SHEDDING TEARS FOR BRITAIN

zondag 7 april 2019
Ergert u zich ook zo aan de laatdunkende houding waarmee veel Nederlanders - en Europeanen in het algemeen, journalisten zowel als gewoon publiek, de Britse troebelen rond de Brexit recenseren? Ooit voorspelde ik dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zou verlaten: Farewell my lovely. En ik schreef er achteraan hoe erg ik dat vond. De problemen die de Britse politiek nu ondervindt met het afscheid van de EU zijn enkel de weerspiegeling van de problemen die de Britten er als volk mee hebben. Het had nooit zo ver mogen komen en het is voor een deel de verantwoordelijkheid van de EU dàt het zover gekomen is. Maar bij al het getouwtrek, het geredekavel en het getwist van de politici in een land dat coalitiepolitiek (bijna) alleen met oorlog associeert, zijn de schermutselingen in het parlement ook éen enorme en langdurige reclame voor de Britse democratie, waar de bevolking in heel wat andere landen enkel maar met jaloezie naar kan kijken. En het is een gotspe - vaak misbruikt woord - dat uitgerekend de bewoners van landen die lang op die vorm van democratie hebben moeten wachten of er niet eens over beschikken, nu zelf hun geringschatting de vrije loop laten. Kent u de foto die werd genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en waarop de Londense ruines na een bombardement te zien zijn, met bovenop een puinhoop een melkman in een wit hansopje en in de hand een rekje met melkflessen? Dat is ook Engeland, het land dat ik bewonder, veel meer dan de landen die nu binnen de EU mijn officiële bondgenoten zijn en waarin ik geen enkel, maar dan ook geen enkel vertrouwen heb. Leest u ter inspiratie Andrew Roberts' biografie van Churchill maar. En laat gerust uw tranen lopen.

Sailing away: Winston Churchill (1874-1965) aan boord van Onassis' jacht Christina, voor de kust van Capri, in juli 1959. Uit: Roberts, A., Churchill, Walking with destiny. Londen, Allan Lane, Penguin Books, 2018. ISBN: 978-0-241-20563-1 (Gebonden, 1105 pagina's)

Winston Churchill aan boord van Onassis' jacht Christina, juli 1959

DE UIL VAN BAUDET

donderdag 21 maart 2019
Zelf denk ik dat Baudets Minerva er eerder was dan zijn uil. En dat Hegel misschien daarna kwam. Tijdens het NOS-verslag uit het Arnhemse provinciehuis zei iemand, terecht naar het me voorkomt: die toespraak heeft hij niet in een half uurtje geschreven. De aanstormende politicus, die zich misschien tot zijn eigen verbazing geleidelijk in de peilingen omhoog zag drijven en op het juiste moment ook nog eens een aanslagje cadeau kreeg, was er eens goed voor gaan zitten. En hoewel Thierry zelf, en zijn aanhang al helemaal niet, uitblinkt in liefde voor de cultuur der klassieke oudheid, weet hij dat hij door velen voor een intellectueel wordt versleten en achtte hij zich er dus toe verplicht te kiezen voor een zo hoog mogelijke geestesvlucht. Baudet, die in Leiden studeerde, kent Minerva uiteraard als de beste. En daar heeft hij er ongetwijfeld heel wat plezier aan beleefd. Zou hij ooit een slipje aan een vlaggenstok hebben geknoopt? Van de school waar ik zo lang werkzaam was, gingen de meeste leuke meisjes - tot mijn ergernis - niet naar het dichterbij gelegen Amsterdam, maar naar Leiden, waar de meesten onmiddellijk tot het corps toetraden. Leiden is bij uitstek de universiteit voor de ballen, voor het koninklijk huis, voor de beter gesitueerden, of voor wie ernaar streeft daartoe te behoren. Dat is altijd zo geweest. Tegen de leuke meisjes in kwestie zei ik dan iets als: Zo, meisjes, willen wij per se in de provincie blijven? Dat neemt allemaal niet weg dat het vreemd is de vleugels te laten uitslaan door een uil. Een uil! De wijsheid van de uil is niet verbonden met zijn vleugelslag, maar naar ik vermoed met de grote ogen en de roerloze blik. Het is een verward beeld, ten podium gedragen door een wat verwarde man. Afgezien daarvan had Minerva uiteraard Athena moeten zijn. En dan: onze boreale wereld! Oikofobie! De toespraak viel verder vooral op door de ongeremde verheerlijking der Europese cultuur: wij-gaan-u-redden-van-de-ondergang-van-het-avondland. Het allernavrantst leek me de kloof tussen Baudets zo gewilde verbale deftigheid en de vermoedelijke eenvoud van zijn kiezerspubliek, dat me vooral afkomstig lijkt uit de vinex en de provincie. Vindt u het geringschatting wanneer ik vooral denk aan hbo en havo? En wordt dat minder erg als ik daaraan toevoeg dat het kiezerspubliek van Jesse Klaver me minstens zo dom lijkt? En ofschoon ik vind dat Baudet op sommige punten groot gelijk heeft - wij zijn een erg klein land en wat wij met het klimaat doen is praktisch onmeetbaar, immigratie is slecht voor Nederland, houd je taal in ere, rot op met je gender, we staan teveel macht af aan Europa - koester ik van zijn partij weinig verwachtingen. Baudet lijkt me een lichtzinnige man met een vluchtige geest. Zijn keus voor het Oekraïne-referendum getuigde van weinig intelligentie, net als die voor partner Theo Hiddema. Bij Hiddema denk je altijd: zou hij aan het eind van zijn zin nog weten hoe hij hem begonnen is? Als enige weigerde Baudet zich te scharen achter het algemene standpunt met betrekking tot het neerhalen van de MH-17. Zijn contacten met allerlei louche figuren en dubieuze groepen bewijzen niet enkel zijn slechte smaak, hij lijkt er bewust tegenaan te schuren omdat elke stem blijkbaar welkom is. Ik vrees dat het met zijn partij net is gesteld als met de vleugelslag van zijn uil. En die uil zelf, die slaapt overdag.

WIEBES

woensdag 13 maart 2019
Wij moesten vroeger altijd al ontzettend om hem lachen, zegt iemand die hem kent van zijn tijd op de basisschool in Muiderberg. Het was zo’n ongelofelijke sukkel! Wij zongen al: Eric Wiebes is een rare kwibus, Eric Wiebes is een rare kwibus! En dan zong hij nog mee ook hè! Toch denkt nu ook nog steeds iedereen dat hij hartstikke intelligent is. Dat is zo grappig. Echt hè, je snapt er niks van. Dan zei meester Van der Ven tegen hem: 'Maar je hebt alles fout, Eric. 84 gedeeld door 4, dat is toch geen 336. Hoe kom je daar nou bij? En 114 gedeeld door 3, 342! Waar haal je dat nou vandaan?'
En dan stak Erik dat kleine hoofdje uit zijn kraag, met die rare kraaloogjes en dat hield hij dan een beetje scheef. En dan was het het alsof hij kwaakte: Ik heb niet gedeeld, maar vermenigvuldigd meester.
En dan barstte de hele klas in lachen uit. En de meester ook.
Toen hij later wethouder werd in Amsterdam en wij hem bleven volgen omdat we wel wisten wat er te gebeuren stond, toen schreef er bij ons iemand in de app: het zal me benieuwen. Toen we daarna hoorden dat de miljoenentekorten die er op de begroting waren enorm bleken mee te vallen, waren wij niet verbaasd. Het fijne ervan begreep niemand, maar wij wisten het wel. We gilden het uit van het lachen. Nu had hij eens een keer niet vermenigvuldigd, maar gedeeld. En de tekorten waren verdwenen als sneeuw voor de zon. Alleen dat vogelhoofdje, daar was niets aan veranderd. En aan het gesnater.
Bij de belasting maakte Eric een plannetje, dat hij tot in de details had doorberekend. Het kostte uiteindelijk 700 miljoen. Duizenden ambtenaren namen voortijdig ontslag, de dienst liep compleet leeg. Met alle gevolgen van dien. Daar had hij afgetrokken, in plaats van opgeteld.
Vervolgens liet hij haar staan in zijn gezicht om er wat serieuzer uit te zien, maar bleken de kosten van de energierekening veel hoger uit te vallen. Dit keer had hij alles goed gedaan, alleen had hij de cijfers van het vorige jaar gebruikt. God, wat hebben we gelachen! En het komt bij niemand op hem gewoon te ontslaan hè! Het is zo ontzettend grappig!

GO, WOPKE, GO!

donderdag 28 februari 2019
U herinnert het zich misschien niet meer, maar ooit verhinderde de Franse staat de verkoop van Danone aan Pepsico. Danone maakt yoghurt. Wij zijn het wilde westen niet, zei een Franse minister. Het was in dezelfde periode, in het eerste decennium van deze eeuw en aan het eind van de vorige, dat in Nederland alles te koop stond. Ik vond dat naïef. Eén van de bestuurders van Danone trouwens ging later naar het Nederlandse Numico, haalde er een hele reeks Danonecollega's binnen en verkocht het bedrijf binnen een mum van tijd aan zijn vorige, Franse werkgever. Jan Bennink werd er schatrijk van, maar gearresteerd werd hij nooit, zelfs niet toen hij later een soortgelijke streek uithaalde met Douwe Egberts. Ik schreef er in 2011 een stukje over. Nederland, dat was het wilde westen. Het was de tijd dat ABN-Amro in stukken werd gehakt en verkocht, door banken die allemaal nog dubieuzer bleken dan ABN-Amro zelf. KLM werd in 2003 zonder garanties de deur uitgedaan. De politici onder wier bewind het gebeurde, hadden gearresteerd moeten worden. Premier was Jan Peter Balkenende, met zijn geruchtmakende en kortstondige eerste kabinet. Het is dan ook hogere rechtvaardigheid dat een Nederlands Minister van Financiën van CDA-huize naar Parijs afreist, om collega Le Maire eens vriendelijk, maar helder en beslist te onderhouden en de gebutste Nederlandse eer enigszins uit te deuken. Wel is het betreurenswaardig dat de minister in kwestie Wopke heet, wat toch een beetje klinkt naar de Kameleon.

Laat me eens wat tips geven, Wopke. Houd om te beginnen mevrouw Van Nieuwenhuizen uit het zicht. Laat haar thuis. Aan de wat zelfgenoegzame gelaatsuitdrukking met de kleine trotse glimlach op het snoetje (ik ben minister, ik ben echt minister!) is het gebrek aan intelligentie te goed zichtbaar. Laat haar de oorlog maar voeren over Schiphol, want zonder de groei van de luchthaven, heeft het geen zin een aandeel te nemen in Air France KLM. En Charles de Gaulle kan nog eindeloos groeien, al blijft het een rommeltje. Le Maire is een typisch Frans geval: geboren in Neuilly, Louis-le-Grand, École Normale Superieure, École nationale d'administration. Letteren aan Parijs IV, Duits, Proust. Wopke, jongen, trek het beste pak aan dat je hebt, niet van die confectierommel, maar echte kwaliteit. Doe er echt goeie schoenen onder aan, geen Frans of Italiaans spul, maar Britse top. Je spreekt natuurlijk geen Frans meer, want je had het vermoedelijk niet in je profiel op het Utrechtse Stedelijk Gymnasium, trouwens, als je het wel in je profiel had, spreek je het evenmin. Waar Engels nog vaak door mannen wordt onderwezen, is Frans op de Nederlandse middelbare scholen compleet in handen geraakt van kindvriendelijke huppelkutjes die nooit meer een serieuze eis stellen. Ze kleien, zingen, knippen en dansen, maar rijtjes leren en onregelmatige werkwoorden doen, homaar. Oefen desondanks voor de spiegel éen Franse zin. Chère collègue, nous faisons maintenant ce que vous faites depuis longtemps. Laat je vanaf de Nederlandse ambassade voorrijden in de duurste BMW die je kunt vinden. Nee, het moet een BMW zijn. Zeg tijdens het gesprek dat Nederland een serieus land is met een serieuze economie en dat voor ons land KLM en Schiphol van groot belang zijn. Beklemtoon ook de Nederlandse betrouwbaarheid, terwijl je een sneer kunt uitdelen naar de Italianen, waar Minister van Infrastructuur Toninelli een enorm project stopzette, dat al miljarden heeft gekost, de TAV namelijk, de hogesnelheidslijn Lyon-Turijn. Wat zou je in Lyon moeten, zei hij. Zo zijn wij niet, kun je dan zeggen. En wij willen ook dat het met Air France beter gaat en daar willen we best aan bijdragen. Ga daarna met hem eten, niet bij La Coupole of zo, maar gewoon bij L'Ambroisie op Place des Vosges of eventueel bij Pre Catalan, als je landelijke rust wilt. En als je terug bent in Nederland, sla je maar eens met je vuist op tafel en zeg je dat met het gezeik over Schiphol afgelopen moet zijn. Jammer dat we geen referendum meer hebben.

[ps. Maar nergens in de Nederlandse pers las ik bijvoorbaat de tijd waarop onze Wopke werd geacht in Parijs te verschijnen: 8 uur 's ochtends namelijk. Dat vond ik wel slordig van onze kranten. Dan is er maar éen lezing mogelijk. Het is pesterij, want dan word je als minister op het matje geroepen. Hmmm. Hoe kwam Wopke zo vroeg in Parijs?]

HÉ, ROT OP, KPN!

vrijdag 25 januari 2019
Wat goed is, heeft geen reclame nodig. En ook geen verbeterd recept of een andere naam voor dezelfde zaak. Toch, mocht het me gevraagd worden, waar zou ik ooit reclame voor willen maken? Hmm. Voor mijn wasmachine misschien. Een Miele. Hij was wel duur, maar hij deed het zonder éen mankement 28 jaar lang. Zijn opvolger staat er nu al vijftien of zo. Nooit iets mis mee. Maar verder? Mijn televisie van Sony dan, vooruit. De oude deed ik weg, niet omdat hij kapot was, maar omdat de technische kloof met de volgende generatie te groot werd. Ook de nieuwe versie is voortreffelijk, al is er maar weinig op te zien. Toch, nu ik erover nadenk: Xs4all, al bijna twee decennia mijn internetprovider, daar zou ik ook wel reclame voor maken.

Ooit, vele jaren geleden al, had ik net boodschappen gedaan bij de Albert Heijn op het Museumplein, toen ik, terwijl ik daar bij de tramhalte stond, gebeld werd. Het was iemand van Xs4all. Of ik klachten had over de diensten die ik bij het bedrijf afnam, internet, webhosting?
Ik, verrast: nee, helemaal niet. U bent in de war, zei ik, ik heb niet geklaagd hoor, integendeel, ik ben juist erg tevreden.
Ah, nee, hij dacht ook niet dat ik had geklaagd. Hij wilde alleen weten of er iets te klagen was.
Dat is sindsdien elk jaar wel een keer gebeurd, zodat ik de volgende keren niet verrast meer was. Welke serviceprovider belt je op om te vragen of alles in orde is?
Een paar maanden geleden had ik problemen met mijn website. Het ging om een krankzinnig detail, maar het lag duidelijk aan het programma waar ik mee werk, Dreamweaver, van Adobe. Het bedrijf zelf dacht dat ook en het stond me langdurig bij, vanuit India uiteraard, met een zeer, zeer zacht en lispelend Engels sprekende jongeman. Maar de laatste stap lukte niet, want noch ik, noch Adobe slaagde erin de paar foute bestanden die het probleem vormden te verwijderen. Ook dat lag ongetwijfeld aan Dreamweaver.
Ik heb uiteindelijk Xs4all gebeld, waar iemand geduldig mijn ingewikkelde verhaal aanhoorde, me vervolgens zonder te murmureren bijstond en - hoewel dat in het geheel geen kwestie van het bedrijf was - mijn complete website kortstondig verwijderde, me en passant aanried een alternatief programma te installeren, Filezilla, om in de toekomst dit soort problemen te voorkomen, en daarvan ten slotte ook nog de instellingen in orde maakte. Omdat televisie het enige onderdeel was dat ik niet afnam van Xs4all, besloot ik dat ook maar te doen. Ik heb Ziggo, tamelijk ordinair bedrijf waar ik geen reclame voor zou willen maken. Toen mijn woning ooit werd gerenoveerd en ik noodgedwongen elders verbleef, ging het een keer mis met de rekening, eerste en enige keer ooit dat ik te laat was met betalen. Ik kreeg onmiddellijk een boete van 25 euro. Hoe dan ook, toen de monteur van Xs4all verscheen, keek hij eens goed mijn huis rond, naar mijn lampen, naar de afstand tot mijn modem, en zei tegen mij: ik zou het maar niet doen meneer. U gaat gedoe krijgen, niet voortdurend, maar af en toe wel. Ik heb hem de hand gedrukt en bedankt voor zijn reële advies. Kort daarop – u raadt het – belde er iemand van Xs4all. Ik heb het hem uitgelegd en zijn bedrijf geprezen.

En nu? Nu heeft KPN in het kader van de branding besloten dat Xs4all KPN gaat worden. De allerlaatste keer dat ik met KPN te maken had, was dat via een brief. Daarin werd mij op botte toon te verstaan gegeven dat in de komende jaren de kosten voor mijn vaste telefoonverbinding helaas ongetwijfeld flink zouden gaan stijgen. En of ik daar maar rekening mee wilde houden. Er stond onderaan de brief niet: namens KPN, rot op! Maar het scheelde weinig. Ik heb met tegenzin mijn vaste telefoon opgezegd, want telefoon via internet is minder goed en als er ooit in Nederland echt iets vervelends gebeurt, zit heel het land zonder telefoon en is de vaste verbinding het enige onderdeel dat nog functioneert. KPN werkt bovendien als enige Nederlandse bedrijf samen met Huawei, dat helemaal geen bedrijf is, maar een op dubieuze wijze gefinancierd onderdeel van een totalitaire staat. Denkt KPN echt dat KPN een sterker merk is dan Xs4all? Het is toch een beetje alsof de Hema zegt, we gaan verder onder de naam van de Bijenkorf. Rot op, KPN!

GRANAAT

zondag 9 december 2018
Net als de Partij voor de Dieren is de granaat in de mode, al zou ik niet willen suggereren dat er een verband bestaat tussen de twee feiten. Ik blijf het trouwens raar vinden om Dieren met een hoofdletter te schrijven. Hoe dan ook: het was alleen de gelijktijdigheid die me opviel in de uitzending van ons onovertroffen NOS-jounaal van vanavond. Desondanks was er daar in het granaat-item toch een zinnetje dat me trof. De granaten, die inmiddels overal in Nederland door onbekenden worden achtergelaten, meestal voor de deuren van winkeltjes, uitgaansgelegenheden, cafetaria's en shisha lounges, komen uit het voormalige Joegoslavië. Ze kosten er niets. Dat wisten we natuurlijk allemaal al lang. Wat dat betreft voldeed het NOS-journaal geheel aan de verwachtingen: vermeld nooit iets wat nog niet bekend is. Maar er was, bijna per ongeluk, ook een aanwijzing: Er een paar meenemen in de achterbak van een auto is een kleine moeite, zo zei een woordvoerder van de vaak te hulp geroepen ontmijningsdienst. En dat is natuurlijk waar. Met een vliegtuig is het nog niet zo eenvoudig. Wie tegenwoordig het Nederlandse nieuws ten volle wil doorgronden moet, zeker als het om daders van misdrijven gaat, de fijngevoeligheid ontwik-kelen der Kremlinoloog van weleer. Want over de granaatdaders en de locaties waar de projectielen terecht komen, krijgen we eigenlijk nooit iets informatiefs te horen. Van de eigenaren wordt de identiteit nooit vermeld. De meeste gemeentes gaan er in zo'n geval onmiddellijk toe over de gelegenheid waar er éen wordt aangetroffen, te sluiten. Een boerka, dat kan nog wel. Maar granaten pikken we niet. Het is niet ondenkbaar dat met die tactiek precies wordt bereikt wat de granaatlegger op het oog had. Zelf denk ik dat het in de meeste gevallen gewoon om afpersing gaat. Elegant en efficiënt. En heel wat eenvoudiger dan het beroven van een sigarenboer. Je hoeft er maar even de deur voor uit, je kunt elke laatste van de maand de bijdrage ophalen en belastingvrij is het ook nog. Toch was er dus een aanwijzing: want hoe vaak komt u eigenlijk met de auto door de landen die het voormalige Joegoslavië vormen? En wie zijn er in Nederland die dat wel doen? Hoewel, besef ik nu, enigszins teleurgesteld, bij nader inzien, nee: het ligt niet voor de hand. Dat strooien met granaten is niks voor Turken. Van éen ding kunt u desondanks verzekerd zijn: mochten er ooit weer eens doden vallen vanwege een ergens achtergelaten granaat, dan zult u van het NOS-journaal horen en in de Nederlandse kranten lezen dat de daders en de slachtoffers Amsterdammers, Utrechters of Rotterdammers zijn. Zelf ben ik toch gewoon geneigd te denken dat verreweg de meeste daders hun granaten gewoon in Nederland aanschaffen. En dat zowel de daders als de slachtoffers in de meeste gevallen allochtonen zijn, meestentijds Marokkaanse allochtonen trouwens. Nu hoor ik u roepen: het lijkt hier het NOS-journaal wel! U hebt gelijk.

NIEUW AMSTERDAM

dinsdag 4 september 2018
Het Nederlands van mijn part-time Marokkaanse buurman was bepaald niet vlekkeloos en toch ergerde hij zich toen ik hem vroeg waar hij vandaan kwam. Ik geef toe: het is ook een vervelende vraag. Hij was hier geboren en getogen en had aan de overkant schoolgegaan, zei hij, wijzend naar het gebouw aan de andere zijde van de Amstel. En of hij een ladder van me kon lenen? Hij had hem maar een uurtje nodig. Hij was met een kleine auto en daar paste geen ladder in. Ik moest even denken. Een ladder heb ik niet. Een trap, bedoel je? vroeg ik. Ik gaf hem en zei tegen hem: heeft geen haast joh. Dat was maar goed ook, want ik kreeg hem vijf dagen later terug. Er was iets met het plafond van zijn badkamer. En dat lag aan de bovenbuurvrouw. En dat was een raar mens. En dat is waar, want het is echt een raar mens. Maar omdat hij nu eenmaal soms in het huis naast me woont, kon ik ook vaststellen dat er in de tussentijd achter de ramen aan de voorzijde nieuwe jaloezieën waren opgehangen, die sindsdien in hun afwezigheid standaard worden gesloten. Het was een hete zomer en de voorzijde van de huizen ligt aan de oostkant. Het appartement in kwestie werd een aantal jaren geleden door de vorige bewoner verkocht, ongetwijfeld voor een heel behoorlijk geldbedrag en hoewel het net gerenoveerd was, werd het vervolgens opnieuw gerenoveerd. Het is in elk geval niet iets wat elke Jan lul zich kan permitteren. Het duurde allemaal erg lang en al die tijd stond het leeg, of misschien toch niet. Want af en toe meende ik de weerschijn van een ingeschakeld televisietoestel te zien. Eén keer stond de politie naar binnen te schijnen, ’s nachts om een uur of éen, ik weet niet waarom. Nu gaan er soms vreemdelingen naar binnen, met rolkoffertjes. Wie in Amsterdam woont, die weet hoe het gaat. Ik vermoed dat het huis af en toe wordt verhuurd via Airbnb. Ook de woonboot aan de overkant, die voor 900.000 euro te koop staat, wordt als zodanig gebruikt. Zelf verafschuw ik die Amerikaanse kanker - vergeeft u me de grove formulering – van Airbnb en Uber. Het is de privatisering van de econonomie, waarbij er een beroep wordt gedaan op de proleet in de mens. Armoedzaaier die je bent, maak alles wat je hebt te gelde. Een andere nieuwe buurman, die hier recentelijk was komen wonen, een paar deuren verderop, stuurde een brief rond, dat hij zo blij was weer in een echte Amsterdamse buurt te wonen, dat hij ons allemaal graag leerde kennen en dat hij zich daar zeer op verheugde, ook voor zijn zoontje en zijn dochter, Jeroen en Emma. En dat als we toevallig ons huis wilden verkopen, we eerst met hem contact moesten opnemen, want dat zou erg in ons voordeel zijn. Onder de brief stond zijn naam, die ik vervolgens heb gegoogeld. Hij bleek werkzaam voor ING-vastgoed. Maar mijn Marokkaanse buurman is dus niet mijn echte buurman. Waar hij zelf woont, als er naast me gasten verblijven, dat weet ik niet. Of hij de eigenaar is, of alleen maar de neef van de eigenaar, of enkel de schoonmaker, dat weet ik evenmin. Hij beschikt over een van origine Nederlandse echtgenote, als ze dat tenminste is. Zelf doen ze alsof ze er echt wonen en soms is dat een paar dagen lang ook zo, maar vaak ook niet. Ze rijden in verschillende auto’s, soms in een BMW, soms in een pandaatje. Zie daar het nieuwe Amsterdam. Zo wordt de ziel van je stad bij opbod verkocht door patjepeeërs en proleten. En dat alles met goedkeuring van hogerhand. 'God straffe de verantwoordelijke autoriteiten', schreef Nescio, 'als het kan hardhandig.' Edoch, we weten het allemaal: God bestaat niet, maar D66 wel.

GAY

Woordelijke weergave.
- Meneer, wat vindt u van homoseksualiteit?
Het is vrijdag drie augustus van het jaar onzes Heren 2018, éen dag voor mijn zevenenzestigste verjaardag. We bevinden ons in Amsterdam, op het Spui, tussen Hajenius en Atheneum, twee fijne bestemmingen. Bij Hajenius staat er als extra een beeldschoon meisje achter de toonbank en bij Atheneum verkopen ze boeken. Vermoedelijk niet terzake doend detail: ik draag in de rechterhand een tasje van L'Occitane dat is voorzien van een gele strik. Over die strik heb ik niet moeilijk gedaan.
De jongen die het me vraagt, is niet zo groot en tamelijk tenger, hij ziet eruit alsof hij nog geen 18 is, maar hij zal wel wat ouder zijn. Even verderop stelt een andere jongen naar ik vermoed dezelfde vraag, eveneens aan een al wat oudere heer. Misschien is de oudere heer een doelgroep. Er wordt geflyerd. Dat is waar ook, denk ik. Het jaarlijkse gay-gedoe.
Ik aarzel. Zal ik serieus reageren, me er van afmaken met een geestigheid of gewoon doorlopen? Als je nou een leuk meisje was. Ik doe niet meer aan seks, ik ben 66. Ik ben erg voor. Ik ben erg tegen.
Te laat.
- Ik vind de aandacht die er in Nederland aan de kwestie wordt besteed, tamelijk overdreven, zeg ik. En de gay parade is een volslagen absurd evenement, waar ik, als ik homo was, niets mee te maken zou willen hebben.
- Gay pride, zegt hij, onwillekeurig.
- Dus eigenlijk bent u tegen, zegt hij.
- Je kunt niet voor of tegen homo’s zijn, zeg ik, op misschien iets te docerende toon.
- Het is met homo’s net als met het weer, of met Engeland. Het bestaat. En je kunt er niet voor of tegen zijn. Afgezien daarvan vind ik seksualiteit een privékwestie.
- Homoseksuelen worden ook in Nederland nog steeds gediscrimineerd, ze worden soms in elkaar geslagen, zegt hij.
- De daders arresteren, allemaal. Maar er zijn dringender kwesties. Welke, dat mag uzelf bedenken.
Hij kijkt wat ongemakkelijk.
Ik bedoel het niet zo kwaad, zeg ik. Maar ik vind echt dat jullie wel wat overdrijven. Het lijkt er soms op alsof jullie het evangelie verspreiden.
- Het evangelie? zegt hij.
Wat homo's zijn weet hij feilloos. Maar het evangelie kent hij niet.
Hé, CDA!

VAN NERGENS NAAR NERGENS

maandag 23 juli 2018
Hoewel ik er zelf niet begraven zou willen worden, kan het gebied rond de nieuwe metrohalte Amsterdam-Noord nog best als kerkhof dienen. Ik bedoel dat geenszins kwetsend, zo van: u mogen ze er gerust begraven, maar mij niet. Ik bedoel het meer in het algemeen, zuiver kerkhoftechnisch gesproken, want er is gewoon niets. En we weten het allemaal: waar niks is, daar kun je het best mensen ter aarde bestellen. In een krant las ik dat de bewoners zich zorgen maakten, omdat nu iedereen naar Amsterdam-Noord zou willen. Het lijkt me stug. Zelf zou ik er niet alleen niet begraven willen worden, ik zou er ook niet willen wonen. Ik zou er niet eens willen logeren. Op de enige plek waar je als Amsterdammer misschien nog wel zou willen zijn, direct aan de IJ-oever, waar de pont aanlegt, in de buurt van Eye bijvoorbeeld en van de Tolhuistuin, zodat u tenminste in de richting van de stad kunt blijven kijken, daar is dan weer geen halte. Blijft u gewoon de pont nemen, zou ik zeggen. Hoe dan ook: omdat het gebied aan het andere eind van de nieuwe noord-zuidlijn, rond de metrohalte Amsterdam-Zuid, al even mistroostig oogt, u daar belandt op een smalle strook beton, middenin een soort rangeerterrein dat is omgeven door een onverzorgd weiland, nog op flinke afstand van de hoogbouw van de zuidas ook, zodat de bankiers, mochten ze ooit een zo nederig vervoermiddel als een metro willen benutten, nog flink zouden moeten lopen, zou ook hier een begraafplaats wellicht een idee zijn, al was het alleen al zodat die geldmensen er vanuit de verte op neer konden kijken. Memento mori! Anderzijds, aan een begraafplaats hebben bankiers natuurlijk geen boodschap. Die laten zich daardoor niet weerhouden. En latijn spreken ze al helemaal niet. Concluderend zou je zodoende misschien best kunnen zeggen dat de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, met zijn acht stationnetjes voor drie miljard, van helemaal nergens naar helemaal nergens gaat. De noord-zuidlijn had natuurlijk, vanzelfsprekend, uiteraard, welzeker, naar Schiphol moeten gaan. Dat had elke halve zool kunnen bedenken. Maar bij de Amsterdamse bestuurder kwam het dus niet op, misschien omdat hij of zijn vader in een eerder stadium op de Nieuwmarkt heeft geprotesteerd tegen de aanleg van een andere metrolijn, of omdat Schiphol van het vliegen is, en vliegen slecht voor het klimaat. De Amsterdamse bestuurders zijn niet van het grote gebaar. Ze zijn ook niet van de IJ-tunnel, maar van een lullige brug, ze zijn van GroenLinks, van het klimaat en van de natuur, van de krakers, van de vluchtelingen, van we are here, van de homoseksuelen - maar niet van de joden - ze zijn van lijn 50, 51, en van lijn 52. Ze zijn van Femke Halsema. En van haar krijgen we straks allemaal ons eigen ezeltje.

HONEYSHOTS

vrijdag 13 juli 2018
Het verbaast mij ook: ik hoop dat Kroatië het WK van 2018 gaat winnen. In godsnaam dan maar. Ik had het werkelijk niet gedacht. Kroatië! Het zijn allemaal ustasja's! Waarom denkt u dat die crimineel van een Rebic Ante heet? En dan is dat shirt ook nog hartstikke lelijk. Eerlijk gezegd hoopte ik aanvankelijk dat België zou winnen. Het heeft een aardig elftal en na de overwinning tegen Brazilië leek alles mogelijk. Omdat ik een diepe afkeer heb opgelopen van sommige Nederlandse commentatoren, volgde ik de wedstrijden bovendien grotendeels via de BRT, maar daar bleken tussendoor in de studio Jan Mulder en zijn zoon Youri te zitten, dat stelletje Groningse geldwolven, dat onbekommerd en te luid sprak van 'wij' en 'wij'. Jan, jongen, rot op! Je komt uit Bellingwolde! Huurling! En dat was niet alles. Plotseling bleken daar ook de zuigende gesprekken van Bertje Maalderink de aandacht te hebben getrokken. Bertje Maalderink op de BRT! Dat was nieuw voor ze. Dat God of de duivel Jeroen Grueter en Bert Maalderink mogen verdelgen, van de aardbodem mogen wegvagen, inclusief hun nageslacht tot in de twaalfde generatie. De overwinning van Frankrijk tegen België was onverdiend, laf en berekenend. Ik houd van Frankrijk - echt - maar het Franse voetbal is zwaar kut. Deschamps is een waardeloze coach. Wie zou ooit Giroud opstellen? Zodoende dacht ik: dan in godsnaam maar Engeland, hoewel hun berekenende verlies tegen de Belgen me ergerde. Tegen Engeland dachten de Kroaten na een snel tegendoelpunt al in de eerste helft dat ze kansloos waren en hadden ze de strijd al zowat opgegeven, toen ze er per ongeluk zelf éen maakten en tot het inzicht kwamen dat de Engelsen banger waren voor hen dan zij voor de Engelsen. De Engelsen waren dit toernooi bang voor iedereen. De loodzware last der geschiedenis was hun te zwaar. Zelfs het idee na een doelpunt nog een tweede te maken, kwam niet bij ze op, in elk geval niet uit zichzelf. Ik houd heel veel van Engeland en de Engelsen, maar de extatische toon waarop Lineker en de zijnen in de studio hun elftal de hemel in prezen, kon alleen maar naar het graf voeren. Want, jongens, laten we eerlijk zijn, er zit geen enkel groot talent bij. De Engelse competitie bestaat bij de gratie van de rest van Europa. Wat zou er gebeuren bij een voetbalbrexit? Zo ben ik bij Kroatië beland. Daar komt nog iets bij. Ik geef het eerlijk toe. Wij kijkers, wij waren dolblij met al die prachtige Kroatische vrouwen op de tribunes. Blond is echt gewoon het mooist. Terzijde: hebt u er zelfs maar eén Française gezien? Fransen geven helemaal niet om voetbal, tenzij ze per ongeluk wereldkampioen worden. Dan wandelen ze met zijn allen een avondlang de Champs Élysées uit. Maar! Mannen, hoort en beeft! Want wat heeft de Fifa, de organisatie die eerder met de Var al de bijl aan het voetbal legde, zojuist besloten? De honeyshots mogen niet meer. Ziet u het voor zich: bij het voetbal verveelt u zich dood (1-1, verlenging, penalties), u krijgt alleen nog maar aartslelijke, betatoeëerde criminelen te zien, op het veld, en op de tribune, en dan wordt binnenkort het commentaar ook nog gesproken door een lelijke vrouw. Die hoeft u dan weer niet te zien, dat is een troost.

GEWOON IN ÉEN KEER

dinsdag 10 juli 2018
Elk WK rijt de wond weer open. Ik was een enthousiaste, niet onknappe jongeman van 22 jaar oud. De generatie waar ik toe behoorde, was bijzonder omvangrijk, zodat de klap als een daverende smak in het gezicht des volks over de volle breedte werd gevoeld. Bammm! Nadat ik op die zondagmiddag 7 juli 1974 dus met groeiend afgrijzen de finalewedstrijd Nederland-Duitsland had uitgekeken, vertrok ik de volgende ochtend vroeg met een vriend per auto naar Griekenland. Het was trouwens een Audi, toen nog aanzienlijk zeldzamer dan nu. Ergens bij een tankstation konden we het niet laten de Nederlandse kranten te kopen en later op de dag ook een paar Duitse. Ik herinner me enkel die van de Telegraaf, met over de complete voorpagina: Zilver! Alsof het een prestatie was. Eenmaal over de grens werden we onophoudelijk bespot en vernederd door breed grijnzende Duitsers, met verbeten opgestoken vuisten, gelach, geroep en door handen aan de neus, met de vingers gespreid. De middelvinger bestond nog niet, die is van later. In een Raststätte kregen we gratis koffie, om ons te troosten, dat wel. Toen we een paar dagen later in de buurt van Dubrovnik op een camping stonden, werd daar een replay aangekondigd van Nederland-Duitsland, tussen op de camping aanwezige landgenoten. Die waren er genoeg. We hielden ons erbuiten, maar het leek wel oorlog. Beter geworden is het sindsdien nooit meer. Mijn generatie is faliekant mislukt. En ik kan nu dan wel zeggen, zoals ik op mijn betere momenten tegen jongeren ook doe: ik heb met mijn geboorte in 1951 enorm geluk gehad. Wie kan zeggen dat hij in zijn jeugd de Beatles kreeg en de Stones? Een Nederlands elftal dat decennialang af en aan behoorlijk tot goed heeft gevoetbald? Met Cruyff, Van Hanegem, Van Basten, met Bergkamp? En met vijftig jaar vrede en welvaart? Ik ben bereid zelfs de flower power met enige mildheid te bezien. Allemaal waar. Maar nu is het verdomme mooi geweest. Dat speelt nu allemaal geen rol meer. Nederland: WK-finalist in 1974, 1978 en 2010. Derde in 2014. Maar dus nooit echt iets gewonnen. Het EK telt niet. Gaat het nu werkelijk gebeuren dat België, dat halve land dat ooit éen keer een halve finale bereikte - over de rug van Nederland, dat wel, in 1986 - in 2018 in éen keer vlekkeloos naar de wereldtitel stoomt? Want natuurlijk hebben de Belgen meer in hun mars dan de Fransen en al helemaal dan de Engelsen, die enkel zover zijn gekomen dankzij die krankzinnige groepsindeling. En zelfs de Kroaten lijken me geen partij voor de Belgen. De Kroaten hebben eigenlijk alleen Modric. De Belgen beschikken over Hazard, de Bruyne en Lukaku. Laten we dit voorop stellen: ik houd veel van België. Ik verafschuw weliswaar die fluim van een Vandermeersch, maar ik ben gek op garnalenkroketten, waterzooi en vlaamse friet. Ik houd van Brussel, van Gent en van Antwerpen. Belgen zijn een sympathiek volk. Als de voorouders van onze huidige vorst wat intelligenter waren geweest, dan had België niet eens bestaan. Dan..., nou ja, u begrijpt me wel wie er dan vanavond tegen Frankrijk had gespeeld. Maarre, als België nu wereldkampioen wordt, dan gaan we dat natuurlijk nog decennia horen. Want het Nederlands elftal kunnen we voorlopig vergeten. En wat gaan die verrekte Belgen dan zeggen? Nog vele, vele jaren lang? Ja? Wat denkt u?

22.01 Dat probleem is opgelost. Jammer eigenlijk.

DE BAL IS NIET MEER ROND

maandag 2 juli 2018
Wereldkampioenschappen voetbal vallen vaak tegen, maar die van 2018 lijken de vervelendste versie sinds decennia. Afgezien van Spanje-Portugal en Frankrijk-Argentinië misschien viel er tot nu toe bijzonder weinig te beleven. Zelfs een evenement als de uitschakeling van Duitsland bleek een grotendeels slaapverwekkende affaire, waarbij we pas tijdens de laatste minuten wakker schrokken. Dat de toewijzing van zulke toernooien per definitie een frauduleuze kwestie is, daarover zeur ik verder niet. Dat er vervolgens met de groepsindeling wordt geknoeid, ach. En dat iedereen dat kan zien, ligt voor de hand. In voetbalkringen zijn corruptie en intelligentie omgekeerd evenredige kwesties. Dat we op de eretribune het fatsoenlijk gezicht zien van de criminele staat die Rusland is, Dmitri Medvedev immers, naast dat van Gianni Infantino, dat is niet meer dan passend. Zelfs de maffia doet tegenwoordig aan PR. Maar dat de Fifa, waar letterlijk alles en iedereen te koop is, nu zoveel moeite doet om de arbitrage eerlijk te laten verlopen, via de Var, de Video assistant referee, dat is natuurlijk ironisch: wij zijn tuig van de richel, maar aan de arbitrage ligt het niet. Wat riep Amrabat in de camera, uitspraak waarvoor hij werd berispt? De Var is bullshit. Ik vond het mild geformuleerd. Ik vind de Var kut. Ik vrees wel dat Amrabat de Var minder bullshit had gevonden als er in zijn voordeel was beslist. Ik vind de VAR gewoon altijd kut. Doellijn-technologie, oké. Die verstoort de wedstrijd niet. Maar in een spel waarvan de schoonheid, de overrompelende, soms verbijsterende schoonheid gelegen is in het feit dat een speler elke handeling maar éen keer kan verrichten en daarvoor soms enkel een split second heeft, in de soms bijna ondraaglijke spanning die in de beste gevallen het gevolg is van die razendsnelle opvolging van eenmalige keuzes, daar gaat nu een stel sukkeltjes achter wat monitors bepalen of u mag juichen of niet. Had u al gejuicht? Dom. Een goeie scheidsrechter heeft helemaal geen Var nodig. Die had ook Pluisjes hand van God gezien. Al die andere scheidsrechters horen niet op zo'n toernooi. En voetballers moeten niet zeiken, die moeten voetballen en hun bek houden. Want anders worden ze eruit gestuurd. Enne, Bjorn, vond je die handsbal van Piqué echt een penalty waard? En had je die zonder Var ook gegeven? Of moest je daar even over nadenken?

