ik niet gedacht ooit nog te stemmen op een partij waar iemand lid van is die Laurens Jan heet, of Boris trouwens, of Thom, Medy, Lousewies of Boele. Laurens Jan is ex-staatssecretaris, ex-minister (twee keer) en vond de missie naar Uruzgan zo ’n goed idee dat hij dreigde met aftreden als zijn partij er niet mee akkoord ging, hetgeen maar weer bewijst dat intelligentie en scherpzinnigheid niet per se hetzelfde is. Misschien dacht Laurens Jan dat Afghanistan een soort Wassenaar is. En zeker, er is ook veel groen. Het plaatst zijn andere opvattingen in een dubieus daglicht, maar de ene stommiteit bewijst nog niet de ondeugdelijkheid van zijn andere ideeën. Wel zou je je kunnen afvragen of die hem wellicht zijn ingegeven door zijn persoonlijke omstandigheden. Laurens Jans dochter trouwde in bij het koningshuis en hij woont in Brussel. Zijn wereld is die van het private equity, waar ook zoon Marius zijn geld verdient, van de advocatenkantoren, adviesraden en curatoren, van de Raad van State, van het bergbeklimmen in de Himalaya en Ecuador. Hij is het type voor wie alle opvattingen, in tegenstelling tot die van u en mij, gratis zijn. In zijn ideologie is het scheppen van werk een taak voor een vrije markt die naar hartelust zijn gang kan gaan en die de burger zegent met een hamburgerbaan waar iedereen wel bij vaart, behalve degene die hem vervult. Laurens Jan is, net als ik, een voorstander van Europa, zij het op een andere manier. Hij verdient er zijn geld aan en ik betaal voor mijn idealen. Hij is inmiddels hoogleraar Europees recht, maar het idee dat Europa het ook wel eens mis zou kunnen hebben, komt niet bij hem op. Checks and balances, Laurens Jan, want zo zul je dat wel noemen. Checks and balances!

Het is tijd dat moedige politici opstaan. Politici moeten durven zeggen dat elkaar redden de enige mogelijke oplossing is. Nederland is rijk geworden dankzij Europa. De schulden van de probleemlanden moeten gesaneerd worden en dat moeten de rijke landen doen. Die moeten daarvoor betalen. Daarnaast is verdere Europese integratie nodig. Als we niet allemaal samen hangen, hangen we apart.

Ik heb de citaten uit een interview met NRC (zaterdag 14 mei) geknipt en aan elkaar geplakt. Alleen de laatste zin, die Laurens Jan in het Engels sprak, heb ik vertaald. Ervan afgezien nu dat de vooronderstelling dat Nederland rijk is geworden dankzij Europa maar moeilijk te bewijzen valt, net zomin trouwens als het tegendeel, heb ik er toch mijn twijfels over. Nederland was niet alleen al rijk voor de komst van de euro, Nederland was rijker, en dat dan vooral dankzij ons aardgas. Na de recente bijeenkomst van Europese socialisten in Oslo, waar de Britse denktank Policy een tweedaagse bijeenkomst van Europese sociaal-democraten had georganiseerd, verschenen op de laatste dag de weinige resterende Europese socialistische bewindslieden ten tonele. Wie dan? De Ierse vicepremier, de Servische premier Boris Tadic en de Griekse premier Papandreou. De Spaanse Zapatero ontbrak. Alleen de socialistische premier van Noorwegen, Jens Stoltenberg, zat erbij als held en de rest als bedelaar. Noorwegen is het enige beschaafde land dat zich nog een centrum-linkse regering kan permitteren. Het is geen EU-lid en sprong, misschien omdat het Nederland als voorbeeld had van hoe het niet moest, verstandiger om met de aardolie waar het land over beschikt dan wij deden met ons aardgas. Dat raakt op, terwijl in oorsprong Nederlandse multinationals en grote bedrijven met de bijbehorende technische know how in handen zijn geraakt van buitenlandse ondernemers. Laurens Jan hecht niet aan dat soort onzin. Hij gelooft niet in het belang van de nationale staat. Europa kent geen grenzen meer! Een beetje zoals Maxima er niet in slaagde de Nederlandse identiteit te vinden, inderdaad.

Maar ja, zolang er dankzij die geborneerde, minder internationaal georiënteerden onder ons nog grenzen bestaan, moeten er eerst landen worden gered. Dat zijn helaas precies dezelfde landen die altijd al gered moesten worden en die we bovendien al een keer hèbben gered, namelijk door ze toe te laten tot de eurozone. Voordat we dat deden, redden ze zichzelf door regelmatig hun munt te devalueren. We gingen er goedkoop op vakantie, want de zon scheen er in die tijden nog vaker dan bij ons, en we kregen er snoepjes als wisselgeld of van grote getallen voorziene rare briefjes die waren uitgegeven door lokale banken. Ik heb er nog tientallen liggen. Wij beleefden daar veel plezier aan en de bewoners van die landen ook, zij het minder. Belasting betalen deden ze er niet en een flink deel van de economie was zwart. Nee, dat is in elk geval niet veranderd. Hoe dan ook: het kapitaal dat ze met het toetreden tot de euro gratis en voor niets verwierven, hebben ze er inmiddels doorheen gejaagd, een beetje zoals wij dat hebben gedaan met ons aardgas. Nu zijn ze weer blut en moeten we ze nog een keer redden. Want devalueren kan niet meer. In plaats daarvan devalueren we nu allemaal een beetje. Nou ja, eerst alleen een beetje. Daarna meer. Tot na Griekenland Ierland aan de beurt is, en daarna Portugal. En elke keer devalueren we een beetje. Het geld dat we bijstorten om de banken in de gelegenheid te stellen Griekenland te redden, nadat ze er eerst kapitalen aan hebben verdiend door ze in problemen te brengen, en ze daarna ook in de gelegenheid te stellen Ierland te redden, en Portugal, dat geld betalen wij, in een steeds verder groeiende staatsschuld, die onze overheden dwingt tot steeds verder gaande bezuinigingen.

Denkt Laurens Jan, onze voormalige private equityman, echt dat we een land moeten redden? Houdt hij zo van Griekenland? Vooruit: laten we aannemen dat hij het echt vindt. Ik hoor het hem al zeggen en Jan Kees van Financiën ook: het gaat lukken, deze keer eisen we stevige garanties. We gaan ervoor zorgen dat ze zich nu echt aan de regels houden. Lief hoor. Even terzijde: als dat je de eerste keer, op een zo fundamenteel moment, niet is gelukt, denk je dan werkelijk dat het nu, ten tijde van een serieuze crisis, wel gaat gebeuren? Maar ik zou hem pas echt geloofd hebben, als hij zich over de landen die hij moet redden minder zorgen had gemaakt dan over de banken die wij moeten redden. En als hij zijn vrije markt had opgetuigd – want zo wordt dat in zijn kringen genoemd - met regelgeving die het onmogelijk had gemaakt dat onze financiële instellingen - de enige die er wel bij zijn gevaren dat landen als Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje nu in nood verkeren - ons geleidelijk wurgen, zodat het niet Griekenland is dat we redden, maar dezelfde banken die ons zonodig de duimschroeven aanzetten als het goed gaat, om vervolgens – adding insult to injury (sorry) - aan te kloppen als het mis loopt. Wat is de prijs die de financiële instellingen betalen voor het geld dat ze dankzij onze vrije markt kunnen verdienen, en dat ze van ons krijgen als dat niet lukt? Waarom permitteren die banken zich wat de gewone burger niet mag: je billen branden zonder op de blaren te zitten? Erger nog: waarom branden zij hun billen, maar zitten wij op de blaren? Wie redt ons eigenlijk van die banken, Laurens Jan? En wie hangen er eigenlijk alleen, als we niet samen hangen?

