SEURAT IN HET KRÖLLER-MÜLLER


woensdag 11 juni 2014
In het Kröller-Muller in Otterlo loopt van 23 mei tot 7 september 2014 een tentoonstelling met werk van Georges Seurat en met dat van degenen die door de makers ervan zijn navolgers worden genoemd. De expositie is, zoals wellicht enigszins te verwachten, een tamelijk bescheiden affaire. Al het grote en echt bekende werk immers hangt in belangrijke musea en het viel niet te verwachten dat die hun beroemde werk zouden uitlenen. Ik ga ervan uit dat u weet waar ik het over heb. Seurats Dimanche sur la Grande Jatte hangt in Chicago, zijn Poseuses in Philadelphia, zijn Baders in Asnières in Londen. Het Kröller-Müller beschikt zelf over Le Chahut en kreeg van Orsay Le cirque te leen. De Franse kunstinstanties waren zelf laat met hun bewondering voor Seurat en in Parijs zult u zodoende evenmin veel belangrijk werk van de schilder aantreffen. Wat het Kröller-Müller laat zien is een tamelijk heterogeen geheel, waarbij de nadruk ligt op het pointillistische werk van Seurat, vooral het deel dat hij maakte aan zee. Met dat alles wil ik geenszins zeggen dat u nu maar thuis moet blijven, want dat is niet zo. Er hangt aardig wat soms prachtig tekenwerk van Seurat en dat alleen al is een reden om naar de Veluwe te vertrekken, eerder nog - als u me vergeeft dat ik zo brutaal ben - dan het daar nu getoonde schilderwerk. En ook verder valt er veel te genieten, omdat het museum de vaste collectie flink heeft aangepast en er veel te zien is wat er normaliter niet hangt. Ik ga u in bijgaand stukje om uw eetlust op te wekken bijna alleen maar werk laten zien dat niet op de expositie aanwezig is. Het museum is van dinsdag tot en met zondag geopend en op feestdagen van 10.00 tot 17.00 uur. De beeldentuin sluit om 16.30 uur. De toegang tot de tentoonstelling bedraagt € 8.70, al moet u er daarbij rekening mee houden dat u voor de toegang tot het Nationaal Park De Hoge Veluwe per persoon ook nog eens € 8.70 betaalt en dat u, mocht u de brutaliteit hebben per auto te verschijnen, voor uw voertuig ook nog eens € 8.70 betaalt. Kortom, met zijn tweeën en met de auto: bijna 35 euro. Erg bescheiden is dat niet, voor iets wat toch een Nationaal Park heet te zijn. Krijgt u wel een beeldenpark cadeau, dat is zo.

Tentoonstellinguitgave Seurat. Jooren, M., Veldink, S. en Berger, H., Seurat. Verschenen ter begeleiding van de gelijknamige tentoonstelling in: Otterlo, Kröller-Müller Museum, van 23 mei tot 7 september 2014. Otterlo, Kröller-Müller Museum, 2014. ISBN: 978-90-73313-29-3 (Nederlandstalig, Paperback, 144 pagina's). Prijs: € 23.95. ISBN: 978-90-73313-28-6 (Engelstalig). ISBN: 978-90-73313-30-9 (Franstalig) Van een catalogus in de gebruikelijke zin van het woord is geen sprake, want de publicatie heeft geen catalogusdeel en wat er op de expositie hangt, kunt u alleen vaststellen aan de hand van een hoofdstukje met bruikleengevers van twee pagina's achterin. Eigenlijk is de uitgave gewoon een monografie van Seurat. Voor de door mij gebruikte literatuur verwijs ik u naar de bibliografie.