COÖRDINATIE EN OVERLEG

dinsdag 19 juni 2018
Elvis is dood, er zijn mensen op de maan geweest, Kennedy is vermoord door Lee Harvey Oswald, Trump is een idioot, Poetin een crimineel en Thierry Baudet is een halve zool (maar Jesse Klaver ook). Ik geloof niet in samenzweringen, maar ik geloof wel in coördinatie en overleg. Ik geloof heel, heel sterk in coördinatie en overleg. Ik denk dat het geen toeval is dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het woord allochtoon in de ban heeft gedaan. Ik geloof evenmin dat het toeval is dat we in de kranten niet meer zoals vroeger van de verdachten van misdrijven een voornaam en initiaal te lezen krijgen, tenzij in uitzonderlijke gevallen, of als het gaat om een blanke witteboorden-crimineel. Dan mag het. Alle witteboordencriminelen zijn blank. Ik geloof ook dat het geen toeval is dat we na geruchtmakende voorvallen te horen krijgen dat het niet gaat om een aanslag, of juist dat het niet duidelijk was of het om een aanslag ging. Want dat is beslist het ergste wat er kan gebeuren: dat we denken dat iets een aanslag is. Dat moet koste wat het kost voorkomen worden. Maar in Nederland is er langzamerhand niemand meer in geïnteresseerd of iets een aanslag was, of dat de dader last had van suikerziekte na de ramadan, of dat hij verward was of gekweld werd door elders opgelopen trauma’s en daarvoor onder behandeling stond. Voor wat betreft iemand die met een busje met volle snelheid inrijdt op wat wandelaars, hebben wij onze eigen conclusies al lang getrokken. Of hij verward was, ik vraag het me niet eens af. We willen nog maar éen ding weten. We willen weten hoe hij heet. Geroutineerd als we op dat punt zijn geworden, wijs geworden door jarenlange ervaring, zijn we bijvoorbaat geneigd te denken dat de dader Mohammed heet, Orlando of Igor, of zoiets. In de rest zijn we dan al lang niet meer geïnteresseerd, want dat is allemaal coördinatie en overleg. Net als het referendum, om nog eens iets te noemen.

ONZE ROB

dinsdag 19 juni 2018
Wat vindt u van mannen die naar de hoeren gaan? Kan het u verder nog iets schelen wat voor soort hoeren ze bezoeken? Of is alleen het blote hoerenfeit genoeg en laat het u verder koud? Vindt u een deftige escort van 10 meier met een gymnasiumdiploma nog wel kunnen? Zelf heb ik nooit gebruik gemaakt van betaalde seksuele diensten, hoewel ik er wel eens nieuwsgierig naar was, want zo ben ik nu eenmaal. Maar ik vreesde te zeer de desillusie en ben bovendien nogal angstig uitgevallen. Gelegenheden waren er genoeg. Wie vaker alleen naar verre streken reist en er in de betere hotels verblijft, komt al gauw in aanraking met de vrouwen die zich daar beschikbaar stellen. Je hoeft er trouwens niet eens per se heel ver weg voor te gaan. Ik herinner me een behulpzame hotelboy in Palermo, die me achtereenvolgens een vrouw aanbood, een meisje, een heel jong meisje, of een man, een jongetje, en ten slotte zichzelf. En nee, dat was geen hotel in een achterbuurt. In een bar tegenover het Berlijnse Hilton aan Gendarmenmarkt, Newton geheten – fijne, licht ordinaire kroeg met fumoir, altijd een pré - vluchtte ik zowat de deur uit nadat een beeldschone Russische vastbesloten leek me te veroveren, terwijl ik er niet helemaal zeker van was of dat op het moment suprême wel gratis zou blijken te zijn. Ik was op de leeftijd dat ik me zoiets al niet meer kon voorstellen. Zo ben ik ook nog. Grote mond, klein hart. Hoe dan ook, daar wilde ik het over hebben: misschien is het een typisch mannelijke kwestie om voor de vrouwelijke zijde van het hoerenbedrijf nog wel enig begrip op te brengen, de mannen daarentegen te beschouwen als lelijke, treurige, naar onaangename zaken ruikende, door dubieuze steegjes schuifelende kneuzen. Sommige vrouwen twijfelen niet, die willen gewoon geld verdienen, maar velen hebben geen keus of denken dat in elk geval, of ze nemen gewoon de gemakkelijkste weg, al lijkt het me helemaal niet gemakkelijk voor elke lul je benen wijd te doen. Fijne formulering trouwens. Nu is daar dus Rob Oudkerk, voormalig kamerlid van de PvdA, ex-wethouder van Amsterdam. Rob draagt bont gekleurde overhemden, iets wat mannen altijd tegen me inneemt. Hij bezocht wat in 2004 onder de hoertjes het laagste van het laagste was, de heroïnemeisjes aan de Theemsweg, waar je je naar het schijnt voor een tientje of zo kon laten pijpen. Ervan afgezien dat zoiets onder de omstandigheden bepaald geen groot plezier kan zijn, lijkt het me ook in andere opzichten verwerpelijk. En nu heeft Rob Oudkerk dus gesolliciteerd naar de functie van burgemeester van Amsterdam, want hij heeft het beste voor met de lagere klassen. Rob heeft wel lef, dat moet je toegeven. Toch, mijn hart ging er wel een beetje van open, want, geeft u toe, eerlijk is eerlijk: waar anders dan in Amsterdam kun je er als burgemeester een hoerenloper op na houden? Eentje met bont gekleurde overhemden, die zacht boerend de vergadering leidt. Bij het GVB zit een uit 010 afkomstige vervoers-saboteur, die ook nog de aanvoerder der fietsers is, maar verder te dom om uit haar ogen te kijken; een miezerig, minuscuul metrolijntje van een paar lullige stationnetjes kostte drie miljard en meer dan 15 jaar, een brug kost er straks vast vijf, het Stedelijk Museum had achter elkaar twee doodsbleke, aartslelijke vrouwen van Mars, de gemeentelijke administratie vergiste zich met 180 miljoen, en een voormalige wethouder deed het in dienst van heel Nederland nog eens dunnetjes over, en dan hebben we ook nog Rutger Groot Wassink, de man van kneiterlinks. Waar anders zou Rob terecht kunnen? Rob is voor Amsterdam gemaakt!

(PS. Wat zegt u? Femke Halsema? Het directeurschap van zo’n groezelige kolencentrale dan?)

VOETNOOD

woensdag 16 mei 2018
Hoewel ik hinder ondervond van een los gestoten teennagel, moest ik naar mijn tandarts, mevrouw De Smidt, die ooit in Zuid praktizeerde, maar tegenwoordig in Nieuw Sloten werkt, zodat ik nu lijn 12 neem naar het Concertgebouw en dan aan de Paulus Potterstraat overstap op lijn 2. Na een kwartiertje wachten werd de deur naar de praktijk geopend door een mij onbekende man met een baard, die Brahimi bleek te heten en uit Afghanistan kwam. Zodoende ben ik vandaag twee keer het Stedelijk Museum gepasseerd zonder met Arnon Grunberg te knuffelen. Ik heb wel geaarzeld, want eigenlijk kun je zo’n kans niet laten lopen. Anderzijds: wat had ik moeten zeggen? Arnon, ik vind die voetnoten van je veel beter dan je romans? Of: mijn tandarts, een 59-jaar oude vrouw die in haar vrije tijd best aardig schilderde, blijkt twee maanden geleden een herseninfarct te hebben gekregen en zal nooit meer tot werken in staat zijn? Of: ik heb last van mijn voet, toch ben ik hier? Allemaal te demotiverend. Zodoende heb ik er maar van afgezien.

SPACE ODYSSEY

zondag 13 mei 2018
Daar moest ik weer eens lezen, in een krant bovendien die ik respecteer, hoe geniaal Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey wel was. Een week of zo geleden kreeg ik daar trouwens tot mijn ergernis hetzelfde te horen over George Benjamins nieuwe opera, Lessons in Love and violence die, nadat hij recentelijk in première ging in Londen, eind juni ook Amsterdam aandoet. Ik verafschuwde Benjamins Written on skin van 2012 ook al. De krant in kwestie gaat naar mijn idee soms wel enigszins gebukt onder het loodzware gewicht der culturele politieke correctheid. Ik houd u op de hoogte. Hoe dan ook: 2001, A Space Odyssey is naar mijn idee geen geniale film. En dat spijt me beslist. Ik zie graag geniale films en het gebeurt veel te zelden. Gisteren zag ik nog de alom geprezen Death of Stalin, maar verder dan verdienstelijk kwam ik niet. Het is ook ambitieus, om een komedie te willen maken over Stalin en zijn medemoordenaars. Ik zeur er natuurlijk niet over dat er weinig te lachen viel. Wel is het een compliment dat hij in Rusland onmiddellijk verboden werd, terwijl het zo’n prima film zou zijn geweest ter begeleiding van de Russische negende mei. Anderzijds, ook al verschilt de schaal aanzienlijk: wij vinden het evenmin prettig op 5 mei herinnerd te worden aan de politioneel genoemde acties in onze voormalige koloniën.

Space Odyssey is zo’n film die, hoewel hij van 1968 is, onmiddellijk associaties oproept met de jaren ‘70, en die aanvankelijk fascineert, maar na een uurtje of zo danig begint te vervelen. Misschien ligt het aan mij en ben ik gewoon een droogkloot. Ik vind Blade Runner ook pulp. De openingsscène van Space Odyssey, die is geniaal, al had hij best wat korter gekund. Daarbij doel ik niet op de openingstiteling, met de muziek van Richard Strauss, waarvan een still nog door DGG zou worden gebruikt voor de plaatopname van Also sprach Zarathustra, maar op de scènes erna: woestenij, leegte, suizende wind, dieren, aapachtig krijsende wezens - en trouwens met die raadselachtige monoliet die wat mij betreft overbodig was. De journalist in de New York Times beschreef de scène weliswaar, maar leek de portee ervan merkwaardig genoeg niet helemaal te begrijpen en over de begeleidende muziek zweeg hij. Ik maak u er maar even op attent, dat hoewel het vele jaren geleden is dat ik de film zag, die openingscene toch altijd heb onthouden, misschien omdat het gebeurde in het Amsterdamse Bellevue Cinerama, waar de film dus nog na augustus 1972 moet hebben gedraaid, want toen verscheen ik pas in Amsterdam. Terzijde, wat voor Space Odyssey geldt, geldt voor veel films van Kubrick: vaak worden ze ergens halverwege bedorven, omdat er niemand was die tegen de regisseur durfde te zeggen: hé joh, doe normaal, denk eens aan de kijker. Kubrick is meer een man van het detail en het beeld, dan van het geheel. Het geldt voor Barry Lyndon, voor Clockwork Orange, voor Eyes Wide Shut en voor Full Metal Jacket. Delen ervan zijn soms subliem, maar de films als geheel zijn dat niet. Enige paar uitzonderingen misschien zijn derde avondvullende film, het briljante The Killing, van 1956, over de op het allerlaatste moment in het water vallende beroving van een paardenrenbaan, en zijn Dr. Strangelove (1964), allebei nog in zwart-wit. Na de vroege, deels verwoestende recensies bracht Kubrick zijn Space Odyssey in 1968 in lengte met twintig minuten terug, zodat hij nu ruim 140 minuten duurt. In de erg lange openingscene ervan ruziën aapachtige oerwezens in een onbeslist gevecht om water in een soort poel, tot éen ervan op het idee komt een bot dat ergens ligt, als wapen te gebruiken. Het gebruik van dat bot als verlengstuk van het menselijk lichaam is de eerste stap in de richting van de wetenschap en de overwinning van de mens op het dier. Dan gooit éen van de aapachtigen het bot omhoog, dat we met de camera volgen, waarna het scherm blauw oplicht en er een traag wentelend ruimteschip in beeld komt dat er qua vorm perfect op lijkt, met aan de zijkant de aarde, waarvan je in eerste instantie enkel een deel ziet. En dat gebeurt allemaal bij een langzaam inzettende Schöne Blaue Donau van Johann Strauss. Het idee om diens wals te gebruiken, is natuurlijk geweldig (net als aan het slot van Strangelove het gebruik van We 'll meet again dat is). Strauss is niet voor de vrolijkerds, het is melancholische, licht treurige, weemoedig makende muziek. Zie de mens. Kubrick verbindt er in éen beweging oertijd en onze verre toekomst mee, die hij natuurlijk geen 2001, maar 3001 had moeten noemen. Maar ja. Ik heb me voorgenomen, om zodra de film weer in Amsterdam verschijnt, opnieuw te gaan kijken. Dat gaat vast wel weer een keer gebeuren. Want je wilt het natuurlijk toch zeker weten. Misschien heb ik het mis of was ik gewoon te jong. En dan hebben we wel een echt scherm nodig. Hee, Eye! Luistert er daar iemand?

GEEL GEVAAR

zaterdag 24 maart 2018
Daar werden we recentelijk in het NOS-journaal, tussen het natuur-, klimaat, milieu-, zonnepaneel-, planten-, dieren- en gezondheidsnieuws door en vlak voor het uitgebreide weerbericht verrast met iets wat we waarachtig nog niet wisten. In het NOS-journaal! Waar je werkelijk nooit iets hoort wat je nog niet wist. Trump schijnt via importheffingen de economische strijd te hebben aangebonden met China, en wat bleek? D'r zat wat in. Het kostte de jongste NOS-bediende die het, door het beeld benend en al worstelend met de klemtonen voorlas, enige moeite om het bericht op coherente wijze ten gehore te brengen en aan alles kon je merken dat hij er zelf ook door geschokt was. Verdomme! Hij werkte nota bene bij het NOS-journaal en hij las iets voor wat hij zelf ook niet wist. Het blijkt dat die Chineesjes niet alleen veel meer naar ons exporteren dan dat wij dat naar hen doen - want dat is niet zo vreemd, ze zijn per slot van rekening met veel meer - maar dat wat ze naar ons exporteren eerst bij ons wordt gestolen: patenten, formules, bedrijfsgeheimen, technieken, productie-methodes, de hele reutemeteut! Wat een tuig! Terwijl ze hun eigen markt voor ons afschermen en per definite willen deelnemen in de schaarse bedrijven die ze wel toelaten. Wist u het? Ik niet hoor. Bovendien rijst op zo'n moment de vraag: als Trump zo'n gelijk heeft en al die kleine Chineesjes zich zo misdragen, waarom hebben wij wat Trump nu doet al niet veel eerder gedaan? Trump! Hebt u ooit iets intelligents over Trump gehoord? Zijn wij nog dommer dan Trump? Ik maak me zorgen. Ik ben gek op China. En mijn regering is het ook. Die verkocht nog niet zo lang geleden met een stalen gezicht de Nederlandse verzekeraar Vivat (die van Reaal en Zwitserleven) aan een Chinees bedrijf. Dat doe je toch niet zo maar! En wat horen we nu? Dat Chinese bedrijven eigenlijk niet bestaan, dat je nooit weet hoe het zit met de bezitsverhoudingen binnen zo'n Chinees bedrijf en dat ze op dubieuze wijze worden gefinancierd. Kijk, Gazprom, dat wisten we. Maar dit is niet Rusland, dit is China! Blijkt de enige troost te zijn dat als het misgaat, de partij - de Partij - ervoor zorgt dat het weer goed komt. Hadden wij ook maar zo'n Partij, zou je bijna denken, dan waren we van een hoop gezeur af. Toch ben ik diep teleurgesteld. Ik dacht: Chinezen zijn kleine, gele, aardige en bescheiden mensen. Ze hebben panda's. Ze kunnen alleen de r niet uitspreken en zeggen: Lie Tauwels. Chinese studenten overstromen overal ter wereld de universiteiten, ook in Nederland, zij het natuurlijk vooral de technische studies. We weten nu waarom! Nu zijn me de ogen geopend! Door het NOS-journaal! Sommige van onze universiteiten wilden dolgraag een Chinees filiaal, uiteraard vooral omdat de wetenschap voor die kleine gele heidenen een soort evangelie is. Maar het lukte niet, want wat jonge dwarsliggers mobiliseerden de pers. Daar hebben we achteraf geluk mee gehad. Toch ben ik er niet gerust op. Ik hoop maar dat Stef Blok ook heeft gekeken. Ik weet niet waarom ik denk dat Stef nooit naar het NOS-journaal kijkt. Misschien omdat hij ooit filiaalhouder was van de ABN Amro in Nieuwkoop. Geeft u toe, het is wel promotie hè, van bankfiliaalmanager naar Minister van Buitenlandse Zaken! Zouden ze in Enkhuizen al over Ziggo beschikken? Gelukkig gaat Mark Rutte zelf begin april mee met de handelsmissie naar China. Dan hoeven we ons geen zorgen te maken.

KIJKEN MET JE OGEN

vrijdag 19 januari 2018
Wie in deze tijd een Nederlands museum bezoekt, in Dordrecht, Groningen of Den Haag, die kan over de hoofden lopen, over de grijze hoofden vaak. Daar kunt u vervolgens uw beklag over doen en er al dan niet ironisch bedoelde briefjes over aan De Volkskrant schrijven, maar helpen doet het niet. Mezelf zou ik trouwens niet grijs willen noemen, eerder licht kalend misschien, nou ja, of gewoon kalend dan. En enigszins gebogen, waar ik weinig aan kan doen. Maar, en dat is een groot verschil, ik ging altijd al naar musea. Overal. En al die anderen doen het, zo heb ik het idee, pas sinds kort, want vroeger zag ik ze nooit. Als ik ze daarna weer in de brasserie van het museum tegenkom - zo heet dat tegenwoordig - zie ik ook nog hoe ze het melkschuim uit hun inmiddels lege cappuccinokopje lepelen, gewoonte die ik ten diepste verafschuw, of iets eten zonder er een glas wijn bij te drinken, wat ook al helemaal verkeerd is. Het zijn de leeftijdgenoten waartoe ik al zo lang verdoemd ben, al vind ik wel dat ze er veel, veel ouder en slechter uitzien dan ik. Maar dat was vroeger ook al zo. Ik verdenk ze ervan dat ze het verzameld werk van Voskuil op de plank hebben staan, aan nordic walking doen en nu allemaal Geert Mak en Fik Meijer lezen, de twee lopende band-groot-industriëlen der late leeftijd. Nog niet zo lang geleden waren mijn leeftijdgenoten nauwelijks in geschiedenis geïnteresseerd. Maar nu lezen ze dus, om in te halen, Mak en Meijer. Je zou tegen ze willen zeggen: joh, lees in plaats van Meijer gewoon Suetonius, Ammianus Marcellinus of Appianus. Dat is veel leuker. Of lees gewoon een boek over de vredesonderhandelingen in Versailles, van MacMillan, of over de verliezers der Eerste Wereldoorlog, van Gerwarth, lees Frits van Oostrom over Jan van Brederode, lees desnoods de memoires van Grant en diens biografie van Chernow. Maar dat vinden ze te moeilijk. Er zit voor u en mij - eenvoudigen van geest als we zijn - maar éen ding op: mijd elke tentoonstelling, tenzij het echt niet anders kan omdat ze zo bijzonder is; ga naar het museum waar geen tentoonstelling is. Bezoek het werk voordat het naar een tentoonstelling wordt gestuurd, of doe het erna. Dan hebt u het rijk alleen. De meeste museumbezoekers zijn net zulke kuddedieren als gewone toeristen. In het buitenland is dat net zo. In Rome is het in het Palazzo Massimo doodstil en in Altemps ook, omdat op hetzelfde moment iedereen door de Vaticaanse musea draaft, waar u ter zelfder tijd in de pinacotheek zowat de enige bent. In de Berlijnse Gemäldegalerie is er nooit een mens. In het Moskouse Tretjakov bent u zowat alleen, ga 's ochtends om kwart over 8 naar de Accademia in Venetië en u hebt het complete museum voor uzelf, en zelfs op de tweede verdieping van het Louvre is er gewoon overdag geen hond. Mijd de Mona Lisa. Kortom: mens, windt u niet op, ergert u zich niet. Het plezier van naar een museum te gaan, is dat je er bent. Niet dat je er geweest bent, zodat je het van je lijst kunt schrappen. Dat je naar iets kunt kijken dat je mooi vindt. Dat is fijn. En dat betekent ook dat je het best vaker kunt doen dan éen keer. En dat je je mobieltje op zak kunt houden.

#YOUTOO?

woensdag 10 januari 2018
Het zal niet toevallig zijn dat de eerste echt kritische commentaren op het metoo-gedoe uit Frankrijk komen, al had Italië ook best gekund. In beide landen zijn ze wel wat gewend. Het meeste rumoer in Frankrijk, waar de kwestie de tag balancetonporc kreeg, betrof misschien de beschuldigingen aan het adres van de Zwitserse, maar Franstalige filosoof en islamoloog Tariq Ramadan, waarbij het niet ging om een hand op de knie, maar om minstens twee regelrechte verkrachtingen, beide met veel geweld, aldus in elk geval de aanklachten. Ik heb over die zaak in Nederland nauwelijks iets gelezen. Maar nu liet, in een open brief in Le Monde nota bene, een honderdtal vrouwen, onder wie actrice Cathérine Deneuve, weten dat het een vorm van puritanisme is om, onder het mom van het algemeen belang, vrouwen tegen de man te willen beschermen en hen zo opnieuw als zwakke, willoze slachtoffers te portretteren. Een onhandige versierpoging is geen ramp en de seksuele vrijheid, zo schreven de Françaises, is ook gediend bij de wederzijdse mogelijkheid elkaar lastig te vallen: importuner, was het woord dat werd gebruikt. Ik herinner er maar even aan, voor de wat jongeren onder ons: het was Deneuve die in een film van Marco Ferreri van 1972 - La Cagna (de teef), in Nederland merkwaardig genoeg vertaald als Liza - als hond optrad, de halsband omdeed en de hand van haar baasje likte. Dat was Mastroianni. Een dag na het stuk van de 100 vrouwen reageerde een dertigtal andere vrouwen, her en der betiteld als militante feministes, tegen wat ze beschouwden als 'de banalisering van seksueel geweld en minachting van de slachtoffers ervan'. En - met een hatelijke verwijzing naar de leeftijd van een groot deel der eerdere ondertekenaars en hun wereldbeeld, als vieux monde, ouwetjes dus. Het valt ook niet mee in dit soort kwesties een genuanceerd standpunt in te nemen. Want hoewel elke vorm van geweld tegen vrouwen natuurlijk uit den boze is, kent iedereen ook de keerzijde. In een wereld met veel mannen met macht heeft elke vrouw ook voordeel van haar schoonheid, als ze daar tenminste over beschikt. In hoeverre ze er gebruik van wil maken, kan van geval tot geval verschillen. Sommige vrouwen slagen er in om via hun decolleté op te klimmen. Anderen gaan een stap verder en slapen met de baas, of met de bazin trouwens. Je kunt je afvragen wat het verschil is met iemand die papa's lidmaatschap van de Rotary gebruikt om ergens een belangrijke stage te veroveren of een goeie baan, of die gewoon diens connecties benut, of diens geld. In elk geval kun je vast stellen dat de vrouw die haar décolleté gebruikt, of haar zo nobele lid, tenminste haar eigen decolleté gebruikt of haar eigen lid en niet dat van haar vader. En dan heb je natuurlijk ook nog de mensen die gewoon papa's naam gebruiken. Zouden we die dodelijk vervelende Aaf en Jelle Brandt Corstius hebben gekend als ze niet Brandt Corstius hadden geheten? Ik betwijfel het. Op de school waar ik zo lang werkzaam was, slaagden sommige leerlingen, die eigenlijk op een Mavo of een Havo thuishoorden, na veel geploeter, getrek en geduw, geknoei en gekneus, toch voor hun gymnasiumdiploma. Daar was dan soms veel geld mee gemoeid, maar dat was het probleem niet. Bovendien, dat weet achteraf niemand meer. Is daar ook een metoo voor? Wat hebt uzelf eigenlijk te danken aan wat u niet aan uzelf te danken hebt?

EINDNOOT

donderdag 30 november 2017
Gezeten achter de telescoop waardoor hij gewoonlijk de mens en de wereld vanaf zijn verre planeet beziet, schrijft Arnon Grunberg vandaag in de Volkskrant dat hij zich niet kan herinneren ooit verliefd te zijn geworden op een perfect lichaam. Wat dat ook moge zijn, voegt hij eraan toe, vooral misschien om ons te laten weten hoe ver hij boven die gedachte staat. De hang naar het perfecte lichaam verraadt naar zijn idee vooral smetvrees en doodsangst. Mij komt het als een platvloersheid voor of als een verregaande vorm van intellectuele gemakzucht het menselijk verlangen naar volmaaktheid af te doen als een gebrek of een morele onvolkomenheid. De gedachte verhoudt zich tot de werkelijkheid als een stripverhaal tot een roman. Als schrijver zou hij beter moeten weten, maar het is dus misschien geen toeval dat hij dat niet doet. En natuurlijk, het is waar: alle perfecte lichamen zijn - vrij naar Tolstoj - eender, maar geen enkel perfect gezicht is gelijk. En toch kunnen beide samen, als je er de liefde mee bedrijft, en ook als dat niet zo is en je er enkel naar verlangt, ervan droomt, erop hoopt, de bron zijn van een het kortstondig moment ver te boven gaand geluk, net als op reis gaan of een prelude van Chopin, een verhaal van Tsjechov of een roman van Thomas Mann.

XTRMHTSXL

maandag 27 november 2017
In een land waar de ene helft van de bevolking homoseksueel is en de andere streeft naar vroegtijdige levensbeëindiging, daar heeft de gewone, gezonde extreem-heteroseksueel die valt op vrouwen tussen de 18 en de 25 het niet gemakkelijk.
- Mag ik een bij mijn gender passende verpakking? vroeg ik op vriendelijke, maar licht kritische toon aan het meisje dat in de Bijenkorf bezig was op de witte papieren tas waar ze mijn messenset van Herder en een vijzel met stamper in had gedaan een geel lint te strikken.
Ze keek me geschrokken aan. Begrijpelijk, want als personeelslid van de Bijenkorf wil je geen problemen, zeker niet met iemand die net drie grote koksmessen heeft aanschaft. Daar ben je voor aangenomen.
- Gele strikken zijn voor homo’s, zei ik, zo beminnelijk als ik kon. En ik ben een extreme heteroseksueel. Wij extreme heteroseksuelen worden nog nergens erkend, maar het wordt tijd dat het gebeurt. Wij vinden het bijzonder vervelend als wij voor homo’s worden aangezien. Wij, wij krijgen van elke mooie vrouw een erectie. En daar kunnen we niets aan doen. En we zijn er nog trots op ook.
Terwijl ik het zei, liet ik mijn vuist landen op de toonbank. Maar niet te hard, want ik wilde geen opzien baren.
- Niet dat ik iets tegen homo’s heb uiteraard, liet ik daar nog op volgen. Sommige van mijn beste vrienden zijn homo. Het zijn allemaal heel aardige mensen, ook al win je er geen oorlog mee en heb je er verder niks aan.’
In Nederland moet je oppassen met kritiek op de homoseksueel, zeker als je ook nog een baard hebt. Voor je het weet, heb je gedoe.
Het was een erg mooi meisje, met een licht exotische look. Ze had lang donker haar, wat me altijd erg opwindt. Haar truitje toonde de fraaie afdruk van een paar niet al te grote, maar toch sublieme borsten. De rij voor haar balie was lang geweest en er stonden opvallend veel mannen in. Er is nog hoop, dacht ik. Extreme heteroseksuelen van Nederland, verenigt u!
- Wij hebben alleen maar deze tassen, zei het meisje, naar hulp zoekend om zich heen kijkend. Erg intelligent oogde ze plotseling niet. Ze zag eruit alsof ze op het punt stond in huilen uit te barsten.
- Nou, vooruit dan maar, zei ik, troostend. Maar misschien is het een goed idee als u uw werkgever erop attent maakt dat tassen met gele strikken helemaal verkeerd kunnen worden opgevat.
Ze keek me onzeker aan en overhandigde me aarzelend de tas.
- Dank u wel, zei ik. En rukte er in éen haal het gele lint van af. Rrrrrats!

HALBE MEETS LE DRIAN

vrijdag 17 november 2017
Het schandaal dat gisteren in Den Haag ontstond, heeft zich vandaag naar Parijs verplaatst. De Franse president Macron heeft inmiddels zijn excuses aangeboden aan Minister Zijlstra en tegenover de Franse pers uit de doeken gedaan waar het bij de ontvangst in Den Haag misging. Tijdens de zeer druk bezochte persconferentie en in gezelschap van de Franse Minister van Buitenlandse Zaken en Europa, de Breton Jean-Yves le Drian, ontstond overigens grote hilariteit. “Wij dachten werkelijk dat hij de chauffeur was”, zei Macron. “Hij zag eruit als de chauffeur en hij leek me gekleed zoals je dat van een chauffeur verwacht. Wij hadden niet goed opgelet en hij stond naast de auto. Ik was al stomverbaasd dat een chauffeur zo maar tegen ons begon te praten. Maar ja, in Nederland.... En ik begreep ook echt niets van wat hij tegen me zei. Ik was wel gewaarschuwd dat de nieuwe Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken geen woord Frans sprak, en heel slecht Engels, maar dat weten we van Nederland. Maar deze keer verstond ik er echt geen woord van. Het was absoluut niet de bedoeling iemand te beledigen. Nederland is voor ons een belangrijke partner. En met Mark Rutte ben ik goed bevriend." In Den Haag wordt de kwestie als nog veel pijnlijker beschouwd, omdat het inmiddels de derde keer is dat een dergelijk incident plaatsvindt. Eerder werd de minister in Amsterdam verward met een lid van de beveiliging, dat overigens inderdaad enigszins op hem bleek te lijken en twee weken daarvoor overhandigde een bezoeker van een receptie in het Haagse Concordia hem de uitnodiging, toen de minister zich bij de ingang van de ruimte bevond. Zijlstra zelf weigerde tot nu toe elk commentaar.

#METOO!

zondag 22 oktober 2017
Bilknijpers! Kruisgrijpers! Borstbetasters! Rokplukkers! Pornografen aller landen, lamentabel stelletje rukkers dat jullie zijn, zielige zelfbevredigers, vuilevlekkenmakers! Niet alleen zijn jullie hartstikke sneu, met jullie treurige gefoezel bezorgen jullie mij een slechte naam. Oprotten! Laten we het daar eens over hebben: over mij. Over ons! Ik leg het uit. Mag ik u, nu we als beschaafde mensen onder elkaar zijn, een onbescheiden vraag stellen? Bent u wel eens verliefd geweest? Nee, dat bedoel ik niet. Nee, maar echt verliefd. Dat u er door overvallen werd en u het eigenlijk zelf niet eens wist? Dat het pas na een paar dagen tot u doordrong en dacht: Hé man, wat doe je raar. Ben je nou verliefd? Dat je haar daarna overal zag, ook waar ze helemaal niet was. Met die ogen als edelsteen! En dat je de hele dag door aan niets anders meer dacht? Dat je zowat koorts had. Dat je je wanhopig afvroeg: ben je nou godverdomme verliefd op een hoofd met een paar ogen en een mond? En dat je er daarna niet meer in slaagde haar gezicht kwijt te raken? En de enkele keer dat het per ongeluk toch gebeurde, de paniek nog veel groter was? Op zo’n manier dat je langdurig voor alles ongeschikt werd? Behalve om de late Liszt te draaien, of, vooruit, Chopin? Of gewoon uren al rokend voor je uit te staren? Maar dat het toch geleidelijk tot je doordrong dat sommige dingen geen grapje zijn. Dat het iets is waar je nooit meer af komt. En dat het een flink gat achterlaat, waar je altijd, op elk moment van de dag, weer in kunt vallen? Voor dat soort verliefdheid moet je talent hebben. Dat je nog vele jaren later denkt: nu is ze ergens anders, in een andere ruimte, bij een andere man, bij de een of andere achterlijke fucker, en ze weet niet eens meer wie je bent. Licht van mijn bestaan, maar ver weg, als een ster aan het firmament! Meisjes, vrouwen! Het barst van de kerels die naar je kruis grijpen. We nemen het aan. We geloven het. We lezen het overal. Maar godverdomme - sorry - denk ook eens aan ons! Aan al die stille lijders! Want dat zijn er meer, veel meer! Dat zijn er talloos veel miljoenen.

ALEXANDRA VAN H.

zondag 1 oktober 2017
Gisteren werd in Amsterdam, volgens een kort persbericht van de hoofdstedelijke politie, gearrresteerd de 49-jarige Alexandra van H. Het betreft, zo vermelden betrouwbare bronnen inmiddels, inderdaad de directeur van het Amsterdamse Gemeentelijk Vervoersbedrijf. Alexandra Van Huffelen, die eerder al in opspraak geraakte omdat haar salaris ruim boven de zogenaamde Balkenendenorm bleek te liggen, volgens welke openbare bestuurders in Nederland niet meer mogen verdienen dan 130 procent van een ministerssalaris, zou nu al enkele jaren betrokken zijn bij stelselmatige pogingen het Amsterdamse openbaar vervoer schade toe te brengen. Van Huffelen, die eerder als wethouder werkzaam was in Rotterdam en lid is van D66, zou daarvoor grote sommen gelds uit die havenstad hebben aangenomen. Bij de bedragen, die op een geheime rekening werden gestort, ging het, zo is vast komen te staan, om enkele tonnen. Eerder al verbaasden werknemers van het GVB, bij wie mevrouw Van Huffelen naar beweerd weinig populair is, zich over een aantal besluiten. “De zeer hoge prijzen van het vervoer, dat inmiddels het duurste is van Europa, het opheffen van lijn 25, het verdwijnen van talrijke haltes, dat bevreemdende zomerschema, dat kon allemaal nog gezien worden als een vorm van bezuiniging”, zo zei een werknemer, die beslist anoniem wil blijven. “Dat zomerschema deed trouwens wel een beetje de deur dicht. Iedereen weet dat het ’s zomers in Amsterdam net zo druk is als in de rest van het jaar en op sommige lijnen nog veel drukker. We zitten hier niet in 010 hè. Het heeft geleid tot afschuwelijke situaties." Ook Van Huffelens wens om van de klanttevredenheidsfactor af te komen als kriterium bij de beoordeling van de noodzaak tot een eventuele verzelfstandiging was binnen het bedrijf naar verluidt zeer omstreden. "Iedereen begrijpt wel waarom ze dat wilde", zei iemand met een hoge functie binnen het bedrijf, "maar pijnlijk is het natuurlijk wel. Het is toch alsof je tegen je klanten zegt: val maar dood." Iemand uit het management van het GVB zei: "Er gebeuren ook gewoon echt rare dingen. De tramhalte voor de Bijenkorf is zowat verplaatst naar Centraal Station, die van de Albert Cuypmarkt naar de Ceintuurbaan en die op het Leidseplein naar de Stadhouderskade. Toen gingen er wel wenkbrauwen omhoog. Dan leg je een tramhalte niet op een plein, maar op een smalle brug en niet bij de markt, maar zowat een kilometer verderop!" “Het is natuurlijk ook gewoon een hartstikke raar wijf hè”, zei desgevraagd een trambestuurder, die eveneens anoniem wil blijven. “Heb je d’r wel eens gezien?” Een rechercheur die getuige was van de arrestatie, vermeldde dat die niets te maken had met het feit dat mevrouw van Huffelen zich op dat moment in een dark room bevond in een gelegenheid aan de Nieuwezijdskolk. “Iemands seksuele gewoontes gaan ons niet aan. In Amsterdam mag iedereen doen wat hij wil’, zei hij.

MOOIER, MOOIST

maandag 18 september 2017
Het is een ergeniswekkend feit en het is u vast en zeker ook opgevallen: niet alleen zijn er steeds meer mooie vrouwen, ze worden ook steeds mooier, wat niet het zelfde is. Nee, echt niet. De kwestie waarom vroeger minder vrouwen mooi waren, en waarom ze minder mooi waren, zullen we hier laten rusten. We weten het allemaal: het verleden is voorbij en je hebt er niks aan. En er geld mee verdienen kun je ook niet. Nu hoor ik u vragen: waarom een dergelijke kwalificatie als ergerniswekkend betitelen? Hoe meer mooie vrouwen, hoe beter toch? En hoe mooier ze zijn ook? Per slot van rekening maken dan ook arme, lelijke, oude mannen zoals u kans op een mooiere vrouw in plaats van enkel de rijke lelijke mannen, ofschoon u het zelfs dan vermoedelijk wel kunt vergeten. Bovendien zegt u misschien: wie bent u om een dergelijke constatering te doen? Bent u een een autoriteit, een gezaghebbend specialist op het gebied der schoonheid? Zeker ben ik dat. Nou ja, soort. Tegenwoordig nog enkel zoals een voetballiefhebber die alleen nog naar voetbal kijkt op tv. Meestal tenminste. Voetballen en naar voetbal kijken op tv is niet hetzelfde, maar je kunt er nog best verstand van hebben, zeker als je echt gevoetbald hebt. Hoe dan ook: recentelijk was ik, nadat ik – door de nood en mijn helemaal niet lelijke gezellin gedwongen - in het Parijse Musée des Arts Décoratifs de Dior-tentoonstelling had bezocht, ook nog – al even noodgedwongen, maar wel met meer plezier - aanwezig bij een modeshow aan Avenue Montaigne, achter de schermen zelfs. Ik heb mijn ogen uitgekeken. En nee, dat was niet omdat ik zoveel mooie vrouwen zag, want dat was helemaal niet zo. Er liepen meer mannen rond dan vrouwen. En de vrouwen vond ik niet zo mooi. Wat me opviel, dat waren de bijna woedende, kille moordenaarsblikken waarmee de graatmagere modellen de catwalk op- en afmarcheerden. Als ze bewapend waren geweest, zou me dat niet hebben verbaasd. De haatdragende hoofden van de meisjes in kwestie leken allemaal op elkaar, alsof ze uit dezelfde mal kwamen. Ik slaagde er niet eens in ze uit elkaar te houden. Uitzinnige kledij, die geen normaal mens ooit zou dragen, veel lange benen, hoge jukbeenderen, smalle ogen, volle lippen, naar mijn idee vaak grenzend aan het ordinaire. Ze kwamen uit de hele wereld, zo werd me verteld. Begrijp me goed, en laten we niet hypocriet doen: als je er een in je bed zou vinden, protesteer je niet. Laat ons nederig blijven. Het zijn natuurlijk wel mooie vrouwen, want anders loop je daar niet. Maar toch, er was er geen éen waar ik echt warm van werd. Terwijl, de hele week waren de mooie vrouwen overal. Behalve dus waar je ze als gewoon mens het eerst zou verwachten. Het was schitterend weer en ik had al een paar ochtenden lezend doorgebracht in het Luxembourg, of aan de vijver in het Palais-Royal, met de voeten op de rand van het bassin, en ik had er meer mooie vrouwen gezien dan die hele middag aan Avenue Montaigne. Zat ik tussen de middag te eten op een terras, Avenue Wilson, marcheerde daar de ene schoonheid na de andere voorbij. At ik ’s avonds om der historie wille in Montparnasse, bij Closerie des Lilas – matige kwaliteit - zaten er links en rechts mooie vrouwen, ter rechterzijde zelfs een absolute schoonheid die mij de eetlust compleet ontnam, eens temeer omdat er een man tegenover haar zat die volkomen in het niet viel. Waar haalt zo'n vrouw een dergelijke onbeduidendheid vandaan? Nam ik ’s avonds laat tegenover mijn hotel, Place Saint-Georges, nog een borrel, zat er naast me een mooie vrouw, die gelukkig tegenviel zodra ze haar mond open deed, want ze bleek een Amerikaanse, die om de drie woorden ‘like’ zei, ‘like’, en ‘like’, totdat ik er regelrecht agressief van werd. Toen ik aan Avenue Montaigne een voorzichtig kritische opmerking maakte over de schoonheid der vrouwen aldaar, vergeleken met wat ik al dagenlang gewoon op straat had gezien, zei de vrouw met wie ik was, en ik vertaal: dat komt omdat de mannen die het hier voor het zeggen hebben allemaal homo’s zijn. 'Ghé', zei ze, en daarna, misschien aarzelend over mijn begrip van haar franglais, ‘des pédés’. En het was waar. Veel mannen die er rondliepen waren zonder moeite als zodanig herkenbaar. Het zijn de homo’s die tegenwoordig bepalen wat wij mannen mooi moeten vinden en wat niet. Dat is pas ergerniswekkend.