ZWAKTEBOD

vrijdag 4 februari 2011
Zelfs op de zo keurige school waar ik werk, komen klassen voor die maar moeizaam te disciplineren zijn. Kom ik zo’n klas tegen, omdat ik er bijvoorbeeld wat lessen moet vervangen, dan ga ik ongeremd tekeer, wordt het vanzelf weer rustig, en krijg ik vervolgens een boze brief van de directie. Die aanpak is dus niet voor iedereen weggelegd. Ze werkt alleen voor oude, bijna dode docenten. De voor de afdeling verantwoordelijke, jonge en enthousiaste conrectrix is er inmiddels toe overgegaan de ergste leerlingen uit zo’n klas een contract voor te leggen: ze zetten hun handtekening, en verplichten zich ertoe voortaan hun boeken mee te nemen, zich als engeltjes te gedragen, hun huiswerk te maken, nou ja, u kent dat wel. Het feit dat ze zich bij onze school hadden aangemeld, was blijkbaar exclusief die voorwaarden.

Vanwaar deze associatie? Ooit kwam Europa de euro overeen, met een bijbehorend stabiliteitspact om de munt te garanderen. Het brave Nederland stapte in met een te lage koers, sommige landen sjoemelden zich naar binnen, andere overtraden binnen de kortste keren de regels met betrekking tot het begrotingstekort, en ondertussen werden wij massaal door de middenstand geflest. En toen kwam de crisis. Er werd een fonds opgericht om de ergste overtreders te redden, en al doende onze eigen banken, die tot aan hun nek in de obligaties van die landen zaten, maar na Griekenland en Ierland kwam toch Spanje in het vizier van de financiële vrije jongens. Hoewel er een steunfonds werd opgericht van 750 miljard, bleef de situatie bedreigend, misschien ook omdat de landen die er gebruik van konden maken, het ook mee dienden te financieren. Hoe dan ook, dezelfde financiële vrije jongens die ooit zoveel geld hadden verdiend aan de grootste EU-zondaars, bleven waarschuwen: het fonds was niet geloofwaardig. En als Spanje viel, was die 750 miljard bovendien niet genoeg, en zou zodoende de Europese vastbeslotenheid ongetwijfeld opnieuw worden getest. Dat heeft de EU zich aangetrokken.
Want nu is er een verdergaand plan, een soort contract eigenlijk, dat tot stand is gekomen onder auspiciën van Duitsland en Frankrijk. We weten allemaal: als die twee iets bedenken, gaat het door. Wat ze ook bedenken. De Europese Unie zal dus veel verdergaande eisen stellen aan de deelnemende landen: het betreft pensioenregeling, belastingwetgeving voor ondernemingen, loonkostenontwikkeling, financieringstekort, enzovoorts. Duitsland is om. Want in ruil daarvoor zal er ongetwijfeld een nog veel groter fonds worden opgezet om toekomstige behoeftigen te ondersteunen. Het ligt voor de hand te denken dat Duitsland, en in het kielzog daarvan ook Nederland, aan de financiering flink zullen bijdragen. Maakt u zich zorgen over onze pensioengelden? Zo'n vaart zal het niet lopen. Ik hoor het Jan Kees zeggen. Eigenlijk is er, nadat de eerste versie niet werkte, een tweede, verdergaande versie van het stabiliteitspact in elkaar gezet. Sommige landen hebben dat blijkbaar al zien aankomen, en zijn begonnen hun financieringstekort aan te pakken, op een wijze die je als dubieus zou kunnen aanmerken, bijvoorbeeld door de pensioenregeling die in commerciële handen was, te nationaliseren. ING kermt (tot nu toe) in stilte. Maarre, hadden die EU-zondaars, om zich te houden aan de in het eerste stabiliteitspact gestelde eisen, de voorwaarden die nu in het tweede worden opgesomd, al niet moeten naleven?

Daarom moest ik eraan denken. Wat ik met die brief van de directie heb gedaan? Die heb ik ongelezen weggegooid. Ik wist per slot van rekening al wat erin stond. Waarom zou ik hem lezen? Zijn de contract-leerlingen van de betreffende klas nu zoet, of zien de anderen, die niet getekend hebben, daar een soort permissie in om zich ook te gaan misdragen? Wat is dat eigenlijk voor een contract?

TOT ZWIJGEN GEDOEMD

zondag 14 november 2010
In de New York Review of Books (16, Vol. LVII) schrijft Michael Tomasky een behartigenswaardig artikel over de Amerikaanse politiek, en de problemen waar de democraten in verzeild zijn geraakt: The elections: How bad for the democrats? Tomasky is de hoofdredacteur van de Amerikaanse, alleen on-line leesbare versie van het Britse dagblad The Guardian en publiceert met regelmaat in de New York Review. Ik citeer er een paar alinea's uit.