Seurat, Tentoonstellinguitgave

01 Laat me maar beginnen met de mededeling dat ik het tekenwerk van Seurat veel mooier vind dan zijn schilderwerk, al vind ik sommige onderdelen daarvan ook prachtig, maar uitgerekend nu weer niet wat het allerberoemdst is en al helemaal niet dat late pointillistische werk met al die zeegezichten bij Gravelines en Port-en-Bessin, al zit ook daar mooi werk bij. Dat is geen snobisme, of ijdeltuiterij, ik vind het gewoon. Want hoewel Seurat natuurlijk wordt beschouwd als de man van het pointillisme, doet die karakterisering hem geen recht. De makers van de tentoonstelling zeggen in hun uitgave over Seurat - en ze schrijven het ook op de website van het musem: Seurat is de uitvinder van het neo-impressionisme. En dat is gewoon een ander woord voor zijn pointillisme. Dat wordt trouwens ook wel divisionisme genoemd, of luminisme. Feit blijft naar mijn idee dat, als je Seurats totale werk bekijkt, dat pointillisme wel bijzonder is, maar dat het deel van zijn werk dat in die stijl is gedaan, niet per se het mooiste deel ervan vormt en misschien ook niet het meest karakteristieke. Dimanche sur la Grande Jatte is een bijzonder schilderij en wie het voor het eerst ziet, zal er beslist van onder de indruk zijn. Toen het in 1886 op de achtste en laatste tentoonstelling van onafhankelijke schilders hing, baarde het dan ook veel opzien. Pisarro was ervan ondersteboven en vertelde dat aan Degas. Die zei alleen: Maar is het zo groot Pisarro. Veel schilders waren op dat moment op zoek naar nieuwe wegen. Het impressionisme, zelf nog een relatief recente term, van het begin van de jaren '70, werd inmiddels met een kritisch oog bezien. Het werd als te vormeloos beschouwd, als te ongetekend, te gemakkelijk en als een soort truc. Helemaal terecht was dat verwijt niet, want je moest het wel eerst leren gebruiken. Zola schreef desondanks: Tegenwoordig is iedereen impressionist. Aan het begin van de jaren '80 sloeg Renoir een andere weg in en keerde terug naar de klassieken. Zijn vaste kopers raakten er danig van in de war. Renoirs op het eerste gezicht verrassende bewondering voor Cezanne kwam daaruit voort. En dat was nog iemand die op zoek was naar vormvastheid. Van Gogh verscheen en stoorde zich niet aan de bestaande stijlgeboden, Gauguin sloeg een andere richting in. En Pisarro was zo diep van Seurat onder de indruk dat hij hem direct begon te imiteren. Al de bewegingen in de richting van een verder gaande abstractie die daar in deze periode uit zouden ontstaan, worden met éen verzamelterm post-impressionisme genoemd. En dan waren er ook nog de symbolisten, die merkwaardige (en fascinerende) Redon, en tal van schilders die de dagelijkse werkelijkheid op de korrel namen, in een academische stijl, die toch was getint door dat impressionisme. Het is naar mijn idee dan ook enigsins kinderachtig Seurat te beschouwen als uitvinder van een nieuwe schilderstijl, temeer daar die stijl het resultaat was van een veel gezamenlijker streven dan met zo'n term wordt gedekt. Het ergste is nog dat het Seurat geen recht doet, want dat blijkt gewoon een heel goede schilder en tekenaar, wiens vroege verscheiden een groot verlies voor de kunst betekende. Dat pointillisme van Seurat kan niet veel meer zijn geweest dan een doodlopende weg en ik vermoed dat Seurat daar ook van overtuigd zou zijn geraakt, als hij tijd van leven had gehad. Hij was 31 toen hij stierf. En ik vind het jammer dat uitgerekend kunsthistorici die beter zouden moeten weten, doen alsof dat wel zo is. Dat neemt allemaal niet weg - ik schreef het al - dat de tentoonstelling de moeite van het bezoeken meer dan waard is, als is het alleen al omdat Seurats werk zo zelden op deze schaal te zien is. Maar een representatieve uitsnede? Nou nee.

01 Foto: Georges Seurat, 1859-1891. Ongedateerd. Fotograaf onbekend. Bron: Rewald 1990

Georges Seurat

02 Seurat wordt in 1859 geboren in Parijs en is afkomstig uit een milieu bourgeois, zoals dat in het Frans zo mooi heet. Misschien zouden wij zeggen de gegoede burgerij. De vader (1815) was gerechtsdeurwaarder, de moeder (1828) huisvrouw, zoals dat in die omgeving toen nog hoorde. Er is een oudere broer, Émile, en nog een oudere zus, Marie-Berthe. Een paar jaar na de geboorte van Georges verhuist het gezin naar Boulevard Magenta. Seurat volgt tot zijn zestiende de middelbare school en zou rond 1875 echt zijn begonnen met tekenen en schilderen. Maar het vroegste werk dat van hem bekend is, een kopie naar werk van anderen, dateert al uit 1874. Dan is hij dus 15. Het vroegste werk op de tentoonstelling in Otterlo dateert voor zover ik heb kunnen vaststellen uit 1883. Hoe dan ook: in maart 1878 wordt hij als nummer 67 van de 80 toegelaten tot de Academie van Beeldende Kunsten en komt hij terecht in het atelier van Henri Lehmann (1814-1882), waar hij maar éen jaar zal werken.