Parijs, Palais-Royal, woensdag 30 augustus 2017

Parijs, Palais Royal, 30 augustus 2017

HET VERDRIET VAN HET STEDELIJK

maandag 11 september 2017
Voormalig Ajaxtrainer Frank de Boer verloor met Crystal Palace vier wedstrijden en zijn spelers wisten in geen ervan zelfs maar te scoren. Beatrix Ruf, directeur van het Stedelijk, liet zich - tijdelijk, maar toch - een valse Mondriaan in haar handen stoppen. Wie van de twee werd er ontslagen? Raadt u eens. Heel goed. Met het Stedelijk is het altijd wat. Om de renovatie en nieuwbouw in te luiden, gooide een Amsterdams wethouder de ruiten in. Vervolgens wilde het museum een nieuwe vleugel en kijk wat er gebeurde. Nou, dat was toch de bedoeling! Je hoort het ze zeggen: een vleugel! Soms heelt de tijd geen wonden, maar strooit er zout in. En dan groeit zo'n wond, en dan groeit hij....tot de hele buurt stinkt alsof er een pisbak staat. Terroristen aller landen, verenigt u aan de Van Baerlestraat, maar spaar het Concertgebouw! Hoe dan ook, ramen ingegooid, vleugel neergedaald naast het oude gebouw - dat er van de weeromstuit zowat deftig is gaan uitzien, stelde het museum vervolgens Ann Goldstein aan, die zojuist van Mars was geland en van wie geen mens daarna meer heeft vernomen. Eigenlijk weet niemand helemaal zeker of ze wel echt heeft bestaan. Zelfs op de site van het museum werd haar naam verkeerd gespeld. Ten slotte bleek dat het opnieuw dicht moest om de collectie te herschikken. En zie: daar verscheen de Duitse, uit Zwitserland afkomstige mevrouw Ruf. Misschien is ze het nichtje van Goldstein. Zo ziet ze er tenminste uit. U wist het niet, maar Zwitserland is beroemd vanwege zijn kunst, al is er wel eens gedoe over de eigenaar. Maar meestal zijn die al lang en breed dood. Vraag het maar aan het Zürichse Bührle of aan de Hermitage in Lausanne. Nee, antwoord krijgt u niet. En de achterzijde van de schilderijen mag u ook niet zien. Hoe dan ook, mevrouw Ruf kreeg van een kennis, die in eerdere instantie nog een goede vriend was, een Mondriaan te leen om hem tijdelijk op te hangen, leende hem zelf uit aan Brussel in ruil voor de restauratie, waarna niet een groot kunstkenner, of een kunsthistoricus, of iemand met veel kennis van zaken, maar Mondriaans kersverse deeltijd-biograaf Leon Hanssen, een nogal breedsprakige cultuurfilosoof, tot de ontdekking kwam dat het schilderijtje een vervalsing moest zijn. Het origineel hing in 1937 op de tentoonstelling in München met Entartete Kunst. Geheel terzijde, ook toevallig: het was in Zwitserland, in Lausanne, dat Theodor Fischer in 1939 een deel ervan veilde in opdracht van Goebbels. Hoe dan ook: op de achterzijde van de Mondriaan was geen etiket te bekennen. Met zoiets hoef je zelfs bij de meeste kunsthandelaren niet aan te komen en al helemaal niet bij een museum. Nou ja, bij Wildenstein misschien, als het tenminste geen Monet is, want die hebben ze zelf allemaal. In een voorpublicatie van zijn biografie in NRC maakte Hanssen duidelijk dat het bij de eigenaar niet om iemand ging die zelf te goeder trouw handelde, maar gewoon, om een oplichter. Wie erin slaagt een vervalsing een museum binnen te krijgen, heeft daarmee voor zijn werk een onaantastbare status verworven en de bijbehorende prijs. Die kan gaan rentenieren. Vervalsers proberen het vaak en musea weten dat, zij het niet allemaal. In Genua werd in het afgelopen jaar in het Palazzo Ducale daar een Modigliani-tentoonstelling gesloten. 21 werken waren verdacht en van sommige staat nu al vast dat het vervalsingen zijn. De curator van die tentoonstelling, Rudy Chiappini, is in het dagelijks leven directeur van het museum van Lugano, gevestigd in de zo toepasselijk geheten Villa Malpensata, waar ik lang geleden samen met mijn goede oude vader zaliger de collectie Thyssen-Bornemisza bezocht. Tegenwoordig moet u ervoor naar Madrid. Lugano ligt, zoals u misschien wel weet, in Zwitserland, op het randje, weliswaar, maar toch. Mevrouw Ruf heeft op zijn minst dubieuze vrienden, zo kunnen we vaststellen. Zwitserse vrienden. Over veel kennis van zaken beschikt ze blijkbaar niet en gemakzuchtig is ze ook. Want veel moeite had ze volgens mij niet hoeven doen. Waar doet dat toch allemaal aan denken? Aan Emily Ansenk, voormalig kunstbewaakster van Dirk Scheringa, gepromoveerd naar Boijmans, de mevrouw die ooit meedeelde dat de beveiliging van haar museum state of the art was, zou ik zeggen. Of aan Wim Pijbes, die nergens verstand van had, maar toch werd benoemd tot directeur van het Rijksmuseum. Sorry, van het Rijks Museum. In Nederland zijn het de huppelkutjes en de hyperlullen die de kunst besturen. Ontslaan doen we nooit iemand. Bekwaamheid niet vereist, want het is maar kunst. Gauw interactief maken de collectie! Enne, komt u er nog wel eens, in het Stedelijk?

Kisho Kurokawa (1934-2007), Amsterdam, Museumplein. Tentoonstellingsruimte Van Goghmusum. Eenvoudig, elegant en bescheiden. Foto: 13 januari 2013

Amsterdam, Kurokawa, Museumplein. Tentoonstellingsruimte Van Goghmusum

HERDENKEN

woensdag 3 mei 2017
Mijn vader werd geboren in 1907 en stierf in 1995. Op zijn tiende werd hij van de lagere school gehaald, omdat hij met zijn vader naar Texel moest om daar vlas te snijden. Hij legde samen met hem de weg op zijn klompen af, 150 kilometer heen en zes weken later ook weer terug. Hij trouwde in 1937 met een veel jongere vrouw – jongere vrouwen zitten in de familie - werd in 1940 gemobiliseerd, kwam met zijn regiment in de Brabantse Peel te liggen, werd teruggetrokken naar Duinkerken, ging daar op 20 mei met nog zo’n 1500 man scheep aan boord van een vrachtschip, de Pavon, dat een uur na uitvaren, om 10 uur 's avonds, door een Duitse bom werd getroffen en daarna ook nog gemitrailleerd. Er kwamen 50 mensen om het leven. De Jong beschrijft de kwestie in zijn deel 3 van zijn Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader geraakte weer aan land, stal een fiets en ging op eigen houtje naar zijn dorp, onder de rook van Rotterdam, dat toen net was gebombardeerd en waar de vrouw met wie hij nog relatief kort was getrouwd op hem wachtte. Ze zal blij geweest zijn hem terug te zien, maar het heeft dus maar weinig gescheeld of het was niet gebeurd. De fiets heeft nog jaren lang bij ons in de schuur gestaan: Jamet. Wanneer mijn vader werd opgeroepen voor de Arbeidsdienst weet ik niet precies, maar hij werd er blijkbaar door in gewetensnood gebracht, raadpleegde er naar ik veel later heb begrepen zelfs de dominee voor, iets wat ik me nauwelijks kan voorstellen, want zo gelovig was hij niet, hij vertrok toch, werkte een tijdlang bij het station van Keulen, vluchtte samen met een paar anderen, liep terug naar Nederland, dook onder en kwam bij het verzet terecht. Ik heb geen idee wat hij er heeft gedaan, wel weet ik dat mijn broer bij mijn moeder, die zelf ‘wel eens met krantjes reed’, in die periode moet zijn verwekt, want hij werd geboren in september 1944. Na de oorlog heeft hij tot zijn vijfenzestigste in een machinefabriek gewerkt. Ergens in de vijftiger jaren al kon ik van geen boek afblijven en zo pakte ik ooit éen van de twee dikke, grote, zware exemplaren met een groene omslag uit de boekenkast. Er stonden allemaal foto’s in, éen daarvan met een dode man die blijkbaar had gepoogd zich in een konijnenhok te verbergen. Het hok was veel te klein en in een flits begreep het nog kleine jongetje dat ik was, wat doodsangst betekende. Mijn moeder pakte het boek onmiddellijk af. Jaren later las ik de titel van de twee boeken pas met mijn volle verstand: Het grote gebod, Gedenkboek van het verzet. Ik heb mijn vader over de oorlogsjaren maar zelden een woord horen zeggen, terwijl ik toch een paar keer wekenlang met hem samen op reis ben geweest. Ik wist dat hij het er niet over wilde hebben en dat respecteerde ik. Bijna alles wat ik hier schrijf, weet ik van mijn broer, die zeven jaar ouder is dan ik. De keren dat ik met mijn vader naar Italië en Griekenland ging, mochten we niet via Duitsland reizen. Dat was volgens mij het enige commentaar dat ik hem ooit op de oorlog heb horen leveren. Wat zou hij van het jaarlijks terugkerend gedoe over het herdenken hebben gevonden? Chris van der Heijden, de historicus van fout Nederland, schrijver van een boek over de collaboratie, getiteld 'Grijs verleden', iemand die ook de Duitsers wilde herdenken, zei er ooit in een interview over: Degenen die nu protesteren, spreken uit naam van slachtoffers die er al bijna niet meer zijn. Ik schreef het al een keer, en ik kan het niet beter zeggen: voor een historicus is dat een vreemde opvatting. Want het is ermee begonnen dat die slachtoffers er niet meer zijn. Die zijn namelijk dood. Al die anderen waren de overlevenden. In hoeverre ze slachtoffer waren, kan van geval tot geval in hoge mate verschillen, maar éen ding hebben ze gemeen: ze leven nog, of ze zijn na de oorlog op min of meer natuurlijke wijze gestorven. Al die anderen leefden toen al niet meer. En dat was de schuld van de daders. Daar is niets grijs aan, dat is zwart of wit. En het zijn de slachtoffers die we zouden moeten herdenken.

BOZE STIER, DAPPER MEISJE

dinsdag 18 april 2017
In 1989 zette beeldend kunstenaar Arturo di Modica op Wall Street in New York op eigen kosten en zonder gemeentelijke toestemming zijn drie ton zware bronzen stier neer, zijn Charging Bull: reusachtig dier, ineengedoken, klaar voor de aanval. Onder ons gezegd: veel stelt het niet voor. Het is de locatie bij de beurs die het werk zijn gewicht geeft. Maar ik wil wedden dat u de bedoeling ook niet begrepen had. Want als u wel eens in New York bent geweest, zult u het beeld wel kennen. Ruim een maand geleden werd ter gelegenheid van de viering van de internationale vrouwendag op een paar meter afstand, tijdelijk zo was de bedoeling, recht tegenover het beeld een ander neergezet, ook in brons, van een meisje, een beetje Banksy-achtig: rokje, wuivende paardenstaart, kom maar op jij, uitdagende houding, beide handen in de heupen. Het heet Fearless Girl. Wie de maker is, wordt nergens vermeld. De opdrachtgever ervan, State Street Global Advisors, SSGA, is nota bene een beleggingsmaatschappij. Ik geloof nooit dat de bedenkers Goya's Vrouw met stier hebben gekend. Di Modica protesteerde. Hij vond dat de bedoeling van zijn stier door het meisje werd veranderd. Na de beurscrisis van 1987 wilde hij met zijn beeld een positief signaal geven. Wat het arme beest daarmee te maken had, werd helaas niet erg duidelijk, want het verhaal dat hij erbij afstak, was onbegrijpelijk. Zelf meende ik ooit gewoon dat de stier voor Wall Street stond: u weet wel, porseleinkast, dom en gewelddadig. Volgens mij denken de meeste mensen dat ook. Maar ik had het dus mis. Hoe dan ook, de New Yorkse burgemeester, Di Blasio, vatte blijkens een tweet de reactie van de gekwetste kunstenaar op als een bewijs van vrouwvijandigheid. En dat is natuurlijk onzin. Ik ben gek op dit soort kwesties. Drie jaar geleden raakte ik gefascineerd door een bundel van twee Franse juristen, Céline Delavaux en Marie-Hélène Vignes, getiteld, Les Procès de l’art - in 2014 uitgegeven door de Parijse uitgeverij Palette - waarin de twee dames tientallen rechtszaken behandelden die allemaal betrekking hadden op geschillen in verband met de beeldende kunst. Het is een werkelijk fantastisch boek dat ik iedereen die Frans kan lezen en artistiek is geïnteresseerd, zou willen aanraden. De 350 pagina’s zijn uitbundig geïllustreerd, voortreffelijk geschreven en bieden, thematisch gerangschikt, in de vorm van tientallen artikelen van steeds zes of zeven pagina’s tal van brandende gerechtelijke kwesties: wanneer is iets eigenlijk een kunstwerk, van wie is het, wat mag u ermee doen, en wat een kunsthandelaar, hoe mag u het reproduceren, wat zijn de rechten van de maker en die van zijn erfgenamen? Voor documentairemakers moet het een ware Fundgrube zijn van materiaal. Maar wat vindt u? De kwestie lijkt me eigenlijk simpel. Nee, natuurlijk mag het niet. De aard en de opzet van het oorspronkelijke kunstwerk, wat die ook geweest moge zijn, wordt erdoor aangetast. Ik wil wedden dat, als de rechter er een uitspraak over doet, een belangrijk argument zal worden gevormd door de ondergrond. Die rechter, die heeft trouwens geluk, want die krijgt een prachtige zaak in de schoot geworpen, waarbij hij op uitbundige wijze kan demonstreren hoe geletterd hij is. Het beeld van de stier staat op een verhoogd plaveisel met kinderhoofdjes. Dat deel van het plaveisel werd speciaal uitgebreid om er het meisje op te kunnen zetten. Daarmee suggereren de makers en opstellers van het beeld van het meisje dat het bij de stier hoort. En daarmee tasten ze de oorspronkelijke bedoeling van Di Modica aan. Die beleggingsjongens ook altijd! Pak ze! Ik sla er maar een slag naar. Symbolische schadevergoeding: éen dollar.

New York, Wall Street, Arturo di Modica, Charging Bull; en SSGA, Fearless Girl, met Photoshop bewerkt naar een foto van Anthony Quintano, via Flickr

Arturo di Modica, Charging Bull; en SSGA, Fearless Girl

AMSTERDAMSE HYBRIS

zondag 2 april 2017
Politici en bestuurders in het algemeen zijn zelden intellectuelen. Tijd om boeken te lezen hebben ze niet en het ontbreekt ze meestal aan een specifiek soort interesse. Het enige wat ze boeit, is hun carrière. Dat is jammer. Wie wel eens wat leest, is sceptisch over de mogelijkheid de verre toekomst te voorzien. De wereld is vol met flagrante voorbeelden van onbedoelde verbanden tussen oorzaak en gevolg. In Amsterdam is de wethouder van duurzaamheid Abdeluheb Choho van D’66. Op diens cv staat te lezen dat hij ooit directeur was van een softwarebedrijf met de naam Total Specific Solutions. Waarom ik daarbij aan Elsschots Wereldtijdschrift moet denken, weet ik ook niet, maar ongetwijfeld is het wethouderschap een flinke stap omhoog op de maatschappelijke ladder geweest. De waarde van de op kolen gestookte Amsterdamse Hemwegcentrale – éen van de vijf resterende exemplaren in Nederland - is zo’n 250 miljoen euro. Er werken ongeveer 200 mensen. Nadat een energiebedrijf, Vandebron, dat zelf overigens niets produceert, een miljoen had geboden, en een chocolademaker datzelfde had gedaan, stelde Choho op zijn Facebookpagina - namens de gemeente, zo mogen we toch aannemen - eveneens een miljoen beschikbaar. Toen daar om gelachen werd - nog 247 te gaan - liet hij weten dat het bod enkel moest worden gezien als een oproep aan de rijksoverheid. Choho moet vaker een boek lezen, al volstaat in zijn geval een krant. Terwijl de gemeente Amsterdam er zich het hoofd over breekt hoe ze genoeg geld bijeen kan halen om de Hemwegcentrale te kopen en vervolgens te sluiten, denkt Poetin erover na hoe hij de natuurlijke rijkdommen van het noordpoolgebied te zijnen bate kan gebruiken, iets wat wordt vergemakkelijkt door de klimaatveranderingen. Alle betrokken partijen zijn er bezig hun stellingen in te nemen, boycot of geen boycot, broeikaseffect of niet. Amsterdams overschatting van het eigen belang is een soort natuurlijke kwestie, maar het is bepaald geen gevolg van zeer grote verdiensten der bestuurders. Eric Wiebes ging naar Den Haag en bleek een snaterend onbenul. De regeling die hij trof voor vertrekkende werknemers kostte ruim 700 miljoen. Amsterdam zelf gooit jaarlijks tientallen miljoenen weg aan externe adviseurs en aan onnozele rekenfouten. En terwijl de stadsschuld eind 2016 steeg naar 3.85 miljard euro, op een jaarbegroting van bijna 6.4 miljard, slaagt de gemeente er niet eens in de entree van metrostation Waterlooplein binnen een jaar te renoveren. Enne, we hebben het alleen over de ingang hè. Multatuli schreef al dat de burgerij van Amsterdam, stipt genomen, het recht hebben zou te hoop te loopen, naar 't stadhuis te gaan, en de raadsleden met toebehooren - d.i. met al hun plichtvergeten vroomheid en fatsoenlykheid - het venster uit te gooien. Hij raadde het af. Het mocht eens een onschuldige voorbijganger treffen.

GOED VOOR NEDERLAND!

vrijdag 17 maart 2017
Het is goed voor Nederland dat in de toekomst het stemgeluid van Erdogan ook in het Nederlandse parlement te horen zal zijn, waar de politici van Denk de belangen van de zo zwaar gediscrimineerde Nederlander met migratie-achtergrond kunnen behartigen, zowel van diegenen die in de gevangenis zitten, als die nog op vrije voeten zijn. En het is goed voor Nederland dat, als er in Amsterdam-oost in een moskee wordt gestemd, de burgemeester posters van Diyanet laat weghalen, er de Turkse muziek uitzet en de Turkse vlag strijkt, want dat schept allemaal verwarring in een moskee, als daar wordt gestemd. Het is heel goed voor Nederland, dat er in moskeeën wordt gestemd, zeker als ze zijn gefinancierd met gelden van de EU en er daar wordt gestemd op Denk. Want dan gaat het allemaal in éen moeite door. En dat schept geen enkele verwarring. En ook al was dat eigenlijk altijd al zo, het is goed voor Nederland dat in de grote steden de aanhang van Denk nu in dezelfde wijken woont als die van Geert Wilders. Het is goed voor de communicatie, en voor de oproerpolitie. En het is goed voor Nederland als de rest van de eeuw alle verkiezingsuitzendingen worden verzorgd door Rob Trip en Dionne Stax. Niemand dan Rob Trip kan, als hij Dionne een vraag stelt, zo oprecht kijken alsof hij het antwoord zelf ook niet weet. En alleen Dionne kan zo fijn hulpeloos kijken als de techniek haar in de steek laat en ook als de techniek haar niet in de steek laat. Het is goed voor Nederland als Gijs Rademaker voortaan op alle zenders elk uur de gelegenheid krijgt te peilen, te peilen en te peilen. En daar uiteraard op zijn opgewonden, ademloze toontje verslag van te doen: moet je horen wat ik nu weer heb! Het is goed voor Nederland dat Lodewijk Asscher - op wiens Dijsselbloem ik heb gestemd - achter Hans Spekman blijft staan, eens temeer omdat Lodewijk anders daarna onmiddellijk zelf aan de beurt komt. Het zou goed zijn voor Nederland als Kajsa Ollongren pas minister wordt als het Amsterdamse havengebouw is afgebroken. En het zou goed zijn geweest voor Nederland als de PvdA-politici in het verleden niet hadden gepoogd het gymnasium af te schaffen, maar er in plaats daarvan hun kinderen heen hadden gestuurd, want dan hadden ze beter geweten dan de Tweede Kamerverkiezingen te houden op de iden van maart. Ten slotte is het goed voor Nederland dat Alexander Pechtold elke dag op prime time op de nationale televisie verschijnt en daar minstens drie keer achter elkaar zegt: Goed werk, goede zorg, goed onderwijs! Om vervolgens als extraatje drie keer het woord Zorg uit te spreken. God, wat word ik daar ontzettend geil van! En Jesse, Jesse, redder van het vaderland, verlosser, planeetbrede held van me, wanneer is er weer een meetup? Het maakt me echt niet uit wat je zegt, als er maar éen komt. En kunnen we dan aan het eind niet een keer met zijn allen zingen? En kan ik je overhemd krijgen, gewoon met al het zweet er nog aan, zodat het nog lekker ruikt?

JESSE

zondag 29 januari 2017
Wanneer ik aan mijn leerlingen moet uitleggen waar de kwestie van vorm en inhoud op neerkomt – u weet wel, de Beweging van Tachtig, Kloos, l’art pour l’art, vorm en inhoud zijn éen – vraag ik ter illustratie aan ze: kan een domme vrouw mooi zijn? Een mens moet de dingen niet ingewikkelder maken dan nodig is. Dan kijken mijn pupillen me aan met getroebleerde blik. De jongens erkennen het probleem niet of houden zich van den domme. Zich van den domme houden is een gymnasiale specialiteit. Wat maakt het uit, denken ze, als ze d'r maar een beetje uitziet. De meeste meisjes slaat de angst om het hart. Opgevoed in onzekerheid als ze zijn, grootgebracht met de gewoonte alles op zichzelf toe te passen, vragen ze zich onmiddellijk af: hoe zit dat met mij? Maarre..., wat vindt u? Ik vind natuurlijk van niet. Een gebrek aan intelligentie doet altijd afbreuk aan de schoonheid. Anderzijds, bij sommige hoofden vergeet je onmiddellijk het je af te vragen. Zo ben ik wel. Afgezien daarvan: ik weet maar al te goed hoe je je kunt vergissen. Iemand kan hartstikke scherpzinnig uit zijn ogen kijken, maar in de praktijk valt het tegen en andersom gebeurt ook. Als leraar weet je dat als geen ander. Elke arts heeft zijn eigen kerkhof, maar elke leraar ook. En toch... toch heb je het met dat eerste oordeel vaak bij het rechte eind. Een negentig procent score is best goed. Desondanks is het misschien beter enige reserve in acht te nemen en te vragen: kan een mooie vrouw eruit zien alsof ze dom is, daarmee de mogelijkheid open houdend dat de domheid niet zichtbaar is. Een enkeling in de klas stelt op zo’n moment voor: enne... hoe zit dat met een mooie man? Een meisje natuurlijk. Dat wuif ik weg. Bij mannen maakt het niet uit, zeg ik dan, of zoiets. Hoewel, nu ik erover nadenk..., voeg ik daar dan aan toe; en dan doe ik alsof het toeval is dat Jesse Klaver me te binnen schiet, de man die met zoveel aplomb meedeelde dat hij premier wil worden. Elke keer als ik hem zie, denk ik: nee, die is niet zo pienter. En dat is niet vanwege de welwillendheid die zo zichtbaar uit die zachtaardige donkerbruine ogen straalt. Jesse kijkt altijd alsof hij net iets heeft ontdekt wat hij nog niet wist. In de meeste gevallen gaat het om iets waarvan hij denkt dat het nog niet door anderen werd ontdekt. Maar wij waren al lang op de hoogte. Jesse heeft VMBO gedaan en heeft op zijn cv ook nog iets met sociaal werk aan de Avans Hogeschool, maar dat heeft hij niet afgemaakt. Een tv-presentator noemde hem een snotneus. Ziet u hem in gezelschap van Poetin of Trump? Die zouden hem met huid en haar opeten. Gevraagd naar zijn populariteit bij het vrouwelijk deel der kiezers liet Jesse na zijn kandidaatstelling in een interview weten dat hij nog geen damesslipjes toegestuurd had gekregen. Alsof het hem verbaasde. Maar een leerlinge zei, na mijn tirade: “Nou, ik zou best een beschuitje met hem willen eten.” Beide wensen – beschuitje en premierschap - bevreemden me evenzeer en om dezelfde reden. Jesse Klaver is zo zichtbaar een jongetje, dat het allebei tot een immense teleurstelling moet leiden. De onverholen wijze waarop hij zijn onnozelheid met zich meedraagt, is navrant om te zien. Het zegt wel iets over Groen Links dat de leden ervan hem hun partij toevertrouwen. Mij lijkt Jesse Klaver een waardig opvolger van Jolande Sap. Herinnert u zich haar nog? Ze wilde per se naar Afghanistan. Groen Links: partij der grote verwachtingen. Anderzijds: wie had gedacht dat Mark Rutte, de lachende derde, premier van Nederland zou worden, twee keer zelfs? En dat hij ooit nog op weg zou gaan naar een derde kabinet? De schrik slaat een mens om het hart. Zou het kunnen? Trump kon per slot van rekening ook. Jesse Klaver als premier?

O AMSTERDAM!

maandag 21 november 2016
Wat is Amsterdam toch een fijne stad! Behalve als je de tram wilt nemen natuurlijk, want dan kun er maar beter zeker van zijn dat de lijn in kwestie nog bestaat, of dat je wacht bij een halte die niet tijdelijk is opgeheven. Dan nog kan het trouwens wel eens even duren voor hij komt, àls hij tenminste komt, echt de geplande route rijdt, geen omweg neemt vanwege werkzaamheden, het niet onderweg begeeft, of zo stampvol is dat je er echt niet meer bij kunt, zodat je beter gelijk kunt gaan lopen. Achterin wordt omgeroepen: ‘plies moef toe de front’, en voorin: ‘plies moef toe de bek’. Komt u elkaar halverwege tegen. Nederlandser kan het niet. Het trammodel! En als u eruit wilt, moet u wel eerst op het knopje drukken. Te laat. De volgende halte is helaas definitief opgeheven. Dat lopen is misschien toch geen slecht idee, al is de tram wel heel goedkoop. € 2.90 voor een enkeltje. Dat is geen geld, al is het vergeleken met de rest van Europa best duur. De stad heeft ook geweldige bestuurders. Die zijn zo talentvol dat ze onveranderlijk naar Den Haag gaan, om ons allemaal te gaan regeren, in plaats van alleen ons, als u begrijpt wat ik bedoel. Denkt u aan Eric Wiebes, die van de VVD is. Laat u zich niet bedriegen hoor. Want eerlijk is eerlijk: hij heeft de schijn een beetje tegen. Als hij dat malle vogelhoofdje uit zijn kraagje steekt, u met zijn kraaloogjes aankijkt en begint te snateren, dan zou je hem nog geen dubbeltje geven, dan denk je: je bent volslagen debiel, jij kneus, maarre, in werkelijkheid is hij een wizkid hoor. Toen hij kwam, was er eerst een enorm tekort, en daarna niet meer. Gewoon omdat hij anders had gerekend. Dat vind ik zo knap. Zelf los ik mijn financiële problemen net zo op. Kan ik trouwens wat van u lenen? En de manier waarop hij de Amsterdamse metro heeft aangepakt, was briljant. Die rijdt vanaf dit jaar zelfs weer ’s zomers. En dan hebben we ook nog Kajsa Ollongren. Dat is ook een geniale vrouw, al schijnt ze niet erg spraakzaam te zijn en wordt er wel beweerd dat ze doofstom is. Een klagend gemeenteraadslid schoof ze een briefje toe: ‘bewijs het maar.’ Ze is ook al van D66. Om de drukte in de stad tegen te gaan, wil ze het nieuwe havengebouw afbreken en verderop een nog nieuwer neerzetten. Het Centraal Station staat trouwens ook best op een lullige plek, mevrouw! Kom! Nog net gerenoveerd ook! Ideaal om af te breken! De directrice van het GVB is ook geniaal. Dat is Alexandra van Huffelen, eveneens van D66. Die partij heeft veel geniale bestuurders. Alexandra ziet er misschien een beetje raar uit, alsof ze directrice is van het Stedelijk Museum, zo'n kunstzinnig type met licht autistische trekken en zo'n zwaar uitgebleekt hoofd met zo'n raar kapsel erop, alsof ze tevergeefs heeft gepoogd uit de dood op te staan, maar dat is echt niet zo hoor. Alle haltes moeten verder uit elkaar, lijn 25 is al opgeheven en dat is nog maar het begin. Opheffen wil ze, alles opheffen! Binnen het GVB wordt beweerd dat ze alle bewoners een eigen ezeltje wil geven. Ezeltjes zijn goed voor het milieu. Ze is ook voorzitter van de Fietsersbond en – het verklaart allemaal veel - ze was ooit wethouder in 010. Toch is Amsterdam een geweldige stad. Echt, ik zweer het, ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Nou ja, tenzij je aan de Ceintuurbaan woont natuurlijk, want die is nu al voor de vijftiende keer in 10 jaar een zandbak. Voor de riolering, voor de fietspaden, voor de riolering, voor een brug, voor nieuwbouw erlangs, voor de riolering, voor de metro, zomaar. Het schijnt dat een paar Amsterdamse wethouders in 1986 een weddenschap hebben gesloten hoe vaak ze de Ceintuurbaan kunnen openbreken. Die weddenschap loopt nog steeds. Het is een doorgeefweddenschap. Aan de Ferdinand Bolstraat wonen, die nu al meer dan 15 jaar een bouwput is, is trouwens ook niet leuk, zeker niet als je er een sigarenwinkeltje drijft en je voor de vijfde keer beroofd bent, meestal door Marokkanen. Dan houd je ermee op en krijg je bloemen van de buurtbewoners. "En 's avond mochten de lichten niet meer aan vanwege de duurzaamheid en dan zit je hier wel in het donker", zei mevrouw Benjamens, die weer eens klappen had gekregen. Uitgedaan werden de lichten door wethouder Abdeluheb Choho, die van duurzaamheid is en ook al van D66. Hij heeft een Marokkaanse immigratie-achtergrond. Zo wast de ene hand de andere, zullen we maar zeggen. Hé Geert, luister je! Voor wie Amsterdam niet kent, de Ferdinand Bol is bepaald geen achterbuurtsteeg, al ziet hij er nu al heel lang zo uit. "Sinds de overval is de buurtregisseur elke dag even binnen komen kijken, maar verder zien we hier heel weinig politie", zei mevrouw Benjamens. En gisteren is het reisbureau even verderop weer overvallen." Tja, de politie die is gereorganiseerd. U kunt natuurlijk wel gewoon bellen. En toch, ik kan het niet vaak genoeg zeggen: Amsterdam is een fijne stad, verdomd als het niet waar is! Zelf woon ik niet aan de Ceintuurbaan of de Ferdinand Bol, ik zeg het maar even. Airbnb'tje beginnen? Of een Nutellawinkeltje misschien?

KRIMGOUD

woensdag 5 oktober 2016
Begrijpt u de ophef over het zogenaamde goud van de Krim? Ik niet. De zaak is simpel. Natuurlijk gaan de kunstvoorwerpen van vier Krimmusea die zich voor een tentoonstelling in het Amsterdamse Allard Pierson bevonden terug naar Oekraïne, en dus naar Kiev. Het kunstbezit van het Amsterdamse Rijksmuseum of het Parijse Louvre is geen bezit van de musea, maar van de staat waar de musea gevestigd zijn, ook al kunnen de vrijheden die de staat zich ermee permitteert van land tot land verschillen. De wettige eigenaar van de kunstobjecten waarover Nederland nu beschikt, was ten tijde van het in bruikleen geven voor de expositie Oekraïne. Rusland heeft zich op wederrechtelijke wijze de Krim toegeëigend. Daarover kan geen verschil van mening bestaan. De door de EU opgelegde sancties zijn als straf voor dat feit bedoeld. Zou een rechter nu de kunstobjecten kunnen teruggeven aan de op de Krim gevestigde musea, die op onwettige wijze van eigenaar veranderd zijn? Natuurlijk niet. Het lijkt me dan ook zeer onwaarschijnlijk dat de rechter daartoe zal besluiten. De opmaat tot het definitieve oordeel werd al gevormd door de weigering van de rechtbank van het verzoek om behalve Oekraïne en de vier musea Nederland partij te laten zijn in het proces in kwestie. Dat gebeurde op verzoek van Oekraïne, dat wellicht op die manier hoopte bij de rechter meer kans te maken op een gunstige beslissing. Nederland werd niet ontvankelijk verklaard en is natuurlijk ook geen partij, zoals - zuiver juridisch gesproken - Rusland evenmin partij is. Sinds wanneer heeft een dief het recht te klagen over het feit dat hij niet alles, maar slechts een deel van de buit aan de eigenaar hoeft terug te geven? En er is natuurlijk een aardige bijkomstigheid. De nakomelingen van de slachtoffers van MH17 hoeven noch te rekenen op veel Russische rechtvaardigheid, noch op veel Nederlandse moed. Wij zijn per slot van rekening van Srebrenica, van het grondige onderzoek en van de onderste steen die zeer, zeer traag bovenkomt. Waarna hij in lucht blijkt op te gaan. Mark, jongen! Houd je erbuiten! Wij kunnen dan in elk geval tegen Poetin zeggen: jij smerige rat, wij hebben wel een onafhankelijke rechter. Maar ja, dat is nu dus de vraag. Hebben wij eigenlijk een onafhankelijke rechter?

VERWARDE EENLING

maandag 25 juli 2016
Als er morgen in de trein een man op u inhakt met een bijl, u probeert de keel af te snijden met een machete of een kromzwaard, of van dichtbij 10 kogels op u afvuurt uit zijn AK-47, heeft het weinig zin om de conducteur te roepen. Zul je altijd zien. En van een goed gesprek met de dader zal het ook wel niet zal komen. Kortom, vergeet het maar. U bent kansloos. Dat zijn de risico’s van de moderne samenleving. Uit zuiver politiek oogpunt is het tenminste te hopen dat de dader op zo’n moment niet Al-laaah Akbar schreeuwt, maar dat hij gewoon een hekel aan mensen heeft, gebukt gaat onder depressies of door zijn vriendin in de steek is gelaten. Daar zou hij onze overheden in elk geval mee plezieren, want zodoende wordt zo’n daad toch tot menselijke proporties teruggebracht. Of het voor u een troost is dat anderen staand aan de groeve zullen constateren dat de dader een verwarde eenling was, is natuurlijk de vraag, maar dat is niet waar het om gaat. Onze bestuurders zijn namelijk al zover van de realiteit verwijderd geraakt dat ze op zo’n moment zowat staan te juichen, al houden ze zich aan de rand van uw graf natuurlijk in. Die zijn tegenwoordig dolblij met verwarde eenlingen. Alles beter dan een jihadist die ze net zelf asiel hebben verleend, al is een in Amsterdam-West geboren en getogen Nederlander van Marokkaanse afkomst natuurlijk ook niet leuk. Daar zouden we maar wat van kunnen gaan denken. Die hebben al zo’n slechte naam. Volkomen ten onrechte uiteraard. Als dat allemaal niet het geval is, melden onze media in het voetspoor van hun bewindvoerders tegenwoordig in zo’n geval met een zekere tevredenheid dat het niet ging om een daad van terreur. Na de aanslag in München was de opluchting enorm, zo heb ik begrepen. Het was een amok-laufer. Zelf heb ik zo’n moment wat moeite met die opluchting, maar ik reis dan ook elke dag met de trein en woon in Amsterdam. Want de kans dat die mentaal wat onevenwichtige eenling uit het midden-oosten, Turkije of Noord-Afrika komt, lijkt aanzienlijk, als ik zo de lijst bekijk, maar dat wordt blijkbaar van minder belang geacht. Zelf hecht ik toch meer waarde aan de geografische herkomst dan aan de psychologische staat van de patiënt, eens temeer daar ik er de Arabische en Afrikaanse medemens van verdenk dat hij van nature sowieso labieler is dan de gemiddelde Europeaan. Ik heb er Mohammed altijd van verdacht dat hij zijn aanhangers de alcohol verboden heeft, omdat hij wel wist dat ze er niet tegen kunnen. En om dezelfde reden dragen al die vrouwen ook hun tent. De Arabische man is nu eenmaal een wandelende brandhaard. Die heeft maar een vonkje nodig. En als we toch bezig zijn te profileren: ook de kans dat de uit het lood geraakte eenling criminele antecedenten heeft, is aanzienlijk en ik zou alleen om die reden al die jonge Amsterdammers - zoals ze standaard worden betiteld - die met stenen van viaducten gooien, auto’s in brand steken of geldautomaten kraken met enige zorg bezien. Temeer daar het er erg veel zijn. U begrijpt misschien wel dat ik al even sceptisch ben over het idee hier nog eens 100.000 vluchtelingen uit die contreien toe te laten. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel fatsoenlijke mensen bij zijn – echt hoor - maar ook dat een veel groter deel dan wij graag zouden willen niet deugt. Maar wat te doen? Mijn broer, die havik zei: 'Bewapen jezelf. Schaf een pistool aan, in Amsterdam moet dat een eitje zijn.' Weet u misschien een adresje?

GOED VOOR ELKAAR

woensdag 30 maart 2016
Voelt u zich al veiliger nu u weet dat de Belgische politie ook huiszoekingen mag verrichten tussen 9 uur ’s avonds en 5 uur ’s ochtends? Dat het met de criminaliteit in Nederland zo goed gaat dat er vijf gevangenissen kunnen worden gesloten? Ik wel. Ik maak me geen zorgen. Dat er hier nog geen aanslagen zijn gepleegd, is geen toeval. Wij hebben onze zaken goed voor elkaar. Wij hebben hier geen terroristen. Als we terroristen hebben, komen ze uit het buitenland, uit België of Frankrijk. Daar is het echt een zootje. Ze worden gearresteerd en uitgewezen. Als het eens mis gaat, is het de schuld van Turkije. Of van de Belgen. Onze politie is tegen haar taak opgewassen en we hebben een minister die van wanten weet. Wij hebben de zaken in Nederland zo goed geregeld dat onze criminelen naar Duitsland moeten om er hun werk te doen. Geruststellend is het ook dat het bij die criminelen enkel gaat om wat jonge Amsterdammers en Utrechters. Dat er bij mij onlangs een paar jonge Amsterdammers in de binnentuinen achter mijn huis werden aangetroffen die het hang- en sluitwerk van mijn benedenburen op zijn degelijkheid testten, baart me evenmin zorg. Ik vermoed dat het studenten geneeskunde waren met een bijbaantje, want met mijn wantrouwende buurvrouw die hen met haar mobieltje filmde - god weet waarom, er zijn mensen die overal wat achter zoeken – voerden ze een gesprek over kanker. Waar het precies over ging, weet ik niet, maar het was kanker hier en kanker daar wat ik hoorde. Waarom daar nou per se de politie bij moest komen, is me en raadsel. Zoveel argwaan! Als ik ’s ochtends, met de trein, komend van Amstel, om een uur of acht weer eens tien minuten of zo stilsta op het Amsterdamse Centraal Station, maak ik me geen enkele zorg. Ik lees fluitend mijn krant. Over terrorisme lees ik daarin bijna niets, in elk geval niets wat ik nog niet wist. De Nederlandse kranten zijn ook veel fijner dan de buitenlandse. Ze zijn lekker klein, wat handig is in het gebruik, er staan veel grote foto’s in met fijne graphics en heel kleine berichtjes. Er is, zo lees ik weer, niets om ons zorgen over te maken. In België, zo begrijp ik, daar is het pas een teringzooi! Soms ben je echt blij dat je een Nederlander bent. En dan wint het Nederlands elftal ook nog op Wembley. Wat kan ons gebeuren!

DIT ZIJN NIET DE NAMEN

woensdag 20 januari 2016
Ik dacht: kom, even een tussendoortje, want ik heb het druk. Ik scheur wat voor u uit. Bijgaand stukje, maar met een t aan het eind van de kop, sorry - ik zeg toch sorry - komt uit het Parool van dinsdag 19 januari. Het is een volmaakt onschuldig artikeltje over de in Nederland populairste jongens- en meisjesnamen. Het was het laatste zinnetje dat mijn aandacht trok: Welke namen in 2015 het vaakst aan Amsterdamse kinderen werden gegeven, wil de Sociale Verzekeringsbank niet loslaten. Noord-Holland mogen we weten, maar Amsterdam niet. Goh, denk je dan. Wat zou daar nou achter zitten? Over dat soort dingen kan ik me echt het hoofd breken. Wat mogen we nu weer niet weten wat we allemaal al lang weten? Is het inmiddels zo erg dat er op de lijst met de eerste tien geen enkele Nederlandse naam meer voorkomt? Zien we hier het slechte geweten van de autoriteiten, in een periode dat die daar toch al meer dan gemiddeld last van hebben? Allemaal vragen. Enne, is er nog meer dat we niet mogen weten? Mag ik dit eigenlijk allemaal wel schrijven, of krijg ik nu bezoek van de politie? Zelf vind ik dat de Sociale Verzekeringsbank wel een bezoekje verdient. Van de politie natuurlijk hè. De voorzitster van de Raad van Bestuur is al ontslagen. Voor de Arabische lente kunt u nu in elk geval gewoon thuisblijven, want die vindt hier plaats. Dat scheelt weer geld. Kunnen we goed gebruiken.