In American politics, Republicans routinely speak in broad themes and tend to blur the details, while Democrats typically ignore broad themes and focus on details. Republicans, for example, speak constantly of "liberty" and "freedom" and couch practically all their initiatives - tax cuts, deregulation, and so forth - within these large categories. Democrats, on the other hand, talk more about specific programs and policies and steer clear of big themes.
There is a reason for this: Republican themes, like "liberty" are popular, while Republican policies often are not; and Democratic themes "community", "compassion", "justice" are less popular, while many specific Democratic programs - Social Security, Medicare, even (in many polls) putting a price on carbon emissions ­ have majority support. This is why, when all else fails, Democrats try to scare people about the threat to Social Security if the GOP takes over, as indeed they are doing right now.
What Democrats have typically not done well since Reagan's time is connect their policies to their larger beliefs. In fact they have usually tried to hide those beliefs, or change the conversation when the subject arose. The result has been that for many years Republicans have been able to present their philosophy as somehow truly "American" while attacking the Democratic belief system as contrary to American values. "Putting us on the road to European-style socialism" for example, is a rhetorical line of attack that long predates Obama's ascendance - it was employed against the Clintons' health care plan as well.
But now consider the specific problems facing Obama, a mixed-race (but visibly black) man with an exotic name and a highly atypical biography for a president. Add in also the greatest economic crisis in eight decades, and governmental responses to the crisis that, to an energized and organized right wing, seem to smack of socialism. One result is that we have a new faction, the well-financed Tea Party movement that has been able to arrogate to itself practically every symbol of Americanism and to paint the President, his ideas and policies, and his supporters as not merely un-American but actively anti-American. In a Newsweek poll released in late August, nearly a third  of Americans actually agreed that it was "definitely" or "probably" true that Obama "sympathizes" with the goals of Islamic fundamentalists who want to impose Islamic law around the world."
In the face of all this, it seems not to have occurred to a single prominent Democrat, from Obama on down, to say something like: We love our country every bit as much as they do, and we believe patriotism means expanding access to health care, protecting the environment, and imposing effective new rules on Wall Street. Democrats have thus crippled themselves by adapting comparatively limited ideas of legitimate political action, and by ceding to Republicans the strong claim of love of one's country.
This is not the sort of thing that is measured by polls, but I believe the Democrats' hesitance to tie their programs to larger beliefs has been demoralizing to liberals and confusing or off-putting to independents. The impression is left with voters that Republicans are fighting for the country, while Democrats are fighting for their special interests. The pre-presidential Obama powerfully made this kind of broad, patriotic appeal, both at his 2004 convention keynote address and in his stirring Jefferson-Jackson Day speech in Iowa in November 2007. But any sense that the Democrats are now making a coherent argument about what kind of country they want has vaporized. Underneath all the Democrats' bickering about such issues as health care and the performance of Tim Geithner, that is their real problem.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom Obama op de vuilnisbak aan laster die over hem is uitgestort, niet heeft gereageerd met een serieus weerwoord. Obama is in het verleden een voortreffelijk spreker gebleken, die de meeste professionele tekstschrijvers ruimschoots de baas is. Nadat hij van zijn voorganger een oorlog heeft geërfd waar hij zelf tegen was, en een andere heeft moeten voortzetten waar hij evenmin in gelooft - alleen maar om zijn vaderlandse geloofspapieren te tonen - nadat hij is overvallen door een financiële crisis waarvoor de partij die hem nu te vuur en te zwaard bestrijdt verantwoordelijker is dan de zijne - al scheelt dat niet heel veel - moet hij nu ook nog kritiek van een persoonlijker soort doorstaan. En toch zwijgt hij. Ik begrijp best dat hij niet kan zeggen: "Jullie zijn eigenlijk gewoon een stelletje ordinaire racistische rednecks." De rechtse republikeinen zouden niets liever zien. Want achter hun kritiek gaat de opvatting schuil dat Obama er, als zwarte, zwarte standpunten op na houdt. Alleen al de schijn van het verwijt dat de Tea party een deels racistische gelegenheidscoalitie is, zou fataal zijn. Ik geloof helemaal niet dat er veel Amerikanen zijn die echt denken dat Obama een moslim-fundamentalist is. De opvatting lijkt me vooral bedoeld als provocatie, in de hoop dat Obama een keer uit zijn presidentiële rol valt. Ze is vooral een bewijs van kwaadaardigheid. En ik denk dat Obama dat weet, en daarom zwijgt.

Maar Obama zou wel iets anders kunnen doen. Hij zou kunnen laten zien dat de opvattingen van zijn tegenstanders, indien ze tot politiek beleid zouden worden verheven, slecht zouden zijn voor veel gewone Amerikanen. Hij zou kunnen aantonen dat veel van de standpunten die ze aanhangen worden gepropageerd met groot geld, dat afkomstig is van dubieuze groeperingen, die allemaal zijn gelieerd aan rechtse republikeinse financiers, die in dezelfde kwesties ook zakelijke belangen hebben. En hij zou er de namen bij kunnen noemen, want die zijn ook bekend. Het zou zo nu en dan geen eenvoudig verhaal zijn, maar een goed spreker zou het kunnen. En als hij in zo'n toespraak dezelfde retorische capaciteiten zou ontplooien als in - bijvoorbeeld - zijn acceptatiespeech, en dezelfde ernst, maar dit keer gepaard aan oprechte verontwaardiging, dan geloof ik dat zo'n toespraak indruk zou maken. En het komt me voor, dat zelfs als dat niet zo zou zijn, ze voor degenen voor wie ze niet bedoeld is, namelijk voor al diegenen die op hem gestemd hebben, of daarover hebben geaarzeld, als wake-up call zou kunnen dienen. Ik geloof dat hij bij zo'n toespraak niets te verliezen zou hebben. Maar ik vrees desondanks dat het er niet van zal komen. Niet alleen omdat er in de intellectueel Obama te weinig straatvechter zit, maar ook omdat zoiets in de politiek blijkbaar als not done wordt beschouwd. In de kringen waarin hij verkeert, zal het hem worden afgeraden. Beroepspolitici hebben vaak de verkeerde instincten. Toen Bill Clinton tijdens zijn tweede termijn door Kenneth Starr werd achtervolgd vanwege het Lewinsky-schandaal, zou hij ook blijven zwijgen. En ook toen schaamden republikeinen zich nergens voor. Eigenlijk is er in Amerika al twintig jaar lang een soort binnenlandse oorlog aan de gang, waarbij de Republikenen nergens voor terugdeinzen, en de democraten er alleen in slagen de macht te veroveren als een Republikeins president zo jammerlijk faalt als Bush junior deed.

DER PROZESS

maandag 4 oktober 2010
En dan is vandaag ook nog het proces tegen Geert Wilders begonnen. Dat had natuurlijk niet mogen gebeuren. Wie is die idioot die het zo ver heeft laten komen? Stemde hij soms op de PVV?
Wilders is lid van de Tweede Kamer, vertegenwoordigt iets wat lijkt op een politieke partij (maar het niet is), kan onbekommerd spreken van zijn kamerfractie en heeft net als elk individu het volste recht een beroep te doen op de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. En dan heeft het ongeluk - sinds het besluit tot strafvervolging is genomen - ook nog gewild dat hij een regeringscoalitie gaat gedogen en betrokken is geweest bij de totstandkoming van een regeerakkoord. Heeft bij het OM niemand dat voorzien?
Ik herinner me nog hoe ik me heb geërgerd aan de uitspraak van het Amsterdamse Hof van Justitie over de moord op Fortuyn. Die zou het democratisch proces niet hebben geschaad, zo luidde het vonnis. Wat gebeurt er als je iemand vermoordt die wellicht de premier van Nederland had kunnen worden? Nee, dat is waar, we zullen het nooit weten. Maar ik had toch het stellige vermoeden dat het democratisch proces wel degelijk was geschaad. En nee, ik heb nooit gestemd op Fortuyn, en evenmin op Wilders. De Nederlandse rechterlijke macht lijkt soms het spoor aardig bijster, en voor het OM geldt hetzelfde. Want de afloop van dit laatste proces is voorspelbaar. Het kan er alleen maar toe bijdragen dat Wilders populairder wordt. Waarom zou je trouwens het Christendom wel mogen beledigen en de islam niet? Doe dat rare anti-discriminatie-artikel eindelijk eens weg. Haatzaaien! Geert Wilders, die ertoe in de gelegenheid wordt gesteld, staand voor het gerechtshof te zeggen: het lijkt wel alsof ik tegenover een collega van D'66 sta in de Tweede Kamer. Wat een ongelofelijke kneuzen allemaal! En dan spreken de journalisten over een verrassende ontwikkeling. Hoe dom kun je zijn?