02 Foto: [L'atelier Lehmann à l'Académie des Beaux Arts, ancienne collection Mlle Yolande Osbert, Seurat sixième debout, à gauche] Het atelier van Henri Lehmann op de Academie van Schone Kunsten, voormalige collectie van Yolande Osbert. Georges Seurat (1859-1891) is de zesde van links in de onderste rij, staand. Ongedateerd. Fotograaf onbekend. Bron: Cachin/Herbert 1991

Het atelier van Henri Lehmann, met Seurat

03 Een jaar later bezoekt hij nog de vierde impressionistische tentoonstelling en ziet er werk van Caillebotte, Degas, Monet en Pisarro. Vanaf augustus 1879 is hij een jaar lang dienstplichtig in Brest. Hij keert niet meer terug naar de academie. Blijkbaar was hij ontevreden over zijn opleiding en besluit hij het verder in zijn eentje te rooien. Wel houdt hij na zijn terugkeer in november 1880 het atelier aan dat hij aan rue de l'Arbalète deelt met een vriend, die hij bij Lehmann had leren kennen, Aman-Jean, terwijl hij vanaf 1882 ook nog een atelier heeft aan rue de Chabrol, dat hij vermoedelijk heeft tot 1886. Beide locaties bevonden zich vlakbij rue Mouffetard. Daar zullen een paar van zijn belangrijkste werken ontstaan. Seurat wordt traditiegetrouw natuurlijk geassocieerd met wat altijd pointillisme wordt genoemd, of luminisme, of divisonisme. Een kriticus, Félix Fénéon (aan wie Rewald zijn studie over Seurat opdroeg), noemde wat Seurat deed Neo-Impressionisme. Vandaar dus. Al die -ismes komen op hetzelfde neer. Seurat bouwt een tijd lang zijn schilderijen op uit los naast en over elkaar gezette punten in naar eveneens altijd wordt gezegd complementaire kleuren. Ik schreef het al: aan het begin van de jaren '80 van de negentiende eeuw zijn tal van schilders op zoek naar nieuwe wegen. Het impressionisme wordt door velen inmiddels als faciel beschouwd en alom wordt er gezocht naar een vormvaster soort kunst. Cezanne doet dat en ook Renoir en Van Gogh en Gauguin. En wat er dan ontstaat, wordt met een algemene verzamelterm wel eens post-impressionisme genoemd. Daarbij gaat het dus om een aantal bewegingen die in hun verzet wel wat gemeenschappelijks hebben, maar verder sterk verschillen. Ik vermoed dat Cezanne daarbij een belangrijke rol speelt. Diens populariteit was in de jaren '90 groeiende bij de jonge schilders. De handelaar in verf die père Tanguy in eerste instantie was, had er in zijn piepkleine winkeltje genoeg van staan. Signac kocht er heel wat werk van hem en toen eind december 1898 Vollard probeerde diens Cezannes te kopen, weigerde die, op éen een klein stilleven na, dat hij ruilde tegen een vrouwenhoofd van Renoir, twee aquarellen van Jongkind en... een Seurat.

Seurats pointillisme is daar maar een klein onderdeel van, terwijl binnen zijn werk het niet allemaal pointillisme is wat de klok slaat. En eigenlijk is tekenaar voor wat Seurat met contékrijt doet, ook geen goed woord. Want echt tekenen is het niet. Seurat schept met een diagonale kras of met krinkelende lijnen volumes in allerlei tinten zwart, tamelijk scherp omlijnde volumes zelfs, wat je van een stippelaar niet zou verwachten; en of hij dat doet in conté of in olieverf, maakt niet veel uit. Rewald die bijgaand werk toont, zegt er niets over. Maar ook anderszins blijkt dat Seurat zijn inspiratie mede ontleent aan de grootstedelijke omgeving waarin hijzelf ook verblijft. Dit zou een Seinekade kunnen zijn, met een man die er over de balustrade heen leunt. In hoeverre de man invalide is (zoals een ondertitel doet vermoeden), valt nauwelijks vast te stellen. Maar wat u er verder ook van vindt - ik vind het erg mooi - met pointillisme heeft het niets van doen. En dat geldt voor de geschilderde versie net zo.

03 Georges Seurat (1859-1891) [Homme au parapet, l'invalide] Man aan een borstwering, de invalide, ca. 1881. Contékrijt, 24.15 x 15.55 cm. Privécollectie. Bron: Rewald 1990 p. 28

Seurat, Man aan een borstwering, de invalide. 1881

04 Georges Seurat (1859-1891) [Homme au parapet, l'invalide] Man aan een borstwering, de invalide. 1881. Olieverf op linnen, 24.85 x 16.20 cm. Privécollectie. Bron: Rewald 1990 p. 29.