Parool, dinsdag 19 januari 2016

SPRINKHANEN

donderdag 24 december 2015
Als u bij V & D wat kerstversiering steelt, loopt u de kans aangehouden te worden, door iemand uiteraard die u met tranen in de ogen verzekert dat het hem spijt, dat wel, maar de koper van het bedrijf die het vastgoed ervan verpatst, het volstopt met schulden en zodoende al direct drie keer de aankoopsom binnenhaalt, die verdient er honderden miljoenen aan. En wat er daarna gebeurt, het zal de investeerders een zorg zijn. Hoe dan ook, u begrijpt het al: binnenkort kunt u niets meer stelen bij V & D. Wat er van over is, is het karkas. Van een kikker kun je geen veren plukken en ook geen kerstversiering. Het zijn onze eigen politici die het - bijna - allemaal zo hebben gewild. Misschien moet u daar eens aan denken, als u gaat stemmen. Wat gaan onze regeringsleiders straks zeggen tegen de duizenden ontslagen werknemers? Zullen ze zeggen dat ze SUN Capital een stelletje schurken vinden? Hmm, dat kan niet, want dat zouden krokodillentranen zijn. Minsten éen journalist zou het schrijven. Dat weten ze wel. De echte schurken zijn degenen die de schurken de kans gegeven hebben zich schurkachtig te gedragen. De echte schurken zijn zij zelf. Ooit werd het door Nederlandse zakenlieden als verstandige bedrijfspolitiek beschouwd je panden in eigen bezit te hebben. Die hadden nooit, in hun wildste dromen niet, kunnen bedenken dat er nog eens een constructie in het leven zou worden geroepen die het mogelijk maakte aan die toch zo zinnige opvatting kapitalen te verdienen. Want durfkapitalisten dachten daar anders over, die kennen geen lange termijn. Als politicus heb je daarentegen de plicht vooruit te zien en te weten dat er schorem van het soort van Sun Capital bestaat. De reden dat ik al een paar jaar geen D'66 meer stem, is dat de partij in economisch opzicht nog rechtser is dan de VVD. Moet ik nou echt SP gaan stemmen om het gezond verstand te laten zegevieren? De onnozelheid van de economische opvattingen van D'66, maar ook van de meeste andere partijen, blijkt opnieuw nu voor V & D, precies zoals overigens al lang te voorzien was, een faillissement dreigt. Sommige beter lopende onderdelen, zoals La Place, zullen wel uit de boedel worden gelicht, net als wat beter lopende filialen, maar verder is het einde operatie. En wie heeft er baat gehad bij de aankoop door een private equityfirma die zegt op zoek te zijn naar untapped potential? In het verleden werd op dezelfde manier KBB leeggeroofd, met als gevolg dat er van de Bijenkorf niet veel meer over is dan een markthal, die de winkelruimte - die ze zelf ook huurt - aan anderen doorverhuurt. Het is het laatste stadium van zakendoen; het is een kerkhofconstructie. Komt u er nog wel eens? De benedenverdieping ziet er inmiddels uit als een abattoir, maar dan in Sovietstijl, met veel bling bling. Klanten zijn er, zelfs met kerst, nauwelijks. Het is niet eens deftig, wat je toch tenminste zou mogen verwachten. Ik zocht er vanmiddag - ik kan het ook niet helpen - mijn Biotherm. Het zijn aftershavespullen die ik al jaren gebruik. Maar die werd er niet langer verkocht. Van mijn aftershave zelf - Eau de Cartier, ik ben een snob - had de winkel enkel de kleine, zeer dure verpakking. Ik ben elders heen gegaan, naar parfumerie Marjo, in de Damstraat nota bene, waar een beschaafd Amsterdammer zich eigenlijk niet kan vertonen en heb er voor ruim 200 euro besteed. Voor de Bijenkorf is dat vermoedelijk niet meer de moeite waard. De vrouw die me in de Damstraat hielp, zei toen ik over de Bijenkort begon: "Ja, die zijn gek geworden, maar wij zijn er natuurlijk blij mee." En 20 procent korting kreeg ik ook nog. Over twee jaar of zo, als het heel slecht zal blijken te gaan met de Bijenkorf, zullen de eigenaren tot inkeer komen en laten weten dat ze er heus niet op uit waren hun traditionele klantenkring van zich te vervreemden. Nee hoor, echt niet. Wat beleggingsmaatschappijen zich allemaal permitteren, het had nooit mogen worden toegestaan. Het geldt ook op andere terreinen. In financieel-economisch opzicht is Nederland een jungle. Ook de grove botheid die Nederlandse banken in hun houding jegens de consument ten toon spreiden, is adembenemend. Onlangs nog hoorde ik tijdens een actualiteitenprogramma een bankmevrouw die, zonder met de ogen te knipperen, meldde dat een klant, die voor haar hypotheek ten onrechte een zogenaamde risico-opslag had betaald, geen recht had op teruggave daarvan. Dan had ze maar beter moeten opletten: daar kwam de boodschap op neer. In welke andere sector der maatschappij zou een dergelijke houding als oirbaar worden beschouwd? Elke winkelier die zo optrad zou gearresteerd worden. Zouden er in Nederland instellingen bestaan die inmiddels hartgrondiger worden gehaat dan de banken? Ik geloof het nooit. De verregaande brutaliteit die de bestuurders ervan demonstreren, komt natuurlijk met name daaruit voort, dat onze overheden traditiegetrouw aan financiële instellingen zowat alles toestaan wat god verboden heeft, er toch geen serieuze vorm van concurrentie bestaat en de banken de markt naar volle tevredenheid hebben verdeeld, zodat die in wezen bestaat uit een aantal monopolies. Voor de klant maakt het nauwelijks uit waar hij zijn toevlucht zoekt en dat is precies de bedoeling. Ik herinner er maar aan dat die luid lachende kwal, onze flipperende Zalm, de man die nu ABN-Amro bestuurt, in zijn verleden werkzaam was bij een bank die, zonder daar ooit voor gestraft te worden, regelrecht crimininele zaken bedreef, DSB namelijk. Zoals Wellink in het verleden zulke dubieuze praktijken op zijn beloop liet en zonder problemen kon vertrekken, is ook de AFM, de Autoriteit Financiële Markten, vanouds een lachertje en kunnen banken doen wat ze willen, zonder daar ooit serieus voor gestraft te worden. Medeverantwoordelijk als ze zijn voor de huidige crisis, hebben ze daar nog nooit éen centje pijn van ondervonden. Bij alle beleefdheid hebben ze aan hun klanten schijt. Terwijl, wat zou er redelijker zijn dan de consument te laten meeprofiteren van de zeer lage rentestand, voor de kosten waarvan hijzelf trouwens mede opdraait, door zijn slinkende pensioen en duurder wordende verzekeringen. De banken te dwingen het renteverschil te middelen zou de economie een enorme stimulans verschaffen en voor de banken zelf een passende straf zijn. Maar dat kunt u natuurlijk wel vergeten. Recentelijk voerde ik aan de Amsterdamse Van Baerlestraat bij een Rabobank aldaar een gesprek, waartoe ik overigens was uitgenodigd. Ik maakte tijdens het onderhoudspraatje - want meer bleek het niet voor te stellen: kijk ons in Amsterdam-Zuid eens beschaafd zijn - bezwaar tegen de verhoging van de rente op roodstand, naar nota bene 12 procent, er daarbij op wijzend dat de Rabo op mijn hypotheek ook al een aanzienlijke winst boekte. Om te treiteren heb ik de jongeman vervolgens ook nog laten uitrekenen, wat het me zou kosten om de hypotheek over te sluiten tegen een lagere rente, ook al wist ik wel dat het erg veel zou zijn. Het omzetten van mijn dertigjarige, aflossingsvrije hypotheek, van de looptijd waarvan er inmiddels 8 verstreken zijn, op een huis bovendien waarop ik een zeer hoge overwaarde heb, zodat ik in de laagste risicocategorie zit, zou me ruim 100.000 euro kosten. En natuurlijk was de bank niet tot concessies bereid. En natuurlijk was ik daar niet over verbaasd. Enige troost: op dezelfde dag dat ik het gesprek voerde, werd 's avonds bekend dat er bij de Rabobank 9000 man werden ontslagen, in een jaar waarin de Rabobank ruim 1 miljard winst maakte. Maar ja, is dat een troost?

ZWARTE PIET

zondag 22 november 2015
Pas nadat ik, in de hoop schandaal te verwekken bij Quinsy Gario en zijn aanhang voor de derde keer verkleed als Zwarte Piet naar de Bijlmer was gegaan, werd ik daar eindelijk in elkaar geslagen, zo dacht ik tenminste. Nou ja, ik werd wel in elkaar geslagen. Maar de twee zwarten wilden gewoon mijn geld hebben.
- Hé, zei ik verongelijkt! Valt jullie niks op? Ik wees naar mijn hoofdtooi, dik rood geverfde lippen en glinsterende oorringen.
Maar Nederlands spreken deden ze ook niet, zodat mijn moeite vergeefs was. Wie Zwarte Piet was, ze hadden vermoedelijk geen idee.
- Hé, ik ben Zwarte Piet hoor, zei ik nog, maar het maakte geen enkele indruk.
- We no afraid of police, zei de éen.
Ze doorzochten de zakken van mijn pofbroek, haalden er mijn portemonnee uit en mijn Iphone, gaven me nog een hijs op mijn gezicht en namen de vlucht.
Toen ik enigszins gebutst en een met een nu echt dikke lip bij mijn auto aankwam, die ik bij het metrostastion Bijlmer-Arena had neergezet, trof ik juist drie mannen aan die bezig waren er wat ijzer in te laden, dat ze blijkbaar gestolen hadden langs de spoordijk. Mijn achterbak stond open. Eén van hen kwam juist door een gat in het hek tevoorschijn. Het leken me Roemenen. Ze negeerden me compleet.
Hé, zei ik. Verdomme. Dat is mijn auto. Ten bewijze liet ik mijn autosleutel zien die de zwarten ontgaan was.
Een van de Roemenen keek om zich heen en griste hem uit mijn handen. 
Godverdomme, zei ik. Ik kreeg een dreun in mijn gezicht.
Ze stapten lachend in en reden weg, waarbij ze, terwijl ik overeind krabbelde, nog even naar me zwaaiden.
Shit, dacht ik, wat nu? Ik moet er inmiddels nogal verfomfaaid hebben uitgezien.
Ik besloot naar het politiebureau te gaan. Ik was nog maar net onderweg, of twee jongens, die me tegemoet kwamen, vroegen, iets te schichtig om zich heen kijkend, om een vuurtje. Het leken me Marokkanen. Jezus, niet nog een keer, dacht ik ontzet.
- Jouw geld man, siste éen van de twee.
Ik ben al beroofd, al twee keer trouwens, klaagde ik. Ik kreeg opnieuw een dreun, en terwijl ik half op de grond belandde, beklopte hij mijn zakken. Toen hij niks vond, trok hij met een ruk mijn oorringen los, zodat ik het uitkrijste. Homo, zei hij. Waarna de twee zich kennelijk teleurgesteld, maar zonder haast uit de voeten maakten.
Een kwartier later betrad ik nog licht hinkend het politiebureau aan de Flierbosdreef om aangifte te gaan doen van een misdrijf, maar toen ik – nog steeds gekleed als zwarte Piet – tegenover twee zwarte agenten kwam te staan, realiseerde ik me dat het misschien niet zo'n goed idee was. Ik aarzelde even.
Eén van de twee nam me, terwijl hij opkeek vanachter zijn bureau, gemelijk op.
De ander zei: Bent u niet een beetje vroeg?
Het was half november. De klok achter de agent wees half éen aan. De laatste metro kon ik wel vergeten.
Ik ben beroofd, zei ik. Drie keer.
Ze begonnen allebei te lachen. Drie keer? zei de éen. Hij klonk al een stuk goedgemutster.
- Als u aangifte wil doen – hij zei wil – moet u een afspraak maken. Hij legde een agenda op het bureau.
Ik werd boos. Ik ben beroofd, zei ik, door twee zwarten, drie Roemenen, die bovendien mijn auto hebben gestolen en nog een keer door twee Marokkanen. Dat lijkt me wel genoeg, niet? Godverdomme!
- U hoeft niet te vloeken meneer. Wanneer komt het u uit?
Kan ik misschien geld voor een taxi lenen, vroeg ik.
Als u geld wilt lenen, moet u bij de bank zijn, zei de agent, tevreden over zijn gevatheid.
Dat is zeker omdat ik blank ben hè, zei ik, in een poging met enige humor de goede verhouding te herstellen.
- Dan weet u eindelijk eens hoe het voelt om zwart te zijn, zei de man met de agenda. Wat dacht u van 5 december?

GEEN VOOR DE PRIJS VAN 1

donderdag 1 oktober 2015
Natuurlijk had Nederland de twee Rembrandts moeten kopen en de Parijse irritatie negeren. Malentendu, mon cher. Jullie hebben KLM al, dat we trouwens hebben weggedaan zonder terugkoopoptie, zodat je het kunt opdoeken wanneer je wilt. Tant pis. Een potentieel dreigend exportverbod voor de schilderijen had gebruikelijkerwijs beperkt moeten zijn tot een periode waarin ze of door de staat hadden moeten worden gekocht, of verkocht aan de hoogste bieder. Maar aan te nemen valt dat de eigenaren, de Rothschilds, het daar niet op aan hadden laten komen en zich uiteindelijk evenmin hadden verzet tegen een terugkeer van een Nederlands echtpaar naar de plaats waar zoveel ander werk van Rembrandt hangt en waar de pendanten ontstonden. En hoewel een Fransman het nooit hardop zal zeggen, is hij de eerste om begrip te tonen voor een gezonde dosis cultureel chauvinisme. Onder Napoleon roofde Vivant Denon naar hartelust de Europese musea leeg, kreeg als dank een complete vleugel van het Louvre naar zich vernoemd en in 2000 aldaar ook nog een tentoonstelling. U weet wel: Mona Lisa, Bruiloft van Kana. Het is in die naar Denon genoemde vleugel waar zich de grote Italianen bevinden, in een soort eregalerij. Voor de afdeling Nederlandse kunst moet u naar de tweede verdieping, die Richelieu heet. Dat was, ik vermeld het maar, een kardinaal. Zou Pijbes er wel eens geweest zijn? In een hoek naast een toegang tot de volgende zaal is daar in een kolossale lijst Vermeers kleine Kantwerkstertje te zien. Even verderop vindt u Rembrandts Bathseba, zijn Emmausgangers, een zelfportret en een portret van Titus. En nog zo wat. Het hangt er allemaal niet slecht, maar ook niet heel mooi, u moet er wel naar op zoek en de locatie maakt duidelijk dat het Louvre de Nederlanders niet hoog in het vaandel heeft. Het Rembrandtfiasco getuigt bovendien opnieuw van de beperkte Nederlandse diplomatieke begaafdheid. Al zes maanden geleden was ik er - via iemand die op een krantenredactie werkt en die mij bezwoer mijn mond te houden - van op de hoogte dat het Rijksmuseum onderhandelde over de aankoop van twee Rembrandts. Maar onze politici wisten blijkbaar van niets. Pijbes dacht misschien dat hij het wel alleen kon regelen, zonder inmenging van buitenaf. Naïef hoor. In Frankrijk is ook de kunst politiek. Misschien was een Nederlands Cultureel Instituut in Parijs op zo'n moment wel handig geweest. U weet wel, die instelling die samen met Custodia aan Rue de Lille verbleef, vlakbij Orsay. Maar die is door Rosenthal gesloten, iets wat Nederland in Frankrijk ongeloofwaardig heeft gemaakt als een land dat hecht aan zijn cultuur. Krentenwegers! Tegelijkertijd zal de bedachte constructie op termijn onwerkbaar blijken. Al dat gesleep is voor oude meesters niet goed. Hoe lang moet je ze laten hangen? Welke twee helften zijn van ons? Het zal op den duur onvermijdelijk tot een boedelscheiding leiden of tot een complete aankoop door éen van de beide musea. De enige troost is natuurlijk nog, dat wat Pijbes ook zegt, de twee schilderijen, met Soolmans en Coppit, geen meesterwerken zijn. Rembrandt is niet op zijn best met zijn galavoorstellingen in commissie. Hij is op zijn best als een intelligente opdrachtgever met verstand van kunst tegen hem zegt: hé, Rem, maak eens iets moois voor me. Denkt u aan Six. En die twee opgezette poppen zijn evenmin Anslo's. Helaas. Wat niet wegneemt dat ze uiteraard permanent in het Rijks hadden moeten hangen.

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669) De Amsterdams Doopsgezinde predikant Cornelis Claesz. Anslo (1592-1646) met zijn vrouw, Aeltje Gerritsdr. Schouten (1598-1657), 1641. Olieverf op linnen, 172 x 209 cm. Gesigneerd: Rembrandt f. 1641 Berlin, Staatliche Museen, Gemäldegalerie. Bredius 409. Bron: Gary Schwartz, De grote Rembrandt, nr. 321

Rembrandt, De Anslo's, 1641

KOOP ZELF EEN REMBRANDT!

dinsdag 5 mei 2015
U moet zich niet zo opwinden over Wim Pijbes. Nee, echt niet. Hou nou op! Kom, doe niet zo kinderachtig. U hebt er niks van begrepen. Dat de man die de onooglijke Rotterdamse Kunsthal bestuurde en daar tentoonstellingen organiseerde over trapauto's, chocola, haring en Playboyfotografie vervolgens tot directeur werd benoemd van de nationale instelling die het Rijksmuseum is, praktisch op het moment dat het dichtging, nou ja, kort daarvoor, dat was een geniale ingeving. Pijbes was gemaakt voor een gesloten museum. Wees reëel: de Kunsthal is ook niet veel meer dan een gesloten museum. Het gaat soms open en dan ziet u er dingen die elders vandaan komen; en die dan soms worden gestolen trouwens en weer elders heengaan, zodat het niet veel uitmaakt. De mensen die Pijbes benoemden, dat waren geen onbenullen. U komt niet zomaar terecht in de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum. We hebben het wel over Jaap de Hoop Scheffer en Abdel Kader Benali, om er een paar te noemen. Dat zijn schrandere types. Ze hadden Jaap opdracht gegeven onderzoek te doen naar Pijbes' belangrijkste publicaties. Hij was na lang zoeken gestuit op éen titel, Het kleine schilderboek, een boek over kunst voor kinderen tot zes jaar oud. "Het staat nog bij Bol punt com", zei Jaap, "voor 14 euro." Daar moest iedereen wel even om lachen. Hans Goedkoop zei, een beetje spijtig: "Ik dacht eigenlijk dat het een homo was." In elk geval, ze dachten: de man weet niks van kunst, die moeten we hebben! En met alleen de Philipsvleugel kan hij geen kwaad. Ze hadden er alleen niet op gerekend dat het museum tijdens hun leven ooit nog een keer open zou gaan. Dat viel na negen jaar toch tegen. Shit, zeiden ze tegen elkaar. Nu zitten we wel met Pijpeens. Onderling spraken ze inmiddels onbekommerd van Pijpeens. Daarna kwam die ene dag openstelling voor het hele land van Maastricht tot Groningen en die verschrikkelijke scene met Obama.... Jezus, zeiden ze tegen elkaar. Hij is wel ordinair hè, zei Goedkoop. Was zijn vader geen kruidenier of zo? Vervolgens waren er de massa's bij de Rembrandttentoonstelling waarbij er nog net geen doden vielen, die rare titel van de tentoonstelling zelf en ten slotte Pijpeens' ongelukkige commentaar. Wist je, zei Abdelkader, die goeie contacten had in de journalistiek, dat hij via zijn pr-manager nog heeft geprobeerd om die opmerking door Trouw weg te laten halen? Niet gelukt. Wat een man! Tijd om hem te lozen. Misschien willen ze hem wel ergens hebben in Londen of New York. Wat dachten jullie van Emily Ansenk?

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669) Marten Soolmans (1613-1641). Olieverf op linnen, 210 x 134.5 cm. Gesigneerd: Rembrandt f. 1634 Parijs, Collectie Rothschild. Bredius 199. Bron: Gary Schwartz, De grote Rembrandt, nr. 339

Rembrandt, Marten Soolmans (1613-1641)

Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669) Oopjen Coppit (1611-1689). Olieverf op linnen, 209.5 x 134 cm. Parijs, Collectie Rothschild. Bredius 342. Bron: Gary Schwartz, De grote Rembrandt, nr. 340

Rembrandt, Oopjen Coppit (1611-1689)

KUNSTZINNIG

woensdag 28 januari 2015
Aan: Afdeling personeelszaken gemeente Amsterdam
Van: Hermina Helejna Verveejr

Geachte dames en heren,
Het is inmiddels wel duidelijk dat wie werkzaam wil zijn bij de Gemeente Amsterdam beter niet al te hoog gekwalificeerd kan zijn. Gelooft u me: ik ben het antwoord op al uw vragen. Bij dezen wil ik solliciteren naar vier functies. Begrijpt u me goed, naar alle vier tegelijk. Het betreft respectievelijk het directeurschap van het Stedelijk Museum, van Het Holland Festival, van het GVB en die van Hoofd Boekhouding der Gemeentelijke Administratie. Niet alleen de besparingsmogelijkheid, ook de interreferentiële potentie daarvan is enorm. Laat me mijzelf voorstellen. Ik ben vrouw, weeg 140 kilo, zie eruit alsof ik zojuist uit de dood ben opgestaan, ben volslagen autistisch, totaal wereldvreemd en heb werkelijk nergens, maar dan ook nergens verstand van. Ik ben absoluut onaantrekkelijk en ik ben er trots op. Mijn kapsel ziet er krankzinnig uit en ik kleed me in totaal idiote gewaden. Het komt me voor dat ik alleen al daarmee voldoe aan de meeste eisen die u te uwent stelt. Als ik schrijf dat ik nergens verstand van heb, is dat wel enigszins overdreven. Kunst is zuurstof voor me. In het verleden ben ik betrokken geweest bij diverse installaties. Zo was het growing grass in the museum mijn idee. U herinnert het zich nog wel, het idee om gras het museum binnen te halen en daar de groei ervan gade te slaan. De critici waren indertijd zeer met het idee ingenomen en niet alleen die van groen links. Ook het zwartegatenproject was van mijn hand, het eerste, het tweede en het derde, evenals het System-Ohne-Piano in Berlijn. De dode reiziger in lijn 5 heeft mij op een nieuw en opzienbarend idee gebracht. Ik zou willen voorstellen in Amsterdam grote hoeveelheden witte heroïne op de markt te brengen en de dodelijke slachtoffers die dat tot gevolg heeft in een compleet zwart geschilderde tram te zetten en die een dag lang rond te rijden, waarna aan de familieleden 180 miljoen euro wordt uitgekeerd. In juni zou ik op basis van de gehele experience een moderne opera ten tonele willen brengen, onder de titel Driving around dead people, met in de hoofdrol een tramconducteur. Als componist stel ik George Benjamin voor of Manfred Trojahn. Voor de uitvoering ervan in de Westergasfabriek zou ik willen voorstellen alleen als zodanig gekwalificeerde homosek-suelen toe te laten en veertig zorgvuldig geselecteerde Roemeense zakkenrollers. Ik ben ervan overtuigd dat u de stad ermee op de kaart zou zetten. Ik vermoed dat ik zulke plannen alleen in Amsterdam ten uitvoer zou kunnen leggen. Mijn salariseisen zijn bescheiden. Hoewel ik tegelijkertijd vier functies vervul, vraag ik maar éen salaris van rond de twee ton. Ik beloof u dat ik niet langer dan zes maanden in mijn nieuwe betrekking werkzaam zal zijn, niet de publiciteit zal zoeken, nooit op mijn werklocaties zal verschijnen en (desnoods) in de pers enkel volslagen raadselachtige uitlatingen zal doen.

MET DE BROEK OMLAAG

zaterdag 11 oktober 2014
Daar heeft waarachtig een echte schrijver de Nobelprijs voor de literatuur gekregen, Patrick Modiano. Dat is het vermelden waard, want het gebeurt niet zo vaak. Zegt Le Clézio u iets, Tranströmer, of Tony Morrison? Nee hè. Het Nobelprijscomité heeft er een handje van schrijvers te kiezen die niet zozeer opvallen door hun literaire prestaties, als door hun nationaliteit, hun democratische gezindheid, hun huidskleur of hun geslacht. Eigenlijk hebben die oeroude Zweden een intense afkeer van alles wat naar echte literatuur ruikt en daarom is het des te verrassender dat Modiano hem heeft gekregen. En ook nu is er in zekere zin wel iets mis met die verlening. Want hoewel ik Modiano zeer bewonder, had ik - als u me vergeeft dat ik het zeg - liever een andere jood gezien, namelijk Philip Roth. Het zou me niets verbazen als Modiano dat zelf ook vond, want hij is een sympathiek en bescheiden mens. Maar Roth, die is gestopt met schrijven, was niet politiek correct genoeg, hij gebruikte teveel vieze woorden, maakte grapjes over Anne Frank en daarom komt hij (al vele jaren) niet in aanmerking, net als ooit Tolstoj eigenlijk, om er slechts éen van de velen te noemen. De laatste echte grote schrijver die hem kreeg, was Vargas Llosa, in 2010. Ook dat was trouwens een verrassing. In veel van Modiano's romans gaat iemand op zoek, zodat zijn werk iets detective-achtigs heeft. Het is de speurtocht en de atmosfeer die ermee wordt geschapen, die het verhaal zin geeft, al is aan het eind nooit duidelijk wat er gevonden wordt. En bijna altijd is er als achtergrond een nauwkeurig beschreven Parijs. Maar blijkbaar zijn er - niet alleen in Nederland - slechts weinigen die Modiano lezen, want zelfs in de International New York Times werd opgemerkt dat in Modiano's werk de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelt. Dat mensen bij onze publieke omroep dat verkondigden, mag niemand verbazen. Wie een beetje intelligent is of wel eens een boek leest, wordt daar niet eens aangenomen. Maar ook in Nederlandse kranten zag ik dergelijke berichten. De oorlog! Altijd maar die oorlog! Nu dan: de Tweede Wereldoorlog speelt in maar vier van Modiano's boeken echt een rol. Het gaat om de twee eerste romans, van respectievelijk 1968 en 1969. Daarvan is er éen niet vertaald. De derde is Dora Bruder, van 1997, waarin Modiano op zoek gaat - uiteraard op zoek - naar wat er gebeurd is met een joods meisje dat in 1941 in Parijs is verdwenen. Alles wat er mis is aan Tatiana de Rosnays Haar naam was Sarah, is precies goed aan Dora Bruder, dat met recht een indrukwekkend boek is. Eigenlijk denk ik dat het die kleine roman is die Modiano zijn Nobelprijs heeft bezorgd. Het vierde geval is Rue des Boutiques Obscures, Modiano's zesde, van 1978. Die oorlog is verder hoogstens aanwezig in de manier waarop hij bij Modiano de achtergrond van sommige personages een duistere toon verleent, of het Parijse en soms het Franse landschap schuldig maakt, om het in Armando-termen te zeggen. Modiano heeft heel wat mooi werk geschreven; om zo maar wat te noemen, in 1982 De si braves garçons (Aardige jongens), in 1986 Dimanches d' âout (Zondagen in augustus), in 1995 Du plus loin de l'oubli (Uit verre vergetelheid), in 2002 La petite bijou (Kleine Bijou), maar er is veel meer. Wilde u er wat van lezen? Kan niet. Want afgezien van de vertaling van zijn voorlaatste, L' herbe des nuits, onder de titel Het gras van de nacht, is er niets in druk. De NOS liet direct weten dat alle boeken van Modiano in een ommezien uitverkocht waren. Ziet u het voor zich, die enorme toeloop? Nee hoor, NOS. Er was al direct maar enkel die éne titel verkrijgbaar, en die lag vandaag nog gewoon bij Atheneum in een stapeltje naast de kassa. Zodoende is de benoeming pas echt pijnlijk voor de Nederlandse uitgever van Modiano. Nederlandse uitgevers zijn zuinig met herdrukken, want het is riskant en het kost geld. Modiano wordt standaard gedrukt in een kleine oplage, van een paar duizend of zo naar ik vermoed, raakt altijd uitverkocht en wordt daarna niet meer herdrukt. De Franse literatuur doet het van oudsher matig in Nederland, dat is waar. Maar een fatsoenlijk uitgever heeft ook een morele plicht ervoor te zorgen dat er van een goede schrijver tenminste een paar dingen verkrijgbaar zijn en niet alleen de laatst verschenen titel. Ooit werd Modiano uitgegeven door Meulenhoff, maar de laatste 15 jaar is het Querido. Hoe sta je er dan bij, Querido?

PENEUS

zondag 3 augustus 2014
Hoe ik in de cel terecht ben gekomen, wilt u weten? Nog op de dag voor mijn verjaardag ook? Als u een advocaat voor me regelt, zal ik het u uitleggen. Wel doen hè!
Net zoals veel aan het water woonachtige Amsterdammers heb ik inmiddels een eigen bootje aangemeerd liggen, een fijne sloep met een flinke motor en een stevige geluidsinstallatie. En wie hier vaker komt, zal dan ook niet verbaasd zijn te horen dat ik afgelopen zaterdag samen met duizenden andere homoseksuelen met mijn Peneus meevoer in de jaarlijkse gay pride. Ik had gehoopt 's avonds tijdens de televisie-uitzending, die onze onovertroffen staatsomroep van de festiviteit zou vervaardigen, nog te kunnen aanschouwen hoe ikzelf, helemaal aan het eind van de lange mars over het water al punterend in beeld verscheen. Ik had me daar erg op verheugd. Maar zover kwam het dus niet.
Hoe dan ook: ter gelegenheid van de feestelijkheden had ik een roze Indianentooi opgezet, mijn gezicht knalrood geverfd en was ik verder alleen gehuld in een string en een zeer grote, rechtomhoog staande en fel roze peniskoker. Je wilt ook niet al te herkenbaar zijn, nietwaar. Ik zag er trouwens goed uit, al zeg ik het zelf. Het resultaat van working out, nietwaar.
Welnu, toen ik laat in de middag bij een sterk betrekkende lucht, maar zeer tevreden over de Amstel terugvoer naar mijn woning - op de motor nu, Gordons Kon ik maar even bij je zijn uit de luidsprekers - werd ik enigszins tot mijn verbazing aangehouden door de waterpolitie.
- En waar gaan wij zo snel heen, meneer? schreeuwde de man, terwijl hij zijn vlet langs de sloep legde en ik ook inhield.
- Vertel eens, meneer, zei hij, terwijl hij een voet op de rand van mijn sloep zette, nu op klassieke speurderstoon.
- Nou ja, naar huis, zei ik enigszins verbaasd over zoveel bemoeizucht, terwijl ik de muziek dimde.
- Mag ik uw vaarbewijs zien? zei hij, terwijl hij zijn blik over mijn zeer schaarse kledij liet gaan.
- Vaarbewijs, zei ik, dit is een sloep!
- U voer veel meer dan twintig kilometer meneer. En dan hebt u een vaarbewijs nodig. En uw muziek stond ook veel te hard.
- En wat is Pe-neus? vroeg hij, opkijkend uit zijn notitieboekje. Hij sprak de naam van mijn boot zo uit, dat het een variant werd op ons reukorgaan: peen-neus. Met het oog op de nieuwe wetgeving had ik, gezagsgetrouw als ik ben, al extra grote letters gebruikt.
- Pee-nuis, zei ik, waardig, met de juiste klemtoon. God van de binnenwateren en de kleine vaart. Ik had geen zin aan die domme hetero uit te leggen dat het een grapje was.
- Zestig euro meneer. Direct te betalen. Mag ik een id zien?
Ik maakte een gebaar naar mijn blote bast. - Wat denkt u, zei ik, dat ik een rolletje bankbiljetten en mijn paspoort in mijn peniskoker heb zitten?
-U hoeft niet gelijk grof te worden, zei de man naast hem, duidelijk van allochtone herkomst. Wel een knappe vent trouwens.
Ik werd plotseling woedend. - Houd je d'r buiten, stomme Turk, zei ik. Ga zakkenrollers vangen.
- Dat wordt nog eens een boete wegens discriminatie meneer. Dat is al gauw een paar honderd euro. Enne, wij zijn van de waterpolitie. Zakkenrollers vangen we niet. Meekomen.
Ik geef het eerlijk toe, dat had ik niet moeten zeggen. Maar ik werd zò boos. Ze moeten ons homo's altijd hebben. In elk geval, zo is het gekomen. Vergeet u de advocaat niet?

BALVREES 2

woensdag 2 juli 2014
Hebt u vannacht ook harder gejuicht voor België dan u deed voor Nederland tegen Mexico? Ik wel. De vorige wedstrijden die België speelde, zagen er niet uit, net zo min als die van Nederland. De wedstrijd tegen de Amerikanen daarentegen was misschien niet altijd van een even hoogstaand niveau, maar hij bood alles en dan ook werkelijk alles wat je van een wedstijd mag verwachten. Het was een feest om naar te kijken, om twee ploegen te zien die er met hart een ziel op los gingen, alles gaven wat ze hadden en die je als kijker geen seconde rust gaf. Op en neer golvend spel, zij het vooral op-, een eindeloze reeks schoten op doel, tal van spectaculaire reddingen en dat alles op zeer hoge snelheid en met een immense fysieke inzet. En dan ook nog met een tot tevredenheid voor het rechtvaardigheidsgevoel stemmende dubbele ontknoping. Zo is voetbal echt de mooiste sport ter wereld. Wat het per slot van rekening ook is. Zelfs bestond er om met Van Gaal te spreken een soort systeem, een tamelijk ouderwets systeem, vooral van Belgische zijde, met traditionele vleugelspelers en een ver naar voren geschoven verdediging. Elke aanvallende ploeg lijkt tegenwoordig meer op Nederland dan Nederland zelf. Ik keek op de Belgische tv, want ik heb langzamerhand een diepe afkeer opgebouwd jegens sommige Nederlandse commentatoren en ook daar was iedereen het erover eens, zelfs de vermaledijde, alom aanwezige Jan Mulder: het was een geweldig spectaculaire wedstrijd. Wat voelde u, behalve uitputting, na Nederland-Mexico? Toen werd u overmand door een diepe depressie. En een immens medelijden met de Mexicanen, die het eigenlijk hadden verdiend te winnen en wier zak daar was gerold. Want wat liet Nederland feitelijk zien? Een kwartiertje oprecht vuur, toen het niet anders meer kon en de ploeg welbeschouwd al verslagen was. En zelfs het daarbij vertoonde spel bleek van een zeer, zeer matig kaliber. Daarvoor niets dan treurigheid, een laffe, zich verschuilende ploeg, die met nu en dan een achterbakse counter probeerde te scoren. Ik herinner me nog hoe ik me na elke wedstrijd voelde die Nederland won in Zuid-Afrika, op het vorige wereldkampioenschap. Elke keer dacht ik: zo kun je met goed fatsoen geen wedstrijd winnen. Het is nog tegen de verhouding in ook. Het is een schande om zo in de finale te komen. En nu denk ik het verdomd weer. En natuurlijk was het een Schwalbe, die van Robben. Sterker nog: het waren er drie. Zou er een moment komen dat Nederland echt gaat voetballen? Ik betwijfel het. Waar ik van droom? Van een Nederlands elftal met Van Persie, Robben, Huntelaar en Depay (en Kuijt). En een achterhoede die psychotherapie heeft gekregen en vervolgens met de dood is bedreigd. En nu voetballen, stelletje eikels!

BALVREES 1

maandag 23 juni 2014, 17.20
Gelooft u er na twee wedstrijden nog in? In het Nederlands elftal bedoel ik? Hebt u de Nederlandse verdedigers gezien? Ze waren bang voor de bal en hielden hem zo kort mogelijk bij zich. Ze schoven hem elkaar toe alsof hij aan hun voeten brandde. De arme Cillesssen bleef maar uittrappen. Waarna de bal steeds weer, direct of indirect, bij de tegenstander terecht kwam. Het idee om zich, terwijl ze elkaar de bal toespeelden, naar voren te bewegen, kwam niet eens bij ze op. Driehoekje, hoezo? Naar voren, wat denkt u wel! Ze waren als de dood. En Van Gaal maar oreren over systemen. Hebt u een systeem gezien? Welk dan ook? Rennen voor je leven, dat was het systeem. Het was Srebrenica-voetbal. Dankzij Robben en Van Persie zag het er nu en dan toch nog enigszins uit. En wonnen we nog ook. Tegen de verhouding in. Maar Van Persie is er niet. En nu verschijnt dan over een half uurtje Chili. De Chileense atleten draafden in hun eerdere wedstrijd tegen Spanje alsof ze gedrogeerd waren. Ze bleven draven, anderhalf uur lang. Misschien waren ze wel gedrogeerd, want welbeschouwd is dat een goed-Zuid-Amerikaanse traditie. De Chilenen gaan ons opvreten, twee keer drie kwartier lang. Wat kunnen wij daar nog tegenover stellen? Niets. Een matige Sneijder. En Robben natuurlijk. Blind heeft al twee heel goeie passes gegeven en daarmee is zijn quotum voor 2014 vol. De Jong? Hebt u die wel eens een goede pass zien geven? Aan een medespeler, bedoel ik? Vlaar, zegt u? De arme man kan het al jaren niet aan. De Vrij? Janmaat? Balletje breed, of terug naar de keeper en nog een keer terug naar de keeper. Waarom denkt u dat die jongens bij Feyenoord spelen? Kortom: er zit maar éen ding op, en daarom schrijf ik dit stukje. Ik moet afstand nemen. Ervan uitgaan dat we met een nulletje of vijf gaan verliezen. En doen alsof ik dat niet erg vind. Niet meer tieren en razen, vloeken en schelden, maar de nederlaag koelbloedig onder ogen zien. Rustig een harinkje eten. We verliezen dik. Een half uur voor tijd, als we met 4-1 achterstaan, brengt Van Gaal Huntelaar in. En die scoort dan met zijn achterwerk of zo. Waarna Chili er nog net eentje infrommelt, via de linkervoet van De Vrij. Eindstand 2-5. Het kan trouwens nog erger. Winnen en dan in de volgende ronde toch tegen Brazilië moeten spelen omdat die hun belofte niet waarmaakten. Dat daarna tegen ons natuurlijk uit de dood op staat en Nederland met immense cijfers vernedert. Help!

PS: 19.53 Waarmee weer bewezen is dat dit de juiste benadering is. Geen vuiltje aan de lucht. 2-0

HUICHELAARS

maandag 13 januari 2014
Ik weet niet precies wat het is dat me zo ergert aan het besluit jongeren onder de achttien de alcohol en de nicotine te verbieden. Ik vermoed dat het de ongebreidelde bedilzucht is van onze overheden en de schrille tegenstelling met de dagelijkse werkelijkheid op straat, waar de wetshandhaving in tal van belangrijker sectoren op zo navrante wijze te wensen over laat. Terwijl zeer veel keurige jongeren af en toe een pilsje nemen, moet in Amsterdam-Noord het leger worden ingezet ter bescherming van have en goed. Misschien is het ook de groeiende afkeer van mijn eigen hypocriete generatie die, in grote vrijheid, al neukend, blowend en zuipend opgevoed, anderen nu met een stalen gezicht die mogelijkheid ontzegt. Alleen neuken mag nog, maar dat wordt binnenkort ook verboden. Het is eigen aan de manager dingen te willen besturen die hij eigenlijk helemaal niet besturen kan, terwijl hij anderzijds de zaken waar hij wel zijn invloed kan doen gelden van geen belang acht of er de moed niet voor heeft dat te doen.

Als leraar aan een middelbare school geef ik (en geven mijn collega’s) zowel in de vijfde als in de zesde een opstel als onderdeel van het schoolexamen. We doen dat op de wijze zoals dat in het verre verleden gebruikelijk was bij het Centraal Schriftelijk Eindexamen. We verschaffen tien titels op allerlei terreinen, economisch, politiek, cultureel, en voorzien die van een soms omvangrijke toelichting. Daar kiezen de leerlingen er éen uit. Dit jaar was éen van de titels voor de vijfde het verbod op alcohol voor jongeren onder de achttien. Vijfdeklassers zijn tussen de 15 en 18 jaar oud, maar de gemiddelde leeftijd is rond de 16 of 17. Het betrof dus allemaal mensen die tot op dat moment in de meeste gevallen al alcoholische dranken nuttigden, al zijn er genoeg die niet of nauwelijks drinken. Ik had dit jaar twee vijfde klassen, met een totaal van ruim zestig leerlingen. 27 van hen kozen de titel over de alcohol. Allen spraken hun afschuw uit over de maatregel en er was niemand die haar verdedigde. Ik moet daaraan toevoegen dat er op de school waar ik lesgeef, uitgerekend tijdens de Romereis in de vijfde, door heel wat leerlingen enorm word gezopen. Het is een merkwaardig, door mij verafschuwd soort traditie, waaraan je al vroeg de corporale gezindheid herkent die op de school waar ik werkzaam ben zo nadrukkelijk aanwezig is. Bij de schrijvers zaten dus ongetwijfeld heel wat misbruikers. En toch vind ik het besluit niks. Vooral omdat ik vermoed dat de wet enkel het fatsoenlijkste deel der jeugd treft, degenen die zich juist niet klem zuipen en die netjes zijn opgevoed. U zult misschien vinden dat ik naïef ben. Ik vind van niet. Ik weet wel dat een niet onaanzienlijk deel der Nederlandse jeugd teveel zuipt en daar zitten aardig wat van mijn – naar ik aanneem toch behoorlijk opgevoede - leerlingen bij. Maar die zullen zich door wetgeving niet laten weerhouden. De wetgever zou tegen die groep, als ze zich misdraagt, veel harder moeten optreden en ik bedoel echt veel harder, maar ze zou de goeden niet moeten treffen. En dat is wat er nu gebeurt. Ik zou er onmiddellijk voor zijn degenen die tijdens de excursie naar Rome dronken zijn, naar huis te sturen, direct en per ommegaande en op kosten van de ouders, maar uitgerekend degenen op mijn school die de wet in kwestie toejuichen, zouden zich ertegen verzetten. Want dat vinden ze te hard. Het handhaven van de orde laten ze over aan de wetgever, want zelf kunnen ze het niet. Het echte probleem is niet de wet, het is de machteloze handhaver. Een leerling schreef dat hij, nu hij vanaf zijn achttiende mocht roken, blowen, zuipen en autorijden, niet kon wachten het allemaal tegelijk te doen. Een wetsmaatregel als deze is kiezen voor de weg van de minste weerstand. Als iets je boven het hoofd groeit, verbied je het. Nu het vuurwerk nog. En Zwarte Piet natuurlijk.