HEERLIJK

p>vrijdag 1 oktober 2010
We zijn weer terug, en het is nog veel leuker dan ik ooit had kunnen denken. Eerst niet over rechts, want zonder het CDA, daarna niet over links, vervolgens toch over rechts, met het CDA, en daarna niet over rechts, vanwege het CDA, maar uiteindelijk toch weer over rechts, dankzij Klink, en ondanks Beatrix. Het worden gouden tijden. Dit is alleen de formatie! De regering moet nog verschijnen. Maxime Verhagen, de man die ooit een cursus Engels volgde eer hij zich rijp achtte voor het ministerschap, heeft zich opgewerkt tot de verpersoonlijking van de CDA-ziel die wel met de PVV wilde samenwerken, zonder erop te stemmen, maar toch vooral van de velen die dat wel deden. En dat alles met een misleidende, zeer zachte G. Wat vindt de Alblasserwaard daar eigenlijk van? Na elk gesprek controleert Geert de inhoud van zijn portefeuille. Rutte, die blijkbaar namens zijn partij, onbekommerd spreekt van een rechtse samenwerking. Ik heb bij Mark altijd de indruk dat hij, zodra hij in beeld is, zijn best doet ernstig en volwassen te kijken, in de hoop natuurlijk dat wij hem serieus nemen, om zodra de camera afgaat, in een daverende corporale lach uit te barsten. Ik wist wel dat de VVD al lang niet meer liberaal is, maar ik vind het toch fijn dat hij het gewoon zegt. En dan is er de tobberige Job, die nog maar zelden in beeld komt, maar dan steeds gekwelder kijkt. Over piketpaaltjes horen we hem niet meer. Jammer, want ik vond het erg fijn als hij het weer eens zei.

STEMMEN EN KIEZEN

1

donderdag 15 september 2010
In 1971 werd de stemgerechtigde leeftijd verlaagd naar 18 jaar, en bovendien de opkomstplicht afgeschaft. Het was zodoende het eerste jaar dat ik kon stemmen, en ofschoon het dus niet hoefde, deed ik het toch, en de partij waarop ik stemde, de PvdA, werd gelijk de grootste. In 1998 stemde ik voor het eerst D’66, en die partij verloor van de weeromstuit onmiddellijk 10 zetels, waarna het lange tijd niet veel beter gegaan. Ergens tussen die twee jaren ben ik blijkbaar flink uit de mode geraakt. En dat terwijl me toch al een beetje schaamde voor mijn stem op D’66, want de partij leek me eigenlijk een soort VVD, maar dan in een wat ouderwetsere, liberale versie. Ik had bovendien het idee dat die D’66-stemmers allemaal aan de Amsterdamse grachten woonden. En ik woon dan wel in Amsterdam, en nog aan het water ook, maar niet aan een gracht. Ik moet zodoende iets hebben gedacht als: zie je wel, begin je nu al te verrechtsen! Of anders: nou ja, op je 47ste mag dat wel. Noch mijn stem op de PvdA voor 1998, noch die op D’66 erna was trouwens erg van harte.

Ik vraag me soms af of ik een politieke partij niet beschouw als een soort voetbalclub, die je steunt door dik en dun, ongeacht hoe de ploeg in kwestie speelt. En het is zodoende misschien wel veelzeggend dat ik, hoewel ik ben opgegroeid in de nabijheid van de Kuip, al heel vroeg de Meer was toegedaan, terwijl ik me, misschien juist daarom, meer ergerde aan Ajax dan ik ooit aan Feyenoord had gedaan. Want thuisgevoeld bij een politieke partij heb ik me ik me nooit, en lid was ik evenmin. In de programma’s kon ik moeiteloos de plekken aanwijzen, die me niet bevielen en me ervan weerhielden mijn stem van ganser harte af te geven. En ofschoon ik vind dat persoonlijke sym- en antipathieën geen rol mogen spelen bij je politieke keus, omdat je stemt voor een programma, boezemden veel andere mensen die dezelfde keus maakten als ik, me zo nu en dan toch een flinke afkeer in, wat eigenlijk paradoxaal is. Als het je niet uitmaakt op wie je stemt, waarom zou je je dan ergeren aan degene die net zo stemt als jij? In mei 2002 was ik in Frankrijk en zag daar in een stembureau een groepje jonge kiezers met allemaal een knijper op de neus. Ze stemden Chirac, om te verhinderen dat Le Pen president zou worden, want die had in de voorrondes Jospin uitgeschakeld. Dezelfde avond zag ik trouwens op het Franse nieuws als eerste item dat Pim Fortuin was vermoord. Hoe dan ook, zo erg dat ik een knijper nodig had, was het bij mij niet, maar helemaal van harte ging het nooit.

2

Ik kom uit een in oorsprong gereformeerd arbeidersgezin, waarmee ik – even voor de duidelijkheid – bedoel te zeggen dat genoemd gereformeerd karakter gaandeweg, al tijdens mijn jonge jaren, flink aan slijtage onderhevig was. Inderdaad: secularisatie, ontzuiling. De kerken liepen leeg en aan de christelijke scholen die ik doorliep, viel weinig christelijks meer te ontdekken. Voor zover ik me ervan bewust was, vond ik het niet erg. En hoewel mijn eigen goede oude vader, naar ik vermoed - want erover praten deed hij niet – toch zijn leven lang christelijk heeft gestemd, eerst AR, en daarna CDA, meende ik dat ik, gezien mijn afkomst, min of meer de verplichting had de sociale klasse waaruit ik afkomstig was, trouw te blijven. En het Christendom leek me van mijn milieu geen geschikte exponent. Een reden te meer voor mijn stem zou lange tijd het feit zijn dat ik mede dankzij de sociaal-democratie een universitaire opleiding kon volgen, maar meer dan 25 jaar duurde die dankbaarheid blijkbaar niet. Desondanks twijfelde ik ook voor die tijd soms aan de politiek die de sociaal-democraten volgden en ik hield er op sommige onderdelen ook toen al andere opvattingen op na. Eigenwijs ben ik altijd geweest. Dat neemt niet weg dat ik in essentie oprecht geloofde in de kern van de idealen die de PvdA uitdroeg, toen uitdroeg, moet ik zeggen. Dat doe ik nog steeds.

3

Het is goed te beseffen dat de PvdA in de jaren zeventig en tachtig veel linkser was dan nu. De hele wereld was linkser dan nu. Ikzelf was ook linkser dan nu. En veel van mijn vrienden waren weer linkser dan ik, ten bewijze waarvan ze hun haar nog langer lieten groeien ook. Ik vond al snel dat het me niet stond, want zo was ik wel. Ik begreep nooit goed waarom zoveel van mijn medestudenten - die toch uit veel betere milieus kwamen dan de arbeidersjongen die ik was - veel radicaler links waren dan ik, die, zo vond ik, daar eigenlijk meer reden toe had dan zij. Bij die vrienden betrof het aanvankelijk vooral communisten, SP'ers en PSP'ers, die de PvdA rechts noemden, allemaal de lof der Sovjet-Unie zongen, en soms ook van China, zich verzetten tegen de Vietnam-oorlog, en uit dien hoofde in één moeite door hun afkeer adverteerden van de Verenigde Staten, die ze zagen als de bron van alle kwaad, terwijl ze vaak ook nog sympathiseerden met toen bloeiende bewegingen in Duitsland en Italië, als de Rote Armee Faktion en de Brigate Rosse. De vijandigheid jegens Duitsland - West-Duitsland nog toen - was veel sterker dan nu. De Duitsers hadden na de oorlog geweigerd schoon schip te maken, en dat werd hun aangerekend. Die Raf, die had het wel een beetje bij het rechte eind, en ze was het verdiende loon van een land dat de eigen fouten niet onder ogen had willen zien. Tegelijkertijd was Oost-Duitsland erin geslaagd zich los te maken van het Nazi-verleden. Zo luidden in elk geval de algemene opvattingen. Veel PvdA'ers hadden soortgelijke sympathieën.