Seurat, Man aan een borstwering, de invalide. 1881

05 Tegen het einde van de zomer van 1881 bezocht Seurat samen met een vriend, Aman-Jean, Bourgogne, en wel het gebied tussen Avallon en Vézelay. Aman-Jean heette voluit Amand-Edmond Jean (1858-1935) en Seurat maakte een jaar later een prachtig getekend portret van hem. Van het verblijf in Bourgondië zijn we op de hoogte via Seurats tante, Anaïs Haumonté, die er in brieven aan haar dochter, van 19 september en 8 oktober 1881 naar verwijst. Ook Corot en Daubigny werkten in de omgeving. Corot schilderde er bijvoorbeeld zijn Oevers van de Cousin. Het lijkt me geen toeval dat Seurat zo vaak werkt op plekken waar ook voorgangers actief waren. Zo werkt hij ook bij Honfleur, net als eerder Monet. Bijgaande doek is Seurats grootste en meest ambitieuze voordat hij eind 1883 aan zijn veel bekendere Baignade, Asnières zou beginnen.

05 Georges Seurat (1859-1891) [Sous-bois à Pontaubert] Kreupelhout bij Pontaubert, 1881-1882. Olieverf op linnen, 79.1 x 62.5 cm. New York, Metropolitan Museum of Art. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 78

Seurat, Kreupelhout bij Pontaubert

06 Steenbrekers of steenkloppers waren een favoriet motief van Seurat, waarmee ook al direct duidelijk wordt dat zijn vernieuwingsgezindheid vooral van stilistische aard is. Want Millet en Courbet schilderden hen al. Anderzijds is er misschien toch meer aan de hand. Veel van Seurats vrienden en collega's bevonden zich ter uiterst linkse zijde van het politieke spectrum. Een aantal van hen was anarchist. Anarchisme was in de mode aan het einde van de negentiende eeuw. Van politiek activisme is bij de schilder zelf maar weinig te merken, maar in zijn onderwerpskeus past hij uitstekend in wat wel naturalisme wordt genoemd, beweging die - als het er éen is - meer door de thematiek wordt bepaald dan door de stijl. Robert Herbert schrijft dat van de 23 mannen en vrouwen die Seurat in een landelijke omgeving schildert, er 20 op enigerlei wijze aan het werk zijn. Waarmee dat veel vaker het geval is dan bij iemand als Pisarro of Millet. Ook daarmee is Seurat overigens nauwelijks origineel, want de werkende mens is in deze jaren in de mode. De man die hier op een soort open plek stenen hakt, draagt een breedgerande strooien hoed tegen de zon en de blauwe broek die de Franse arbeidende mens was voorbehouden. Het opvallendste is echter de manier waarop Seurat hem schildert, bijna abstract, met schrapsgewijs schuin neergezette toetsen, een beetje zoals Cezanne soms doet, maar wel nadrukkelijker.

06 Georges Seurat (1859-1891) [Casseur de pierres] Steenbrekers, 1881-1882. Olieverf op linnen, 33 x 41 cm. Collectie Duménil. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 83

Seurat, Steenkloppers, 1881-82

07 Over de omstandigheden waaronder Seurats werk ontstond, is blijkbaar niet zoveel bekend, zoals dat soms ook geldt voor de locaties waar hij werkt. Duidelijk is wel dat de schilder een voorkeur had voor mensen die aan het werk zijn, grootstedelijke scenes en landschappen van allerlei soort. Bijgaande compositie met een paar huizen gebruikt Seurat ergens in 1881-1882 met een tafereel van een semi-industrieel gebied in een voorstad van Parijs, met rokende schoorsteen (misschien Asnières), en een jaar later in Ville d' Avray. En dat was ooit de plaats waar Corot woonde en veelvuldig werkte. Het is vooral de bijna strak geometrische opzet, gepaard aan de losse borstelige stijl die opvalt. En hoewel de uitsnede van dit soort werk niet erg naar Cezannes smaak zou zijn, doet het er toch enigszins aan denken.