SLET

zondag 24 november 2013
A: Ik wil het vandaag met je over vrouwen hebben.
Ik: (weinig enthousiast) Hmmm…
A: Zeg eens op. Met hoeveel vrouwen heb je het eigenlijk gedaan?
Ik: Wat is dat nou voor een vraag…
A: Gewoon. Statistiek.
Ik: (aarzelend en met tegenzin). Eh… nou ja, 478.
A: …… 478?
Ik: Ja.
A: En dat weet je nog zo precies….?
Ik: Ja, natuurlijk. Dat heb ik bijgehouden. (Verontschuldigend) Ik houd nu eenmaal alles bij. (met een knik naar de rolodex) Ik had gehoopt op 500, maar ik vrees dat ik het niet meer ga halen.
A: Dat is meer dan Jeroen Pauw.
Ik: Wie is Jeroen Pauw?
A: Dat is de presentator van een praatprogramma.
Ik: Oh, ken ik niet. Ik kijk zelden naar tv. Geen tijd.
A: Haha, dat begrijp ik, haha.
A: Het is trouwens minder dan Mart Smeets.
Ik: Ken ik ook niet. Hoeveel?
A: Meer dan 1000...
Ik: Don Giovanni had er alleen in Spanje al meer dan 1000. (Zingend) Mille e tre...
A: Don Giovanni?
Ik: Laat maar. Iemand uit een opera.
A: (Met een knik naar de Rolodex) Zitten ze daar allemaal in?
Ik: Nou ja, niet iedereen stelt zich altijd voor, zullen we maar zeggen, en dan valt het soms niet mee. En op een gegeven moment kun je ook niet meer vragen: Zeg, hoe heet je eigenlijk? Zeker niet als ze dat al twee keer gezegd hebben zonder dat je ernaar luisterde. (Verontschuldigend) Ik luister maar zelden naar wat ze allemaal zeggen. En voor je het weet, is het te laat. Dan kies je gewoon voor een paar opvallende eh.. trekken…
A: Zoals?
Ik: Nou ja, rood haar, sproeten, kleine tietjes, dat soort dingen….
A: Wat vind je eigenlijk van al die vrouwen met wie je het hebt gedaan?
Ik: (Ongerust) Hoe bedoel je?
A: Er is een documentairemaakster die beweert dat mannen zoals jij zichzelf helden vinden en zulke vrouwen sletten.
Ik: Wie dan?
A: Sunny Bergman.
Ik: (bladerend in de rodolex). Nee, zit er niet in. Ken ik niet.
A: Zelf heeft ze het met 35 mannen gedaan, zo liet ze weten.
Ik: Dat is niet zo veel. Als een vrouw echt wil, verslaat ze elke kerel. Als ze er tenminste een beetje uitziet. (Nieuwsgierig) Ziet ze er een beetje uit?
A: Maar wat vind je nou? Vind je dat soort vrouwen sletten?
Ik: Nou ja, niet allemaal hoor. Maar sommige natuurlijk wel. Je kunt niet altijd even kieskeurig zijn, nietwaar. D’r zaten ook heel nette meisjes en vrouwen bij.
A: Zit er een soort systeem in? Ik bedoel: heb je voorkeuren? Groot, klein, blond, donker, dat soort dingen...
Ik: Schwarz, ob blond ob braun, ich liebe alle Frau’n.
A: ?
Ik: Nina Hagen.
A: Maakt het je echt niet uit?
Ik: Nou ja, blond is natuurlijk wel het leukst. Niet te groot, goed figuur, aardig hoofd, minstens atheneum... Niet van die enorme borsten, daar houd ik niet van. Maar ja, zo werkt het helaas niet. Je moet roeien met de riemen die je hebt. De werkelijkheid is altijd erger dan gezegd wordt. (hulpeloos gebaar)
A: (geërgerd) Eigenlijk ben jijzelf gewoon een slet.
Ik: (instemmend) Ja, eigenlijk wel, maar voor een man maakt het niet uit.

REPUBBLICA

zondag 9 juni 2013
Ik ben - en ik kan het echt niet helpen - een verwoed krantenlezer. Nadat Peter Vandermeersch in samenwerking met Egeria en Derk Sauer NRC kaapte en ombouwde tot een soort Volkskrant bis, heb ik die uit ergernis opzegd en een abonnement genomen op Het Parool, dat waarachtig een sympathieke krant blijkt te zijn, zij het dat je niet zonder een andere kunt voor het echte nieuws. Afgezien daarvan koop ik dan ook bijna elke dag de International Herald Tribune, met regelmaat een Volkskrant en toch ook NRC, en elk weekend Le Monde en Die Welt of Die Zeit. Ik geef toe: het is ernstig. Bovendien heb ik al sinds 2002 een internetabonnement op de Italiaanse krant Repubblica. Ik ben zo Italofiel dat ik, als ik Spanje ben, altijd denk: was ik maar in Italië. Toen de New York Times nog geen betaalmuur had, las ik daar ook vaak artikelen die me interesseerden. Ik nam deel aan de beta-reader die de New York Times een tijdlang beheerde, voordat hij overging op een betaald exemplaar. Die reader stelt je ertoe in staat de krant op een snelle en handige manier tot je te nemen achter je computer. Toen de New York Times uitgetest was en besloot definitief op een betaald exemplaar over te gaan, bleek de krant als enige alternatief een jaarabonnement te bieden. Kosten: een paar honderd dollar uiteraard. Ik heb er toen een briefje aan gewaagd en de belanghebbenden bij de New York Times gewezen op de manier waarop Repubblica dat aanpakte. Want ook daar kun je natuurlijk gewoon een jaarabonnement nemen, maar dat zou mijn doel voorbij schieten. Ik lees teveel kranten om die allemaal als abonnement aan te schaffen, bovendien wil ik dat echt niet. Een mens heeft ook nog andere dingen te doen. En dan gebruikt de Herald Tribune uiteraard ook nog eens heel wat artikelen van de grote broer. En die stukken lees ik toch wel. Repubblica bood traditiegetrouw een abonnement aan met 30 nummers per zes maanden, die dan gewoon werden afgetikt, waarna je een nieuwe reeks kon aanschaffen, desnoods na een maand. Kosten: pakweg 20 euro. Ik heb nu eenmaal niet de tijd om elke dag Repubblica te lezen, maar als er zich eens iets voordoet in Italië, dan kun je direct terecht, desnoods om twaalf uur 's nachts. En wat gebeurt er: de laatste keer dat ik mijn Repubblica-abonnement wilde verlengen, bleek de enige keus een maand-, heel- of halfjaarsabonnement te zijn. Voor een maand betaal je nu de twintig euro die ik ooit voor 30 nummers betaalde. Maar het is toch een heel ander principe. Ik heb er weer een briefje aan gewaagd. Vandaag las ik - in een papieren Repubblica - dat de krant gemiddeld per dag 312.709 exemplaren verkoopt en 43.224 geabonneerde internet-lezers heeft. Daarmee is hij grootste van Italië, met als tweede in beide gevallen Corriere della Sera. Maar ik las ook dat de oplage sinds 2005 met bijna 25% is afgenomen. Corrado Augias, algemeen geacht columnist van Repubblica, schreef vandaag over het zorgwekkende feit dat zeer veel jongeren geen echte krant meer lezen en over het democratisch tekort dat zo dreigt. Maar van de New York Times kreeg ik op mijn briefje nog een keurige verontschuldigende reactie, van Repubblica hoorde ik uiteraard niets. Italië: Fyra-land. Misschien was dat omdat ik ze eraan herinnerde waarom de terrassen op San Marco in Venetië of die in Amalfi altijd leeg zijn. De meeste mensen vinden 10 euro voor een cappucino teveel. Als de eigenaren de helft rekenden zat het vol en zouden ze binnenlopen. Dom volk.

CLOUD

zondag 26 mei 2013
Waar ikzelf al mijn hele leven aan het verkeerde eind begin en het uitgeven van mijn zo schaarse gelden als hoogste goed beschouw, daar vult een aanzienlijk deel der mensheid zijn ganse bestaan met de speurtocht naar een verdienmodel. Bent u er ook zo éen? Goeie kans. Software-ontwikkelaars zijn er in elk geval weer eens driftig naar op zoek. Aan programma’s zoals die van Microsoft en Adobe valt niet zo heel veel meer te verbouwen. Wat kan er nog gedaan worden aan Windows, aan Office, aan Photoshop of Dreamweaver? Weinig. Het enige wat je mag verwachten is dat ze de technische vernieuwingen bijhouden die her en der gaande zijn. Dat neemt niet weg dat softwareproducenten, voortgedreven door hun beurswaarde, het toch steeds weer proberen: hoe vaker een nieuwe versie hoe beter. Aan die wanhopige speurtocht naar eeuwigdurende volmaaktheid danken we rare en ongelukkige programma’s als Windows 8 en Office 2013. Geleidelijk echter begint ook in de burelen van de producenten zelf het besef door te dringen dat de volgende versie een heilloze weg is. En zodoende zoeken ze hun verdienmodel nu in de Cloud. Ze doen de grootste moeite ons ervan te overtuigen dat daar de toekomst ligt. Wij moeten ons op hun programma’s abonneren, per maand gaan betalen en alles wat we maken, on-line gaan bewaren. Nu koopt u een programma voor een vaste prijs, die soms bepaald niet mis is, maar daarna is het uw bezit en kunt u er gebruik van maken zolang u wilt. Wat u vervaardigt, slaat u op op uw bloedeigen harde schijf, die trouwens goedkoper is dan ooit tevoren. In de toekomst kun u – in elk geval als het ligt aan de softwaremakers – jaar in jaar uit betalen, maar als u ermee stopt, bent u uw programma kwijt. Als uw internetverbinding er om wat voor reden ook even uitligt, kunt u ophouden. De beveiliging van uw materiaal legt u in onbekende handen. Het enige voordeel dat u eraan overhoudt, is dat u recht hebt op alle updates. Dat waren die dingen die u vroeger gratis kreeg, maar die van steeds minder belang werden. In wiens voordeel is dit eigenlijk allemaal? Wat u zegt. Dat is dan wel weer fijn: soms is het afwijzen van een ander zijn verdienmodel zelf ook een verdienmodel.

ER ONDERDOOR

woensdag 17 april 2013
Zegt u eens eerlijk... hoe is het nu gekomen? Kijkt u eens diep in uw ziel. Heel wat Nederlanders hebben met enig mededogen de lijdensweg aangezien waarin de renovatie van het Rijksmuseum ten slotte ontaardde, hebben zich verbaasd over het amateuristisch geknoei, over de minkukelachtigheid van zoveel betrokkenen, over de achterlijkheid van het nieuwe logo, over de Kiefer van Pijbes, over de kapitalen die het grapje uiteindelijk heeft gekost, over die gierige gratis eendagsopenstelling voor de complete Nederlandse bevolking van Groningen tot Maastricht, om zich daar ten slotte bij Gods gratie maar bij neer te leggen, in de wens uiteraard na 10 jaar het Rijksmuseum tenminste eindelijk weer eens te kunnen betreden en er naar een Vermeer of zo te kijken. En u? U hebt blijkbaar 10 jaar gehunkerd naar slechts éen ding: er weer eens onderdoor te mogen fietsen. Hebt u zich wel eens afgevraagd waar die wens vandaan kwam? Wat heeft u het idee gegeven dat uw zeer kleine, zeer onbelangrijke privébelangetje dat van de renovatie van een compleet museum te boven ging? Wat heeft die kinderachtige wens van u bij elkaar gekost? Weet u wel dat als u onder het Rijksmuseum door gepeddeld bent, u rechtsaf moet, of linksaf, en dat u dan op dezelfde weg terecht komt die u ook voor het museum had kunnen kiezen? Als ik het goed begrijp, wilt u eigenlijk onder het museum door fietsen, enkel en alleen om er onderdoor te fietsen. Hebt u die 100 meter nodig om een orgasme te kunnen krijgen? Hebt u niet gemerkt dat er in uw omgeving mensen zijn die u met een zekere omzichtigheid tegemoet treden? Alsof ze denken dat u niet helemaal in orde bent? Waar in uw jeugd is het misgegaan? Had u het vroeger ook al, dat u als kind dreinend rechtsaf wilde, als uw vader linksaf sloeg en zei: Het is even lang, wat maakt het uit? Zijn uw eigen kinderen daarom zo verpest en jengelen ze daarom altijd zo als ik ze bezig zie in de tram? Nou, vooruit dan maar hoor. Nog een paar weekjes slapen! Hier, hebt u een lolly.

GROOT STEDELIJK

zondag 13 januari 2013
01 Ann Goldstein, die er uitziet, niet zozeer alsof ze zojuist uit de dood is opgestaan, maar alsof dat voor de zoveelste keer is mislukt, heeft er inmiddels met werk van Mike Kelley haar eerste echt grote tentoonstelling georganiseerd: in het nieuwe Stedelijk. Ongetwijfeld heeft de licht autistische ogende artistiek directeur een verwante geest herkend. Over Kelly 's recente zelfmoord ga ik hier geen grapjes maken, al is dat nog zo verleidelijk. Voor de gloednieuwe entree van het museum staan lange rijen, maar de mensen die er wachten, komen natuurlijk niet voor Kelley. Want voor diens werk moet je genetische aanleg hebben, zoals dat geldt voor veel moderne kunst. Denkt u aan Damien Hirst en Jeff Koons, al zijn die twee vergeleken bij Kelley nog flamboyant. Wie het kind niet meer in zich kan laten opstaan, verveelt er zich mateloos bij. Een beetje pijnlijk is het wel dat een zojuist uit acht jaar as herrezen museum met zoiets opent, maar alla. Het in de kou trappelend publiek wil gewoon het uitgebreide en opnieuw ingerichte museum zien en daarna koffie drinken aan de Van Baerlestraat, wat ook fijn is, zeker als je in Deventer woont. Henk Hofland schreef onlangs in NRC, dat hij door het museum persoonlijk was uitgenodigd om er een kijkje te komen nemen voordat het echt open ging. Vervolgens deelde hij mee dat hij de nieuwe uitleg eerst niet, maar nu wel mooi vond. Of er verband was tussen de twee feiten, de persoonlijke uitnodiging en zijn opvatting over hoe mooi hij het vond, zweeg hij. Zelf was ik al eerder een keer binnen, toen het museum op een zaterdag het publiek een blik liet werpen en trouwens ook al toen de oudbouw weer open was met een kleine tentoonstelling, die eigenlijk de eerste echte van Goldstein was: minimal art. Een half uurtje voor uw wasmachine gaan zitten is zeker zo interessant. Is het toeval dat Goldsteins naam op de site van het Stedelijk zelf verkeerd gespeld staat? Of is het wraak? Aan de binnenzijde is het museum er overigens flink op vooruitgegaan, al onderscheidt het zich nauwelijks van andere moderne uitbreidingen van oudere musea, bijvoorbeeld de nieuwe entree van het Prado, al is die veel groter. Voor al degenen die hebben gekozen voor vrijwillige ballingschap in Deventer, Zwolle of Eindhoven, dacht ik: kom, maak eens wat foto's.

01 Stedelijk Museum, Amsterdam, Nieuwe aanbouw. Zuidzijde, van Baerlestraat. Architect Mels Crouwel, bureau Benthem Crouwel. Januari 2013

Amsterdam, Stedelijk Museum,Zuidzijde

02 Hofland schreef dat mensen het Centre Pompidou toen het net was gebouwd ook lelijk vonden. Hij had ook nog de aanvankelijk zo omstreden piramide boven de Carrousel van het Louvre kunnen noemen. Hij bedoelde natuurlijk dat het oog aan het nieuwe moet wennen en dat is vaak zo. Toch vind ik de vergelijking gemakzuchtig. Het Pompidou (Piano, Rogers en Franchini) was een op zichzelf staand museum dat in éen keer als nieuw gebouw werd neergezet. Het staat in een vrije, open ruimte, weliswaar wat krap, maar toch. De door Ieoh Ming Pei boven de Carrousel geplaatste piramide is een klein onderdeel binnen een zeer groot, min of meer als geheel opgetrokken complex. Het idee ervoor was al in de achttiende eeuw geopperd. Het echt revolutionaire deel van de ingreep heeft zich onder de grond afgespeeld en tastte het aanzicht van het museum niet aan. Ook het Frankfurtse Städel koos er recentelijk voor de aanbouw ondergronds te laten plaatsvinden, zodat er aan de buitenzijde niets veranderde. Ik vond dat prachtig gedaan, bescheiden en toch functioneel. Maar de uitbreiding van het Stedelijk staat tegen het oude gebouw aan en vormt onderdeel van een bestaande gevelrij, in elk geval aan de kant van de Van Baerlestraat. Het is daar alsof een naar deftigheid strevende oudere heer een debiel, maar iets tezeer uit de kluiten gewassen jongetje bij de hand houdt. De eerste nieuwbouw van het Stedelijk, die al dateerde van 1954, de zo genaamde Sandbergvleugel, moest ervoor worden afgebroken. Wethouder Carolien Gehrels gooide er bij de aanvang van de sloop een baksteen door de ruiten, als om te demonstreren hoe de Amsterdamse gemeentelijke autoriteiten zich tot de schone kunsten verhouden. Misschien vond ze het een artistiek idee. Het voor de nieuwe afdeling verantwoordelijke bureau, Benthem Crouwel, ontwierp bijvoorbeeld ook Villa Arena, de Ziggo Dome en luchthaven Schiphol. En aan iets verkeersachtigs doet het gebouw als geheel nog het meeste denken, vanwege alle kunststof, glas en die brede luifel, vermoed ik. Maar de ingang van een meubelboulevard had ook best gekund of een winkelcentrum. Een museum, zegt u? Nou vooruit, kan ook. Qua architectuur heeft het wat weg van dat andere gebouw op pootjes, het hoofdkantoor van ING (Meyer en Van Schooten), aan de Zuidas, u weet wel, die schoen, of die kruimeldief, niet qua ontwerp, maar qua gewildheid: kijk mij eens! Zo trekken sommige dames op de Albert Cuyp ook iets aan wat hun niet staat. Het is geen badkuip, het is een Albert Cuypkuip. I amsterdam!

02 Stedelijk Museum, Amsterdam, nieuwe aanbouw. Zuidzijde, van Baerlestraat. Gevel in oostelijke richting, januari 2013

Amsterdam, Stedelijk Museum, Nieuwe aanbouw. Zuidzijde

03 Het komt me voor dat de nieuwe aanbouw, met name aan de Van Baerlezijde, een pompeuze, wat potsierlijke en, vanwege het gebruikte materiaal (synthetisch vezel, twaron), ook goedkope indruk maakt. Het massieve kreng lijkt zowat het trottoir op te springen. Als het een auto was, zou je zeggen: wat een proletenbak! Ik vind die lage vensterrij bovenop, die het complex vanaf de zijkant enigszins doet lijken op het soort ruimteschip dat u misschien kent uit oude stripverhalen, in verhouding tot de kuip zelf erg klein, met name alweer aan de zuidkant. Dat komt naar mijn idee ook doordat de kuip aan die kant veel hoger is dan over een groot deel van de oostzijde, die langs het museumplein, waar het geheel, in elk geval van een afstand bezien, zich beter voegt in de rij die wordt gevormd met met Rietvelddeel van het Van Gogh en de nieuwe aanbouw daarbij (Kisho Kurokawa), dat ik overigens, in tegenstelling to de recensent van de New York Times, Michael Kimmelman, wel degelijk een mooi gebouwtje vind, al is het jammer dat de gemeentelijke autoriteiten daar de stenen vloer op de verlaging eromheen zo snel hebben laten verloederen. Dat concrete poëzie-achtige logootje op de lifttoren hier kan niet veel kwaad, al vind ik het wat kinderachtig en bovendien slecht passen bij het soort kunst waar het Stedelijk toch in eerste instantie bekend om is. Ontwerpers Mevis en Van Deursen zullen het wel speels noemen. Maar, en dat vind ik het grootste bezwaar, er is geen enkele poging gedaan de massieve confrontatie tussen oud- en nieuwbouw met elkaar te verzoenen. Het nieuwe deel is er gewoon naast gepleurd en staat daar nu pontificaal groot en lelijk te zijn. Daarbij vergeleken vormt de uitbreiding - ik geef toe, op veel kleinere schaal - van het Concertgebouw aan de overkant een bescheiden, maar elegant geheel.

03 Stedelijk Museum, Amsterdam, nieuwe aanbouw. Zuidzijde, van Baerlestraat. Gevel in westelijke richting, januari 2013

Amsterdam, Stedelijk Museum, nieuwe aanbouw. Zuidzijde, van Baerlestraat

04 Dan bouw je een hotel tegenover het Stedelijk Museum en dan zit je plotseling tegen een morsdode, zowat geblindeerde gevel aan te kijken. Wat zou het zo deftige Conservatoriumhotel daarvan vinden? Ik kan me wel voorstellen dat besloten werd de ingang naar de nieuwe vleugel te verplaatsen, maar per se nodig was het niet geweest. Het Stedelijk werd nooit erg druk bezocht en in de toekomst, als het nieuwtje eraf is, zal dat evenmin het geval zijn. De oude ingang lag aan dezelfde zijde als die van het Van Gogh. De nieuwe ligt op een onlogische plek, aan wat veel mensen als de achterzijde zullen beschouwen. Oh, ik dacht dat het museum al open was. De eerste bordjes naar de entree zullen wel spoedig gaan verschijnen. Had er gewoon de uitgang neergelegd, zou ik zeggen. Met Nederlandse museumingangen is het vaker beroerd gesteld. Na de laatste renovatie van het Van Goghmuseum werd alles flink aangepakt, maar niet de twee kassa 's bij de ingang, met als gevolg dat er altijd lange rijen stonden voor een museum dat nu ook weer niet zo massaal werd bezocht dat dat nodig was. Ook bij het oude Rijks (nu: Rijks Museum) was de entree een drama. En nu is het toch een beetje alsof het oude deel van het Stedelijk een soort spookdependance is geworden.

04 Stedelijk Museum, Amsterdam, oude voorgevel. Westzijde, Paulus Potterstraat, januari 2013

Amsterdam, Stedelijk Museum, oude voorgevel, Westzijde, Paulus Potterstraat

05 Ook van de noordkant gezien, vanaf de Van Goghzijde dus, oogt de nieuwbouw niet bijzonder indrukwekkend. Ik vind die uitspringende rand erg breed en die spierwit glimmende vlakte weinig subtiel. Beetje ordi, zou ik zeggen. Het is een aanstellerig gebouw. Waar is de rest van het vliegtuig? En waarom moeten al die mensen in 's hemelsnaam buiten wachten? Kijk eens hoe populair we zijn.

05 Stedelijk Museum, Amsterdam, vanaf noordzijde in zuidelijke richting, januari 2013

Stedelijk Museum, Amsterdam, Noordzijde

06 De bevredigendste - lees: de minst ergerniswekkende - aanblik biedt de aanbouw nog van de oostzijde, van de kant van het Museumplein dus, zeker van een wat grotere afstand. Daarmee voegt het gebouw zich in een lange traditie van moderne architectuur: je kunt er maar het best in zitten, of op flinke afstand van blijven, dan kan ze het minste kwaad. Al met al is het niet heel verschrikkelijk, maar toch tamelijk, en veel beter had het wel gekund.

06 Stedelijk Museum, Amsterdam. Oostzijde, vanaf Museumplein, januari 2013

Amsterdam, Stedelijk Museum. Noordzijde, vanaf Museumplein

OLIEBOL!

zondag 30 december 2012
Bent u zo'n armzalig wezen dat wel waarde hecht aan tradities, maar er geen moeite voor wil doen ze in stand te houden? En hebt u echt, met de kraag van uw jas omhoog in de hoop dat er niemand die u kent langs komt, voor zo'n oud hollands gebakkraam gestaan, waarachter wat bankbediendes in hun vrije tijd bezig zijn hun dubieuze producten te verkopen? Oliebollen en krentenbollen? Scheept u uw bloedjes van kinderen op met krentenbollen? Hebt u enig idee hoe groot de schade is die u daarmee aanricht? Denkt u echt dat er iets bestaat als een oliebol zonder krenten? Kijkt u het type dat er achter de toonbank staat eens goed aan. Ziet u de geldzucht in de ogen? Herkent u de uitgeteerde trekken die wijzen op hun immense inhaligheid? Ruikt u de olie die ze gebruiken? Diesel? De krenten die ze in hun bollen doen, snijden ze doormidden, zodat het er meer lijken. Dat is het enige oudhollandse aan hun krentenbollen: de brutale wijze waarop ze u hun olieknollen voor citroenen verkopen. Volgens mij zijn sommigen managers in het onderwijs. Met het geld van uw oliebollen gaan ze de rest van het jaar naar Aruba. Dat is positief: zijn we tenminste van ze af. Welnu: tot voor kort kon ik in alle eerlijkheid meedelen dat ik nog nooit een oliebol van zo'n kraam had geconsumeerd. Maar een paar leerlingen uit mijn zesde waren jarig en die kozen uiteraard weer eens de gemakkelijkste weg. En ik was te laf om te weigeren. En dit lezen ze toch niet. Zodoende heb ik voor het eerst een krentenbol van zo 'n shitkraam tot mij genomen. Ik zei dan wel: goh, lekker, maar ik kan u verzekeren: het ding had niets met een oliebol van doen. Bij de AD-test kreeg de kraam waar de dames naar ik vermoed hun bolletjes hadden gehaald een 3.5. Ik heb geteld: er zaten drie krenten in. Geen rozijn. Toen dacht ik: als ik dan toch mijn principes verkwansel, dan maar gelijk goed. Ik heb bij een aantal supermarkten wat daar wordt genoemd krentenbollen meegenomen, want de grootgrutters hebben de benamingen van de oud hollandse kramen overgenomen. Bij Albert Heijn zowel de gewone, in een zak, als de wat heet luxe versie, op een schaaltje, een zak bij Dirk en éen bij Marqt. En ik heb er een paar los gekocht bij de bekendste Amsterdamse oliebollenbakker, Hartog, aan de Wibautstraat. Ik heb er van elk éen op. Niet te vreten. Armoedige rotzooi. Een uitzondering vormde Hartog, maar dat bleken volkoren oliebollen te zijn. De bedoeling is goed, maar lekker waren ze niet. Zwaar en taai. Werkoliebollen. Lang, lang geleden, begon wijlen mijn goede vader op oudejaarsochtend met 10 kilo bloem te verwerken tot beslag. Hebt u enig idee om hoeveel oliebollen het daarbij uiteindelijk gaat? Bakken deed hij in twee pannen tegelijk. Ik haal er 40 kleine uit 1 kilo of 30 grote. Vervolgens was hij tot vroeg in de avond bezig. Waarna de buren die al klaar stonden, kregen bedeeld en ten slotte ook wij. De hoeveelheid appels, krenten en rozijnen die hij verwerkte, de sukade en de gember, het grensde aan het onwaarschijnlijke. We aten nog dagen na oud en nieuw oliebollen, zonder enige tegenzin. Wat zegt u: het recept? Nou, vooruit. Ik bak maar een paar kilo. Per kilo gebruik ik 3 eieren, vier ons rozijnen, een pond krenten, 4 appels (Granny Smith), een citroen (voor de rasp en het sap voor over de appelsnippers), een pot fijngesneden stemgember, 1 bakje sucade, 100 gram boter, wat zout, nootmuskaat, kaneel en vanillesuiker. Gist en wat bier. Eerst kaal beslag maken, 900 ml vloeistof per kilo bloem, inclusief de eieren, bier en boter. Iets meer water dan melk. Hoe meer melk u gebruikt, hoe sneller de oliebollen oud worden. Als het beslag te stijf is, wat water of melk toevoegen. Voor de olie gebruik ik arachide. 8 à 10 minuten per portie. De twee grootste lepels die u hebt, niks geen ijsbolletjesschep. Op de lepels rond maken en met de ene de andere in de olie scheppen. Geen gezeur, aan het werk! Anders kijkt u toch maar tv. Ondertussen het Wilhelmus neuriën mag.

DE GRUWELIJKE GRUETER

maandag 24 december 2012
Gisteren is door het Amsterdamse gerechtshof aan de Prinsengracht vonnis gewezen in de ophefmakende zaak Grueter. Zoals bekend werd de 43-jarige voor NOS werkzame journalist op 28 oktober jongstleden ontvoerd door naar later bleek drie internisten van het VU Medisch Centrum, die bij hem vervolgens in het holst van de nacht, met gebruikmaking van de faciliteiten van het eigen ziekenhuis, de stembanden wegnamen. De drie verklaarden tijdens de zitting gehandeld te hebben uit afkeer voor Grueters commentaren, zoals hij die gaf bij de verslagen van voetbalwedstrijden voor de NOS. “Wij konden dat hysterische gekrijs gewoon niet meer aan”, zei éen van de verdachten desgevraagd. Het OM eiste vier jaar gevangenisstraf, strafrechtelijke ontzetting uit het beroep voor de drie artsen en een schadevergoeding van 22 miljoen euro wegens gederfde inkomsten van het slachtoffer. Naar is gebleken zal dhr. Grueter niet meer in staat zijn commentaar bij westrijden te leveren. Het idee kwam bij de drie op, zo bleek gedurende een eerdere zitting, tijdens een avondje stappen na een door de drie verdachten op een zaterdagmiddag gespeelde voetbalwedstijd voor AFC. In het café dat de daders gedrieën bezochten, Vak Zuid, bleek ook Grueter aanwezig te zijn. “Het was eerst alleen een geintje”, zei de 34-jarige A.P., die als hoofddader wordt gezien. “Toen we in dat café over hem te spreken kwamen, bleek dat we hem alle drie verafschuwden, vooral vanwege de manier waarop hij bij het minste of geringste zijn stemvolume opdraait. Altijd dat gekrijs! En het is natuurlijk allemaal nep.” Een week later wachtten de drie Grueter buiten hetzelfde café op, sleurden hem een klaarstaande auto in, blinddoekten en verdoofden hem en verrichtten ’s nachts de operatie, waarna ze hem een paar uur later afzetten langs de A-4. Daar werd hij door een politiepatrouille aangehouden; hij werd vervolgens voor de nacht opgesloten in een politiecel omdat hij, nadat hij had een blaastest had moeten afleggen, van dronkenschap werd verdacht. Opvallend rond de kwestie waren de massale steunbetuigingen aan het drietal die via de media al spoedig begonnen binnen te stromen. Een Facebooksite getiteld En nu Bertje Maalderink werd door de rechter verboden en daarna door Facebook verwijderd. Het meeste opzien baarde een uitspraak van de vader van het slachtoffer, de 68-jarige C. Grüter, gedaan tegen een journalist van de Nieuwe Revu: “Was het maar eerder gebeurd.” De vader vertelde bovendien dat hij zijn zoon diens naamsverandering zeer had kwalijk genomen. Volgens hardnekkige geruchten waren de artsen inderdaad van plan de eveneens voor NOS werkzame journalist Bert Maalderink op dezelfde manier te behandelen. De drie ontkenden dat met grote stelligheid. Over het als veel te licht beschouwde vonnis ontstond gisteren veel rumoer. Het werd gevolgd door een daverend applaus van de volgeladen publieke tribune. De bij de zitting aanwezige Grueter barstte in tranen uit. De rechter eiste voor de 34-jarige A.P een taakstraf van zes maanden, voor de 33-jarige H.C en de eveneens 33-jarige V. de C. een taakstraf van vier maanden, alle drie te verrichten bij de Amsterdamse ambulancedienst. In een toelichting op het vonnis zei hij: “Het is niet zo dat ik de handelwijze van de daders goedkeur, maar het valt nauwelijks te ontkennen dat dhr. Grueter dit alles aan zichzelf te wijten heeft.” Het Vumc heeft laten weten geen strafmaatregelen tegen de drie te overwegen. “De operatie is met de gebruikelijke vakbekwaamheid en onder volledige anesthesie uitgevoerd”, zo liet een woordvoerder weten. "Na alles wat we de laatste maanden over ons heen hebben gekregen, kan dit er nog wel bij." Het Openbaar Ministerie deelde mee in hoger beroep te zullen gaan. "Dit is om het vriendelijk te zeggen een hoogst ongewoon vonnis", zei een persvoorlichter. Maalderink, die inmiddels wordt bewaakt, zei: "Dit betekent dat ik vogelvrij ben."

ZACHTBLAUW

maandag 24 december 2012
Excellentie, beste generaal majoor Koot,
Ter gelegenheid van de nieuwjaarsviering breng ik, zoals u weet, een bezoek aan uw kazerne. Ik verheug me daar zeer op. In verband daarmee wilde ik u een aantal dringen vragen. Al vanaf mijn jongste jaren heb ik veel affiniteit met het leger en meer in het algemeen met mannen in uniform. De fotoreportage die ik voor NRC maakte, spreekt wat dat betreft boekdelen. Mijn huidige functie is dan ook echt een dream come true. Dat neemt niet weg dat ik u er toch ook attent op wil maken dat de militaire wereld naar mijn idee te mangericht is. Begrijpt u me goed: ik ben er erg voor dat soldaten schieten en dat zij de toepassing van geweld als hun core business beschouwen, maar we leven in vredestijd en bij de diverse wapenen dienen er inmiddels toch ook heel wat vrouwen. Ik wilde u dan ook voorstellen daar wat meer rekening mee te houden dan tot nu toe gebeurt. Is het bijvoorbeeld niet mogelijk de messruimtes van bloemen te voorzien? Het gaat daarbij naar het me voorkomt om een relatief geringe uitgave. Wordt het ook niet eens tijd de toiletruimtes aan te passen en de spiegels boven de bidets wat groter te maken? Zouden de uniformen voor de vrouwelijke manschappen niet wat aantrekkelijker kunnen worden? De tanks die ik bij de laatste inspectie zag, vond ik erg agressief ogen. Is het niet mogelijk ze, zonder afbreuk te doen aan de camouflage, van wat vriendelijker kleuren te voorzien? Zelf houd ik veel van zachtblauw. Denkt u trouwens dat de manschappen het vervelend vinden als ik bij de inspectie van de troepen een rokje draag?

PS
Bijgevoegd vindt u de lijst met de achthonderd namen van degenen in uw kazerne die de dienst zullen moeten verlaten.

Jeanine Hennis-Plasschaert

F*CK DE FYRA, F*CK NS

vrijdag 16 november 2012
Onze reizigers zijn daar al jaren erg tevreden over, zegt de stralende juffrouw van NS die voor het NOS-journaal uitlegt dat de internationale trein naar Brussel (die zonder dat ik het ooit heb geweten Beneluxtrein heette), vanaf begin december niet meer stopt in Den Haag, omdat hij wordt vervangen door een Fyra, over het hogesnelheidstraject gaat lopen en bovendien duurder wordt, omdat de prijzen worden bepaald door het tijdstip waarop je reserveert, iets wat nooit hoefde, maar nu verplicht wordt. Ze doelde op het reserveringssysteem. De niet al te intelligente journalist nam er genoegen mee en vroeg niet: Hoeveel? NOS, nietwaar. Bovendien: kent u éen reiziger van NS die ergens tevreden over is? De trein naar Brussel is in wezen een verlengstuk van het vaderlandse netwerk. Er bestaat een zeer druk verkeer tussen België en Nederland, waarbij veel reizigers naar ik vermoed al lang niet meer het idee hebben dat ze een buitenlandse reis ondernemen. Nederlandse studenten studeren massaal in Antwerpen, Gent en Leuven. Belgische studenten studeren in Rotterdam of den Haag. Den Haag heeft tal van instellingen die verbonden zijn met de EU. Reserveren? Voor Brussel? Kortom: NS heeft weer eens besloten ergens zoveel mogelijk geld uit te slaan.

Afgelopen zes maanden ben ik twee keer naar Frankfurt gereisd met de ICT en éen keer naar Parijs met Thalys. De eerste keer kwam de trein naar Frankfurt, die vertrekt van Schiphol, een uur te laat aan op Amsterdam CS, de lichtmarkeringen voor het nummer van de treinstellen werkten niet, noch aan de buitenzijde, noch binnen, zodat de reiziger geen idee had waar hij plaats diende te nemen. Zelfs de nummers boven de plaatsen waren niet leesbaar. Tot aan Keulen bleek de ICT een veredelde boemeltrein. De tweede keer gebeurde precies hetzelfde: uur te laat, geen markeringen. Dat internationale treinen vertrekken vanaf Schiphol is natuurlijk belachelijk en het zegt iets over de macht van onze nationale luchthaven en van NS, dat zulks gebeurt. Wie op Berlin-Ostbahnhof de trein neemt naar Amsterdam, ziet als naam van het reisdoel op het bord staan: Schiphol. Idioten! Wie zou er van Schiphol naar Frankfurt reizen, of van Berlijn naar Schiphol? Voor de Thalys naar Parijs, op een maandagochtend zes over acht, was ik een half uurtje te vroeg - wat kranten kopen, even koffie halen - en terwijl ik rondliep, werd er omgeroepen, in de wat haperende dictie die de geautomatiseerde NS-stem verraadt: de trein naar - Parijs - van 8 uur 6 rijdt - vandaag – niet. Geen excuus, geen nadere toelichting. Ik heb de gewone trein naar Brussel genomen, die dus binnenkort niet meer bestaat - en ben daar, protest van een conducteur ten spijt, in een Thalys gestapt, samen met nog heel wat andere Nederlanders, die geen van allen een reservering hadden voor de trein in kwestie: bomvol, mensen zittend in de gangpaden. Twee uur later in Parijs. Zie daar NS, onze semi-criminele staatsvereniging. Op 6 november kreeg ik - als vaste klant, haha - aangeboden een enkeltje Parijs voor 29 euro. Reizen tussen 3 januari en 3 maart. En hoewel ik al weet, wat er gebeurt, als je inderdaad probeert zo'n ticket te boeken, kon ik het niet laten mijzelf te kwellen. Kosten enkeltje € 98. Wat vooral opvalt is de verregaande brutaliteit waarmee NS te werk gaat, de managersleugenachtigheid die van nature bestaat uit een grove ontkenning van de werkelijkheid, gepaard aan een totale minachting voor de intelligentie van de klant. Terwijl Europa bezig is éen te worden en Brussel zowat onderdeel was geworden van het binnenlandse net, voert NS weer grenzen in en maakt reservering verplicht. Op zaterdagochtend besluiten dat u even naar Antwerpen gaat - niet doen trouwens - wordt onmogelijk. En nu dienen wij ook nog de OV-Chip te gaan gebruiken, waarbij wij als passagier verantwoordelijk worden gemaakt voor het mechanisch falen van een bedrijf dat er niet eens in slaagt zijn rollend materieel te laten rollen. Wordt u op zo'n moment ook zo slecht? Krijgt u martelfantasieën? Vindt u dat die juffrouw met haar hypocriete glimlach het verdient met haar schaamlippen aan een kruis te worden genageld? Dat de ingewanden van de directeur van het bedrijf zouden moeten worden leeggeschept met gebruikmaking van alleen een roestige lepel? Zit er in Den Haag eigenlijk nog iemand die iets over NS te zeggen heeft en die misschien Europa kan inschakelen? Eerst met de stoptrein naar Rotterdam, lul!