Van dergelijke onzin moest ik toen ook al niks hebben. Eén bezoek aan de DDR volstond om te beseffen dat de boeren- en arbeidersstaat daar een in gietijzer gegoten totalitair bewind had opgebouwd. Bij een bezoek aan  Buchenwald, in 1985 nog, werd door de gids die ons rondleidde het woord joden niet eens in de mond genomen. Het kostte moeite met burgers aan de praat te raken, maar bij de weinigen met wie het lukte, stond de angst zo nu en dan in de ogen te lezen. In het Italiaanse Siena viel een flinke groep carabinieri het café binnen waar ik zat en werd iedereen aan den lijve gevisiteerd. Het was 1978. Ik mompelde iets over fascisten. Ik was wel jong, maar niet jong genoeg meer voor zulke domheid. Toen ik het café verliet, stond de carabiniere tegen wie ik me mijn opmerking had laten ontvallen, te wachten. En ik herinner me nog zijn uitzinnige woede. Terwijl hij met zijn vinger afwisselend in de eigen borst priemde, en die van mij, schreeuwde hij: “Io non sono un fascista, sono un communista. Qui, c'è una guerra.” Hier is het oorlog. Dat zijn leerzame ervaringen. Het heeft lang geduurd voordat ik de zo ingewikkelde Italiaanse werkelijkheid met enig succes doorzag. Die carabiniere vond ik achteraf wel sympathiek, maar in het algemeen had ik voor degenen die nog in jaren '70 en '80  communist waren, geen begrip. Ook dat is niet veranderd.

Het ongeluk wilde dat ik, al mijn linkse vrienden ten spijt, nogal een lezertje was. Op mijn eenentwintigste las ik het net verschenen Let history Judge van de gebroeders Medvedev, en sindsdien ben ik altijd geïnteresseerd gebleven in de Russische geschiedenis en ook in de Russische literatuur. Dat viel me trouwens wel op aan al die andere, nog linksere kameraden. Een boek lezen deden ze nooit. Zelfs Solzjenytsin kenden ze niet. Tegelijkertijd was ik, met name door mijn vader dan, opgevoed met een diep respect voor onze Amerikaanse bevrijders. Ook over Amerikaanse  geschiedenis heb ik van jongsafaan gelezen. Ik was dan wel kritisch jegens de Amerikaanse politiek van de jaren zeventig - Vietnam, midden-Amerika, Chili, Argentinië - maar het ontbrak me tegelijkertijd aan de romantische opvattingen over de Sovjet-Unie, die toen zo alom aanwezig waren. Ik veroordeelde de Vietnam-oorlog, maar vond toen ook al dat de informatie die dat standpunt mogelijk maakte, juist van Amerikaanse zijde afkomstig was, iets wat ik hogelijk bewonderde, terwijl het tegelijkertijd, zo viel me op, aan elke serieuze nieuwsbron van de andere kant ontbrak. Sinds 1974 ben ik geabonneerd op de New York Review of Books, en toen daarin de eerste artikelen verschenen van William Shawcross over wat er bezig was te gebeuren in Vietnam, en daarna in Cambodja, artikelen die mij zeer geloofwaardig voorkwamen, en waarvan de feitelijke  juistheid al gauw kwam vast te staan, weigerden velen daar toch geloof aan te hechten. Ze vonden het Amerikaanse propaganda. Geloven deden ze het, naar ik vrees, pas toen ze, veel later, The Killing Fields zagen. Een en ander neemt niet weg dat ik nog in 1981, halfhartig maar toch, meemarcheerde in de grootste demonstratie ooit in Nederland gehouden, die tegen kernbewapening. Dat was achteraf ook naïef. Ik wantrouwde de Sovjet-Unie uit principe, maar besefte niet hoe ver die kon gaan in haar pogingen de westerse publieke opinie te beïnvloeden. En dat terwijl er ook in Nederland wel media waren die daarvoor waarschuwden, maar dat waren rechtse media en die leken me vooringenomen. Ook dat was naïef.

Toen ik studeerde, tussen 1972 en 1980, was bijna iedereen die ik kende, dus links. Rechts was beslist uit de mode. Wat het corps was, wist ik niet eens. Letterlijk niemand die ik kende, was rechts, of kwam daar in elk geval voor uit. Maar ook in het universitaire milieu week ik enigszins af. Ik meende dat veel van de studenten wel erg nadrukkelijk het eigenbelang behartigden, en dat maakte me wantrouwig over de houdbaarheid van hun opvattingen. Ik vreesde dat met het veranderen van hun belang, hun standpunt mee zou veranderen. Als een van de zeer weinigen op mijn faculteit afkomstig uit een arbeidersgezin, had ik niet de neiging daar met de gekleurde bril naar te kijken die al mijn medestudenten, zelf afkomstig uit heel wat bemiddelder omgeving dan ik, standaard droegen, samen met de gaten in de kledij overigens, die van hun solidariteit met de onderklasse blijk moesten geven. Waar ik vandaan kwam, kon je je geen gaten in je broek permitteren. Ik vond mijn afkomst niets om me voor te schamen, hoewel ik dat zo nu en dan toch deed, maar ook niets om trots op te zijn, ofschoon ik die neiging soms niet kon weerstaan. Ondertussen had ik ook nog een hekel aan Den Uyl, in wie ik moeiteloos de dominee herkende, van wie ik me al jaren geleden had losgemaakt, overigens zonder dat het een gevolg was van een persoonlijke en moeizame strijd. Maar, zoals gezegd, met de idealen der sociaal-democratie leek me niks mis.

4

Sinds 1980 ben ik werkzaam in het onderwijs. Het kan wel zijn dat arbeid adelt, maar ze leert je ook de werkelijkheid kennen in haar ruwste gedaante. En het heeft me dan ook altijd dwars gezeten dat de voornaamste reden om de PvdA te verlaten, de talloze, elkaar met hardnekkige regelmaat opvolgende plannen tot vernieuwing van het onderwijs waren. In veel ervan geloofde ik niet. Ze leken me schadelijk, voor het onderwijs zelf, voor de kwaliteit ervan, en dan juist voor degenen wier belang de PvdA pretendeerde te behartigen. Want ik was ervan overtuigd dat zij als eersten het slachtoffer zouden worden van die politiek. Ik heb me vanaf het begin tegen veel van die plannen verzet, en was daarin – zeker aanvankelijk –  praktisch een eenling. Geërgerd heeft me mijn politieke keus, waar ik vind dat persoonlijke belangen eigenlijk geen rol mogen spelen in je politieke keuze. En zeker, dat zullen veel mensen wel naïef vinden. Ik ben me ervan bewust. Ik vind datzelfde – even bewust – nog steeds. Misschien ben ik toch nog een beetje gereformeerd gebleven.
Politiek dient de zwakkeren in de samenleving te beschermen, dient iedereen gelijke kansen te bieden, en iedereen op gelijke wijze toegang te bieden tot een aantal essentiële voorzieningen, zoals onderwijs en  ziekenzorg. Een beschaafd maatschappelijk systeem verdient die naam pas als eenieder het idee heeft dat hem, als hij per se zou willen, in elk geval recht zou kunnen worden gedaan, en dat, als dat niet gebeurt, de verantwoordelijkheid daarvoor bij hemzelf ligt. Politiek zou als doel moeten hebben een menswaardig bestaan te verschaffen aan iedereen die daarnaar streeft. De mate waarin een samenleving daarin slaagt, bepaalt haar niveau van beschaving. Ik vind dit overigens platitudes.