07 Georges Seurat (1859-1891) [Banlieu] Voorstad, 1881-1882. Olieverf op linnen, 32.2 x 41 cm. Troyes, Musée d'Art Moderne (gift van Pierre en Denise Lévy. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 81

Seurat, Voorstad, 1881-1882

08 Georges Seurat (1859-1891) [Ville d'Avray, maisons blanches] Ville d'Avray, witte huizen, 1882-1883. Olieverf op linnen, 33 x 46 cm. Liverpool, Trustees of the National museums and galleries on Merseyside, Walker Art Gallery. Bron foto: Rewald 1990, p. 31. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 87

Seurat, Ville d'Avray, witte huizen, 1882-1883

09 Dit is de eerder genoemde Amand-Edmond Jean (1858-1935). Robert Herbert schrijft dat dit voor de 23-jarige die Seurat was toen hij dit tekende, een opmerkelijk portret is en dat lijkt me ook. Ik schreef het al: Seurat is een erg goede tekenaar, terwijl dat werk bij het grote publiek nauwelijks bekend zal zijn, omdat het nu eenmaal zelden tentoon wordt gesteld. Bijna al het tekenwerk werd gemaakt in contékrijt, in zwart-wit. Seurat bewonderde Rembrandt, net als Fantin-Latour deed, aan wiens werk dat van Seurat soms enigszins doet denken, al heeft de laatste veel meer talent. Vaak wordt in verband met Seurats werk gesproken van clair-obscur, maar dat lijkt me eigenlijk niet terecht. Want het is eerder obscur-obscur. De wijze waarop Seurat een bovenlichaam weergeeft, waartegen dan de armen nauwelijks afsteken, als een soort compact volume, vind ik typerend voor de manier waarop hij werkt. Op zijn Zittende boerin is iets soortgelijks gedaan. Deze tekening ontstond in het atelier dat Seurat deelde met Aman-Jean, aan rue de l'Arbalète en ze is tamelijk traditioneel qua stijl, maar wel veel groter dan bij Seurat gebruikelijk. De tekening hing op de Salon van 1883 en het was het allereerste wat Seurat ooit en public toonde. Het viel de critici onmiddellijk op en Roger Marx repte van een voortreffelijke studie in clair-obscur, een verdienstelijke tekening die niet van de eerste de beste is.

09 Georges Seurat (1859-1891), Aman-Jean, 1882-1883. Contékrijt, 62.2 x 47.6 cm. Gesigneerd met contékrijt rechtsboven: Seurat/1883, maar alleen zichtbaar bij ultravioletlicht. New York, Metropolitan Museum of Art. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 29

Seurat, Aman-Jean, 1882-1883

10 Robert Herbert schrijft dat Seurat met een doek als dit op weg is naar de monumentaliteit van zijn grote schilderijen, zijn Dimanche, zijn Baders en zijn Poseuses. Het gezicht van de vrouw is hier niet meer in zijn individuele trekken zichtbaar, de achtergrond is leeg gelaten, zodat de vrouw begint te lijken op éen van de werkende vrouwen van Pisarro, temeer daar de toets nog impressionistisch is. Ook Pisarro legt de horizon vaak zo hoog dat de personages er zich onder bevinden. Er is bij Seurat al van vroegst af sprake van een zekere vorm van abstractie, zoals die ook zichtbaar is op zijn grote en opvallendere werk. De sporen van het impressionisme zijn er nog wel, maar de verschillen zijn aanzienlijk.

10 Georges Seurat (1859-1891) [Paysanne assise dans l'herbe] Boerin zittend in het gras, 1883. Olieverf op linnen, 38.1 x 46.2 cm. New York, Solomon R. Guggenheim museum. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 97

Seurat, Boerin zittend in het gras, 1883

11 Dit is de jongen die aanwezig is op de voorgrond van Seurats Baders bij Asnières. Seurats tekenwerk kende ik niet toen ik de tentoonstelling van 1991 in het Grand Palais bezocht, en ik vind het nog net zo prachtig als ik het toen deed en het verdient een veel grotere bekendheid dan het heeft. Ik vind het ongewoon fris en modern ogen.

11 Georges Seurat (1859-1891) [Garcon assis] Zittende jongen, 1883-1884. Contékrijt, 24.2 x 31.5 cm. Edinburgh, National Gallery of Scotland. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 112