NEPO

zaterdag 13 oktober 2012
Geachte heer van Niekerk,
Mag ik het even met u over mijn neef hebben? Is het mij toegestaan u in uw drukke bezigheden te storen voor een bagatel? Ik hoor het u al zeggen: wat heb ik met jouw neef te maken? Aan jou heb ik mijn handen al vol. Toch, ik moet aandringen, luistert u even. Het is in uw belang en het mijne. U kent mijn neef, wellicht alleen van horen zeggen, maar u kent hem. Iedereen kent hem. Dat is trouwens wel enigszins het probleem. Zijn vrouw is bij hem weg, zijn kinderen zijn van school veranderd en hij zit thuis zonder werk. Hij dreigt uit zijn huis gezet te worden. De stakker is ernstig gedeprimeerd en kijkt de hele dag tv. Alsof dat helpt. En daar wou ik het met u over hebben. Nou ja, niet over die tv, maar over mijn neef. Wat zegt u? Nooit van gehoord? Jawel, mijn neef is piloot. Nou ja, piloot, op van die kleine vliegtuigjes, u weet wel, van die dingen die met reclames rondvliegen, boven het strand: Gebruik Nivea! Dat soort dingen. Over strand gesproken, daar kwam hij de laatste keer terecht, toen hij erop uit was in opdracht van het CDA, met als leus: Samen kunnen we meer! Als lid van die partij heb ik me bijzonder geërgerd aan de publiciteit erover en heus niet alleen omdat mijn neef het slachtoffer was. Zijn vliegtuigje werd in de lucht geraakt door een collega, die rondvloog voor de SP nota bene, u weet wel, die partij die later zelf ook is neergestort. Het vliegtuigje was filmopnames aan het maken van een ander SP-vliegtuigje, dat een banner had waarop stond: Wietpas? Nee, stem SP! De Heer weet, misschien was de piloot zelf gedrogeerd en zat hij stoned achter de knuppel. Maar daarover maakte niemand zich druk. De kranten stonden er vol mee, maar niet met vliegtuigje van de SP. Het ging allemaal over ons! Haha, zelfs een vliegtuigje kon het CDA niet meer in de lucht houden, dat soort dingen. De Nederlandse pers wordt, even terzijde, compleet geregeerd door linkse rakkers, die elke gelegenheid te baat nemen om een beschaafde middenpartij als het CDA te grazen te nemen. Maar toch… en daarover wilde ik het met u hebben. Onlangs kwam mij ter ore dat u de zoon van mijn (en uw) algemeen directeur, een werkeloze piloot, hebt aangesteld voor de absentiecontrole. Ik heb daar niets op tegen. De partij waar ik lid van ben gedijt al jaren wel bij benoemingen van vrienden en bekenden en ik begrijp absoluut niet wat daar mis mee is. De kritiek daarop komt altijd uit dezelfde hoek, van het soort mensen dat ook mijn neef kapot heeft gemaakt. Die roepen dan altijd onmiddellijk, kom, hoe heet dat ook alweer, …. iets met –tisme. Nou ja, daar kan ik even niet opkomen. Bovendien, wat u zegt: je mag toch van een piloot, of hij werkeloos is of niet, verwachten dat hij absenten kan controleren? Het gaat er toch om of zo iemand de capaciteiten heeft? Wat doet de rest er dan nog toe? En daar wilde ik het over hebben. Want er ging mij een licht op. Hebt u ook niet een baantje voor mijn neef? Ik ben ervan overtuigd dat hij zijn werkzaamheden naar ieders volle tevredenheid zal verrichten. U zou er hem en mij een enorm plezier mee doen. En absenten hebben we genoeg, nietwaar. En die schreeuwers met hun, kom ... hoe noemen ze zoiets nou ook altijd, ...tisme, ...tisme, nou ja, iets met tisme, die laat u maar schreeuwen.

DE MALENDE MAALDERINK


zondag 3 juni 2012
Toen ik onlangs 's avonds tegen elf uur in een diepe post-correctie-depressie was beland, iets wat bij mij onveranderlijk leidt tot de wens mijzelf nog verder te verminken, ik dientengevolge in een masochistische opwelling bij Knevel en Van den Brink terecht kwam, wist ik dat het vanaf dat moment alleen nog maar erger kon worden. En dat was de bedoeling. Maar zo erg... dat had ik niet gedacht. Waar je je als onbevooroordeeld toeschouwer toch al voortdurend afvraagt wie van de twee heren het minst intelligent is en je geneigd bent de jongere van de twee tot winnaar te verklaren, je daarna onmiddellijk aarzelt - is hij de jongste wel, want wijzen de ingevallen en gekwelde gelaatstrekken, de moeizame dictie, de afgetobde stand van de mond, de licht nasale toon, niet allemaal in de richting van veel doorstaan leed dat enkel het gevolg kan zijn van een rijpe leeftijd? - bleek daar verdomme ook nog Bertje Maalderink te zitten.

Kent u Bertje Maalderink? Als u van voetbal houdt, bent u hem onverhoeds wel eens tegengekomen. Nee, niet die. Dat is de gruwelijke Gruter. Die is ook verschrikkelijk, ik geef het toe. Gruter is de man van de hysterische wedstrijdverslaggeving, de man van het onverhoeds stijgende stemvolume, de krijsende commentator die elke wedstrijd beschouwt als een kwestie van leven en dood. In werkelijkheid is dat natuurlijk niet zo. Iemand heeft ooit tegen Jeroen gezegd: ‘Jeroen, jongen, we betalen een kapitaal voor die wedstrijden. Maak zoveel mogelijk lawaai. Doe alsof het spannend is.’ En dat doet hij. Jeroen denkt dat zijn ambitie bij zijn stemvolume is gediend. Iets intelligents hoor je hem nooit zeggen en evenmin iets geestigs. Van voetbal heeft hij geen enkel verstand. Maar Maalderink, die verslaat geen wedstrijden. Hij is de man die, in een zaal vol collega's, gewapend met een op niets gebaseerd zelfvertrouwen, hem ingegeven door de macht van camera en microfoon, voetballers en trainers langdurig kwelt met vragen die bij zowel geïnterviewde, als bij de luisteraar eerst een diep, diep gevoel van schaamte opwekken, dan agressie, vervolgens woede, en ten slotte een regelrechte haat, die haar gelijke niet kent en die volstaat voor de uitroeing van een compleet volk. Dat gaat altijd op dezelfde manier. Na een pronte en opgewekt gezegde inleiding in voice over, gedaan op de toon van iemand die aan geestelijk minder volwaardigen een sprookje voorleest, worden er vragen gesteld, vragen... nou ja. U kent het wel. Hebt u nog met iemand een gesprek gevoerd op de kamer? Van Marwijk: Ja. Maalderink: Was het Huntelaar of Van Persie? Van Marwijk: Nee, nou éen van de twee. Maalderink: Was het Huntelaar? Van Marwijk: Ja. Enzovoorts. Hoe dan ook, ik had me, ondergedompeld als ik was in mijn afkeer, altijd afgevraagd hoe Bertje er uit zag, want je stelt je er de verschrikkelijkste dingen bij voor, maar nadat je van hem bent weggezapt verdring je hem volledig en vergeet je direct hem te googelen. Zie hier. Bertje bleek een vroeg kalende onbeduidenheid te zijn, een mediocre mal mannetje met het ronde, blozende hoofd van een totaal onbenul, wiens natte lipjes je geneigd bent te deppen met een slabbetje, zo iemand die masturbeert bij voetbalplaatjes en dan zachtjes kreunt en vieze geluidjes maakt. Knevel en Van den Brink, die immer hopen dat slaafse onderdanigheid jegens de geïnterviewde leidt tot hogere kijkcijfers, spraken van zijn verslagen als Maalderinkjes. De ook aanwezige, door en door beschaafde Van der Sar, die in zo 'n gezelschap met zijn intelligente en fatsoenlijke gelaatstrekken opvalt als een in een bordeel verzeild geraakt gentleman, zei, gevraagd wat hij van de Maalderinkjes vond, aarzelend: Nou, niet altijd even leuk, nee. Dat was een understatement. Onder voetballers is niemand zo gehaat als Bertje Maalderink. Ik hoop vurig dat er nog een keer iemand is die hem met éen klap doodslaat. De man verdient een medaille. Dat hij wordt vrijgesproken, staat vast. Maarre, waar moeten we nou naar het voetbal kijken vanaf vrijdag 8 juni? Ik heb goed nieuws. De BBC zendt 16 wedstrijden uit en Duitsland doet ze allemaal.

POST

zondag 6 mei 2012
Herinnert u zich nog de postbezorging van weleer? In  mijn geval was dat een keurige oudere heer, met grijzende slapen, die ik er altijd van verdacht dat hij – in oorsprong van adel – aan lager wal was geraakt. ’s Ochtends, zo tegen elven. En zeker: ook toen ging het wel eens mis. Een Amerikaans tijdschrift, waar ik al sinds de zeventiger jaren op ben geabonneerd, werd standaard op het verkeerde adres bezorgd, naar ik stellig vermoed bij Riverstaete, een gebouw een paar honderd meter verderop, waar allerlei bedrijven gehuisvest zijn en met een huisnummer dat maar éen cijfer van het mijne verschilt. De portier ervan bezorgde het vervolgens op zijn beurt bij mij, meestal in het holst van de nacht, zodat ik het ’s ochtends vroeg op de mat vond. Ik heb er een telefoontje aan gewaagd en een brief, en daarna is het nooit meer fout gegaan. Ik ben een keer bij Rivierstaete langs geweest om de man in het gezicht te zien en hem te bedanken voor zijn trouwe dienst. Maar blijkbaar zat er een ander, want hij wist van niets. Wel kreeg ik plotseling twee exemplaren, éen voor een ander adres bij mij aan de straat. Ik was verrast dat er zo dichtbij nog iemand hetzelfde tijdschrift las, heb het bij hem bezorgd, en daarna geen last meer gehad.

Alles wat ik aan niet-Nederlandstalige literatuur koop, schaf ik aan via Amazon US, of Fnac Frankrijk. Een zeer duur boek dat ik, al weer zeven, acht jaar geleden, bij Amazon in de VS had besteld, kwam maar niet, en ik berichtte het bedrijf. Blijkbaar was het verdwenen. Ik kreeg excuses, de verzendkosten werden teruggestort en binnen drie dagen had ik een nieuw, per expres verzonden exemplaar. Twee dagen later belde mijn buurvrouw aan. Ze was het helemaal vergeten, sorry, ze was even weggeweest en had al twee weken een boek liggen dat voor mij bij haar was bezorgd. Inderdaad. Ik heb Amazon weer bericht, me geëxcuseerd, heb het opgestuurd, kosten 22 euro en kreeg vervolgens ook nog die portokosten vergoed. En nee, ik heb geen aandelen Amazon. Bestaan die?

Een paar maanden geleden had ik beddengoed besteld – ja, echt waar – via internet. Een stel dekbedovertrekken, moltons, hoezen, nou ja, u kent dat wel. Bij elkaar ging het om een order van ruim achthonderd euro. Ik had een track- en tracenummer en zag dat het was bezorgd, maar had het niet gekregen. Gebeld naar het bedrijf: ontsteltenis. Echt bezorgd, etcetera. Twee dagen later word ik gebeld: bent u misschien...? Ja, die was ik. Bij haar buren was, in haar afwezigheid bezorgd, een groot pakket, voor ene meneer... Ander postcodegebebied, andere straatnaam, zelfde huisnummer, dat wel. Ik heb het opgehaald. In het verleden had ik overigens wel eens post voor dat adres ontvangen en die ook bezorgd.

Een jaar geleden deed ik een jarige vriend een boek cadeau, weer via Amazon US, een deel Philip Roth uit de American Library. Ik had hem dat ook verteld. Twee maanden later vroeg hij voorzichtig, zeg, had jij niet ooit...? Niet aangekomen. Ik vertrouw hem blind. Ik heb Amazon weer bericht en hij had binnen een paar dagen een nieuw exemplaar. Ik kreeg de verzendkosten op mijn creditcard teruggestort, wat standaardpraktijk is van het bedrijf. Een half jaar later: twee dure boeken, allebei tentoonstellingscatalogi. Geplande leverdatum, half april 2012. Uit ervaring weet ik dat de bezorging vaak veel sneller gaat, dan Amazon aangeeft. Eind april heb ik gemaild: sorry, nog steeds niet aangekomen. Je voelt je op zo’n moment ook nog schuldig, want je denkt: verdomme: dat is de tweede keer. Of ik wilde wachten tot half mei. Kort na die laatste bestelling die niet was aangekomen, en waar ik nog maar een paar weken langer op moest wachten, had ik een andere bestelling gedaan. Vier boeken, die ook opvallend lang wegbleven. Die werden deze week toch bezorgd, maar ik was er niet. Tegenwoordig kun je dan opgeven, waar je het voor de tweede keer bezorgd wilt hebben, thuis, of op wat dan nu een postkantoor heet, maar eigenlijk gewoon een sigarenzaak is. Ik heb maar voor de sigarenzaak gekozen, want anders kun je de hele dag thuis wachten. In de winkel ontfermden zich drie mensen over mijn pakket, onder wie een ongeveer achtjarig meisje dat het ergens achter vandaan ging halen en het op de scanner mocht leggen. Lief hoor. Identificatie. Nou ja, u weet wel. Ik ben net thuis, word ik gebeld. Verongelijkte toon: u bent weggelopen zonder te betalen. Ik: pardon?  Het bleek dat er invoerbelasting op het pakket zat. € 17.87. Zo heel af en toe gebeurt dat inderdaad, volgens mij op volslagen willekeurige wijze. Ik zei tegen de mevrouw die me belde: maar mevrouw, als u dat tegen me had gezegd, had ik gewoon betaald hoor. Maar u hebt het me meegegeven en niets gezegd. Ik ben de volgende dag gaan betalen.

Maar opvallend is het allemaal wel. Dat komt ervan als je van je postbestelling een hamburgerbaan maakt. In het onderwijs, waar ik werkzaam ben, is een oude spreuk: als je ape(n)nootjes betaalt, krijg je apen. En dat is wat er met de Nederlandse post wel een beetje heeft plaatsgevonden. Amateuristisch geknoei. En verder ben ik ervan overtuigd: die verdwenen boeken, die worden gewoon gejat.

AUKE EN CHRIS: TWEE MAAL FOUT

maandag 30 april 2012
Auke is de jongen met de foute oom die zijn bloedgroep aan de binnenkant van de linker bovenarm liet tatoeëren. Hoe het met Aukes ouders zit, weten we niet, maar we weten wel dat ze hun zoon naar diens oom vernoemden. Daarmee gaven ze, nog anno 1997, in elk geval geen blijk van een groot historisch besef: met een beetje pech had Auke Adolf geheten. Toch lijkt Auke wel een beetje op zijn oom. Want hij vindt dat die slachtoffer was van de oorlog omdat hij een foute keus maakte. En het valt aan te nemen dat wijlen Auke dat ook dacht toen hij in 1945, ergens rond Berlijn, het leven liet. Van de tatoeage had hij inmiddels spijt, mag je aannemen. Maar wat zouden al die anderen, verder naar het oosten, hebben gedacht toen ze slachtoffer werden van een Sondereinheit, of een Einsatzgruppe, waarvan de deelnemers vaak gekleed gingen in net zulke zwarte uniformen als oom Auke? De jonge Auke vond het een goed idee tijdens de dodenherdenking van 4 mei een gedicht over de foute keus van oom Auke voor te lezen. Het 4 en 5 mei-comité was het ermee eens. Een knullig gedicht trouwens, wat het allemaal nog erger maakt.

Maar Chris is erger. Want die kan als excuus niet zijn leeftijd aanvoeren. Chris is Chris van der Heijden, de historicus van fout Nederland. Geboren in 1954, is hij het kind van een NSB' er. Zijn vader was zelf ook in dienst van de Waffen-SS, in een nog veel hogere functie dan oom Auke bovendien. En hoewel Chris dat allemaal niet kan helpen, is het toch begrijpelijk dat hij sympathie voelt voor Auke. Het debat dat over zijn proefschrift Dat nooit meer (2011) ontstond, en tien jaar eerder eerder over zijn Grijs verleden, vatte hij op, niet als wetenschappelijke kritiek, maar als intellectuele intolerantie. Chris vond dat een goed deel van de Nederlandse bevolking had gecollaboreerd. Daarmee bedoelde hij dat ze dan wel niet zo erg waren als zijn vader en de oom van Auke, maar toch altijd nog minder goed dan velen altijd hadden gedacht. Lange neus! Nu zegt hij, in een interview in het Parool (vrijdag 27 april): Degenen die nu protesteren, spreken uit naam van slachtoffers die er al bijna niet meer zijn. Voor een historicus is dat een opmerkelijke opvatting. Want Chris, het is ermee begonnen dat die slachtoffers er niet meer zijn. Die anderen, op wie jij doelt, zijn de overlevenden. In hoeverre ze slachtoffer zijn, kan van geval tot geval in hoge mate verschillen, maar éen ding hebben ze gemeen: ze leven nog, of ze zijn na de oorlog op min of meer natuurlijke wijze gestorven. Ik geef toe: dat is een zeer groot, zeer grijs gebied. Maar al die anderen leefden toen al niet meer. En dat ze niet meer leefden, kwam door jouw vader en de oom van Auke. Daar is niets grijs aan. Dat is zwart, en wit. Dat waren, hoe je het ook wendt of keert, de daders. En het zijn de slachtoffers die we zouden moeten herdenken.

VARKENS!

maandag 30 januari 2012
Bent u al wat ouder? Herinnert u zich nog de bordjes in het openbaar vervoer met het dubbelportret van de zak friet en het ijsje, maar dan met een rood kruis erdoorheen? Zo'n vertederend hoorntje en een schattige puntzak waar dan een paar staafjes uit omhoog staken? Maatje: zeer klein? Het was patat zonder. Patat mèt bestond nog niet. Dat bordje is van veel later. Welnu, wat ik u hier ga vertellen, gebeurde zelfs nog ver voordat zulk soort bordjes nodig werd geacht. We weten het allemaal: als er verbodsbordjes gaan verschijnen, is dat een teken aan de wand. Hmm, ongelukkige formulering. Nou ja, u begrijpt me wel.

Lang, zeer lang geleden dus stond ik als jongetje te wachten op de bus die ons van het stadion terug naar de ouderlijke woning in  het gehucht S. zou vervoeren. Welk stadion, zegt u? Tja, kijk, dat was de Kuip. U weet wel, van die club uit 010. Die aanduiding bestond trouwens evenmin, want de heffe des volks beschikte nog niet over telefoon. Niemand zou het begrepen hebben. Hoe dan ook: ik kan het niet helpen, ik ben geboortig in de zeer directe omgeving en hoewel wij thuis er op de zondagochtenden toe werden verplicht in S. het huis Gods te bezoeken, noodzaak die des te drukkender werd gevoeld vanwege het nabije, sociaal gedepriveerde Rotterdam, waar alles wat slecht was zijn oorsprong vond en ofschoon wij dat corvee ook met getrouwe tegenzin volbrachten, was het ons op de zondagmiddag toegestaan de goddeloze Theo Laseroms en zijn kornuiten op het veld bezig te zien in dat zo heidense Rotterdam. Waarom ik uitgerekend aan Theo Laseroms moet denken, weet ik niet. Misschien omdat hij de tank werd genoemd. Weliswaar was in de plattelandsgemeente waar ik opgroeide het idee kerk en voetbal op éen en dezelfde dag te combineren een volslagen buitenissig standpunt, zodat mijn vader - wiens schuld het allemaal was, want mijn moeder speelde in deze zaak of alle andere zaken, behalve die er echt toe deden, geen enkele rol – zodat mijn vader dus algemeen als de antichrist zelve werd beschouwd, ik, als de jonge onbezorgde knul die ik was, brak me daar het hoofd niet over: ik was 14 of zo en wilde alleen de wedstrijd zien. Welnu: ik stond daar en wachtte op de bus, samen met wat schaarse anderen uit ons dorp van wie, hoewel ik er niemand van kende, één ding wel vaststond: ’s ochtends hadden zij niet, zoals ik, gods huis bezocht. En dus viel er alles van hen te verwachten. De bus kwam en stopte, op de Luchtbrug, want zo werd de brug over het spoor naast het stadion genoemd. De bus was blauw en op de zijkant stonden de letters TP: Twee provinciën. Terwijl ik versteld stond van zoveel vermetelheid, die ik, kleine heiden die ik al was, toch enkel kon verbinden met de wetenschap dat ik daar te maken had met iemand die aan god noch gebod geloofde, wilde een jongeman, voorzien van een zojuist aangeschafte zak patat - met mayonaise – instappen. Het zou geen recht doen aan de feiten te zeggen dat hem onmiddellijk de deur werd gewezen, want zover kwam hij niet. Met donderende stem werd hij door de chauffeur vanachter het stuur verjaagd en met gebogen hoofd droop hij af. Ikzelf, die me niet verbaasde over het feit dat ik ’s ochtends naar de kerk moest, maar ’s middags naar de Kuip mocht, stond toch paf van zoveel brutaliteit en ik herinner me dat ik er ’s avonds gnuivend verslag van deed.

En nu? Overal waar je komt, zie je mensen eten. Het is met eten natuurlijk net als met slapen: hoe meer je het doet, hoe meer je nodig hebt. De ongeremde publieke vraatzucht is regelrecht onthutsend. Loopt u wel eens door de Kalverstraat? Niet doen. Het is een uitzonderlijk lelijke straat en u hebt er niets te zoeken. De Slegte heeft ook een ingang op de Nieuwezijds. De mensen die er rondlopen zijn vaak lelijker dan gemiddeld. Volgens mij wordt er aan het begin, bij de Munt, op gecontroleerd. Niet lelijk genoeg? Omlopen via Rokin. En bijna al die lelijke mensen in die lelijke Kalverstraat lopen dan ook nog te eten. Wat helemaal schokkend is. Want, laten we eerlijk zijn: het in het openbaar tot je nemen van voedsel is geen erg esthetische bezigheid. Daar worden mensen bepaald niet knapper van. Pas op zo'n moment besef je dat het eigenlijk vreemd is dat onze soort rechtop loopt, en niet op handen en voeten, met de neus vlak boven het plaveisel, zeker waar ze toch al de geluiden maken die je van een viervoeter verwacht. Minder verwonderlijk is het, dat van al die mensen die daar lopen te eten, de meesten veel te dik zijn. Nergens zie je zoveel strak gespannen kledingzomen als in de Kalverstraat. Onderkinnen zijn er vele malen meer dan mensen. Als toeschouwer vraag je je ontzet af, hoe het mogelijk is dat iemand zo direct en schaamteloos alle vooroordelen der normaal gebouwde burger wenst te bewaarheden. Dan lijd je toch al zichtbaar aan overgewicht en dan schaam je je er niet voor op straat, ten overstaan van je medemens, die te wijd geopende mond in zo’n te vet hoofd in zo’n vette dubbele hamburger te zetten. Gruwelijke aanblik. Zie de mens. Wie er een zintuig voor heeft, hoort boven de menigte uit, tussen de muren, het zachte gegrom, gekauw en geslik en gesmak van die vretende, zich door die betonnen sleuf voortbewegende massa. Niet alleen lijden zulke mensen standaard aan overgewicht, ze zijn zichtbaar minder intelligent. Want, ik ben ervan overtuigd: wie in het openbaar eet, is minder intelligent dan wie dat niet doet. Is daar geen onderzoek naar gedaan? Vast. Wat zegt u? Nou ja, hoe dan ook. Op straat valt er niets aan te doen. Maar hoe is het daarmee gesteld in het openbaar vervoer? Dan zit je in de trein je papieren krant te lezen en gaat daar, aan de andere kant van het pad, een stel zitten. U kent dat wel: studenten. Allebei iets te zwaar, zij met iets te forse prammen, te zware stem, hij met een broek die te strak om zijn benen zit. Lichte neiging tot onderkin. Allebei met zo’n r die ook te dik is. Al enigszins varkensachtige trekken. Allebei met papieren tasjes in de hand. Die dan worden uitgepakt en waar een compleet voedselpakket uit tevoorschijn komt dat binnen een mum van tijd de weerzinwekkende lucht verspreidt die normaliter uit een snackbar naar buiten waait, maar die nu door het hele treinstel trekt. Bakken friet met oorlog, hamburgers! Tussen het gesmak en gegrom, gekauw en geslik door wisselen ze af en toe eenlettergrepige woorden in een onbegrijpelijk soort taal. Als het tegenzit, studeren ze Business en Management of iets met communicatie. Met éen hand kijkt de jongen even een Spits in of een Metro, maar dat is te moeilijk. Met hun tengels onder de mayonaise en de ketchup en met een van het vet glimmende neus, overreiken ze, terwijl ze zacht boeren, hun besmeurde kaartje aan de conducteur, als die verschijnt, wat overigens maar zelden meer gebeurt. En wat zegt die, als hij een keer komt, tegen dat stel lowlifes: “Eet u smakelijk!” We weten allemaal dat NS inmiddels geen vervoersbedrijf meer is, maar een criminele organisatie. Op de stations verhuren de zusterbedrijven ruimtes aan de producenten van dergelijk gemaksvoedsel, zodat ze de consumptie ervan in hun treinen moeilijk kunnen verbieden. Het gemiddelde station is al bijna net zo erg als de Kalverstraat. Wordt het niet eens tijd dat wij – ouderen – een actie beginnen? Rot op met je hamburger! Varkens! Uit de trein ermee!

DUBBEL GEPAKT!

Donderdag 1 december 2011
Vanaf deze plek willen wij, binnenhuisdieren van Nederland, een vlammend protest richten aan het adres van de PVV. Naar ik begrepen heb, heeft de partij in de mensenwereld een dubieuze reputatie. Welnu, bij ons is het inmiddels niet anders. Want hoewel wij het idee van een dierenpolitie zinnig vinden en wij onze mededieren een beter bestaan gunnen, voelen wij ons toch tekort gedaan. Waarom wel het paard en het grazend vee, maar niet de kat, de hamster, de huismuis en de cavia? Hebt u enig idee hoe wij lijden onder het misdadig bewind van de gemiddelde binnenhuisdierhouder? Denkt u dat Mimi het echt fijn vindt de hele dag over haar snikkeltje geaaid te worden? Wat vindt de goudvis van zijn kom? Waarom wordt Wolf maar één keer per dag uitgelaten? Denkt u dat ik het fijn vind noodgedwongen de hele dag door rond te klimmen in mijn hamsterrad? Hoevelen zijn er niet die genadeloos jacht maken op de huismuis? Hebt u enig idee welke middelen daarbij worden ingezet? Wij willen u oproepen de dierenpolitie het recht van huiszoeking te geven. Overvalt u de binnenhuisdierhouder in het holst van de nacht en zie zelf de gruwelijke misstanden waarvan wij het weerloze slachtoffer zijn. Zelf schrijf ik dit als hamster. Als homoseksuele en joodse hamster word ik dubbel gepakt. De dierenpolitie negeert mijn bestaan en de meeste andere hamsters doen hetzelfde! En ik maar klimmen, helemaal alleen!

TE MOOI OM WAAR TE ZIJN

woensdag 16 november 2011
Ik begin te vrezen dat het boven een bepaalde leeftijd niet veel uitmaakt of je homo bent of hetero, of iets ertussenin. Iets er tussenin word je trouwens vanzelf. Daar hoef je niets voor te doen. Sterker nog: je wordt het door niks te doen. Maar daar gaat het nu even niet om.

Vraagt u zich – gewoon, als academische kwestie - wel eens af wat er gebeurd zou zijn als u homoseksueel was geweest? Wat mezelf betreft weet ik het wel: het zou net zo slecht met me zijn afgelopen. Maar we hebben het niet over mij, maar over u. Stel, laten we aannemen, u bent dus homoseksueel en het maakt nog uit. U bent bovendien een heel gewoon soort homo. Van de gay parade houdt u niet en evenmin van de Toppers. U zou nog liever doodvallen dan naar het songfestival te kijken. U bent nog liberaal ook. U leest een krant en af en toe een boek, u komt wel eens in Muziektheater en Concertgebouw. Nou ja, u kent dat wel: zo'n D 66-type. Want laten we eerlijk zijn: de VVD is al jaren niet meer liberaal. Hoe dan ook: u bent dus een heel gewone homoseksueel, u lijkt op mij - alleen maakt het voor u nog uit - en u bent een echte liberaal. En dan ontmoet u de liefde van uw leven. U had het niet meer gedacht. Hij is intelligent, geestig en beeldschoon en heeft een geweldig kontje. Hij heeft een slechte smaak voor mannen. Anders zou hij per slot van rekening niets met u te maken willen hebben. De liefde is wederzijds. U schrikt ervan, want het is te mooi om waar te zijn. Dat gaat u nog heel wat keren zeggen: het is te mooi om waar te zijn! Het is ook te mooi om waar te zijn

Want wat blijkt, nondeju? Hij wil trouwen! Trouwen! Wat nu? Ja natuurlijk, dat probeert u hem eerst uit het hoofd te praten. "Trouwen!" zeg je dan, "trouwen! Waarom zouden we trouwen? Mannen en vrouwen trouwen. Maar wij zijn twee mannen. Waarom zou je mannen die met vrouwen trouwen willen nadoen? Het is al erg genoeg dat zij het doen. Het zijn vaak ontzettend foute mannen die trouwen. En het ergst zijn de lui die daarna ook weer scheiden. En daarna opnieuw trouwen. Met een lekker jong wijf uiteraard. Van die hardcore-hetero's." Dat soort dingen zegt u. En u gaat nog even verder, want op zulke momenten komt de dominee een beetje in u los. "Een huwelijk is geen garantie voor eeuwige liefde. Het is een formaliteit. Het betekent niets. En waarom zouden we de moeite doen? We gaan lekker eten in La Rive, daarna vertrekken we naar Parijs, Bangkok of New York, en dan ruilen we intiem ringen uit." Nou ja, enzovoorts. Maar hij houdt vol. Het lijkt hem romantisch: allebei in een wit pak, een mooi oud, pittoresk gemeentehuis, party, gezellig. Hij heeft al iets uitgezocht, met zo'n klein kasteeltje op het platteland. Zelf houdt u niet van het platteland. U komt er zelf vandaan en u weet hoe erg het is. U hebt al vervelende voorgevoelens. Van witte pakken houdt u evenmin. Maar ja. Zo'n kans krijgt u nooit meer. Het is te mooi om waar te zijn. U geeft toe. Vooruit dan maar. Alles rond. De plechtige dag is daar. Zul je altijd zien, god zal me liefhebben, wat verschijnt daar voor het front van vrienden en bekenden: een weigerambtenaar! Zo'n in pikzwart gestoken oudere man wie het calvinisme in het paardachtig gezicht vol droeve rimpels is geschreven, en die het voor zijn geweten en god niet kan verantwoorden een huwelijk te sluiten tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Hij deelt het u mee met tranen in de ogen. De Heer is zijn Getuige (hier sta ik, ik kan niet anders). Als het even tegenzit, voegt hij eraan toe dat zijn eigen zoon ook homoseksueel is (maar dat hij dat niet gelooft). Wat nu? Nou?

"Zie hier het platteland", zeg je tegen je geliefde. "Ik zou het niet anders willen. Zo hoort het in de provincie, of in Groningen. Zo gaat het daar. Daar bestaan nog geen homo's. God weet valt de weigerambtenaar nog op kleine jongetjes ook, is hij alcoholist, of berijdt hij zijn eega elke nacht anaal, maar een huwelijk tussen twee mannen, dat gaat hem te ver. Maar zeker weten doe je dat allemaal niet. Misschien is het wel een fatsoenlijk mens. Gewetensbezwaren moet je serieus nemen. Voor je het weet ben je zelf zo'n oude man met een paardachtig gezicht vol droeve groeven, die wil dat iedereen net zo is als hij. Op zulke mannen moet je zuinig zijn. Eigenlijk zou je ze op moeten opsluiten in een plattelandsreservaat, met een plattelandsgemeentehuis en een plattelandskasteel, waar ze alleen maar plattelandsechtparen mogen huwen. En leden van Groen Links. Want die passen prima bij elkaar." En dan word je echt boos. En dan zeg je: en nou is het godverdomme mooi geweest. Je kunt kiezen: mij, of de weigerambtenaar. Tja. Pech. Nee, zegt u dat wel. Dat had u niet gedacht. Het was ook echt te mooi om waar te zijn. Als het klinkt alsof het te mooi is om waar te zijn, en het ziet ernaar uit alsof het te mooi is om waar te zijn, dan is het ook echt te mooi om waar te zijn.

SCHANDAAL IN DE OPERA

maandag 5 september 2011
Tijdens een voorstelling in het Amsterdamse Muziektheater van twee opera's van Gluck gisteravond ontstond rumoer, toen in een pauze iemand uit het publiek in een handgemeen geraakte met een andere bezoeker. Naar verluidt ging het bij één van de twee om de hoofdredacteur van NRC-Handelsblad, de vijftigjarige Peter Vandermeersch. Blijkbaar liep een woordenwisseling over vermeende gebreken van diens krant welke onder zijn leiding zouden zijn ontstaan tussen de twee uit de hand, waarna de agressieve bezoeker, een naar schatting zestigjarige man, Vandermeersch, die daarbij zijn bril verloor, eerst met wat klaarblijkelijk een exemplaar was van de International Herald Tribune in het gezicht sloeg, om hem daarna van de trap af te gooien en hem – naar sommige getuigen beweren – aan de haren door de hal van het Muziektheater naar de uitgang te slepen, waar hij, eenmaal buiten, tot verbijstering van wat omstanders, zijn lid uit de broek haalde en de hoofdredacteur, die blijkbaar half buiten bewustzijn was geraakt, ter plekke, en naar beweerd overvloedig, bewaterde. Later werd de uitzinnige man, terwijl hij daarmee bezig was en andere bezoekers met dreigementen op afstand hield, door aanwezigen geciteerd met: Je hebt mijn krant naar de kloten geholpen, Vlaamse souteneur, en: Zet dat maar in die tabloid van je, fluim! Maar wel met een grote foto hè! Sjoerd de Jong, ombudsman van de krant, ontkende vanochtend desgevraagd dat het bij de aanvaller ging om één van de 40 recentelijk bij het avondblad ontslagen medewerkers. Hij deelde mee dat Vandermeersch bij de nog resterende journalisten algemeen geliefd is. Een redacteur, die niet met name wil worden genoemd, maar die zich op zijn beurt zeer neerbuigend over De Jong uitliet zei: Er zouden er hier anders genoeg zijn die het graag hadden gedaan. Op de redactie is vandaag flink gelachen. Iemand uit de omgeving van Egeria, de investeringsmaatschappij die 80 procent van NRC Media in bezit heeft, en namens welke Vandermeersch is aangesteld als hoofdredacteur om NRC te saneren en aantrekkelijker te maken voor het soort minder intellectuele publiek dat nu De Volkskrant leest, meldde vanochtend dat de hoofdredacteur steun is betuigd, maar ook dat hem is aangeraden zijn ontslag in te dienen, niet direct natuurlijk, maar na verloop van tijd. De bron in kwestie, die anoniem wilde blijven, zei: Je blijft toch zitten met een man die uh.. is beplast, nietwaar? Zoiets blijft aan je kleven. Dat wordt je de rest van je leven nagedragen, waar je ook verschijnt. En erg tevreden waren we toch al niet over hem. NRC is onder zijn leiding ook wel erg ordinair geworden. En dat lag uiteraard in de bedoeling, maar niet zo ordinair. We vinden wel een baantje voor hem in Rusland. Daar hebben we contacten genoeg. Vandermeersch, die gisteravond kortstondig werd behandeld in een Amsterdams ziekenhuis, weigerde elk commentaar. De directie van het Muziektheater liet weten het incident zeer te betreuren, al merkte iemand op dat ze in elk geval blij waren dat de wilde plasser het tapijt van het Muziektheater, dat nu al twee keer is vervangen, had gespaard. Een van de in de garderobe van het theater werkzame dames die getuige van de gebeurtenissen was, zei: Het was toch iemand van wie je zoiets helemaal niet zou verwachten. Het was een heel keurige, al wat oudere heer, die bijzonder chic was gekleed. Best een knappe man nog trouwens. Volgens mij droeg hij een kostuum van Armani. De dader is nog voortvluchtig.

EUROBONDS VAN ONDS!

dinsdag 16 augustus 2011
Het komt nog een keer zo ver dat ik op Geert Wilders moet gaan stemmen. Daar zal mijn broer blij mee zijn, die havik. Maar wie anders moet ons redden? De weg die wij met Europa gaan inslaan, staat inmiddels levensgroot aan de wand geschilderd. Onze politici beginnen in te zien dat ze niet door kunnen gaan met landen redden, om op die manier onze banken te redden, in elk geval niet alleen met een steunfonds. Italië is te groot voor een steunfonds. Die kleine, gladde Sarkozy heeft Angela Merkel plat, ondanks haar immense decolleté. Duitsers: auto's bouwen kunnen ze, maar onderhandelen, ho maar. Onze jeune premier is vast en zeker over de Tweede Wereldoorlog begonnen. 'Wiedergutmachung, Angela', heeft hij gezegd, 'Wiedergutmachung! Denk je nog wel eens aan Oradour?' En Jan Kees? Jan Kees wordt niets gevraagd. Die wordt gebeld als alles rond is.

Er gaan dus eurobonds komen, in ruil voor garanties van de europrobleemlanden dat ze zich nu echt aan de regels gaan houden, u weet wel, die regels waar ze zich al in 2001 hadden moeten houden. De Europese Bank heeft vast op eigen initiatief zoveel Italiaanse staatsschuld opgekocht, dat de Italiaanse rente met anderhalf punt daalde. Het Eurobondplan heeft twee kanten: een goeie en een slechte. De goeie is voor Ierland, Portugal, Spanje, Italië, en binnenkort ook voor Frankrijk zelf. De slechte is voor ons. Echte Eurobonds van ons, tegenover garanties van het sjofele restje. Die eurobonds kosten heel veel echt geld, vooral aan Nederland en Duitsland en ze zullen geleidelijk de financiële middelen van die landen uitputten. Waarna over een paar jaar het circus opnieuw begint, maar er geen uitweg meer is. Het betekent voor Nederland en Duitsland een geleidelijke renteverhoging, die jaarlijks vele miljarden gaat kosten. Welt am Sontag liet het narekenen, in een artikel getiteld: Zahlmeister Deutschland (14 augustus 2011) en kwam uit op een jaarlijks bedrag van 47 miljard. En de garanties die daar tegenover staan? Die zijn voor de toekomst: Manana, domani! Chateaux en Espagne! Waarmee we weer terug zijn bij 2001: toen beloofden de landen die nu beterschap beloofden ook beterschap. In ruil voor die garanties kregen ze niet alleen gratis, maar naar nu ook nog blijkt op onze kosten, de euro, een heerlijk lage rente en een stabiele munt, waarmee ze een aantal jaren flink hebben feestgevierd.

Wat zullen de kiezers hiervan zeggen? Vermoedelijk krijgen ze niet de kans er iets van te zeggen. Zouden ze het onthouden dat ze er niets van mochten zeggen? Ik denk van wel. Ik vermoed dat alle grotere partijen in Nederland en Duitsland ten slotte akkoord zullen gaan, al is het natuurlijk voor de Nederlandse oppositie een mooie gelegenheid het kabinet te laten vallen. Maar Wouter Bos besloot ooit al dat een tweede referendum over Europa niet nodig was. Daarmee brak hij toen een belofte. Zouden de Duitse en Nederlandse politici het wagen de bonds in te voeren zonder het aan hun bevolking te vragen? Ik denk van wel. Want als ze dat zouden doen, werd het antwoord: nee. Het enige alternatief zou trouwens zijn de euro op te geven, landen te laten uittreden, of de euro op te delen in een noordelijke en een zuidelijke, wat ook allemaal zeer, zeer veel geld gaat kosten. Maar als Geert Wilders zijn poot stijfhoudt, en dat zal hij vermoedelijk, dan hoef ik over een paar jaar helemaal niet op Geert Wilders te stemmen, want dan wint Geert die verkiezingen zonder mij ook wel. Dat is een troost. Geert zal niet ophouden ons eraan te herinneren waar we allemaal niets over mochten zeggen. En dan?

Toen ik in 1972 in Amsterdam arriveerde, kostte een pilsje 1.50. Ja, jongmens, we hebben het over guldens. Toen de euro zegevierde, was dat – in elk geval in Amsterdam op het Rembrandtplein – 3.50. Ja, jongmens, nog steeds guldens. Daarmee was dat pilsje in bijna 30 jaar twee gulden duurder geworden. Over een jaar of twee neemt u een pilsje, en betaalt, als het tenminste aan Geert ligt, een tientje. Hmm, dat zal even slikken zijn.