Ik heb me echter ook altijd gerealiseerd dat politieke opvattingen betaalbaar moeten blijven. En wellicht ben ik op dat punt niet altijd even realistisch geweest. In het dagelijks leven heb ik hetzelfde probleem: dingen kosten altijd meer dan ik van tevoren vermoed. Want de toegang tot zulke voorzieningen is geen vanzelfsprekendheid of automatisch recht. Ik ergerde me in de jaren zeventig en tachtig aan de zelfgenoegzaamheid waarmee zulke opvattingen desondanks werden verkondigd. Wellicht speelde ook mijn achtergrond een rol, in het simpele besef dat dingen gewoon bekostigd moeten worden, en dat er een soort natuurlijke grens is aan hetgeen je als staat allemaal kunt betalen. Wie nooit iets heeft betaald, kan zijn rechten niet automatisch doen gelden. Ik ergerde me danig aan de vele mensen die in de jaren '70 en '80 een beroep deden op uitkeringen. In de sector waarin ikzelf werkzaam was, gebeurde dat met een gemak dat me toen al bedreigend leek voor het in stand houden van zulke voorzieningen, en ik vond het te voorzien dat er ooit, in de toekomst, een moment zou komen, waarop dat gemakkelijk geëiste recht ten koste zou gaan van anderen die daar meer aanspraak op konden doen gelden. Ik maakte me bovendien zorgen over het voortdurende oplopende begrotingstekort, maar zonder daaruit vooralsnog een conclusie te trekken. En daarin was ik lange tijd niet de enige. Want ik kon er mezelf niet toe brengen om die reden op een  andere partij te gaan stemmen. Ik uitte mijn ergernis wel, en werd daarom al gauw voor rechtser versleten dan gemiddeld, maar dat was ik wel gewend.

In de jaren '80 begon ook – eerst nog voorzichtig – de politiek der privatisering. Waar de VVD dat programmapunt van oudsher op de agenda had staan, raakten geleidelijk ook linkse partijen in de ban van de strijd tegen de, wat nog heette staatsmonopolies, al was het maar omdat het voorlopig een onuitputtelijke bron van inkomsten kon worden voor een overheid die op alle fronten geld uitgaf. Hoe ver het beleid in dezen uiteindelijk zou strekken, was me bij lange na niet duidelijk, zoals ook de effecten daarvan moeilijk te voorzien vielen. Ook de toevloed van wat nu – maar toen nog niet - allochtonen heetten, baarde me niet echt zorg, en dat terwijl ik een deel van mijn studietijd heb doorgebracht in de Bijlmer. Ik heb altijd gevonden dat een zo welvarend land als Nederland ruimhartig moet zijn in zijn bejegening van de minder fortuinlijken. Voor de asielpolitiek vond ik dat in nog veel sterkere mate gelden. Wat in je eigen individuele bestaan geldt, geldt ook voor de staat waar je toe behoort: wie op de vlucht is voor geweld, dien je te helpen. Ik behoorde bepaald niet tot degenen die zich vanaf het begin zorgen maakten over de toevloed van degenen die volgens dat principe werden opgevangen, en ben pas veel later tot het inzicht gekomen dat die toevloed wel degelijk zorgelijk zou kunnen worden, domweg omdat de schaal waarop het gebeurde, te omvangrijk was om nog te kunnen financieren. Dat inzicht drong pas tot me door toen zichtbaar werd, dat die toevloed uiteindelijk alleen nog een economische reden had, los stond van humaniteit, terwijl gezinshereniging niet meer was dan een smoes. Op den duur kan die toevloed bedreigend zijn voor het welvaartsniveau van je eigen land, en dan bedoel ik niet eens mijn eigen, individuele welvaartsniveau, maar alweer dat van de zwakkeren uit het eigen samenleving, die in elk geval zelf, of via hun ouders, hebben bijgedragen tot het ontstaan van de voorzieningen waar ook nieuwkomers zonder recht een beroep op doen. Tegelijkertijd vond ik de wijze waarop de extreem-rechtse partijtjes die bezig waren te ontstaan bejegend werden, deels door degenen die op dezelfde partij stemden als ik, onverstandig. Ik geloof heilig in de vrijheid van meningsuiting, en dan ook nog in een zo breed mogelijke interpretatie daarvan. Het verbieden van ideeën is altijd dom. De veroordeling van Janmaat voor zijn uitspraken, tot aan de Hoge Raad, in 1999, heeft me altijd geërgerd. Tien jaar later nog zei een anonieme rechter van het betreffende hof: “voor die tijd was het gepast” en: “er was toen helemaal geen opwinding over.

5

Als ik na zoveel jaren terugkijk op die periode uit de 20e eeuw, dan zijn er twee punten te noemen waarop ik een verstandiger oordeel had moeten vellen. Op het gebied der economie heb ik te lang gedacht dat de bomen tot in de hemel groeiden. En mijn oordeel over de toevloed van migranten is te coulant geweest. Ik vermoed - al met al - dat ik wat dat betreft typerend ben voor veel leeftijdgenoten, en ook voor de velen die uiteindelijk de PvdA vaarwel hebben gezegd, zij het dat die vaak naar rechts zijn gegaan, en ik niet.

Indien ik ergens een punt moet vinden, waar ikzelf de PvdA  verlaten heb, is dat 1997. In dat jaar nam ik naast mijn abonnement op De Volkskrant een abonnement op NRC, een krant die ik lange tijd voor rechts had versleten, overigens zonder hem te lezen. Ja, zegt u dat wel. NRC leek me een krant voor een milieu waar ik van huis uit niet toe behoorde. Het was geloof ik Kees Fens, die ooit beschreef hoe hij, terwijl hij met de verkeerde krant liep aan wat hij als de verkeerde kant van een Amsterdamse gracht beschouwde, aan zijn vader moest denken, die zijn hoofd zou hebben geschud, als hij het had gezien. Een vriendin die de moed had bij me in te trekken, en ontdekte dat ik De Volkskrant las, zei verrast: “Hé, ik dacht dat je intelligenter was.” Zelf dacht ik soms: Het enige wat er nu nog aan ontbreekt, is dat je VVD gaat stemmen. Het werd dus D’66, dat na de verkiezingen weer gewoon toetrad tot het eerste paarse kabinet, het tweede kabinet Kok, zodat mijn stem er niet veel toe deed. Een paar jaar later zegde ik De Volkskrant op. Ik vond de krant inmiddels op allerlei punten zo dogmatisch, dat ik me er voortdurend aan ergerde. De Volkskrant propageerde al jarenlang met grote hardnekkigheid de onderwijsvernieuwingen die ik zo verafschuwde. De krant wordt van oudsher veel gelezen door onderwijsgevend personeel, en ik ben ervan overtuigd dat de tunnelvisie van de onderwijsredactie in hoge mate heeft bijgedragen aan het invoeren ervan. Afgezien daarvan bleek twee kranten teveel. Het was de tijd dat de Volkskrant van zaterdag in twee delen op twee verschillende tijdstippen moest worden bezorgd, zo dik was hij. Al met al vermoed ik wel, dat ik eerder ben geweest met mijn inzichten dan veel anderen, die Pim Fortuin nodig hadden om eindelijk hun eigen stem terug te horen in het maatschappelijk debat. Maar zeker, ook later dan heel wat anderen. Ja, dat is waar. Erg gemiddeld is het allemaal wel.