Seurat, Zittende jongen, 1883-1884

12 Op de tentoonstelling van 1991 hing eigenlijk geen enkel van de echt beroemde werken van Seurat. Parijs was er laat bij met zijn stadgenoot. Over waarom dat zo was, wordt in de catalogus van 1991 heel wat af-bespiegeld. Omdat zijn esthetiek te protestants was, te streng, te Jansenistisch, zo schrijft Robert Herbert, die een compleet boek wijdde aan het ontstaan van Seurats Grande Jatte. Dat bevat werkelijk alles wat u er ooit over zou kunnen willen weten, en nog meer. Daar zit misschien wat in, in die protestantse esthetiek. Anderzijds, breng ik daar maar tegen in, kijk eens naar bijgaand schetswerk. Kan het Ingres-achtiger? Van al het academische oefenwerk dat Seurat maakte, was Ingres de man die hij het vaakst gebruikte. Het is volgens mij nog veel erger, maar ik geef toe: dit is allemaal zeer persoonlijk. Al dat gestippel van Seurat is eigenlijk een omweg naar de lijn en naar volume, iets wat in zijn tekenwerk pas echt goed te zien is. Niet voor niets wordt Seurat, net als Cezanne trouwens, nogal eens geassocieerd met Piero della Francesca. Die lijn was onder het impressionisme, althans door een deel ervan, zowat verbannen. Maar ik vermoed ook dat velen op Seurats werk net zo hebben gereageerd als ik ooit. Ik kende per slot van rekening alleen het beroemde werk en dat doet Seurat geen recht. Zijn grote kwaliteiten zijn vooral te zien in werk dat voor het grote publiek veel minder zichtbaar is. En ik vrees dat de Parijse kunstkopers indertijd net zo hebben gefaald als ik ooit deed. En zo komt het dat Seurats bekendst werk in Chicago, Philadelphia en Londen hangt. En geen van die musea vond het indertijd verantwoord hun werk te laten reizen.

Dit hier is allemaal voorbereidend werk voor wat vermoedelijk Seurats bekendste doek is, zijn Dimanche sur la Grande Jatte, dat nu in Chicago hangt en dat u naar ik aanneem wel kent: protestants, streng, Jansenistisch. Het eilandje in kwestie lag trouwens in de Seine tussen enerzijds Courbevoie en Asnières, en anderzijds Neuilly en Clichy, aan de westelijke zijde van de stad dus, even ten noorden van het Bois de Boulogne. Seurats uiteindelijke schilderij mat 207.5 bij 308.1 centimeter. Het is dus, even voor de goede orde, ruim drie meter lang en twee meter hoog. Seurat had het al af in 1885 en bedoelde het ook voor de tentoonstelling van onafhankelijken van dat jaar, maar die werd op het laatste moment afgeblazen, zodat het pas in 1886 zichtbaar was voor het grote publiek, dat er zich (deels) zeer mee vermaakte.

12 Georges Seurat (1859-1891) [L' arbre] De boom, 1884. Contékrijt, 61.5 x 46.7 cm. Chicago, Chicago Art Institute. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 123

Seurat, De boom, 1884

13 Georges Seurat (1859-1891) [Troncs d' arbres] Boomstammen, 1884. Houtskool, 47 x 61 cm. Chicago, Chicago Art Institute. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 124

Seurat, Boomstammen, 1884

14 Georges Seurat (1859-1891) [Paysage, L' île de la Grande Jatte] Landschap, Het Eiland van de Grote Jatte, 1884. Houtskool, 40 x 60.2 cm. Londen, National Gallery. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 138

Seurat, Landschap, Het Eiland van de Grote Jatte, 1884

15 Georges Seurat (1859-1891) [Paysage, Étude pour L' Isle de la Grande Jatte] Landschap, Studie voor Het Eiland van de Grote Jatte, 1884. Olieverf op linnen, 65.3 x 81.2 cm. Privécollectie. Bron: Herbert 2004 nr. 60

Seurat, Landschap, Studie voor Het Eiland van de Grote Jatte, 1884

16 Nadat hij een paar dagen eerder bij Signac is geweest, schrijft Graaf Harry Kessler op 30 december 1897 in Parijs in zijn Dagboek: Bei Vollard Seurats Poseuses gekauft; für 1200 francs!!!! Eins der Meisterwerke der Französische Schule. (Deel 3, 1897-1905, pag. 109). Als hij terug is in Berlijn, laat hij het, zo schrijft hij op 10 februari 1898, aan Tschudi, Liebermann en Van de Velde zien. Van de Velde is de man die het Kröller-Müller ontwierp, ik zeg het maar even. Liebermann is er eerst afwijzend over. Hij vindt de vrouwen niet zinnelijk genoeg (Id. pag. 122). Als Seurat dit schildert, heeft zijn Dimanche sur la Grande Jatte al op de impressionistische tentoonstelling van 1886 gehangen en daar veel opzien gebaard. Het schilderij in kwestie is hier deels op de achtergrond zichtbaar. Onderdeel van de kritiek op dat zo beroemde doek was geweest dat je met deze schildermethode eigenlijk niet het menselijk lichaam weer kon geven. Een landschap, alla, maar niet de grote, klassieke onderwerpen. En, zo schrijft Françoise Cachin, zoals Manet ooit zei, voordat hij zijn Dejeuner deed: blijkbaar moet ik een naakt doen. Welnu, dat zal ik..., zo besloot Seurat blijkbaar iets soortgelijks, gewoon, om te bewijzen dat het kon. Cachin wijst er ook op dat de keus voor het woord poseuse vreemd is. Normaliter zou je zo iemand een model noemen (iets waar ik voor heb gekozen), maar het Franse woord heeft een andere betekenis, namelijk van iemand die parket legt, of rails. En de huidige betekenis is al helemaal vreemd, iemand immers die door een gekozen houding op wil vallen.