DE PEST IN

zondag 7 augustus 2011
Ik ben vandaag wat zwartgallig en heus niet omdat ik onlangs ben toegetreden tot de rangen der zestigjarigen, al is dat natuurlijk ook diep tragisch. Ik was een weekje in München, maakte er gebruik van een perfect geregeld en schappelijk geprijsd openbaar vervoer, waarvan de diverse onderdelen per 5 minuten verschenen, tot diep in de nacht, liep er door vlekkeloze straten, bezocht er een aantal volmaakt georganiseerde musea, die allemaal gewoon geopend waren en over prachtige collecties beschikten, wandelde er door een park ter grootte van het Amsterdamse Bos, maar wel één dat in het hartje van de stad ligt in plaats van op een onreikbare plek, ik at en dronk er overal voor een beschaafde prijs, werd hoffelijk bediend, bivakkeerde in een vijfsterrenhotel dat me in Amsterdam het dubbele zou hebben gekost, maar me half zoveel plezier had opgeleverd, las er kranten die nog gewoon nieuws brachten, op broadsheet-formaat zonder graphics  voor zwakbegaafden, zag er per ongeluk op tv ook nog een programma dat me zo hogelijk interesseerde, dat ik er anderhalf uur voor op mijn hotelkamer bleef, terwijl buiten voor het eerst de zon scheen, en bezocht er de zojuist met veel liefde gerestaureerde woning van een Duitse nobelprijswinnaar van de literatuur.

Van Schiphol keerde ik terug naar mijn woonstee per openbaar vervoer, niet uit zuinigheid, maar omdat ik langzamerhand een afkeer heb gekregen van de Amsterdamse taxichauffeur - die er bijna per definitie uitziet als een mafioos en zich soms ook zo gedraagt - deed dat via Duivendrecht, omdat de metro vanaf Centraal Station naar Amstel de hele zomer niet rijdt, (nadat hij verleden jaar 's zomers ook al niet reed), terwijl de trein een oud en verveloos vehikel bleek, probeerde op Station Duivendracht in te checken, zo heet dat hier – bij achtereenvolgens zeven automaten die allemaal kapot waren, waarna ik de achtste maar niet meer heb geprobeerd – kwam via een zwaar ondergekladde metro aan op Amstel, waar geen tram te bekennen was, omdat die inmiddels volgens een ‘zomerschema’ rijdt, maar waar desondanks 32 mensen stonden te wachten (ik heb echt geteld). De prachtige rood bakstenen Amsterdamse schooltrap voor mijn huis bleek tijdens mijn afwezigheid aan de buitenzijde beklad met wat duistere runen. Binnen lagen er wat vodjes op de mat die hier kranten heten en die, terwijl ze er uitzien alsof ze gratis zijn, toch twee keer zoveel kosten als de Duitse exemparen die ik een tijdje had gelezen. De tv heb ik maar niet aangezet. I Amsterdam. Binnenkort Madrid en daarna ook nog een weekje Parijs. Ik houd u op de hoogte.

EEKHOORN

zondag 10 juli 2011
Terwijl het FC-Twentestadion is ingestort alsof er geen bouwinspectie bestaat, het NOS-journaal wordt gepresenteerd door een gangsterliefje, de Nederlandse cultuur zucht onder het schrikbewind van Halbe Zijlstra, Jan Kees de Jager ons er geleidelijk op voorbereidt dat wij Griekenland gaan redden, of we dat nu willen of niet, terwijl de stad Amsterdam de gelden die het heeft binnengehaald met de verkoop van zijn aandelen Nuon in een immense bouwput laat verdwijnen, stel ik mij in allen gemoede een vraag van, misschien niet groter, maar toch veel vaderlandser belang, namelijk: heeft de autochtone Nederlandse eekhoorn nog wel kans van overleven? Is ons goedaardige pluimstaartige knagertje opgewassen tegen die uit verre streken afkomstige grauwgekleurde rovers? Denkt u dat het toeval is dat onze sciurus vulgaris, de schattige Knabbel waarmee u bent groot geworden, zo’n hartverwarmend roodbont vachtje heeft, en zijn allochtone soortgenoot grijs is? De natuur dobbelt niet. Wie ooit, al is het maar in Battery Park, een blik heeft geworpen op de grauwe Amerikaanse soortgenoot die ertoe in staat is de noten uit je broekzak te roven, die weet dat onze goedaardige Knabbel geen schijn van kans heeft tegen dat kleine monster. Ik maak me daar oprecht zorgen over. En ik geloof dat het niet alleen goed zou zijn als u dat ook deed, maar dat het niet verstandig is om laatdunkend te doen over degenen die daar echt mee zitten. Ipse dixit.

HALVE

woensdag 29 juni 2011
- Meester? Ik begrijp het niet.
- Wat begrijp je niet, Halve?
Halbe heeft een hekel aan de meester. Die zegt altijd ‘halve’ tegen hem. Hij heeft een keer, heel schuchter, gezegd: meester, ik heet Halbe. Maar toen zei die: Is Halbe dan geen Fries voor halve?  En toen had Halbe gezegd: Dat weet ik niet, meester. En de meester weer: “Maar Halve, weet je niet eens wat je eigen naam betekent?” De meester komt uit Holland, uit Amsterdam, en hij maakt altijd grapjes over Friezen, het Fries en over Friesland. Dan zegt hij dingen als: “Zo, boertjes, hebben we in de Knolle voor schooltijd het vee al gemolken?” Of: “Zijn we er weer in geslaagd vanuit De Weper Oosterwolde te bereiken?” ‘s Middags vroeg hij het thuis aan zijn moeder. Maar die wist ook niet wat Halbe betekende. “Je moet niet zo kinderachtig doen”, zei ze. De meester maakt natuurlijk maar een grapje. Zijn vader had toen hij thuiskwam van het politiebureau de wenkbrauwen gefronst. “Schitterende held of zo. Maar zeg dat maar niet. Dan lacht iedereen je uit.” Een andere keer had de meester aan alle kinderen gevraagd wat ze later wilden worden. De een had gezegd: dokter, een ander: politieman. Wytze had gezegd: piloot. Daar had iedereen om gelachen. Frank had gezegd: pianist, meester. Frank was de intelligentste jongen van de klas. Hij was goed in alles, en knap was hij ook nog. Hij ging met het leukste meisje van de klas, Ingrid, op wie hijzelf stiekem ook verliefd was. Ze wilde actrice worden, had ze gezegd, maar daar had niemand om gelachen. Halbe had een hekel aan Frank. Die was bovendien het lievelingetje van de meester. Iedereen wist al dat hij in Leeuwarden naar het gymnasium zou gaan. In de klas stond een piano, en op het bureau van de meester lag altijd in een zwart glanzend etui de dwarsfluit die hij bespeelde. Aan het eind van de dag werd er soms gezongen, en dan begeleidden Frank en de meester samen de klas. Halbe had er een hekel aan. Nu en dan las de meester voor uit allerlei rare boeken, die meer voor volwassen leken bedoeld dan voor kinderen. Halbe luisterde er met tegenzin naar. Dan ging het over de een of andere held die naar de zon vloog en neerstortte. En dan dacht hij: Dat kan helemaal niet. De meester wist wel wat hij er allemaal van vond en hij had een keer gevraagd: “Heb jij eigenlijk een hobby, Halve? Is er iets wat je leuk vindt?” “Ik houd duiven, meester”, had Halbe naar waarheid geantwoord. De meester had alleen gezegd: “Ah, duiven,” maar op een toon alsof dat een hele ontdekking was, en een verklaring voor veel dingen die hij eerst niet begreep, maar nu wel. En nog een keer: “Duiven!” “En wat wil jij later worden, Halve?” vroeg hij nu. Halbe had geaarzeld. Als hij zou zeggen wat hij dacht, zou de meester daar ook vast een vervelend grapje over maken. Hij deed het toch. “Minister, meester.” Meester had hem peinzend aangekeken. “Minister…,” had hij gezegd, “wel wel. Halve minister dus. Dat wordt staatssecretaris, Halve. Verkeer en waterstaat, zou ik zeggen. Als het in godsnaam maar geen cultuur is.”

DEVIANT

dinsdag 28 juni 2011
Tegen vrienden en bekenden zou ik het niet durven zeggen, maar zo hier, op internet, kan het wel: seksueel gezien vertoon ik nu en dan deviant gedrag. Het is niet heel erg, voeg ik daar direct aan toe, voordat de zedenpolitie zich te mijnent meldt. Als leraar ben je bovendien verdacht voordat je het weet. Ik doe het niet met met paarden en val niet op 82-jarigen, of op baby’s van drie. Ik houd niet eens van zwemmen. Ik kom nooit op peuterspeelzalen, op kinderen ben ik niet bijster gesteld. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Om plasseks geef ik niet. Wel vind ik plasseks een mooi woord. Plassex zou prima kunnen dienen als naam voor iets. Dit allemaal terzijde. Ik aarzel nu even hoe ik de kwestie zal benaderen. Laat ik er maar gewoon voor uitkomen: ik vind het fijn... uh... streng toegesproken te worden, vooral als het door blonde vrouwen gebeurt, met brede jukbeenderen, en van die rechte Slavische ogen. Ik kan het echt niet helpen: het moeten blonde vrouwen zijn. Als het gaat om een spreekster die ik niet zie, dan fantaseer ik gewoon dat ze blond is. Want bij donkerharigen en brunettes werkt het niet. Dan vind ik het ongeloofwaardig. Dan begin ik direct te lachen. En lachen, dat weet u wel, lachen is fataal voor elke vorm van opwinding. Ik hoef er niet bij vastgebonden te worden, of afgeranseld. Ik zei het al: het stelt allemaal niet veel voor. Het is vooral de toon die het hem doet. Die moet wreed zijn, bits, bot, hardvochtig, het liefst ook met een korreltje minachting. Ik kan het niet helpen, ik word er ontzettend opgewonden van. Begrijpt u? Echt, gewoon opgewonden.
Nou ja, hoe dan ook, het mag paradoxaal klinken, maar wie er dat soort voorkeuren op na houdt, heeft het in onze moderne beschaving niet gemakkelijk. In de heerlijke, zachtmoedige jaren zeventig, toen iedereen nog vond dat hij recht had op een uitkering en in de ziektewet liep – zo heette dat toen – het elkaar zoenen in de mode kwam, het bio-voedsel en het veganisme, was de publieke toon heerlijk hardvochtig, op het wrede af. Ik reisde regelmatig met de metro op een neer tussen de Bijlmer en Amsterdam-Centraal - wat heet, ik kon er niet mee ophouden, ik bleef gewoon zitten en reed weer mee terug - alleen al om per station te worden toegesnauwd, waarbij de absolute climax plaatsvond op Centraal, waar de strenge meesteres, die ooit ook het nieuws had voorgelezen van het NOS-journaal, in drie trappen de passagier vernederde: Centraal Station, laatste halte, allemaal uitstappen! (Toon: stuk vuil! De metro uit!) Vergelijk dat eens met de huidige harde tijd, waarin elke financiële tegemoetkoming wordt uitgesloten, linkse hobby ’s worden afgeschaft, de genadeloosheid troef is, maar de toon waarop de reiziger wordt toegesproken boterzacht klinkt en de duidelijk homoseksueel georiënteerde omroeper met omfloerste stem op meertalige wijze de passagier van het Amsterdamse openbaar vervoer praktisch smeekt het rijtuig zo voorzichtig mogelijk te verlaten, en daar nog net niet aan toevoegt dat hij het, als we per se willen blijven zitten, niet erg vindt, en dat hij in het uiterste geval bereid is ons ook nog te komen masseren.

Maar nu is er hoop. We hebben een nieuwslezeres die me tot extase brengt. Ik weet even niet hoe ze heet, en heb geen zin haar te googelen. Wel weet ik dat ze het doet met Bram Moszkowicz. Ik vind dat geen bijzaak. Kom op, we zijn hier niet op GeenStijl! Het draagt bij tot het effect van haar woorden. De wetenschap dat op de achtergrond Bram aanwezig is, die advocaat van zoveel kwade zaken, nou ja, dat getuigt natuurlijk wel een beetje van de mediterranisering van onze cultuur, maar de geur van corruptie die er nu zodoende uit ons NOS-journaal opstijgt, die geeft aan haar bitse toon een extra smaak. Ze is blond, de jukbeenderen kloppen, en de rechte ogen ook. De arrogantie en de minachting druipt eraf, en terwijl ze ons het nieuws toesnauwt, blikt ze ons aan met onverhulde minachting. Nee, ik zal u maar niet beschrijven hoe ik er op zo’n moment bijzit, maar God, wat is dat fijn.

PARTIJ VAN DE VRUCHTEN

zondag 19 juni 2011
Wat denkt u dat een peer ervan vindt geschild te worden? Staat u daar wel eens bij stil? Met zo’n scherp fruitmesje, of erger nog, met een bòt fruitmesje? Dat dan eerst met de punt in het schilletje wordt gestoken, net diep genoeg om er vervolgens het lemmet onder te kunnen kantelen, en er zo’n reep in het rond van af te schillen, tergend langzaam en weloverwogen, als dat toevallig de aard van de schiller is, of driftig, en grof, met zo’n wrede, veel te dikke schil, zodat het sap er al bijvoorbaat uitdruipt. Wat denkt u dat zo’n peer doorstaat? Zou u zelf zo gevild willen worden? Nee toch? Wat denkt u dat zo’n peer zou doen als hij kon krijsen? Zo’n peer moet ondraaglijk lijden. Zo’n peer heeft ook gevoel! Wilt u sap aan uw handen? Verplaats u zich eens in de Spaanse navel, waarvan u met de blote vingers de schil aftrekt! Gewoon: rats! Eerst even met de nagels een plekje open krabben, beet pakken, en er dan afscheuren! En ondertussen ook nog flink knijpen, iets wat onwillekeurig nu eenmaal gebeurt. Wat een zinloos lijden! En laten we het eens hebben over de kokosnoot. Weet u hoe u wordt geacht een kokosnoot te openen? Nou? Ik zal het u zeggen: met een hamer! Of met een hamer en een schroevendraaier. Wat zou u daarvan vinden als u een kokosnoot was? Nee, daar zou u niet blij mee zijn, zegt u dat wel. Barbaars is het. Van de ananas, die met éen klap van het kapmes wordt gespleten, tot die druif die u in een keer naar binnen schrokt, de wreedheid kent geen grenzen. Nou ja, u begrijpt me wel. Er zit maar één ding op. Vindt u het idee sympathiek? Wordt lid. Meldt u zich aan.

NAAR HET MUSEUMPLEIN!

donderdag 9 juni 2011
En dan zijn nu de plannen voor het Nationaal Museum afgeblazen. Het gebeurt maar zelden dat ik iets wat dit kabinet bedenkt, toejuich, zeker als dat geschiedt op cultureel terrein, en door Halbe-hoe-heet-hij-ook-al-weer, terwijl ik bovendien voor elk denkbaar museum zou willen pleiten. Vanwaar dan die vreugde?

Dat zal ik u uitleggen. Alles aan het oorspronkelijke plan was me onsympathiek. De plaats was me onsympathiek. Waarom zou je een Nationaal Museum in Arnhem neerzetten? Een buitenlands toerist zou het woord niet eens kunnen uitspreken. Waarom zou iemand überhaupt naar Arnhem willen? Laat de Arnhemmers maar naar Amsterdam gaan, zodat ze er de weg naar het Museumplein kunnen vragen aan een allochtoon medemens. Kunnen ze zien dat het daarmee nog niet zo erg is gesteld als ze dachten toen ze op de PVV stemden. Wel een beetje oppassen. Overigens ben ik onmiddellijk voor een Arnhems museum. Iets met locale specialiteiten. Bestaan die niet in Arnhem? Dan bedenk je maar iets. Was er niet iets met Arnhemse meisjes?  Het feit dat het museum niet over een echte collectie zou gaan beschikken, beviel me al evenmin, terwijl het gebouw, gebruikmakend van alle moderne media, en in het kielzog van sommige politieke partijen zou gaan dienen ter verheffing van de allochtone, homoseksuele en jonge medemens. Ik ben tegen elke vorm van verheffing. Ook de twee heren die het zouden gaan leiden en die die ons jarenlang hebben bestookt met het ene plan na het andere, Erik Schilp en Valentijn Byvanck waren me onsympathiek. Ze leken me de tweekoppige verpersoonlijking van alles wat er fout is met het Nederlandse kunstmanagement: denkt u aan Wim Pijbes (Rijksmuseum), Sjarel Ex (Boymans Rotterdam), Kees van Twist (Groningen), noemt u maar op. Het lijken eerder vroeg-oude vergadertijgers dan mensen die van kunst houden. De kunst waar ze van houden, is van dubieus allooi. Zodra ze hun mond open doen, hoor je geld rinkelen, en weet je hoe laat het is. Schilp was ooit senior marketing manager. Zijn bemoeienis met kunst is van organisatorische aard. Hij zette, aldus een voor hem geschreven profiel, in Barcelona art spaces op en restaurants. Hij is consultant, commissaris en toezichthouder. Hij is kortom iemand die langs de trappen die het management overal voor zichzelf heeft uitgelegd is opgeklommen naar … ja, naar wat eigenlijk? Bijvanck richtte als directeur van het Middelburgs Museum wonderkamers in, ruimtes met loungemuziek, en op een tentoonstelling hing alles door elkaar, "zodat het zijn eigen verhaal kon vertellen." Valentijn wil dat de mensen zelf nadenken. Kortom: Valentijn is een modieuze flapdrol van het soort waar je in Nederland over struikelt zodra je zelfs maar een barbecue wilt organiseren.

Allemaal goed en wel, ik hoor het u zeggen. Maar wat dan? Terwijl ik gisteravond samen met een vriend voortijdig ontsnapte uit de Westergasketel, waar Rihms Dionysos door weer andere kunstmanagers ten tonele werd gebracht, hebben we het probleem even besproken en snel, maar grondig opgelost.

Schiet eerst alle Groen Linkse raadsleden van de deelraad Amsterdam-Centrum neer. Doe voor de zekerheid die van de PvdA en D'66 ook maar. En verder iedereen die het woord fietspad durft uit te spreken. Biedt de Amerikaanse ambassade als nieuwe behuizing de Stadsschouwburg aan, want daar gebeurt toch nooit iets wat je zou willen zien. Bedreig vervolgens alle bewoners van de huizen aan de oostzijde van het Museumplein met de dood, of beter nog: onteigen ze tegen een vorstelijke prijs. Het blijven Nederlanders, nietwaar. Breek daar alle huizen af, inclusief de Amerikaanse ambassade dus, die toch al jaren in de weg staat, terwijl die houten hokjes eerder terroristen lokken dan ze afschrikken. Bouw er voor anderhalf miljard een nieuwe vleugel van tweehoog aan het Rijksmuseum. Verbind hem met zowel Rijks, als Van Gogh, Concertgebouw en, ten slotte ook het Stedelijk, maar pas nadat de badkuip aan de zijkant eraf is gesloopt en middenop de weide is geïnstalleerd als bloembak met gigantische fontein. Leg daaronder een centrale toegang aan voor alle om het plein gelegen attracties. Laat Bijvanck en Schilp een klinkende naam bedenken voor het hele spul, geef ze een ton, en laat ze opsodemieteren. Kijk, zo doe je dat. Best een aardig idee trouwens.

HENK LICHT GEEN TEGELS MEER

woensdag 1 juni 2011
Kent u Henk Hofland? De ouderen onder u vermoedelijk wel, voor de jongeren zal dat echter in mindere mate gelden, zo vermoed ik. Maar toch. Hij kreeg onlangs de PC Hooftprijs, die door sommige van mijn leerlingen overigens standaard wordt gespeld als de PC Hoofdprijs. Ik ken Hofland sinds hij verscheen in de Haagse Post in de jaren zeventig, toen dat blad nog behoorde tot de ultra-linkse avant-garde. Velen van degenen die erin publiceerden behoren inmiddels tot het journalistieke establishment, of gewoon tot het establishment. Zo gaat dat.

Hofland werd kortstondig hoofdredacteur van NRC, later freelancer voor die krant, voor De Groene, en hij werkte ook voor de VPRO. Als Hofland bekritiseert hij de politiek en de politici die te laf zijn om de juiste keuzes te maken, als Montag het alledaagse ongerief. Zijn bekendste boek is nog steeds Tegels lichten, waarin hij de Nederlandse politiek aan de schandpaal nagelt. Ik heb NRC lang gelezen, en ben al heel lang lid van de VPRO. Inmiddels zijn over Henk stem en geest van het gezond verstand vaardig geworden. Zelf was ik vroeger ook linkser dan nu (maar niet zo links als hij). Ik lees hem graag. Hij schrijft goed, hij heeft belangstelling voor, en ergert zich aan dezelfde dingen als ik - misschien ook omdat hij niet zo heel veel ouder is, nou ja, 25 jaar of zo. Het is nu eenmaal troostrijk je eigen opvattingen en ergernissen in gedrukte vorm tegen te komen. Het maakt je wat minder eenzaam. Geboren in Rotterdam, lijkt hij inmiddels een ras-Amsterdammer. En dat voel ik me, afkomstig uit de onmiddellijke omgeving van 010 ook. Hij is net als ik een hartstochtelijk roker en komt daar met regelmaat voor uit. Als hij niet in New York verblijft, of op een Grieks eiland waar hij nogal eens heengaat, woont hij niet zover bij me vandaan en ik zie hem met enige regelmaat, in de tram of op straat. In die tram zit hij altijd op een van de soloplaatsen die er in de Amsterdamse rijtuigen zijn, zo valt me op, alweer net als ik zelf doe. Ik houd veel van mensen, maar ze moeten niet te dichtbij komen. Ik vermoed dat iets soortgelijks geldt voor Hofland. Hij mag graag de New York Times prijzen en de International Herald Tribune, en de staf breken over het gebrek aan kwaliteit van de Nederlandse media (zij het nooit die van zijn eigen krant), over allerlei Amsterdamse rariteiten, de inrichting van het Museumplein, de langdurige sluiting van twee van de musea daar, over de kwaliteit van het Engels waarmee de Amsterdamse publieke stem zich tot de reizigers in de tram richt (Konsurthol, Leidse skwair, enterteenmunt erija), en over Radio-4.

In verband met dat laatste schreef hij onlangs een column. Al vele jaren heeft Hofland het op Radio-4 gemunt. Dat is terecht. Want de enige serieuze Nederlandse klassieke muziekzender is een treurige bedoening. Spelletjes, cryptogrammen, interviewtje hier, praatje daar, en dat alles op de hurken, ver voorovergebogen naar de luisteraar.  En tussendoor muziek die eveneens ver voorover buigt, met veel driekwart en hoempapa: Classic FM, iets minder light. Hofland nu vertelde in zijn column dat bij feestelijkheden met betrekking tot de prijsuitreiking van de PC Hooftprijs Margriet Vroomans verscheen, de Radio-4-presentatrice op wie hij het al jaren heeft voorzien, en alweer, niet geheel ten onrechte. Ze nam ooit de plaats in van Hans Haffmans die verhuisde naar de late middag waar hij minder kwaad kon, maar die van muziek meer verstand had dan Margriet. Wat niet wil zeggen dat ze van andere dingen meer verstand heeft, zo noteer ikzelf maar even. Ze interviewde vanochtend, tussen een mars uit Stravinsky’s L’histoire du soldat en iets anders door, een mevrouw in Sanaa, Jemen, over de onlusten daar. De mevrouw in kwestie, ene Judith Spiegel, had grote moeite met de letter r, en wist, gevraagd naar de achtergrond van de diverse groepen daar, te melden dat het om twee verschillende groepen ging. En dat het allemaal stammen waren, omdat er in Jemen veel stammen zijn. De ene groep bestond uit veel meer stammen dan de andere. Zozo. Waarmee maar weer bewezen is dat iemand die vragen beantwoordt niet per se meer weet dan degene die ze stelt.

Hoe dan ook: mevrouw Vroomans verscheen dus op een vijf dagen voorafgaand aan de officiële prijsuitreiking door NRC georganiseerde bijeenkomst, ze sprak hem toe, (toon: plagerig, ondertoon: langdurig opgekropte ergernis), had de aan haar en haar zender gewijde columns van het laatste jaar geteld (acht stuks), en gaf hem een cadeautje, maar zonder dat Hofland in zijn stukje vermeldde wat precies, al weten we dat weer van haar zelf. Want haar toespraak werd gepubliceerd op de site van Radio-4. Het ging om twee pakketjes met klassieke verzamel-cd’s, afkomstig van V en D, getiteld Aangenaam Klassiek, en dat was, zo bleek, de leus die Hofland abusievelijk toedichtte aan Radio-4, maar die dus de naam was waaronder een serie goedkope klassieke verzamel-cd’s werd uitgegeven, door V en D. Aldus mevrouw Vroomans. Ze legde hem bovendien uit dat de tangoballade van Kurt Weil uit diens Dreigroschenoper echt de tangoballade heette, ook al had Hofland beweerd dat dat niet zo was.

Het cadeautje was duidelijk bedoeld als pesterijtje en dat geschiedde nog op een koopje ook. Want de cd’s zijn niet alleen te verkrijgen bij V en D, Aangenaam Klassiek is – ik zeg het er maar even bij voor het goede begrip - de naam waaronder de Nederlandse muziekhandel elk jaar propaganda bedrijft voor de klassieke muziek. Ze produceert daartoe een cd, bijvoorbeeld Aangenaam Klassiek 2010, vult die met een groot aantal muziekfragmenten, en laat die vergezeld gaat van een aantal kortingsbonnen waarmee de cd’s waar al die fragmenten vanaf komen, met korting te krijgen zijn, en wat meer is, die de koper van klassieke muziek vanaf een minimaal besteed bedrag dan gratis krijgt. Ik wist niet dat je ze ook kon kopen. Mevrouw Vroomans daarentegen wist blijkbaar niet dat ze in oorsprong gratis waren. Verder deelde Vroomans mee dat het ochtendprogramma van Radio-4 sinds de nieuwe aanpak 50.000 luisteraars meer trok, en de zender als geheel per week zo’n 150.000. Hofland van zijn kant vermeldde, na al zijn eerder gedane verwijten nog eens omstandig op een rijtje te hebben gezet, dat ze hem in een persoonlijk gesprek had uitgelegd dat de hedendaagse luisteraar een andere is dan die van vroeger. Hofland is een luisteraar van vroeger en ik dus blijkbaar ook. De luisteraar van nu wil een cryptogram, hij wil een spelletje, een nieuwsflits, en blijkbaar ook hoempapa en driekwart. De luisteraar van Radio-4 wil ook weten wat er in de wereld gebeurt. Want waar moet hij het anders vandaan halen?

Hofland beloofde ten slotte in zijn stukje dat hij nooit meer over Radio-4 zou schrijven. Hij gooit de handdoek in de ring, zou Margriet zelf zeggen. En dat deelde hij de lezer mee. Nou, mij is het wel hoor. Maar de reden bevalt me toch niet. Nadat hij eerder in het televisieprogramma De Wereld draait door aanwezig was, ongemakkelijk als een dominee in een dark room, en daar vergoelijkend sprak over Vandermeersch’ nieuwe NRC, dat toch inmiddels ook is gedegenereerd tot een soort Radio-4 voor krantenlezers, nu een cadeautje krijgen dat hij vermoedelijk ondertussen heeft weggegooid, in een persoonlijk praatje aan den lijve ervaren dat je jarenlang iemand persoonlijk hebt gegriefd, en dan in ruil daarvoor verder het zwijgen ertoe doen! Mijnheer Hofland toch! Een mens is nooit te oud om af en toe nog een tegeltje te lichten. Al is het maar een heel klein tegeltje.

VOOR DE DEUR


maandag 11 april 2011
Naar een persbericht van ANP meldt, is zaterdag 9 april 2011 bij een schietpartij voor een politiebureau in Rotterdam-Zuid een man om het leven gekomen:

Het slachtoffer werd twee keer geraakt, waarvan eenmaal in het hoofd. Agenten in het bureau die de schoten hoorden en naar buiten zijn gesneld, hebben tevergeefs gepoogd de man te reanimeren. Volgens de politie is er geen relatie tussen de schietpartij en het politiebureau.

Natuurlijk werd de man eerst geraakt en was hij pas daarna slachtoffer, maar ja. ANP, nietwaar. Het is echter vooral de laatste zin die ik opmerkelijk vond. Wat bedoelt die eigenlijk mee te delen? De kogel kwam niet uit het bureau? Dat zal wel niet. Dat mogen we toch aannemen. Wat dan? Het omleggen had overal kunnen gebeuren, maar vond zuiver bij toeval plaats voor een politiebureau? Ouderwets als ik ben, was ik geneigd te denken dat, als er nou éen plaats was waar je als potentieel slachtoffer veilig was, dat voor een politiebureau was. En het moet toegegeven worden: vanuit het perspectief van de dader is het geen onlogische gedachte iemand nou juist niet voor een politiebureau te liquideren. De politie is het daarmee eens. Heeft iemand, terwijl hij het slachtofferlijke bloeden probeerde te stelpen, gezegd: "Verdomme, moet dat nou voor onze deur?" De dader is voortvluchtig, luidde de slotzin van het ANP-bericht. Wij als oppassende burgers kunnen aan het bericht slechts de tamelijk zorgwekkende conclusie verbinden dat, waar wij ons nog hoeden in de nabijheid van een agent een rood voetgangerslicht te negeren, de penose bij haar overweging iemand al of niet te liquideren, de politie niet eens betrekt. Het kwam gewoon zo uit.

NIETS AAN DE HAND

zaterdag 9 april 2011
Griekenland zal geen noodhulp vragen bij het Europese stabiliteitsfonds.
Ierland zal geen noodhulp vragen bij het Europese stabiliteitsfonds.
Portugal zal geen noodhulp vragen bij het Europese stabiliteitsfonds.
Spanje zal geen noodhulp vragen bij het Europese stabiliteitsfonds.
Italië zal geen noodhulp vragen bij het Europese stabiliteitsfonds.
Nederland zal niet akkoord gaan met het afwaarderen van de Griekse schuldenlast.
Nederland zal niet akkoord gaan met het afwaarderen van de Ierse schuldenlast.
Nederland zal niet akkoord gaan met het afwaarderen van de Portugese schuldenlast.
Nederland zal niet akkoord gaan met het afwaarderen van de Spaanse schuldenlast.
Nederland zal niet akkoord gaan met het afwaarderen van de Italiaanse schuldenlast.
Nederland en Duitsland overwegen niet uit de Euro te stappen.

ACTIEF BOVEN LIBIË

zondag 3 april 2011
En dan zijn, terwijl thuis het leger zowat wordt afgeschaft, Nederlandse F-16 's weer eens actief, nu boven Libië, want zo heet dat: actief zijn. Was dat nou zo'n goed idee? Dat moet nog blijken, maar zelf denk ik van niet. Ik vond het evenmin een goed idee toen de F-16 's elders actief waren, boven Servië en boven Afghanistan, ook al zijn ze deze keer minder actief dan toen. Zeker, ik ben er erg voor dat burgerbevolkingen beschermd worden en de democratie ook, maar het probleem is dat in dit geval maar moeilijk valt vast te stellen welke burgerbevolking je precies beschermt en hoe democratisch die is, of er in de toekomst naar zal streven te zijn. Bovendien: waarom wel de Libiërs, maar niet al die burgerbevolkingen elders? Wat is er mis met Jemen en Syrië? Vanwaar die plotseling zo eenkennige zendingsdrift? En denken onze autoriteiten nu echt dat je burgerbevolkingen vanuit de lucht kunt beschermen? Ik geloof er niks van. Je kunt ze eruit aanvallen. Ik heb een oudere en wijzere broer die erg voor dit soort operaties is, wat ik altijd opmerkelijk vind. Want in veel opzichten is hij aanzienlijk vredelievender dan ik. Ik ben een havik, hij een duif. Ik ben tegen bezuinigingen op onze strijdmacht, maar ik zou terughoudend zijn bij het inschakelen ervan. Speak softly but carry a big stick. Volgens mij zijn veel mensen op precies dezelfde manier voor dit soort operaties als mijn oudere en wijzere broer: er zijn anderen die de rommel opknappen en die er de hinder van ondervinden, je kijkt ernaar op tv, en als het slecht afloopt, heb je er geen last van, want je kijkt er nog steeds naar op tv. Het geeft kleur aan een saai bestaan. Zo greep Bush, die tijdens de Vietnamoorlog zijn luchtvaartactiviteiten tot Texas beperkte, in in Irak. Het resultaat: honderdduizenden doden, honderdduizenden ontheemden en een land in puin. En het enige land dat er garen bij heeft gesponnen, was precies het land waar hij zo op gebeten was: Iran. Denkt u dat Sarkozy zo veel intelligenter is dan Bush? Ik begin langzamerhand een diepe sympathie te voelen voor Frau Merkel, en vooruit, ook een beetje voor Geert, al vraag ik me wel af wat zijn redenen zijn om zich te verzetten tegen onze actieve F-16 's. Wat vindt Israël hier eigenlijk van?

DE DUIVELS EN DE DOMINEE

zondag 3 april 2011
Wat zou het CDA-congres ertoe hebben bewogen mevrouw Peetoom te benoemen als nieuwe voorzitter? Wat zou mevrouw Peetoom er trouwens toe hebben bewogen zich te kandideren? Per slot van rekening geef je als dominee toch je gemeente op en laat je je schapen in de steek. We weten bovendien allemaal dat partijvoorzitters in de hoedanigheid van hun functie niets te zeggen hebben zolang ze die bekleden om, zodra ze zijn afgeserveerd, verantwoordelijk te worden gehouden voor elk denkbaar falen dat er tijdens hun zittingsperiode heeft plaatsgevonden. De functie van partijvoorzitter is het equivalent van de middenmanager in het onderwijs en de korporaal in het leger: er wordt van onderen tegen hem op en van boven op hem neer geplast: daar sta je dan nat te worden. Afgezien daarvan leek mevrouw Peetooms voornaamste tegenkandidaat, Sjaak van der Tak, me veel kansrijker. Het feit dat hij van plan was zijn functie part-time uit te gaan oefenen, naast zijn burgemeesterschap, getuigde van heel wat meer realiteitszin, terwijl hij me als type veel geschikter leek naast Maxime Verhagen en Henk Bleeker: hetzelfde uitgestreken hoofd, hetzelfde onoprechte stemgeluid, dezelfde valse jovialiteit. Op de site van het CDA schrijft hij over zichzelf: Als burgemeester van Westland en als oud-wethouder van de stad Rotterdam sta ik middenin de samenleving. Vanuit die ervaring, met mijn voeten stevig in de klei en mijn blik op de toekomst gericht wil ik de verbinding maken die het CDA nu nodig heeft. Mijn voeten stevig in de klei! Modder, zul je bedoelen. Ik was ervan overtuigd dat hij zou winnen, ondanks alle berichten van het tegendeel, misschien juist vanwege het feit dat hij geen voeten in de klei had. Klei is binnen het CDA al lang geen aanbeveling meer. Bovendien, een uit Pernis afkomstige wethouder van Rotterdam met voeten in de klei? En dan is Sjaak ook nog lid van de Nationale Onderwijsraad. Veel fouter kun je niet zijn. Kortom: Ruth leek me absoluut, totaal, compleet kansloos. Maar nee hoor. Hebben al die PVV-CDA'ers haar toch benoemd. Mevrouw Peetoom kon het zelf ook nauwelijks geloven, zo viel me op, want de uitzinnig zalvende toon die ze tijdens haar acceptatiespeech aansloeg en die haar man in de zaal de tenen moet hebben doen krommen (we gaan het doen, we gaan het samen doen!) verried haar euforische verbijstering. Wat hebben die CDA-leden gedacht haar naast Maxime en Henk te ... uh... beroepen? Een dominee! Wat heeft ze in godsnaam bezield? In godsnaam. Beroepen. Hé, grappig.

MARK, MET HANS!

vrijdag 4 maart 2011
Dan ben je dus minister. Eindelijk, want het is een lange weg geweest: leraar, journalist, NOS-journaal, daarna natuurlijk voorlichter, zoals dat gaat met sommige journalisten. Het verschil is trouwens niet zo groot. Een journalist is ook een voorlichter. Terwijl je voor de NOS werkt, schrijf je af en toe een speechje voor een minister, uiteraard zonder dat te melden. Hans is goed in dingen niet melden. Zo nu en dan levert het je nog een primeur op ook, eentje die je zelf hebt geschreven. Zo wast de ene hand de andere eigen hand. Vervolgens kamerlid. CDA uiteraard. Hoe dan ook, je bent ten slotte minister geworden, weliswaar van Defensie, Minister van Bezuiniging, maar toch. Zet je het nieuws aan, en wat hoor je: hebben die verdomde Engelsen vandaag, zaterdag 26 februari, met een perfect georganiseerde bliksemactie 131 man uit de woestijn opgeveegd. Blijkt dat ze in de Lybische woestijn een landingsbaan hebben gevonden waar een in Malta gestationeerd Hercules-vliegtuig kon landen. Een SAS-eenheid die het land per lijnvlucht is binnengekomen, gewoon in burgerkledij, is erin geslaagd lokale milities om te kopen. Op de grond was alles voorbereid. Kleurrijk detail: Special Air Service (SAS) vindt zijn oorsprong in Libië, want daar werd het in juli 1941 gesticht als commando-eenheid. SAS BACK HOME!
Ik zei het al. Dan ben je dus Minister van Defensie. Van zo'n streek gaat je hart natuurlijk wel sneller kloppen. Hans vecht al zijn hele leven tegen de reputatie een beetje een saaie droogkloot te zijn, met een overmatig chagrijnig hoofd. Wel gehoopt, maar nooit partijleider geworden. Dat moet hij nu al jaren aanhoren. Dan denk je: wacht eens even. Sakkerloot! Je belt: zeg, hebben we niet iets van de Tromp gekregen? Hans heeft de hele week op het NOS-journaal de Tromp zien opstomen naar Libië, anders was hem dat niet bijgebleven. Popelde René Tas, de kapitein van de Tromp, na de Somalische piraten niet naar iets uitdagenders? Was daar niet iets mee? En jawel. Of hij niet een paar man mocht oppikken, per links. Wat voor mensen? Ah, niks bijzonders, gewoon oliejongens. En per links, dat moet Hans opzoeken. Was het een scheepsterm? Links: Cohen, Wouter Bos. Hoe kan dat nou? Behulpzame adjudant: HMS Tromp, Links? U bedoelt misschien links met een X: een Lynx. Ah, een helikopter. Even informeren. Lynx. Hmm, wel een beetje achterhaald ding. 1978. Geen warmtemeters, geen radar. Maar ja, kwartiertje vliegen, gewoon, direct aan de kust. Bovendien, wat moet je met warmtemeters in de Sahara? In Lybië is het een chaos. Zijn sowieso allemaal apen, die woestijnarabieren. Informeer eens waar in Libië? Half uurtje later: een of ander Libysch boerengehucht, Sirte. Niksaandehanda! Hans aarzelt wel even. Het is een zware verantwoordelijkheid de levens van Nederlandse manschappen in de waagschaal te stellen. Op de achtergrond staat de tv aan. Verkiezingsspotje. VVD. Die verdomde Rutte, denkt Hans. Die gaat er straks met onze winst vandoor. Wel een mooie actie, zo vlak voor de verkiezingen. Verdomd, denkt hij. Dat zou een stunt zijn. Dat zijn vijf zetels. Hij pakt de telefoon.

BLEEKST

zondag 27 februari 2011
Kent u Henk Bleker? Hij was interim-fractievoorzitter van het CDA, raakte betrokken bij de onderhandelingen over het kabinet-Rutte, zat de bijeenkomst voor van het rumoerige Arnhemse partijcongres waar de meerderheid van zijn partij akkoord ging met steun aan het huidige kabinet Rutte en werd uiteindelijk in oktober 2010 beloond met het staatssecretariaat van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Zo heet Economie tegenwoordig. Dan weet je tenminste direct hoe het zit met de landbouw, om van de innovatie maar te zwijgen. Vanaf het eerste moment dat ik hem zag, had ik een grondige hekel aan hem, en waar het vaak genoeg gebeurt dat je het achteraf mis blijkt te hebben en je negatieve opvatting moet bijstellen, is hier het omgekeerde geschied. Het wordt steeds erger.