6

Inmiddels ben ik – ik schreef het al - in geen enkele politieke partij meer echt thuis, alhoewel ik nu dus al weer vele jaren D'66 stem. Tolerantie vind ik uiteindelijk meer waard dan geld. De vrijheid te zeggen wat je denkt, en te kunnen denken wat je wilt, is het allerhoogste goed. Ik wil daar best voor betalen. Maar de liberale economische opvattingen van D'66, en die van vele andere Nederlandse partijen komen me voor extreem naïef te zijn. De manier waarop hier nu al een decennium lang wordt geprivatiseerd, terwijl de halve Nederlandse economie geleidelijk in handen is geraakt van bedrijven uit landen waar men een minder onnozele, en heel wat welbegrepener opvatting heeft van het eigenbelang, lijkt me op langere termijn schadelijk. De opwinding over het opdoeken van Organon in augustus 2010 vond ik hypocriet. In de Nederlandse politiek bestaat er al jaren een grote mate van eensgezindheid over de wijze waarop hele sectoren van onze economie worden rijp gemaakt voor een soortgelijke kaalslag. Bedrijven verkopen betekent het uit handen geven van techniek en middelen, en vervolgens de beslissingsbevoegdheid daarover. In tijden van nood weet je dan bijvoorbaat wat er met die bedrijven gebeurt. En dat terwijl er maar zeer weinigen zijn, die van zo’n proces profiteren, en alle anderen eronder lijden. Ik vind de manier waarop hedgefondsen te werk gaan, al even schadelijk. Dat Alpinvest (een vehikel van onder andere het Nederlandse ABP) bij voorkeur elders dan in Nederland werkzaam is, bewijst dat de investeerders dat zelf ook weten. Plunderen doen we alleen in het buitenland. Wetsvoorstellen waarbij het verboden wordt, gekochte bedrijven op te zadelen met een schuldenlast, of het vastgoed te verkopen, zouden door de grote politieke partijen als wereldvreemd worden beschouwd. Maar de winsten die dergelijke fondsen boeken, zijn onnatuurlijk hoog, op het perverse af, en ze gaan vaak ten koste van de alledaagse economie. Ze zijn bovendien eenmalig. Je kunt elk bedrijf maar één keer leeghalen. Wie erna komt, heeft pech. In het geval van Alpinvest staat daar nauwelijks een serieus risico tegenover, althans niet van de zijde der investeerders zelf. Het risico is voor de pensioengerechtigden. Ook de verkoop van Essent door de Nederlandse aandeelhouders vond ik kortzichtig, erger nog, ronduit dom. Maar de aandeelhouders waren het grotendeels eens, en konden de verleiding van het grote geld niet weerstaan.  

De toenemende invloed van de EU, waarvan het lidmaatschap door de meeste Nederlanders nog steeds als positief wordt beschouwd, heeft ook vervelende trekjes. Ik zie lang niet altijd in waarom een staat die overtuigd is van de juistheid van zijn eigen rechtspleging, die zou moeten opgeven terwille van een Europese versie. De rechters van het Europese Hof van Justitie komen deels uit landen waar rechtvaardigheid nog een problematische zaak is. En voor het Straatsburgse Europese Hof voor de Rechten van de Mens geldt iets soortgelijks. Wat heeft Rusland daar te zoeken? Sommige Europese besluiten houden geen rekening met Nederlandse eigenaardigheden, die, net als ons pensioenstelsel, getuigen van een wijsheid waar veel medelidstaten geen boodschap aan hebben, omdat ze die zelf nooit hebben betracht. Het Duitse Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe is op dat punt aanzienlijk kritischer, en naar mijn idee terecht. Ik geloof in de beschavende invloed van de Europese Unie. Maar hoewel ik bij het referendum over de zogenaamde Europese grondwet ja heb gestemd, heeft het me toch geërgerd dat de Nederlandse politiek, in casu de Raad van State, het niet nodig heeft gevonden een tweede te organiseren. Ik vond dat laf en ondemocratisch. Verbazen deed het me overigens niet. De Raad van State heeft nooit uitgeblonken door moed en intelligentie. Dat deden de meeste leden toen ze nog politiek actief waren evenmin. Die hele Raad van State is trouwens een malle instelling. Hoe dan ook, mensen veranderen hun opvatting niet als hun de gelegenheid wordt ontzegd zich uit te spreken. Het zou de grote partijen gesierd hebben als ze de EU verdedigd hadden, want daar is meer dan genoeg reden voor. Van het CDA viel op dat punt toch al niets te verwachten, maar van de PvdA was het woordbreuk. Wat eruit blijkt, en dat is pas echt navrant, is dat degenen die zulke besluiten nemen, zelf niet echt geloven in de EU. Overigens vormt de in wezen coulante wijze waarop de EU de financiële crisis denkt aan te pakken, een herhaling van de fouten die de grote Nederlandse politieke partijen maakten in de jaren zeventig en tachtig, toen die onbekommerd de tekorten lieten oplopen. Het boekhoudkundige geknoei van landen als Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en Ierland, zet de economische solidariteit binnen de EU in toenemende mate onder druk. En op termijn zou de wijze waarop sommige mediterrane landen de problematiek rond hun begrotingstekorten oplosten, kunnen leiden tot een hernieuwde crisis. De EU zou daar veel strenger in moeten zijn. Je kunt niet oneindig papier blijven bijdrukken.

Dat de PvdA in het kader van een steeds verder gaande globalisering der economie, en in het kielzog van bijvoorbeeld het Engelse Labour, is gezwicht voor een vorm van linkse politiek waaraan nog nauwelijks iets links te ontdekken valt, is volgens mij een enorme fout. Je kunt wel privatiseren, maar wat is de zin van zo’n beleid, als er daarnaast eerst een gigantische en geldverslindende bureaucratie in het leven moet worden geroepen voor de administratieve afhandeling en de controle, terwijl de betrokken managers graaien wat ze kunnen, waarna - adding insult to injury - de voormalige monopolisten zich ten slotte ook nog ontwikkelen tot nieuwe monopolisten, die samen met andere de markt verdelen, waarbij ze er nadrukkelijk voor zorgen dat ze onbereikbaar blijven voor hun klanten. Ik heb nooit begrepen waarom in het jaar van de financiële crisis Wouter Bos tot politicus van het jaar werd gekozen. Bos heeft niets gedaan om de uitwassen die tot de crisis leidden, in te tomen, integendeel, hij was een overtuigd aanhanger van het beleid dat de er de grondslag voor legde. En hij was er een trouw verdediger van, al was het alleen maar uit angst om voor sociaal-democraat te worden uitgescholden. Of Bos nou om gezinsredenen is opgestapt of niet, door zijn aftreden is hij erin geslaagd te voorkomen dat hij op dezelfde manier besmet raakte als Wellink, want hij was net zo verantwoordelijk. Na de verkoop van ABN-Amro zei hij, en ik heb de opmerking daarna nooit meer geciteerd gezien: “Het enige waar ik me zorgen over maak, is de sponsoring van Feyenoord en Ajax.” Even ter toelichting: Feyenoord werd gesponsord door Fortis, en Ajax door ABN-Amro. Dat Wellink nog zit waar hij zit, vind ik schandelijk. Maar als Bos zijn opvolger wordt, is dat net zo erg. Dat Zalm zonder gewetensproblemen plaats kon nemen in Scheringa’s DSB, zegt veel, niet alleen over de morele opvattingen van de gemiddelde bankier, maar ook over zijn kennis van de werkelijkheid. De PvdA zou er goed aan doen terug te gaan naar de bron, maar niet dan na eens goed te hebben onderzocht waar haar ideologie is gestrand. Om die vervolgens opnieuw, en intelligenter toe te passen. Dan kan de partij in één moeite door gelijk het begrip publiek (bijvoeglijk naamwoord) opnieuw definiëren. Misschien moeten de partijleiders ter inspiratie Tony Judt eens lezen. Ill fares the land of zo.