16 Georges Seurat (1859-1891) [Les poseuses] De modellen, 1888. Olieverf op linnen, 200 x 250 cm. Philadelphia, Collectie Barnes, voorheen Merion. Bron: Cachin/Herbert 1991 Fig. 51 bis

Seurat, De modellen, 1888

17 Afgezien van een portret van een tante, éen van de schrijver Paul Alexis (nu verdwenen) en dit portret van Signac, maakte Seurat in zijn laatste levensjaren geen andere portretten. Seurat maakte deze tekening vermoedelijk als omslag voor een biografie van Signac, in de serie Les Hommes d' Aujourd'hui dat Fénéon in mei 1890 publiceerde, serie waarin Seurat zelf trouwens ook was opgenomen. Paul Signac (1863-1935) is de heel wat minder talentvolle navolger van Seurat.

17 Georges Seurat (1859-1891) Paul Signac, 1890. Contékrijt, 36.5 x 31.6 cm. Privéverzameling. Bron: Cachin/Herbert 1991 nr. 214

Seurat, Paul Signac, 1890

18 Laat me u ook nog eens iets tonen wat wel op de tentoonstelling hangt. Seurat werkt hier op zowat dezelfde plek als Monet ruim twintig jaar eerder, met diens Kust bij Honfleur, al houdt die wat meer afstand. Ook Boudin en Jongkind hadden hier geschilderd, om er maar een paar te noemen.

18 Georges Seurat (1859-1891) [L'hospice et le phare de Honfleur] Het ziekenhuis en de vuurtoren in Honfleur, 1886. Olieverf op linnen, 66.7 x 81.9 cm. Washington, National Gallery of Art. Jooren 2014, p. 015

Seurat, Het ziekenhuis en de vuurtoren in Honfleur, 1886.

CATALOGUS

Ik vermeldde het al: de uitgave die de tentoonstelling begeleidt is geen catalogus in de normale zin van het woord. Het is gewoon een boek over Seurat. De paperback van 144 pagina's verschaft een vijftal essays. Daarvan is het eerste van Helewise Berger, van zo'n 60 pagina's, misschien het belangrijkst. Het geeft vooral de biografie van Seurat, de plaatsen waar hij werkte en het vertelt wat over de mensen om hem heen. Het tweede, van Marieke Jooren, gaat dieper in op het werk, waarbij eigenlijk Seurats complete oeuvre wordt betrokken, ook het zeer grote deel waarvan op de tentoonstelling zelf maar weinig te zien is. En daar wordt direct duidelijk waarom er van een echte catalogus geen sprake kon zijn. Want het deel van Seurats oeuvre dat op de expositie aanwezig is, zou tot een dergelijk overzicht geen gelegenheid hebben geven. Van Suzanne Veldink is er een bijdrage over Seurats werk aan de Noord-Franse kust. In wat eigenlijk bijlages zijn wordt nog een overzicht gegeven van het werk dat Seurat tijdens zijn leven verkocht, en dat is niet iets wat in een uitgave als de huidige en voor de vermoedelijke lezer ervan van groot belang zal zijn. Ten slotte wordt in een korte bijdrage een overzicht gegeven van het werk dat Helene Kröller-Müller van Seurat kocht. Merkwaardig is het wel dat als u iets wilt weten over het tentoongestelde werk u terecht moet bij een bijlage van anderhalve pagina over de van andere musea afkomstige werken. Het boek is uitbundig geïllustreerd en is wellicht het beste wat er op dit moment over Seurat in het Nederlands beschikbaar is. Het kan prima dienen als een inleiding op het werk van de schilder. Ik weet ten slotte niet in hoeverre het museum heeft gepoogd het tekenwerk van Seurat voor de expositie te verkrijgen, of het wat vroegere schilderwerk, maar dat zou de tentoonstelling goed hebben gedaan.