Daarbij moet ik opbiechten dat er in dit kabinet veel meer mensen zitten aan wie ik het land heb. Bleker is er voortreffelijk op zijn plek. Daar is Leers, Minister van Immigratie en Asiel. Wie had gedacht dat we er ooit nog een ministerie voor zouden hebben? Hij is de man die in de stad waar hij burgemeester was, werd weggestuurd vanwege belangen-verstrengeling. Oud als ik ben, neig ik er toch toe te denken dat iets dergelijks vroeger in de Nederlandse politiek ondenkbaar zou zijn geweest. Je carrière zou dermate beschadigd zijn geraakt, dat je in de politiek niet meer terecht had gekund. Afgezien daarvan beheert hij de portefeuille die hem dwingt te doen wat hij in zijn vorige bestaan zo afkeurde: namelijk asielzoekers wegsturen. Leers doet daar niet moeilijk over. We hebben Ben Knapen, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, die betrokken was bij de verkoop van PCM, eigenaar van NRC, waarvan hijzelf ooit hoofdredacteur was (en correspondent in Duitsland en de Verenigde Staten) aan de beleggingscriminelen van Apax. Hij ontving er anderhalf miljoen voor. De rechter oordeelde dat daar niets mis mee was, maar sprak van het beleid van Apax als "wanbeleid." Paroolredacteur, en collega in de Raad van Bestuur van PCM, Lambiek Berends, noemde Knapen een "braaf knikkende jandoedel." In het boek over de ondergang van PCM van Joost Ramaer wordt Knapen beschreven als een "uiterst zwakke, weifelende bestuurder", die maar op één ding uit was: geld. Een andere collega, dit keer van NRC zelf, wordt geciteerd: "Ben pakt alles aan wat hij krijgen kan." Over minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal heb ik hier al genoeg gezegd. Ik vind het een afschuwelijke man met verschrikkelijk foute, maar vooral zeer domme ideeën. Er komt altijd een moment dat je voor zulke opvattingen een prijs betaalt, maar in de politiek is het meestal je opvolger die de rekening krijgt. Hij kreeg hem zelf. Jammer dat er iemand voor stierf. De zenuwtics in het gezicht van de voormalige hoogleraar worden steeds heftiger, zo viel me op. En dan is er natuurlijk nog Halbe Zijlstra, onze Staatssecretaris van Onderwijs en Cultuur. "Joh, als je op de foto gaat, moet je lachten", heeft ooit iemand tegen hem gezegd. Misschien wordt het tijd dat er eens iemand tegen hem zegt: "Joh, allèen maar als je op de foto gaat!" In een interview gaf Halbe toe dat hij eigenlijk nooit een boek las. Nou dat had hij ons niet hoeven laten weten. Hij is de man die vindt dat studenten die twee studies doen daarvoor moeten betalen. Wat zouden zijn kinderen daarvan vinden? Halbe is een dimwit van formaat, maar op Onderwijs staat hij daarmee in een lange en nobele dimwit-traditie. Alleen zwakbegaafden willen op Onderwijs, en Plasterk natuurlijk, die je met terugwerkende kracht alleen maar als ware held kunt beschouwen, een weinig effectieve held, maar wel een fatsoenlijk en beschaafd mens, al was hij te dol op podium en flitslicht.

Vanwaar dan toch die extra, buitenformaat hekel aan Henk Bleker, terwijl ik mensen die Henk heten uit zelfverdediging standaard aardig vind? Het is niet vanwege de wat grove gelaatstrekken met de dikke lippen, die me bij een brutaal en ruw soort mens lijken te horen. Zijn vrouw wilde in elk geval niet bij hem blijven. Maar ja, god weet was die net zo erg. Bovendien: ik heb zelf ook grove trekken. Het is evenmin vanwege de bedreigingen die hij uitte aan het adres van de CDA-dissidenten Ferrier en Koppejan, die kritiek hadden op de gedoogsteun voor dit kabinet van de PVV, of vanwege zijn tijdige en hoogst opportune vriendschap met de man die bij ontstentenis van tegenwicht inmiddels bij het CDA de macht heeft gegrepen, Maxime Verhagen, aan wie ik inderdaad ook al een hekel heb, en heus niet alleen vanwege die gluiperige blik van hem. Is het dan vanwege het feit dat dagblad Trouw een beroep moest doen op de Wet Openbaar Bestuur om erachter te kunnen komen dat Bleeker zelf € 175.000 subsidie had ontvangen van het soort dat hij als staatssecretaris wil afschaffen, namelijk om boerenland om te zetten in natuurgebied? Of omdat hij de aanvraag op naam van zijn vrouw had ingediend? Maar wel zelf de notariële akte had ondertekend? Of is het omdat hij inmiddels zegt dat hij die subsidie nou juist niet wil afschaffen? Is het dan omdat we nu niet meer weten sinds wanneer hij dat niet wil? Heb ik zo de pest aan hem omdat hij zijn bedrijf, zoals dat dan heet inmiddels "op afstand heeft gezet", maar het daartoe heeft overgedaan aan zijn zoon? De schat. Is hij ook gescheiden van zijn zoon? Of is het omdat hij beweert dat de subsidieregeling in het voordeel was van de overheid, omdat die de grond nu niet hoeft te kopen, maar alleen betaalt voor de waardevermindering van 80%? Daar hebben we toch mooi met ons allen 20 procent verdiend aan Henk. Maar wat heeft Henk eraan verdiend? Hoeveel knollen stonden er eigenlijk in die tuin voordat hij hem wegdeed? Is het - we zijn er zo - omdat hij op zijn land nu pony's houdt? Zie hier waar het CDA is terecht gekomen: de partij der boeren en landbouwers, die het moet doen met een ponybaas, met een veredeld soort manegehouder. Het is natuurlijk geen wonder dat het met het CDA slecht gaat. Is het dan ten slotte – vragen, vragen – omdat hij had gezegd te walgen van Wilders opvattingen (nadat hij eerder Koppejan en Ferrier had gedreigd uit de partij te zetten omdat die van Wilders walgden), maar vervolgens bij Wilders – op aandringen van zijn beste vriend Maxime Verhagen - zijn excuses aanbood? Of is het omdat hij achteraf zei dat hij zijn excuses niet hàd aangeboden?
Allemaal apart bezien, los van elkaar, stuk voor stuk, valt het wel mee. We hebben hier het soort CDA'er dat we allemaal kennen: een kleine krabbelaar. We hebben hier iemand wiens complete levensloop we op grond van dit soort kwesties moeiteloos kunnen uittekenen. Een dubieuze, zijn hele leven op de rand van het oorbaare balancerende glibber. Leers krabbelde ook in het klein, voor zijn vakantiehuis. Nou ja, zijn vakantiehuis in Bulgarije. In Bulgarije! Zou u een huis willen hebben in Bulgarije? Maar dat alles bij elkaar? Beste Bleker, dat is zo allemaal bij elkaar wel wat veel. Het profiel dat steeds duidelijker van u ontstaat, past goed bij het steeds duidelijker profiel van dit kabinet. Beste Bleker, wat is dat eigenlijk voor een profiel?

WILHELM PIEBES

woensdag 16 februari
- Hoe dat nou kan? Hoe dat nou kan? Simpel. Een misverstand.
Dan ben je dus kunstbaas. Nou ja, je bent kunsthistoricus, en eerst deed je iets met licht en theater. En met film. Daarna werd je baas van de Kunsthal. Kunsthalbaas dus.
- De Kunsthal? Kent u die niet?
- Dat is een hal in Rotterdam.
- Ah, ja, vandaar. U komt nooit in Rotterdam. Nou ja, in elk geval. Achter het Boymans, een pad uit, door een klein zijdeurtje..
- ja, dat kan ik ook niet helpen, het is een zijdeurtje, ter grootte van de toegang tot een openbaar toilet, zeg maar, dan naar binnen, door een soort zaal die vol met stoelen staat, naar boven, en daar is dan een tentoonstelling. Als de hal tenminste niet leeg is.
- Wat voor een tentoonstelling?
- Ja, god, een beetje van alles wat. Wel een paar aardige tentoonstellingen ook hoor. Heus niet alleen trapauto's, chocola, haring en Playboyfotografie. Maar ook Frida Kahlo, Mucha...
- Wat zegt u? Niet goed?
- Nou ja, wel een hoop bezoekers. Bovendien is Kahlo erg in de mode.
- Hoe dan ook, u moet me niet steeds onderbreken, met zo'n CV word je onmiddellijk benoemd tot directeur van het Rijksmuseum, u weet wel, onze nationale schatkamer. Daar hebben ze er heus wel kijk op. Daar nemen ze niet elke idioot. Dan hang je dus leuke tekstjes naast de schilderijen...
- Nee, niet informatief, maar toch wel leuk. En dan krijg je een geweldig idee. Je museum is namelijk al een tijdje dicht, nou ja, niet dicht, maar half open.
- Een tijdje? Hmm, even denken, 8 jaar nu hè..
- Omdat de werkzaamheden een beetje zijn uitgelopen, vanwege het fietspad dat, nou ja, dat doet er verder niet toe...
- Wat zegt u? Groen Links zeker? Ja, inderdaad. De deelraad.
- Imbecielen, mongolen? Nou, nu draaft u door. Hou op. Erg fijnzinnig bent u niet.
- Ik wou zeggen: je bent dus directeur van het Rijks, en het museum is al dicht vanaf 2003, nou ja, Jezus,
- half open dus, en je besluit een kunstwerk te bestellen bij Anselm Kiefer. Dat zal opzien baren.
- Kiefer? Die kent u toch wel. Duits mysticus. Grote doeken, heel grote doeken. Niet groot genoeg voor het Grand Palais, zo viel me ooit op, maar toch. Je wilt iets wat verband houdt met het Rijksmuseum. Met De Nachtwacht, je bekendste schilderij, en je grootste. Niet zo groot als een Kiefer, maar toch. Dan pak je de telefoon, en bel je hem op, gewoon.
- A kom, je hebt het nummer gewoon in je mobiel.
- Herr Kiefer, entschüldigung, Sie kennen mich nicht, aber ich bin Wilhelm Piebes, Hauptdirektor des Rijksmuseums Amsterdam.
- Bitte? Welches Museum? Das meinen Sie nicht. Das Reichsmuseum, neben dem Van Goghmuseum, das kennen sie schon. Van Gogh, Vinzent, genau, neben dem Van Gogh.
- Zo, zo is het dus gekomen.

BREKEBEEN


zondag 13 februari 2011
Kent u in  uw omgeving ook zoveel incapabele bestuurders? Of is het eigen aan de sector waar ik werk – het onderwijs – dat zovelen van hen tekort schieten? Ik weet het echt niet. Je zou in elk geval denken dat degenen die worden geroepen tot 's lands bestuur, en tot dat van zijn belangrijkste instellingen, de besten zijn die je kunt vinden. Ik weet niet waarom ik plotseling moet denken aan Nout Wellink.

Gretta Duisenberg, weduwe van voormalige directeur van de Nederlandse Bank Wim Duisenberg, vertelde ooit in een interview dat als Nout Wellink de, wat zij schertsend noemde buitengewone directievergaderingen van de Nederlandse Bank bezocht, die dan werden gehouden in het Franse vakantiehuis van de Duisenbergjes, steevast verdwaalde. Nout reed altijd verkeerd, ondanks zijn navigator. Kwam hij verdwaasd aan omdat hij de weg weer kwijt was. Op de middelbare school (gymnasium beta) had Nout erg last van migraine. Een leraar zei: Misschien is de lesstof voor Nout te hoog gegrepen. Mensen die hem kennen, doen daar lacherig over. Ze roemen zijn intelligentie en noemen hem een zeer aimabel en nuchter mens. Maar als student in Leiden, en lid van Augustinus, sprong Nout een keer met zijn dronken hoofd van een brug in de gracht, die aanzienlijk minder diep was dan hij had gehoopt, en hield er voor de rest van zijn leven een naar linkerbeen aan over en een dwarse horrelvoet. Op een foto in NRC, met een stuk over hem (Kop: Wie kritiek heeft mag het zeggen) stond hij, al weer twee jaar geleden, wijdbeens en uitdagend voor zijn bureau aan het Frederiksplein, maar net niet ten voeten uit. Nout is wel brutaal, maar niet vom Kopf bis Fuss.

Ik heb me altijd afgevraagd wat precies de benodigde kwalificaties zijn om directeur van de Nederlandse Bank te kunnen worden. Erg veel kan het niet voorstellen. Je moet natuurlijk af en toe waarschuwen: zuinig zijn! Staatsschuld! Inflatie! Je moet de rente zo lang mogelijk zo laag mogelijk houden. Banken moet je niet al te zeer lastig vallen. Je moet zeggen wat alle andere staatsbankdirecteuren zeggen. Kritiek moet je altijd weerspreken. Je moet nooit het achterste van je tong laten zien, want zo heet dat dan: het achterste van je tong. En je moet lid van een grote politieke partij zijn.

U begrijpt het: ik heb het niet zo op Nout Wellink. Nooit gehad ook. Nout is typerend voor wat er soms met ons land mis is: een minister die eerder in zijn carrière als burgemeester is weggestuurd wegens belangenverstrengeling, een andere die wat slordig omspringt met zijn staatsburgers en er één laat ophangen voor een tank kerosine, nou ja, u kent dat wel. In de zomer van 2002 stuurde ik, nadat ik in juli bij de groenteboer € 4.50 had betaald voor een bakje aardbeien (toen kon ik nog zeggen: ruim een tientje), en bij de Bijenkorf een kostuum van Boss voor € 595, dat wilde zeggen 1300 gulden, een e-mail naar de Nederlandse bank (strekking: te laag ingestapt in de euro, te weinig garanties tegen prijsverhogingen) en kreeg een lange papieren brief terug, en de laatste twee jaarverslagen. Wat ik zei, was niet waar. De koers waarmee Nederland zich aan de euro verbonden had, was precies goed. En er was van prijsverhogingen in Nederland geen sprake. Van mijn aardbeien en mijn Boss-kostuum werd niet gerept. Hoe dan ook: je kon in elk geval niet zeggen dat je niet serieus werd genomen, al was wat er in de brief stond natuurlijk onzin. Zelf vond ik al in 2002 dat Nout Nederland wel degelijk tegen een te lage koers had laten instappen in de euro, en ik was bepaald niet de enige. Afgesproken was uit te gaan van de koersverhoudingen van halverwege 1998, maar waar gulden en mark al sinds 1982 aan elkaar vast zaten, werd de koers van de gulden, vooral vanwege een verschillende economische ontwikkeling in Nederland en Duitsland, waar inmiddels de Wende had plaatsgevonden, tussen de 5 en 10% te laag geacht. Dat was goed voor de export. Maar het was erg slecht voor de burger. Afgezien daarvan was Nederland één van de goedkoopste landen van Europa. Nu is het een van de duurste. En nee hoor, er is geen econoom die me van het tegendeel kan overtuigen.
In Nederland wordt altijd met enig dedain gesproken over de economische wantoestanden in mediterrane landen als Italië. Daar misdragen de banken zich pas echt, zo wordt dan gezegd. En dat is waar. Ze rekenen woekerrentes, en concurrentie is er nauwelijks. Het prestatieniveau is lamentabel. Een automatisch betaalsysteem functioneert van geen kant. Bij Antonveneta was men indertijd dolblij met de overname door ABN-Amro, zo vertelde een directeur van een filiaal in de buurt van Rome me. Kreeg hij misschien eindelijk een keer nieuwe computers. Maar ik vond dat er in Nederland ook wel wat mis was. De hypotheekrentes zijn hier al jaren te hoog. Creditcardmaatschappijen kunnen met hun rentes ongestraft naar believen te keer gaan. Scheringa's DSB kon zonder problemen in Nederland opereren, terwijl een oud-minister van financiën als Zalm, maar ook andere VVD-kopstukken, hun goede naam verbonden aan een bank, waarvan je de handelwijze alleen maar als crimineel kon kenschetsen. Op allerlei internetsites regende het al jaren klachten over DSB. Toen het er mis mee ging, was ik niet erg verrast. Wellink blijkbaar wel.
Wellink zweeg als het graf, toen door een drietal buitenlandse banken de operatie in gang werd gezet om ABN-Amro over te nemen en op te delen, ook al heeft hij ons achteraf laten weten dat hij tegen was. Eén van die drie banken was Fortis, dat werd geleid door dezelfde semi-adellijke en aan grootheidswaanzin lijdende president-commissaris Lippens, die ooit op dubieuze wijze een overnamepoging door ABN-Amro van het Belgische Generale had verhinderd. Wie alleen maar de krant las, kon weten dat Fortis niet de meest gewetensvol geleide financiële instelling was. Eén van de commissarissen van het Nederlandse deel van Fortis, aangesteld namens de MR, Annemieke Roobeek, waarschuwde Nout Wellink daar al voor in mei 2005. Naar haar zeggen werden cijfers van de het Nederlandse deel van Fortis stelselmatig verdoezeld en werd er een miljard aan onttrokken. Lippens dwong haar uiteindelijk ontslag te nemen. Achteraf heeft het zwijgen van Wellink (en van toenmalig Minister van Financiën Bos) Nederland vele miljarden gekost. Door die redding is veel erger voorkomen, zo wordt dan gezegd. Maar die redding was niet nodig geweest, als Bos en Wellink beter hadden opgelet.
Na het Icesave-debacle deelde Wellink mee dat hij wel had geweten dat Landsbanki een dubieuze instelling was, maar, zo zei hij, "dat mocht ik niet zeggen." Het was natuurlijk nog veel erger. Want, alweer: wie zijn kranten een beetje bijhield, kon vermoeden dat het eiland in de Atlantische oceaan bezig was zich te ontwikkelen tot een soort roofstaat. In alle kranten is uitgebreid verslag gedaan van de wijze waarop een IJslands bedrijf als Marel in precies dezelfde periode met onbeperkte kredieten kon jagen op bijvoorbeeld een onderdeel van het veel grotere Nederlandse Stork. Waar kwamen die kredieten toch vandaan? Hoe kwam zo'n klein bedrijf aan zulke grote bedragen? Grappig: Nederlands spaargeld dus. Tijdens een hoorzitting over de financiële crisis zei Wellink: "Het beroerde is dat IJsland ergens ver in zee ligt en dat ze de telefoon niet altijd opnemen." Als brutaliteit een bijzondere vorm van domheid is, dan scoort Wellink voortreffelijk, in elk geval op de schaal der domheid. Eerder, in mei 2008, stonden Europese regels hem niet toe de bank een vergunning te onthouden. Zo zeggen schoolleiders die ik ken soms: "Dit is bovenschools bepaald." Dat wil zeggen: Befehl ist Befehl. Wel werd door Wellink als beperkende eis gesteld dat Icesave maximaal 500 miljoen uit Nederland mocht aantrekken. Al in juni 2008, een maand later dus, bleek dat veel meer te zijn geworden, ruim anderhalf miljard. In het openbaar viel daarover geen woord. In september 2008 liet Landsbanki weten dat ze zich niet gebonden voelde aan de in mei 2008 gemaakte afspraken. Grappig. Dat was dus nadat ze hun limiet met 200 procent hadden overschreden. Ook die brief werd door DNB niet bekend gemaakt. In oktober 2008 deelde Icesave zelf mee dat het niet aan zijn verplichtingen kon voldoen. Wel wat je noemt een komeet-achtig faillissement.
De Tweede Kamer vond achteraf een parlementaire enquête over de kwestie niet nodig. De voornaamste reden daarvoor, en de reden waarom Wellink, ondanks zijn zo opzichtig falen, nooit tot ontslag is gedwongen, is uiteraard dat anders onmiddellijk de Minister van Financiën in beeld zou zijn gekomen. Wellink zou de eerste geweest zijn om het te zeggen: "Ik ben altijd gesteund door Bos." Ik heb dan ook nooit geloofd dat Wouter Bos om familieredenen uit de politiek vertrok. Het gebeurde in de periode dat er voor het eerst serieuze en openlijke kritiek op Wellink ontstond. Maar Bos en Wellink waren het in alles eens. Het kon niet anders of de kritiek op Wellink zou geleidelijk Bos bereiken, die nu eenmaal de eindverantwoordelijke was voor de Nederlandse Bank. De hardste kritiek op Wellink werd pas hoorbaar toen Bos was teruggekeerd naar de kinderwagen. Door zijn vertrek is hij erin geslaagd zijn blazoen schoon te houden, zodat hij nog een keer in de politiek kan terugkeren, of bijvoorbeeld als directeur van de Nederlandse Bank. In de Wikileaks-telegrammen zegt een Nederlandse ambtenaar van Algemene Zaken, van Zwol, dat Bos "toekomstige ambities heeft, en dat de Verenigde Staten aan hem zouden moeten uitleggen dat hij zijn internationale geloofwaardigheid zou verliezen, door vast te houden aan de Nederlandse terugtrekking uit Afghanistan op dit kritieke moment."

Wellinks termijn loopt dit jaar ten einde. De Duitse kandidaat voor de leiding van de Europese Centrale Bank, Axel Weber, heeft onlangs laten weten dat hij in april 2011 vertrekt als president van de Duitse Centrale Bank, en dus ook niet meer in aanmerking wil komen voor de baan als opvolger van Trichet, president van de Europese Centrale Bank. Zodoende komen er nieuwe gegadigden in beeld. En daarvan is Wellink er één, al zou dat wel erg kort na Duisenberg zijn. En dan is er hoe dan ook weer ruimte voor een nieuwe directeur van de Nederlandse Bank. Het zal Bos toch niet worden? Kan hij ons nog een keer redden. Het is te hopen dat tegen die tijd de PVV dit kabinet nog gedoogt. Want dat is wel één van de positieve punten van Wilders. Van Wellink moet hij weinig hebben.

UITGEPERST

vrijdag 28 januari 2011
Wat mevrouw Sap heeft bezield toen zij, en bijna iedereen in haar Groen Linkse fractie, akkoord ging met de zogenaamde civiele missie naar Afghanistan, zal vrees ik voor altijd onduidelijk blijven. En dat niet omdat we niet over de middelen beschikken om daar achter te komen, maar gewoon, omdat er domweg geen enkele zinnige uitleg voor te bedenken valt. Begrijpt u me goed: ik stem niet op Groen Links, heb voor de partij maar weinig sympathie, en ben geen pacifist. Ik verdenk mevrouw Sap ervan dat ze, mocht ons morgen de oorlog verklaard worden door een vijandige nabuurstaat, iedereen zou adviseren de wapens neer te leggen, zich over te geven en uit protest vegetariër te worden. Maar naar Afghanistan wil ze op civiele missie. Het bewijst maar weer dat je in noodsituaties meer hebt aan een door-en-door slecht mens, dan aan een halfzachte idealist. Mevrouw Sap! Civiele missies naar Afghanistan bestaan niet, net zomin als diervriendelijke biefstuk. Ze zijn een contradictio in terminis. Het is nog veel erger. Want terwijl mevrouw Sap zich na een langdurige gewetensworsteling bereid verklaart tot een beschavingsoffensief in Afghanistan, teneinde daar de politie tot vrouw- en homovriendelijke, sandaaldragende goedzakken op te leiden, staat er in het land zelf minstens één jonge man klaar om zich aan te sluiten bij de door de Nederlanders getrainde politie. En dat uiteraard om er, als de gelegenheid zich voordoet, zoveel mogelijk heidense varkens van uit te moorden. Achteraf zullen de begeleiders zeggen: we vertrouwden ze natuurlijk geen van allen, maar hij, hij was zo westers, hij was zo iemand van wie je dat nooit zou hebben verwacht. Eerlijk gezegd geloof ik niet dat er tegen die tijd nog veel mensen zullen zijn die weten wie Jolande Sap is. Grappige naam.

GEFIFAAD

zaterdag 4 december 2010
Hoe kan een verstandig mens verbaasd zijn over de toewijzing van de WK van 2018 en 2022 aan Rusland en Quatar? Laat een stel dieven vriendschap sluiten, en ze doen het met andere dieven. Van eerlijke mensen willen dieven maar één ding: geld, en dat bij voorkeur onder bedreiging, voor niks. Maar zaken, zaken doen ze alleen met andere dieven. Wat is daar raar aan? De FIFA weet wel dat het voorlopig geen nare documentaires uit Rusland te vrezen heeft over het gesjoemel rond contracten. In Rusland is praktisch elk contract crimineel. Wie het waagt erover te berichten, doet het met gevaar voor eigen leven. Het land is één groot krysha. En Poetin is er het opperhoofd van. Grappig. Want ook de krysha's runnen hun illegale bankzaken bij voorkeur uit andere landen dan waar ze hun activiteiten bedrijven. Ze weten wel dat Russische banken door andere krysha's worden beheerd. Russische banken zijn niet te vertrouwen. Daar hebben de criminelen (waarvan in Rusland een deel letterlijk criminelen volgens de wet wordt genoemd, omdat ze aan staatsorganen zijn gelieerd) Zwitserland voor, een land waarvan de betrouwbaarheid der bankrekeningen even spreekwoordelijk is als die van zijn uurwerken. De dubieuze rekeningen waaronder zulke activiteiten worden bedreven hebben vaak de heerlijkste acroniemen, wat een typisch Russische eigenaardigheid is. Die constructie lijkt wel een beetje op die van de de FIFA, want dat is ook een soort racket, met een dubieus acronym, en met een corrupt opperhoofd, te weten Blatter. En ook de FIFA beheert zijn bankzaken in Zwitserland. Aangeslagen voor de belasting wordt de organisatie er als een gezelligheidsverening. Zo vindt de ene krysha de andere. Maar over dit soort schurken ging het onlangs gehouden Zwitserse referendum natuurlijk niet.
Wat ik pas echt verbazingwekkend vind, is dat relatief beschaafde landen als Engeland en Nederland hebben geprobeerd de toernooien in kwestie binnen te halen. Het zou de organiserende instanties van die landen hebben gesierd als ze een dag of wat voor de bekendmaking van die toewijzing hadden gezegd, hardop, tijdens een persconferentie, met flink wat camera's erbij: Wij weigeren verder nog zaken te doen met bandieten. Achteraf kritiek uiten op het feit dat een stelletje semi-criminelen ervoor kiest met andere semi-criminelen in zee te gaan, heeft niet veel zin. Dom hoor. Mooie kans gemist.

RADIO 4: AANKONDIGEN IS NIET
GENOEG!

zondag 24 oktober 2010
Het is met aankondigers en aankondigsters net als met stewardessen en stewards. De charme die van het beroep lijkt uit te gaan, de – ik durf het woord nauwelijks te gebruiken – glamour waarmee het is omgeven, is vooral een kwestie van de buitenwacht. Voordat die glamour toeviel aan wie door de lucht vloog, was ze verbonden met wie op het water voer. Maar varen gaat te langzaam. Wie kent nog het woord hofmeester? In een tijd waarin de enige passagiersschepen die nog bestaan, cruiseschepen zijn geworden, vrees ik dat hij op het water wordt aangesproken met ober (drie bier!). Wie zelf met thee en cola heeft rondgedraafd in een vliegtuig, moet er genuanceerder over denken. Zeker: je vliegt, in een vliegtuig, je stijgt op, je landt, je draagt beroepskledij (een kek uniform, heet dat tegenwoordig, want het woord kek is al een tijdje in de mode) je verblijft tussendoor eens een nachtje in een goed hotel, en sommigen die daarop uit zijn, krijgen als het meezit de de kans het met de piloot te doen. Van hen slagen enkelingen erin daarna met hem te trouwen, maar dat gebeurt alleen als ze de laatste zijn. De vraag: "hoeveel voor mij", blijft altijd hangen en verzuurt de relatie. We weten het allemaal: de scheiding is onafwendbaar. Anderen zeggen: "Ze heeft een piloot aan de haak geslagen. Net een verpleegster die trouwt met een specialist." Maar dat is allemaal rancune uiteraard, van mensen die ook hadden willen vliegen en trouwen met een piloot. Ze zijn onverbeterlijk. Als je tegen hen zegt: "Er zijn tegenwoordig ook vrouwelijke piloten, en stewards", dan zeggen ze: "Ja, maar die zijn allemaal homoseksueel." Hoeveel solisten zullen er niet zijn die hun ware, eeuwigdurende liefde in de cockpit hebben gevonden, in de pantry, de verbandkamer of de operatiezaal? Dat neemt niet weg dat het bedienen van de medemens een nederige bezigheid is, die je regelmatig confronteert met het zwartste deel van zijn wezen, en met dat van jezelf. Zie daar de prijs der glamour. Anderzijds, een mens moet ook gewoon wat doen (zei de schoolmeester). Overigens: de laatste vrouwelijke piloot die mij vloog (ik schreef eerst: met wie ik vloog, maar dat vond ik pretentieus klinken), zette het toestel wel erg hard aan de grond. Dat kan toeval zijn geweest.

Hoe dan ook - afdwalen, altijd afdwalen - met de omroepers en aankondigers is het net zo. Omroepen en omroep zijn woorden die hoorbaar dateren uit de eerbiedwaardige tijd der lantaarnopsteker, en van de klepperman die riep: "Zeven heit de klok", toen een stad nog muren had en poorten. Wie zou daar nog mee geassocieerd willen worden? Waar wie bij de radio was, er ooit prat op kon gaan dat hij zich in het oog der culturele storm bevond, en dat placht te benadrukken door zijn gedragen en extreem verzorgde articulatie, moet inmiddels vaststellen dat hij is gedevalueerd tot een geluid. Hij werd ingehaald door de televisie. De radio gaat te langzaam. Je blijft er een stem. Het is een armoedige zaak de muziek van anderen aan te kondigen of het nieuws van twaalf uur voor te lezen. Het radio-nieuwsbulletin is een journaal geworden, en het lijkt me een schrille illustratie van de generatiekloof waar ik in ben terechtgekomen, dat ik het woord journaal nog altijd in verband breng met iets wat je kunt zien, met de televisie dus. Wellicht is het vanwege hun, sinds de opgang der visuele media zo wrang geworden onzichtbaarheid dat de aankondigers zoveel moeite doen zich van de hun opgelegde beperkingen te bevrijden. En misschien is Radio 4 daarom zo'n ergernis. Gewoon zeggen wat er nu en na gaat komen, is niet genoeg. Er moet een praatje bij, en een kwinkslag. Er moeten vragen gesteld worden aan iemand die ergens wat van weet. De stem doet een wanhopige poging individu te worden. De vrijheid die hij daarbij te baat neemt, lijkt soms ook ingegeven door de overweging dat er toch geen mens luistert. En die articulatie doet er ook al niet meer toe. En als er dan eens iemand wel articuleert, is het weer niet goed. Zo heb ik zelf een diepgewortelde, intense, blinde, door geen enkele rationele omstandigheid te verklaren afkeer van Maartje van Weegen. Per slot van rekening lijkt daar op het eerste gehoor niet zoveel reden toe. Ze beperkt haar verbale aanwezigheid tot een relatief bescheiden dosis. Toch is het zo: ik verafschuw haar. Misschien is het haar verleden als royalty-verslaggeefster, haar precieuze dictie, het hoorbare genot dat ze ondergaat bij het luisteren naar haar eigen woorden, de overdreven vlekkeloze uitspraak van het Frans en het Duits, de wijze waarop ze haar stem een octaaf omlaag brengt als ze van mening is dat ze iets uitzonderlijk geestigs te berde brengt, en het kan zelfs zijn dat de wetenschap dat ze haar eigen Wikipedia-lemma aanpaste (bekendheid met welk feit we nota bene danken aan het tamelijk weerzinwekkende Geen Stijl), tot mijn ergernis heeft bijgedragen. Het is niet goed, en het zou kunnen dat ik psychiatrische hulp nodig heb, maar als ik hoor hoe ze het weer eens doet, dan trekt een rode waas voor mijn ogen, en schreeuw ik de afschuwelijkste dingen naar de radio. Nee, echt, nog veel erger! Absoluut, ik ben het met u eens. Dat is niet goed, helemaal niet goed.

BURGEMEESTERS IN VREDESTIJD

maandag 13 september 2010
Als kind al kwam het me voor dat het burgemeesterschap één van de potsierlijkste functies is die een volwassene kan uitoefenen. Misschien kwam het door de ketting, die me met zijn reuzenformaat veel te groot en te zwaar leek voor een gewoon mens, en die bij mij in later, onveiliger jaren de associatie opriep met iemand die zijn fietsslot om zijn nek had gehangen om erop te wijzen dat je aan zijn rijwiel niet hoefde te komen. Waar de bedoeling van de burgemeestersketting is het postuur van degene die hem draagt extra gewicht te geven, gebeurt het tegenovergestelde: daar staat een klein mens met een veel te grote ketting. Misschien kwam het door de vele Marten Toonders die ik las, waarin Dickerdack het nooit verder bracht dan onbenullig ornament, terwijl de dubbele ck in zijn naam de ketting vet onderstreepte. Misschien was het de ingekankerde en hoogst Nederlandse eigenaardigheid elke vorm van autoriteit in twijfel te trekken. God weet speelde zelfs de burgemeester uit Swiebertje een rol. Een mens moet de aard van zijn invloeden niet overschatten. Hoe dan ook, u begrijpt zodoende wel wat ik dacht toen ik vele jaren later in een interview met Ivo Opstelten las dat die als kind al burgemeester wilde worden. Ik was regelrecht geschokt. Dat iemand wiens jeugdervaringen toch aardig op die van mij moeten hebben geleken - zuiver generatietechnisch gesproken natuurlijk, want verder strekt de overeenkomst vast niet, gezien zijn uitspraak van de letter R - dat iemand uit soortgelijke ervaringen een zo diametraal tegenovergestelde conclusie kon trekken, schokte me. Als kind! Burgemeester! En als ik hem dan weer eens op de beeldbuis bezig zie, terwijl hij nu, begin september 2010, de formatie begeleidt, en daarvan verslag doet met de prachtige basstem die ik volmaakt bij het burgemeesterschap vind passen, net als trouwens de verbaal hoogst onbeholpen wijze waarop hij dat doet, dan bevestigt dat al mijn vooroordelen en dan voel ik, merkwaardig genoeg, een innig medelijden. Ik wed dat Opstelten ook nog dyslectisch is en dat hij op school nooit zo goed kon meekomen.
In de Nederlandse nieuwsbulletins wordt de laatste tijd vermeld, op een toon die me er een lijkt van ingehouden verontwaardiging, dat de Duisburgse burgemeester na het tunneldrama in zijn stad weigert af te treden, ondanks de druk die op hem wordt uitgeoefend dat te doen. En dan herinner ik me plotseling de foto die NRC jaren geleden op zijn voorpagina afdrukte, van de kus waarmee burgemeester Mans van Enschede, na de vuurwerkramp daar, afscheid nam van een wethouder. Ze was van de VVD, naar ik meen, en beheerde de portefeuille ruimtelijke ordening en milieubeheer. Tja, dat kan natuurlijk ook niet. Het was welbeschouwd eigenaardig dat NRC die foto plaatste. Het woord vilein wordt in bepaalde kringen erg gemakkelijk gebruikt, zo heb ik altijd gevonden, net als ultiem, en rafelranden, en nog veel meer. Maar dit was een vileine foto. De tekst eronder was neutraal, maar iedereen die daartoe de behoefte voelde, kon er zijn eigen subtekst - pardon - onder zetten, en ik weet bijna zeker dat de redactie in grote verleiding heeft verkeerd die ook op te schrijven, want met de gemiddelde intelligentie van de lezers weet je het nooit: Judaskus. Maar ja, NRC. Daarom lees ik hem, juist omdàt ze dat niet doen. Maar een judaskus was het natuurlijk. Mans weigerde op te stappen. Dat er een vuurwerkopslagplaats in een woonwijk stond, kon hij niet helpen. Voor de explosie was hij niet verantwoordelijk, en ook niet voor de 23 doden. Zuiver gemeenterechtelijk is dat juist. De wethouder is verantwoordelijk. Maar ik dacht toch: zie je wel.

MATTHIJS DRAAIT DOOR

maandag 6 september 2010
Gisteravond zag ik bij toeval weer Matthijs van Nieuwkerk langskomen, tussen het ene nieuwsbulletin en het andere door. En weer dacht ik: wat ben je toch een leeghoofdige blaag! Ik denk bij Matthijs altijd dat hij, als hij zijn wild bekapselde hoofd tot aan de ontblote borst weer eens in de camera steekt, de lens in de mond zal nemen om er fellatio mee te bedrijven, met een immense beeldvullende zaadlozing tot gevolg. Wats. De opgewonden toon, de ellenlange vragen die alleen kunnen worden gevolgd door een ja of nee, het voortdurend in de rede vallen, en vooral de verregaande onnozelheid! Aan tafel zat Hans Keilson, een 100-jaar oude man die weer in het nieuws is vanwege een paar boeken die hij lang geleden heeft geschreven (en die ik niet ken). Van Nieuwkerk bleef maar vragen of de hernieuwde aandacht (de New York Times! De New York Times!) geen gerechtigheid was. Matthijs acht het de hoogste vorm van gerechtigheid dat hijzelf in beeld is. Want wat niet in beeld is, telt niet. Dat er een immens universum bestaat, waarin heel andere dingen tellen, die niet enkel met het verstrijken der tijd, maar nu al, op het moment zelf, van veel meer waarde zijn dan al die dingen die in zijn minuscule, totaal niet terzake doende wereldje, in beeld verschijnen, dat komt niet eens bij hem op. En dan uitgerekend tegen iemand als Keilson te spreken van gerechtigheid, nou ja, dat is een gotspe. Weer zo'n woord dat zo vaak ten onrechte wordt gebruikt. Keilsons ouders zijn in Auschwitz vermoord. Hij antwoordde op de herhaalde vraag dat gerechtigheid voor hem iets heel anders is. Het zou interessant zijn geweest, te horen wat precies. Hoewel Keilson beminnelijk bleef, vond ik het toch een confrontatie tussen beschaving en stupide geborneerdheid. Het ergste is natuurlijk het gebrek aan werkelijke interesse van Van Nieuwkerk voor datgene waar het echt om gaat. Wat eruit spreekt is een verregaande vorm van miskenning, onwetendheid en van psychologisch onbegrip. Het enige wat me verbaasde is dat Keilson bereid was geweest in het programma te gaan zitten. Welk serieus mens waagt zich daaraan? Keilson leek me allesbehalve wereldvreemd, en wat hem bezield heeft, is me een raadsel.

EN HANS OOK!

zaterdag 4 september 2010
En dan schrijft Hans Beerekamp, de tv-recensent van NRC, van wie ik me vooral herinner dat hij zo dol is op Paul de Leeuw, dat de heren Pauw en Witteman een klein specialisme hebben opgebouwd met het ten tonele voeren van excentrieke en radicale moslims. Beerekamp spreekt van gedrochten uit het moslimspookhuis. Hij doelde daarmee op het optreden van ene Izz ad-Dhin Ruhulessin, en die was zo brutaal geweest om, eerst in de Volkskrant, en daarna dus bij Pauw en Witteman, begrip te vragen voor de steniging van een Iraanse vrouw. Het westen bemoeide zich met interne Iraanse kwesties, en andersom zou dat naar zijn zeggen ook niet geaccepteerd worden. Daarbij droeg hij ook nog een raar gebreid mutsje, zo viel me op toen ik het programma zag. De merkwaardige gast leek bovendien een sadistisch plezier te scheppen in het etaleren van zijn wat hardvochtige opvattingen, waarbij hij enkel bereid leek een voorbehoud te maken voor genocide, al voegde hij eraan toe dat het begrip maar moeilijk te definiëren viel. Hetgeen aan een geïrriteerde Witteman de uitspraak ontlokte: genocide gaat u te ver? Misschien zie ik Pauw en Witteman niet vaak genoeg, maar ik heb de stellige indruk dat de radicale moslims flink ondervertegenwoordigd zijn op de Nederlandse tv, en ik zie niet goed in waarom dat zo zou zijn. Wie is geïnteresseerd in het nieuws en de achtergronden daarvan - om de cliché maar te gebruiken - die heeft maar weinig aan de Nederlandse televisiestations. Serieuze journalistieke programma's zijn er nauwelijks meer. Wat Pauw en Witteman doen, heeft ook niet zoveel met nieuws te maken. De pogingen om aan allerlei gasten een uitspraak te ontlokken die goed is voor een kopje in de krant zijn vaak weinig verrassend. In wezen betreft het een praatprogramma dat werkt met een wat gemakzuchtige formule: haal wat mensen naar de studio een babbel een beetje. Wat de gasten vinden, valt gemakkelijk te voorspellen, en als dat niet zo is, heeft het ook niet veel om het lijf.
Niet lang na de aanslagen op de Twin Towers zag ik 's avonds op de BBC een uitzending waarin New Yorkse brandweerlieden, familieleden van mensen die om het leven waren gekomen, Britse en Amerikaanse politici van allerlei slag, en een zaaltje vol met Pakistaanse burgers en politici live discussieerden over hetgeen er in New York was gebeurd, allemaal vanaf hun respectievelijke verblijfplaatsen. De gebeurtenissen waren nog vers, en de opwinding en de woede die geleidelijk ontstonden, klonken navenant. Wie het programma, dat een paar uur duurde, gezien heeft, moet snel pessimistisch zijn geraakt omtrent de hoop op vrede en vriendschap tussen de volkeren. Maar informatief was het wel, en bovendien fascinerende televisie. Ik geloof dat zo'n programma zinnig is. Op de Nederlandse televisie hoeven we op zoiets niet te rekenen. Hoewel Nederland de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft, geldt die slechts in zeer beperkte mate voor - bijvoorbeeld - radicale islamieten als de hier boven genoemde. Dat wil niet zeggen dat ik op enigerlei wijze sympathie zou voelen voor de standpunten van zulke mensen, maar ik zie niet in waarom Geert Wilders wel mag zeggen wat hij wil, en een ontspoorde imam niet. Zelf ben ik, in tegenstelling tot Hans Beerekamp dus, geneigd te vinden dat het één van de weinige positieve punten van Pauw en Witteman is dat ze voor zoiets in elk geval nog de moed hebben. Maar ook dat is natuurlijk relatief. Het bijzondere eraan is dat je eens iemand hoort die iets heel anders vindt, maar zou je elke avond islamitische hardliners voorgeschoteld krijgen, dan zou je de lust ook snel vergaan. Voor Geert Wilders geldt wat mij betreft trouwens hetzelfde. Waaruit maar weer blijkt dat serieuze journalistiek iets heel anders is. Daar had Beerekamp over moeten klagen.