Het ongenoegen over de toevloed van allochtonen, dat lange tijd werd onderdrukt door een soort intellectuele repressie, met name van linkse zijde - ongeveer op dezelfde wijze als de staat Israël iedereen antisemiet noemt die zich verzet tegen zijn officiële politiek - werd ten slotte gemobiliseerd door Pim Fortuin, en wordt nu verder uitgebuit door Geert Wilders, met een hardnekkigheid die ik een betere zaak waardig vind. Elke discussie over de redenen waarom de PvdA op dit moment niet de juiste formules vindt (zo noemen de partijgangers het), en die voorbijgaat aan de ooit aangehangen standpunten met betrekking tot de immigratie van die partij, is tot mislukken gedoemd. Ik vind achteraf ook dat ik op dat punt naïef ben geweest, en dat ik zodoende geen recht van spreken heb als het er omgaat de schuldigen aan te wijzen. Want van schuldigen is er welbeschouwd sprake. Wie hier woonachtig was, kon geleidelijk de problemen zien ontstaan, en politici horen verder te kijken dan hun kiezers. Maar dat deden ze niet. Ik vind dat de enorme toevloed van Turken, Marokkanen, Surinamers, en wat dies meer zij, voor grote problemen heeft gezorgd, en dat Nederland er enorm door is veranderd, en voor een deel niet ten goede. De kosten ervan zijn immens, en om dat uit te rekenen heb ik Geert Wilders of Pieter Lakeman niet nodig. Anderzijds, dezelfde ontwikkelingen hebben in heel Europa plaatsgevonden, en overal heeft dat tot soortgelijke problemen geleid. Waren de Nederlandse politici niet zo snugger, voor die elders gold blijkbaar hetzelfde. Ik hoop maar dat er geleidelijk een assimilatie zal plaats vinden die de grootste problemen oplost. Daarbij is het zaak ervoor te zorgen dat de migranten zo snel mogelijk, en in zo groot mogelijke aantallen, dezelfde belangen krijgen als de autochtone Nederlanders.
Maar veel mensen die hun directe omgeving ingrijpend hebben zien veranderen, en de velen die dat alleen maar vrezen, zijn het stadium der vergevingsgezindheid blijkbaar voorbij. Al diegenen die werken in sectoren van de economie waar de allochtone aanwezigheid het zwaarst weegt, die de gevolgen daarvan elke dag ondervinden, die zijn nog maar moeilijk te overtuigen van welke positieve zin der migratie ook. En al diegenen die de gevolgen voelen van bezuinigingen die mede het gevolg zijn van de hoge kosten die de integratie van groepen migranten met zich mee brengen, die nemen geen genoegen meer met goede bedoelingen. In sommige sectoren van het onderwijs is de situatie wanhopigmakend, en de oplossingen van de problemen zouden erg veel geld kosten. En dat is er niet. Een berichtje in NRC meldde gisteren, donderdag 16 september 2010, dat het bezoek van leerlingen aan Havo’s veel groter is dan verwacht, terwijl de aantallen voor het VMBO teruglopen. Bij de mogelijke verklaringen kwam de enige juiste niet aan bod. Veel ouders weigeren nog langer hun kinderen naar een VMBO te sturen, waar allochtone leerlingen de sfeer en het leerproces bepalen. Wie stemt op Geert Wilders, hoopt blijkbaar de geschiedenis terug te kunnen draaien. Maar wat Geert Wilders biedt, lijkt eerder op wraak, dan op gerechtigheid. Dat zijn kiezers hem alles vergeven, zijn dwaze standpunt met betrekking tot Israël, zijn economische ideeën, en het gemak waarmee hij die standpunten loslaat als dat nodig is, als hij dan tenminste in godsnaam maar optreedt tegen de migratie, verraadt hoezeer de PVV een éénpuntspartij is. Als de urgentie van dat ene punt minder wordt gevoeld, is het met Geert gedaan.

En de andere partijen? De SP vind ik een populistische club, met een fout verleden, en te eenvoudige oplossingen. Groen Links ontbreekt het op de meeste punten aan realisme, maar niet waar het ging om Irak en Afghanistan, want dat waren kostbare en zinloze interventies waar Nederland zich nooit bij had mogen aansluiten. Ik ben voor kernenergie, zolang er geen andere oplossingen worden gevonden. Windmolens vind ik kostbare en modieuze domheid. Ik wil niet vegetarisch worden. Ik wil geen land prijsgeven aan de natuur: wij zijn een klein land, met erg veel mensen, maar we zijn geen reservaat. Het is dwaasheid geen rekening te houden met een toekomstige noodsituatie omdat op dit moment alles goed gaat: een land moet in zijn eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Trouwens, over fout verleden gesproken. En het CDA? Die partij is al jaren op zoek naar zichzelf en Balkenende was daartoe de juiste man op de juiste plaats: een man zonder eigenschappen die meer dan gemiddeld reden had zichzelf te vinden, natuurlijk zonder dat het hem ooit is gelukt. De VVD? Het is de partij van vroegoude jongeren, van het eigenbelang, van de middenstand, van de winkelier, de industrieel, van degene die zijn eigen welstand als maatstaf der dingen ziet. Daar is niets op tegen, maar hoewel het algemeen belang er niet door wordt geschaad, wordt het er evenmin erg door gediend. De huidige PvdA ten slotte is naar mijn idee helemaal geen PvdA meer. Samen met zoveel andere partijen kruipt ze in een midden waar ze de kiezer vermoedt, en ook hier lijkt Job Cohen me de juiste man. Hij is per slot van rekening bij uitstek de man van het midden, en net als Jan Peter zegt Job nooit iets wat je zelfs maar zou willen onthouden. Visie? Welke visie? Zelf vindt Job dat niet nodig. Hij denkt dat het genoeg is als een politicus bestuurt en de dagelijkse zaken afhandelt. Job denkt eigenlijk dat hij nog steeds de burgemeester is, voor wie management by speech volstaat. Stiekem hoopt hij van Nederland één groot Amsterdam te maken. Nou ja, het kan erger. Maar ook veel beter.