VERANTWOORDING

In 1991 al weer vond er in het Parijse Grand Palais een overzichtstentoonstelling plaats met werk van Georges Seurat, ter herdenking van zijn dood 100 jaar eerder. Die was nog maar 31 toen hij op 29 maart 1891 overleed en zijn vroege dood was, net als die van bijvoorbeeld Bazille, een verlies voor de beeldende kunst, want hij was een groot talent, al wist ik dat nog niet toen ik de tentoonstelling bezocht. Daarna wel. Ik was bedacht op veel pointillistisch gedoe. Maar ik herinner me nog hoe verrast ik was en hoe onder de indruk, maar vooral dan van het deel van zijn werk dat ik niet kende. Ik was op dat moment geneigd zijn befaamde grote doeken als een soort rariteit te beschouwen, als een merkwaardige uithoek der schilderkunst van iemand die had gepoogd te ontsnappen aan de impressionistische dwangbuis, om vervolgens vrijwillig een andere aan te trekken. Ik vond Seurats Dimanche sur la Grande Jatte en zijn Baders wel bijzonder, maar ook absurd. Maar het was me al snel duidelijk dat ik Seurat daar groot onrecht mee deed, want de schilder heeft meer in zijn mars dan die paar zo bekende doeken, die er trouwens niet eens hingen. En nu er onlangs in het Kröller-Müller een aan hem gewijde tentoonstelling is begonnen, leek het me een aardig idee zo maar wat van hem te laten zien dat u misschien niet kent. Een serieus stukje heb ik er niet van gemaakt, want daar heb ik even geen tijd voor.

BRONVERMELDING

Cachin, F. en Herbert, R.L.(Ed.)
Seurat
Catalogus bij de tentoonstelling in:
Parijs, Galeries du Grand Palais, 9  9 april – 12 augustus 1991
New York, Metropolitan Musem of Art, 9 september 1991 - 12 januari 1992
Belangrijkste bijdragers: Françoise Cachin, Robert L. Herbert, Anne Distel en Gary Tinterow
Paris, Éditions de la Réunion des Musées Nationaux, 1991
ISBN: 2-7118-2440-3 (Gebonden, Franstalig, 464 pagina's)

Herbert, Robert L.
Seurat and the making of the Grand Jatte
Catalogus bij de tentoonstelling in het Art Institute of Chicago, van 16 juni - 19 september 2004
Bijdragen van: Douglas W. Druick, Gloria Groom, Frank Zuccari, Allison Langley, Inge Fiedler en Roy S. Berns
Chicago, The Art institute of Chicago, 2004
ISBN: 0-520-24210-6 (Gebonden, Engelstalig, 288 pagina's)
ISBN: 0-520-24211-4 (Paperback)

Jooren, M., Veldink, S. en Berger, H.
Seurat
Verschenen als uitgave ter begeleiding van de gelijknamige tentoonstelling in:
Otterlo, Kröller-Müller Museum, van 23 mei  – 7 september 2014
Otterlo, Kröller-Müller Museum, 2014
ISBN: 978-90-73313-29-3 (Nederlandstalig, Paperback, 144 pagina’s)
ISBN: 978-90-73313-28-6 (Engelstalig)
ISBN: 978-90-73313-30-9 (Franstalig)
Prijs: € 23.95

Rewald, J.
Seurat
New York, Harry Abrams, 1990
ISBN: 0-8109-3814-6 (Gebonden, Engelstalig, 248 pagina's)

BANNER

Van links naar rechts:
01 Seurat [Le noeud noir] De zwarte knoop, 1882-1883. Contékrijt, 31.5 x 24.5 cm. Parijs, Louvre. Grafische afdeling Orsay
02 Seurat [Petite fille au chapeau niniche] Meisje met hoed, 1882-1884. Contékrijt, 31.7 x 24 cm. New York, Privécollectie
03 Seurat [Le badigeonneur} De witter, 1883-1884. Contékrijt, 31.8 x 24.9 cm. Parijs, Louvre. Grafische afdeling Orsay.
04 Seurat [Garçon nu assis] Zittende naakte jongen, 1883. Contékrijt, 31.5 x 24 cm. Edinborough, National Gallery
05 Seurat [Blouse blanche] De witte blouse, 1886-1888. Contékrijt, 31 x 24 cm. Collectie Robert Owen Lehman
06 Seurat [La pecheuse à la ligne] De hengelaarster, 1884. Contékrijt, 30.8 x 23.5 cm. New York, Metropolitan Museum of Art
07 Seurat [Femme à l'ombrelle] Vrouw met parasol, 1884. Contékrijt, 33.2 x 18 cm. Privécollectie
08 Seurat [À L' Éden Concert] In het Eden, 1886-1887. Contékrijt, 29.7 x 22.9 cm. Amsterdam, Museum Vincent van Gogh